RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
insolventienummer: C/15/25/339 F
uitspraakdatum: 8 januari 2026
Op 24 december 2025 is ingekomen een verzoekschrift strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 23 december 2025, waarbij in staat van faillissement werd verklaard:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Vastgoedplan Nederland B.V.,
hierna: Vastgoedplan
statutair gevestigd te Alkmaar
vestigingsadres: 2011 MJ Haarlem, Kennemerplein 6,
advocaat mr. V.H.B. Kruit
met aanstelling van mr. [curator] te [plaats] tot curator,
op verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.
hierna: [bedrijf]
aanvrager faillissement
advocaat mr. M.H. den Otter.
1. De procedure
Het verzetschrift is pro forma behandeld op 8 januari 2026.
Voorafgaand aan de zitting heeft mr. M.H. den Otter ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis van 23 december 2025. Voorts heeft de curator zijn schriftelijk advies aan de rechtbank toegezonden.
2. De beoordeling
De rechtbank constateert dat Vastgoedplan gelet op artikel 8 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) tijdig in verzet is gekomen.
De rechtbank constateert eveneens dat het faillissement van Vastgoedplan bij vonnis van 23 december 2025 op goede gronden is uitgesproken.
Vastgoedplan heeft aan haar verzetschrift ten grondslag gelegd dat zij niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen en dat zij de vordering van de aanvrager van haar faillissement inclusief de kosten die verband houden met het verzet, alsmede de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator en de door hem gemaakte kosten, volledig kan voldoen. Vastgoedplan heeft evenwel verzocht om [bedrijf] te veroordelen in de kosten van de curator, omdat Vastgoedplan van oordeel is dat [bedrijf] de faillissementsprocedure alleen heeft gebruikt om Vastgoedplan tot betaling te dwingen.
De rechtbank moet beoordelen of op dit moment – de beoordeling van het verzet – summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van [bedrijf] en of Vastgoedplan verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, aan de hand van gegevens die nu gelden. Er vindt dus een toetsing ex nunc plaats (Hoge Raad 5 juni 2015, ECLI:NL:HR: 2015:1473).
Uit de stukken die in het geding zijn gebracht is gebleken dat de vordering van [bedrijf] nu volledig is voldaan. Daarnaast is gebleken dat ook voldoende zekerheid is gesteld om de faillissementskosten en het salaris van de curator te voldoen. Overigens hebben zowel [bedrijf] als de curator verklaard in te stemmen met een vernietiging van het faillissement. [bedrijf] heeft wel verzocht om het verzoek om haar in de kosten van de curator te veroordelen af te wijzen.
Nu de vordering van [bedrijf] door voldoening teniet is gegaan, moet het verzet gegrond worden verklaard en het faillissement worden vernietigd.
De rechtbank zal het bedrag van het salaris van de curator en het bedrag van de door deze gemaakte kosten vaststellen op een bedrag van € 2.000,00 conform het verzoek van de curator.
De rechtbank ziet geen aanleiding [bedrijf] te veroordelen in de kosten van de curator. Het faillissement is op goede gronde uitgesproken en Vastgoedplan heeft er zelf voor gekozen om niet ter zitting te verschijnen om verweer te voeren. Het faillissement wordt vernietigd omdat de vordering van [bedrijf] na de faillietverklaring is voldaan. Dat sprake zou zijn van misbruik van recht aan de zijde van [bedrijf] is de rechtbank niet gebleken.
3. Beslissing
De rechtbank
verklaart het verzet gegrond;
vernietigt het op 23 december 2025 uitgesproken faillissement van Vastgoedplan;
stelt het salaris van de curator en de verschotten vast op € 2.000,00, inclusief btw en brengt dit bedrag ten laste van Vastgoedplan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026, in aanwezigheid van de griffier.