RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
Locatie Haarlem
zorgregeling, dwangsom
zaak-/rekestnr.: C/15/373033 / FA RK 25-6542
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 15 mei 2026
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S. Toughza uit Amsterdam,
tegen
[de vader] ,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de vader.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoek, met producties, van de moeder, ontvangen op 19 december 2025;
het F9-formulier, met bijlage, van de moeder, ontvangen op 16 januari 2026;
de e-mail van [de minderjarige 1] , ontvangen op 8 april 2026;
de e-mail van [de minderjarige 2] , ontvangen op 13 april 2026.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 april 2026 in aanwezigheid van de moeder met mr. T.T. Robijn (waarnemend voor mr. S. Toughza) en de vader. Partijen werden bijgestaan door een tolk. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] aanwezig als informant.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om hun mening te geven. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben de kinderrechter hierover een e-mail gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] daarin hebben aangegeven.
2. De feiten
Partijen zijn op [datum] in [plaats] ( [land] ) met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2025.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ).
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] worden hierna samen ook genoemd: de kinderen.
Het gezamenlijk gezag over de kinderen is na de echtscheiding in stand gebleven. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder.
Aan de echtscheidingsbeschikking is het door partijen op 26 november 2024 ondertekende ouderschapsplan gehecht. In het ouderschapsplan hebben partijen afgesproken dat zij de zorgregeling en de vakantie-, feestdagen- en bijzondere dagenregeling in onderling overleg bepalen en dat deze regelingen zoveel mogelijk bij helfte worden verdeeld.
3. Het verzoek
De moeder verzoekt de echtscheidingsbeschikking te wijzigen, op die manier dat er een zorg-, vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgesteld, waarbij de kinderen bij de vader verblijven:
van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt;
tijdens de helft van de vakanties en (islamitische) feestdagen.
Ook verzoekt de moeder te bepalen dat de vader een dwangsom van € 500,00 moet betalen per dag(deel) dat hij de verzochte regelingen niet nakomt. Zij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De moeder onderbouwt haar verzoek als volgt. Na de echtscheidingsbeschikking zijn de omstandigheden gewijzigd. De vader komt de kinderen niet meer ophalen, of alleen als het hem uitkomt. Daardoor heeft hij de kinderen sinds maart 2025 maar vijf keer gezien. Door de open omschreven zorgregeling is er veel onzekerheid en onrust. Het is niet in het belang van de kinderen dat er geen structuur is in hun contact met de vader. De kinderen genieten van het contact met de vader en de vader heeft goede opvoedvaardigheden, zodat van de vader verwacht kan worden dat hij een grotere rol zal innemen in het leven van de kinderen. Uit het gedrag en de houding van de vader blijkt dat hij niet van plan is de zorgregeling na te komen, zodat het noodzakelijk is daaraan een dwangsom te verbinden.
De moeder en haar advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de vader zijn verantwoordelijkheid moet nemen voor de zorg voor de kinderen. De vader zet geen stappen om bijvoorbeeld iets leuks te doen met de kinderen, terwijl de kinderen hem missen en recht hebben op omgang met hem. De kinderen hebben de vader vier maanden geleden voor het laatst gezien. Zij verbleven toen ongeveer vier of vijf dagen bij de vader en er zijn daarbij geen signalen ontvangen dat de woning van de vader niet voldoet of onbewoonbaar is. Partijen communiceren goed met elkaar. Net als de vader, heeft ook de moeder verplichtingen vanuit de gemeente. Zo moet zij taallessen volgen en vrijwilligerswerk doen, waardoor het te zwaar is om daarnaast volledig te zorgen voor drie kinderen. De kinderen zijn nu soms ook noodgedwongen alleen thuis. De moeder refereert zich aan het oordeel van de rechtbank over de hoogte van de dwangsom.
4. Het verweer
De vader heeft tijdens de zitting verweer gevoerd. Zijn woning is niet geschikt om de kinderen in te laten verblijven, omdat de woning één kleine slaapkamer heeft en vooral in de winter erg koud is. Daardoor verbleven de kinderen de afgelopen maanden niet bij de vader. De vader heeft wel contact met hen gehad via Whatsapp, maar vanwege zijn studie en financiële situatie lukte het niet om iets leuks met hen te doen. De vader studeert en doet vrijwilligerswerk. Hij vindt het geen probleem om de kinderen te zien en te ontvangen, maar daarvoor wil hij een andere woning hebben. De vader probeert een andere woning te vinden en zal zich daarvoor ook richten tot de gemeente [gemeente] , zodat hij de kinderen vaker (en zelfs elke dag) kan zien en van huis kan ophalen. Voor de vader is het hele jaar een zorgregeling mogelijk, waarbij de kinderen één keer per twee weken van vrijdag tot zondag bij hem verblijven. De vader kan daarbij ook het vervoer en eten van de kinderen betalen. De vader stelt voor om de zomervakantie bij helfte te verdelen.
5. De mening van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben aangegeven dat zij graag bij de moeder verblijven en dat de moeder altijd voor hen zorgt.
6. Het advies van de Raad
De Raad heeft aangegeven dat het verzoek van de moeder erg begrijpelijk is, maar voor de vader is het nu alleen mogelijk de door hem voorgestelde zorg- en vakantieregeling uit te voeren. De Raad is het met de moeder eens dat de vader zijn verantwoordelijkheid moet nemen voor de zorg voor de kinderen. Daarom moet de vader de komende periode op zoek naar een woning in [plaats] . Voor de moeder is het belangrijk dat zij hulp vraagt bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (hierna: het CJG) om haar te ondersteunen bij de zorg voor de kinderen (bijvoorbeeld door hulp van een opvanggezin).
7. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat partijen en de kinderen de Syrische nationaliteit hebben, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek. De gewone verblijfplaats van de kinderen is in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het Nederlands recht is van toepassing op het verzoek.
Zorgregeling
Nadat de zorgregeling uitgebreid tijdens de zitting is besproken, is het partijen niet gelukt om daarover overeenstemming te bereiken. De rechtbank stelt voorop dat het in het belang is van de kinderen dat er een duidelijke zorgregeling is, waarbij zij vaker dan nu bij de vader verblijven. Daarom stelt de rechtbank een gewijzigde zorgregeling vast. De rechtbank is het daarbij met de Raad eens dat de door de vader voorgestelde zorgregeling op dit moment de maximaal haalbare regeling is. De rechtbank stelt dan ook een zorgregeling vast, waarbij de kinderen één keer per twee weken van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader verblijven. Conform het verzoek van moeder zal de vader de kinderen halen en brengen bij de moeder. Tijdens de zitting heeft de vader ook aangegeven dat hij voor het transport van de kinderen kan zorgdragen. Het is aan de vader om zich ervoor in te zetten een woning te vinden in de buurt van de kinderen, zodat de zorgregeling in de toekomst makkelijker kan worden uitgevoerd. De rechtbank geeft de moeder mee het advies van de Raad op te volgen om (weekend)hulp te vragen bij het CJG. Het is van belang dat partijen de zorgregeling uitbreiden als dat mogelijk is in het belang van de kinderen.
Vakantie- en feestdagenregeling
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder over de vakanties en (islamitische) feestdagen toe, zodat de vakanties en (islamitische) feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld. De vader heeft daartegen geen specifiek verweer gevoerd en het is in het belang van de kinderen om ook vakanties en feestdagen met de vader te kunnen doorbrengen. De rechtbank gaat ervanuit dat de vader zich ervoor inzet de vakantie- en (islamitische) feestdagenregeling na te komen in het belang van de kinderen.
Dwangsom
De rechtbank verbindt aan de hierboven genoemde zorg-, vakantie- en feestdagenregeling een dwangsom. Het is onbetwist gebleken dat de vader de zorgregeling als te vrijblijvend zag en deze in de afgelopen vier maanden in het geheel niet is nagekomen. Met een dwangsom wordt de vader gestimuleerd de zorg-, vakantie- en feestdagenregeling na te komen, wat voor de kinderen erg belangrijk is. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder over een dwangsom gedeeltelijk toe, nu de dwangsom vanwege de financiële situatie van de vader (te weten: hij ontvangt een uitkering) wordt verlaagd en gemaximeerd.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
8. De beslissing
De rechtbank:
stelt, met wijziging in zoverre van de hierboven genoemde beschikking van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2025 en het daaraan gehechte ouderschapsplan, de volgende zorgregeling vast:
De minderjarigen:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );
verblijven één keer per twee weken van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader zorgt voor het vervoer van en naar moeder;
bepaalt dat de vakanties en (islamitische) feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld;
bepaalt dat de vader een dwangsom verbeurt van € 50,00 per keer dat hij in gebreke blijft uitvoerging te geven aan de hiervoor genoemde zorg-, vakantie- en feestdagenregeling, met een maximum van € 2.000,00;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.