ECLI:NL:RBNHO:2026:12745

ECLI:NL:RBNHO:2026:12745

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 15/101926-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van 940,5 gram heroïne en 780 gram cocaïne. Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/101926-26 (P)

Uitspraakdatum: 21 juli 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 juli 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nigeria),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu gedetineerd in P.I. Utrecht, locatie Nieuwersluis.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. J.J. Prins, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P.E.M. Metri, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 4 april 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht,in elk geval aanwezig heeft gehad.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit, mede gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, kan worden bewezen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte dit feit heeft bekend, zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Gelet daarop zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot een bewezenverklaring is gekomen, namelijk:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 7 juli 2026;

- een proces-verbaal van bevindingen van 4 april 2026 (dossierpagina 13 e.v.);

- een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 7 april 2026, met bijlagen, (dossierpagina 64 e.v.);

- een proces-verbaal van bevindingen van 20 mei 2026 (los in het dossier);

- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen NFiDENT van 13 april 2026, met bijlagen, (los in het dossier).

De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 4 april 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van 940,5 gram heroïne en 780 gram cocaïne. Dit zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen. De hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in harddrugs als heroïne en cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van (ook zware) criminaliteit en hebben een steeds meer ontwrichtende werking op de maatschappij. De rechtbank weegt in haar strafoplegging evenwel mee dat de verdachte als koerier is ingezet door een organisatie. De verdachte heeft geen zeggenschap gehad over de inhoud van de koffer en de hoeveelheid drugs die zich in de koffer bevond. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdovende middelen niet daadwerkelijk in het buitenland zijn aangekomen en aldaar verder zijn verspreid.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij is gevlucht vanuit Nigeria vanwege de slechte (leef)omstandigheden. Naast de onveiligheid in het land, komt zij uit een arm gezin waardoor de verdachte is gaan werken in Italië zodat zij haar familie kan onderhouden. Vanuit Nigeria is telefonisch door personen druk op haar gezet om naar Nederland te reizen en vanuit daar drugs uit te voeren. De verdachte heeft ter zitting meermaals haar spijt betoond en neemt verantwoordelijkheid voor haar handelen. Blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 juni 2026 is de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Dit wordt dan ook niet in het nadeel van de verdachte meegewogen.

Op te leggen straf

Gezien de ernst van het gepleegde feit is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen wat doorgaans wordt opgelegd voor het invoeren van harddrugs in Nederland. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) noemen voor het uitvoeren van een hoeveelheid van 1.500 tot 2000 gram cocaïne en/of heroïne als strafmaat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf tot vierentwintig maanden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, recht doet aan de ernst van het feit en aan de persoon van de verdachte.

7. Beslag

Onder de verdachte zijn in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 3.4 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van:

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Ćulafić, voorzitter,

mr. C.S. Schoorl en mr. D.J. Straathof, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.B.A.F. Burggraaf,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 juli 2026.

mr. N. Ćulafić is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.S. Schoorl
  • mr. D.J. Straathof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand