ECLI:NL:RBNHO:2026:12121

ECLI:NL:RBNHO:2026:12121

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 15/137558-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De verdachte is veroordeeld tot een hechtenis van 120 dagen met aftrek van voorarrest voor het invoeren van ongeveer drie kilo cocaïne in Nederland. De verklaring van de verdachte dat zij een erfenis zou krijgen van ongeveer 10 miljoen dollar acht de rechtbank aannemelijk omdat deze wordt ondersteund voor de onderzoeksbevindingen van de Koninklijke Marachaussee. Gelet hierop ontbreekt de (voorwaardelijke) opzet op de invoer. De verdachte heeft wel verwijtbaar gehandeld omdat niet gebleken is dat de verdachte alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar kon worden gevergd om te bewerkstelligen dat haar koffer geen verdovende middelen bevatte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/137558-26 (P)

Uitspraakdatum: 3 september 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 augustus 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieadres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. Pieplenbosch en van wat de verdachte en haar raadsman, mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 10 mei 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op de invoer van cocaïne. Volgens de raadsman komt de rechtbank niet toe aan de culpoze variant van het tenlastegelegde, omdat de officier van justitie deze variant niet expliciet ten laste heeft gelegd (door het opnemen van de woorden “al dan niet opzettelijk”).

Oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak De rechtbank is met de raadsman en anders dan de officier van justitie van oordeel dat uit het onderzoek op de zitting en het dossier onvoldoende gegevens voortvloeien die leiden tot het wettige en overtuigende bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit opzettelijk, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft gepleegd.

Op 10 mei 2026 is bij een controle op de luchthaven Schiphol cocaïne aangetroffen in de koffer van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat zij niet wist dat er cocaïne in haar koffer zat.

Weliswaar is het uitgangspunt dat een passagier bekend is met de inhoud van zijn bagage en voor de inhoud daarvan verantwoordelijk is, maar naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat opzet op de invoer van cocaïne ontbreekt.

Bijzondere omstandigheden

De verdachte heeft vanaf haar eerste verhoor tot en met de ondervraging ter terechtzitting consistent verklaard over de reden van haar reis naar Nederland en over de omstandigheden waaronder deze reis heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft geloofd dat zij de erfgename was van een erfenis van ongeveer 10 miljoen Amerikaanse dollar en dat zij deze erfenis zou ontvangen na het ondertekenen van officiële documenten. Zij is daarbij steeds afgegaan op instructies die zij via de e-mail en telefoon ontving. Zij moest via Colombia reizen om daar de officiële documenten bij een ‘protocol officer’ te ondertekenen, waarna zij de erfgelden in Amsterdam daadwerkelijk in ontvangst zou kunnen nemen. Van deze protocol officer kreeg de verdachte een ‘giftbox’ (cadeaus) die zij in Amsterdam aan een bankmedewerkster moest geven.

De rechtbank acht de verklaringen van de verdachte over de geschetste gang van zaken aannemelijk, omdat deze worden ondersteund door de onderzoeksbevindingen van de Koninklijke Marechaussee, waaronder een analyse van de telefoon van de verdachte en de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat de verdachte op de zitting een oprechte indruk heeft gemaakt.

De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde ter zitting af dat op geraffineerde wijze misbruik is gemaakt van de goedgelovigheid van de verdachte. Gelet op deze specifieke en vanuit het dossier ondersteunde bijzondere omstandigheden, acht de rechtbank niet bewezen dat de verdachte wist of willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er cocaïne zat in de koffer waarmee zij naar Nederland reisde.

De conclusie is dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het opzettelijk, ook in voorwaardelijke zin, binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne.

Nu niet is bewezen dat de verdachte opzet had op de invoer van cocaïne, zal zij ook worden vrijgesproken van het medeplegen daarvan.

Bewijsoverweging De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de impliciet subsidiair ten laste gelegde niet-opzettelijke invoer van cocaïne, en overweegt daartoe het volgende.

De verdachte kreeg in Colombia, kort voor haar reis naar Nederland, een koffer van een derde persoon die zij niet kende (de zogenaamde protocol officer), waarin cadeautjes zouden zitten voor een bankmedewerkster in Nederland. De verdachte heeft verklaard dat zij de koffer erg zwaar vond. De verdachte heeft de koffer kort geopend en zag vrouwenkleding en -tasjes. Zij heeft de koffer verder niet onderzocht.

Onder de hiervoor genoemde omstandigheden lag het op de weg van de verdachte om extra opmerkzaam te zijn en de koffer die zij meekreeg grondig te controleren. Door dat niet te doen heeft de verdachte in verwijtbare mate onzorgvuldig gehandeld. Dat geldt temeer nu algemeen bekend is dat vanuit Colombia veelvuldig verdovende middelen naar Europa worden gesmokkeld.

Het betoog van de raadsman dat de niet-opzettelijke invoer van cocaïne niet ten laste is gelegd, slaagt niet. Ook zonder de zinsnede “al dan niet opzettelijk” wordt de verdachte namelijk – impliciet en subsidiair – verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het invoeren van cocaïne in Nederland.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage bij dit vonnis opgenomen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 10 mei 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat zij geen enkele schuld heeft aan het feit. Zij is dusdanig langdurig en intensief bespeeld door derden dat haar geen enkel verwijt treft.

Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van afwezigheid van alle schuld bij de verdachte. Ter zake de bewezen verklaarde overtreding heeft de verdachte verwijtbaar gehandeld, omdat niet gebleken is dat de verdachte alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar konden worden gevergd om te bewerkstelligen dat haar koffer geen verdovende middelen bevatte. Onder de gegeven omstandigheden (zoals hiervoor onder 3.3.2 weergegeven), mocht immers van de verdachte worden verlangd dat zij grondiger onderzoek had uitgevoerd naar de inhoud van de koffer.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de strafoplegging.

Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek op de zitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het invoeren van cocaïne in Nederland, door een koffer die zij van een derde had gekregen onvoldoende grondig te controleren. Cocaïne is een voor de gezondheid van mensen zeer schadelijke stof, waarvan het gebruik moet worden ontmoedigd. De ingevoerde hoeveelheid cocaïne (ongeveer 3 kilogram) was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Ook daarom wordt streng opgetreden tegen de invoer van cocaïne.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft gelet op het strafblad van de verdachte van 9 juli 2026, waaruit blijkt dat zij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. De verdachte heeft op de zitting verteld dat zij het bijzonder zwaar heeft in detentie en dat zij graag terugkeert naar huis en haar studie tot apotheker hervat. De verdachte heeft ook verklaard dat zij spijt heeft van de reis en dat zij, achteraf bezien, de mensen met wie zij contact had over de erfenis niet had moeten vertrouwen.

Strafoplegging

De aangetroffen hoeveelheid cocaïne brengt mee dat niet met een andere sanctie kan worden volstaan dan met een vrijheidsbenemende straf. Omdat het opzet op de invoer ontbreekt, acht de rechtbank een hechtenis van 120 dagen (met aftrek van voorarrest) passend.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een hechtenis voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde hechtenis in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.V. Loeve, voorzitter,

mr. G.M.G. Hink en mr. P. Reemst, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van der Meij

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.V. Loeve
  • mr. G.M.G. Hink
  • mr. P. Reemst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand