ECLI:NL:RBNHO:2026:1283

ECLI:NL:RBNHO:2026:1283

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer 15/262170-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De verdachte heeft zich in een periode van ongeveer drie weken schuldig gemaakt aan belaging en bedreiging van zijn ex-vriendin. Eendaadse samenloop. Bekennende verdachte. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 102 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/262170-24 (P)

Uitspraakdatum: 4 februari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[woonadres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R.P. Peters en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. van der Vlies, advocaat te Purmerend, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij, in of omstreeks 1 december 2024 tot en met 23 december 2024 te Aalsmeer, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:- veelvuldig, althans meermaals die [slachtoffer] te bellen en/of (vervolgens) voicemails in te spreken en/of- veelvuldig, althans meermaals die [slachtoffer] berichten te sturen middels Whatapp en/of Imessage en/of- veelvuldig, althans meermaals de ouders van die [slachtoffer] berichten te sturen middels Whatapp en/of- die [slachtoffer] een vriendschapsverzoek te sturen via Snapchat,met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.hij, in of omstreeks 2 december 2024 tot en met 19 december 2024 te Aalsmeer, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond, en/of- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of- zware mishandeling, en/of- brandstichting,door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:- "Na een jaar heeft het geen zin meer want na een jaar sla ik je dood gap." en/of- "Ik blaas dat hele kankerhuis van je nog op gast!" en/of- "Ga het nou een uitleggen in mijn gezicht, sowieso anders schiet ik ooit het hele kankerland kapot gast." en/of- "Die kankervader van jou, ik sla hem gelijk! Ik sla die man kankerhard dood!",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn opgenomen in de hierna te noemen bewijsmiddelen, tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

De verdachte heeft de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten bekend tijdens de zitting van 21 januari 2026 en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zal daarom worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 21 januari 2026 heeft afgelegd;

een proces-verbaal van aangifte van 23 december 2024 (dossierpagina 6 e.v.);

een proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2024 (dossierpagina 14 e.v.);

een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2024 (dossierpagina 62 e.v.).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1.hij, in de periode van 1 december 2024 tot en met 23 december 2024 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:- veelvuldig die [slachtoffer] te bellen en (vervolgens) voicemails in te spreken en - veelvuldig die [slachtoffer] berichten te sturen middels WhatsApp en/of iMessage en- meermaals een ouder van die [slachtoffer] berichten te sturen middels WhatsApp en - die [slachtoffer] een vriendschapsverzoek te sturen via Snapchat,met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen;

2.hij, in de periode van 2 december 2024 tot en met 19 december 2024 in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond, en- enig misdrijf tegen het leven gericht, en- zware mishandeling, en- brandstichting,door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:- "Na een jaar heeft het geen zin meer want na een jaar sla ik je dood gap." en- "Ik blaas dat hele kankerhuis van je nog op gast!" en- "Ga het nou een uitleggen in mijn gezicht, sowieso anders schiet ik ooit het hele kankerland kapot gast.".

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

De onder 1 en onder 2 bewezen verklaarde feiten leveren op:

de eendaadse samenloop van:

belaging

en

bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen waarvan 48 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van twee jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn schuldbewuste houding en de context waarbinnen de feiten zijn gepleegd. Daarnaast heeft de verdachte al ruim drie maanden in voorarrest doorgebracht, wat veel indruk op hem heeft gemaakt. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 september 2025, dat betrekking heeft op hetzelfde slachtoffer en waarbij aan de verdachte onder andere vrijheidsbeperkende maatregelen in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), inhoudende een contact- en locatieverbod, zijn opgelegd voor de duur van vijf jaar. De maatregelen zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard. Gelet op het voorgaande heeft zij verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest en daarnaast geen voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden of een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, omdat eventuele risico’s al voldoende worden ingeperkt door voornoemd arrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

De verdachte heeft zich in een periode van ongeveer drie weken schuldig gemaakt aan belaging en bedreiging van zijn ex-vriendin. Hij heeft haar veelvuldig gebeld, meerdere voicemails ingesproken en haar vele tekstberichten gestuurd. Ook heeft hij berichten verstuurd aan de vader van zijn ex-vriendin. De door de verdachte verzonden berichten en ingesproken voicemails waren veelal beledigend en bedreigend van aard. Door zo te handelen heeft de verdachte een stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en bij haar gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, zoals blijkt uit de aangifte.

De persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van 11 december 2025. Daaruit blijkt dat hij op 30 mei 2022 en 6 juli 2022 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor belaging en bedreiging, waardoor sprake is van recidive. Op 2 september 2025 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld voor belaging ten aanzien van hetzelfde slachtoffer, waarbij een gevangenisstraf van 150 dagen is opgelegd waarvan 149 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast is een taakstraf van 80 uren opgelegd en een contact- en locatieverbod voor de duur van vijf jaar ex artikel 38v Sr. Zowel het contact- als locatieverbod is dadelijk uitvoerbaar verklaard en op dit moment van toepassing. Hoewel deze uitspraak nog niet onherroepelijk is, zal de rechtbank – gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr – in sterke mate rekening houden met de door het gerechtshof opgelegde straffen en maatregelen. De onderhavige zaak had namelijk bij de behandeling van die zaak en uitspraak kunnen worden meegenomen.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van 23 april 2025, opgemaakt door GZ-psycholoog S.J.D. Dijkstra. De deskundige heeft echter niet kunnen beoordelen of sprake is van een psychische stoornis, aangezien de verdachte niet heeft meegewerkt aan het psychologisch onderzoek. Hierdoor heeft de rechtbank geen inzicht verkregen in de psyche van de verdachte. Dit baart de rechtbank - mede gelet op het feit dat de verdachte zich wederom schuldig heeft gemaakt aan belaging van hetzelfde slachtoffer - zorgen.

Conclusie

Gelet op de aard en de ernst van de feiten, in combinatie met de recidive, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Rekening houdend met de uitspraak van het gerechtshof zal de rechtbank volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Dit betekent dat de verdachte niet opnieuw naar de gevangenis hoeft. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 102 dagen moet worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

55, 63, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 102 (honderdtwee) dagen;

bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M.C. de Haan, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. M. Rigter, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.E.H. de Koning

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.C. de Haan
  • mr. I.A.M. Tel
  • mr. M. Rigter

Griffier

  • mr. M. Rigter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?