ECLI:NL:RBNHO:2026:12534

ECLI:NL:RBNHO:2026:12534

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer C/15/345267
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot partneralimentatie, de vrouw moet voltijd kunnen werken om in haar behoefte te voorzien.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/345267 / FA RK 23-5090

Datum uitspraak: 25 augustus 2026

Beschikking echtscheiding

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. S. Karami uit Amsterdam,

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. C.A.F. Visser uit Wormerveer.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 11 oktober 2023;

het verweerschrift van de man met bijlagen, met daarin zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), ontvangen op 18 december 2023;

het verweer op de tegenverzoeken van de vrouw, ontvangen op 30 januari 2024;

het bericht namens de man van 22 januari 2026;

het bericht namens de vrouw 22 januari 2026;

het aanvullend tegenverzoek van de man met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;

het verweer op zelfstandig verzoek van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 22 juli 2026;

het F-formulier met bijlagen van de man van 23 juli 2026.

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de vrouw met mr. A. Azauiyat, waarnemend voor mr. S. Karami;

de man met zijn advocaat.

2. Wat vaststaat

Partijen zijn met elkaar gehuwd onder het aangaan van huwelijkse voorwaarden op [datum] in [plaats] .

In de huwelijkse voorwaarden is, voor zover van belang, opgenomen:

Algehele uitsluiting

Artikel 1

Elke vermogensrechtelijke gemeenschap van goederen, hoe ook genaamd, zal tussen de echtgenoten zijn uitgesloten

Aansprakelijkheid voor schulden

Artikel 2

Voor de schulden van ieder van de echtgenoten is aansprakelijk degene die de desbetreffende schuld heeft doen ontstaan. Voor schulden aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding is ieder van de echtgenoten voor het geheel aansprakelijk.

De (meerderjarige) kinderen van partijen zijn:

- [de meerderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

- [de meerderjarige 2]geboren op [geboortedatum] in [plaats] .

[de meerderjarige 2] is tijdens deze procedure meerderjarig geworden. De verzoeken over [de meerderjarige 2] zijn over en weer ingetrokken.

3. De beoordeling

Echtscheiding

De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals door beide partijen is verzocht, omdat zij vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.

Partneralimentatie

De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 400 per maand aan partneralimentatie aan haar betaalt en dat de man dit steeds voor de eerste van de maand doet. De man voert verweer.

De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.

Behoefte

De rechtbank berekent de behoefte van de vrouw aan de hand van de hofnorm. Bij deze vuistregel wordt uitgegaan van het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen voor het uiteengaan, te verminderen met de kosten van de kinderen. De huwelijksgerelateerde behoefte wordt dan gesteld op 60% van dit gezinsinkomen.

Niet in geschil is dat de behoefte dient te worden berekend aan de hand van de gegevens van partijen uit 2022, omdat dit het laatste jaar is dat zij hebben samengeleefd. De vrouw had in 2022 een fiscaal loon ter hoogte van € 6.199. De man had in datzelfde jaar een brutoloon van € 5.032 en een winst uit zijn eenmanszaak ter hoogte van € 39.744 (en maakte aanspraak op MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek). Bij dat inkomen ontvingen partijen een kindgebonden budget ter hoogte van € 120 per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding bedroeg € 3.687 per maand. Bij dat gezinsinkomen worden de kosten voor [de meerderjarige 2] vastgesteld op € 453 per maand. Op basis van de hofnorm bedraagt de netto behoefte van de vrouw ([3.687-453]x0,6=) € 1.940 per maand, geïndexeerd naar 2026 € 2.373 per maand.

Behoeftigheid

Op de behoefte van de vrouw dienen de eigen inkomsten van de vrouw in mindering te worden gebracht.

De vrouw is in loondienst werkzaam bij [werkgever] Uit haar salarisspecificaties van mei t/m juli 2026 volgt dat haar basisloon € 1.328 bruto per maand bedraagt, exclusief 8% vakantiegeld. De vrouw werkt 20 uur per week.

De vrouw stelt dat zij niet geheel in haar behoefte kan voorzien. Zij stelt dat zij nooit voltijd heeft gewerkt en ze bij haar werkgever ook niet meer kan werken. De man betwist dat en voert aan dat de vrouw voltijd kan werken. Hij meent dat de vrouw in staat moet worden geacht zelf in haar behoefte te voorzien.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw voltijd moet kunnen werken om in haar behoefte te voorzien. De kinderen van partijen zijn meerderjarig. [de meerderjarige 2] woont bij de man. [de meerderjarige 1] is financieel zelfstandig en de man draagt de kosten van [de meerderjarige 2] . De man was tijdens de samenleving kostwinnaar en de vrouw droeg het grootste deel van de zorg voor de kinderen, maar de realiteit is dat die verhoudingen zijn veranderd na het uiteengaan van partijen in 2022. Van de vrouw mag dus worden verwacht dat zij zo veel als mogelijk zelf in haar behoefte gaat voorzien. De vrouw heeft bovendien niet gesteld dat zij arbeidsbeperkingen heeft en er is krapte op de arbeidsmarkt. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij geen tijd heeft gehad om een werkgeversverklaring op te vragen waaruit blijkt dat zij bij haar huidige werkgever haar uren niet kan uitbreiden. Die stelling kan de rechtbank niet volgen, aangezien de man al in zijn verweerschrift van 18 december 2023 heeft gesteld dat de vrouw voltijd kan werken. Bovendien zou een dergelijke verklaring niet tot een ander oordeel leiden. Als de vrouw niet meer uren kan werken bij haar huidige werkgever, ligt het op haar weg om een andere werkgever te zoeken waar dit wel kan. Zonder nadere toelichting is niet te volgen waarom de vrouw niet voltijd kan werken in de supermarktsector, waarvan algemeen bekend is dat sprake is van personeelstekort.

Bij een 40-urige werkweek verdient de vrouw een dubbel salaris, te weten € 2.556 bruto per maand, exclusief 8% vakantiegeld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met verschillende premies (PAWW, pensioenpremie en netto premie WGA) van in totaal € 101 per maand. Het netto besteedbaar inkomen van de vrouw bedraagt dan € 2.469 per maand. Daarmee kan de vrouw volledig in haar behoefte van € 2.373 per maand voorzien.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

De man verzoekt te bepalen dat partijen in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de gezamenlijke lening bij de ING met nummer [nummer] . Daarnaast verzoekt de man te bepalen dat de vrouw gehouden is aan de man, subsidiair aan de ING bank, te voldoen een bedrag van € 17.500, althans haar aandeel in de schuld binnen twee maanden na het wijzen van de echtscheidingsbeschikking althans binnen een termijn in goede justitie te bepalen.

De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en heeft van haar kant verzocht te bepalen dat beide partijen voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld bij ING zoals deze op peildatum resteert.

Tussen partijen staat vast dat zij deze lening hebben gebruikt voor de kosten van de gezamenlijke huishouding van het gezin. Uit de IB-aangifte van de man volgt dat de schuld op 1 januari 2024 € 35.000 bedroeg. Daaruit kan worden geconcludeerd dat op peildatum (11 oktober 2023) nog niet op de schuld was afgelost. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen en bepalen dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld ter hoogte van € 35.000.

De rechtbank wijst de verzoeken af die betrekking hebben op het betalen van de vrouw aan de man, subsidiair de ING bank. Pas op het moment dat de man meer dan zijn aandeel in de schuld heeft voldaan, geldt overeenkomstig artikel 6:10, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat er een regresvordering op de vrouw ontstaat voor het meerdere. Er is niet gesteld of gebleken dat de man op enig moment na peildatum op de schuld heeft afgelost. Voorts is er geen wettelijke grondslag om te bepalen dat de vrouw een betaling aan de bank moet voldoen. Partijen zijn ieder voor het geheel aansprakelijk voor de schuld. Dat betekent dat de bank de schuld op beide partijen kan verhalen.

Uitvoerbaar bij voorraad

Partijen verzoeken de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4. De beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] in [plaats] , Nederland;

bepaalt dat in de onderlinge verhouding tussen partijen elk van hen de helft van de schuld ter hoogte van € 35.000 aan ING met nummer [nummer] voor zijn of haar rekening moet nemen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve over de echtscheiding;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.J.A. de Weerd, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier op 25 augustus 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.E.J. van Schie

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand