ECLI:NL:RBNHO:2026:12946

ECLI:NL:RBNHO:2026:12946

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 15/262479-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maategel. Nu de betrokkene slechts een zeer korte periode van acht maanden in het ISD-traject zit en nog niet alle interventies met betrekking tot de verslavingshulpverlening zijn afgerond, is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment voortzetting van de maatregel noodzakelijk ter bescherming van de Nederlandse maatschappij, dan wel de maatschappij van de EU-lidstaat Polen. De rechtbank bepaalt dat de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK noord-holland

Team Straf, locatie Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 15/262479-25

Uitspraakdatum: 27 augustus 2026

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) naar aanleiding van het verzoek namens de betrokkene:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in P.I. [detentieadres] ,

tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging

van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna ook: de ISD-maatregel).

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken waaronder:

e-mailcorrespondentie met een medewerker van de Dienst Terugkeer en Vertrek.

De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting van 13 augustus 2026 de officier van justitie, mr. M. Kubbinga, de betrokkene en zijn raadsman gehoord. Daarnaast is [naam 2] , voornoemd, als deskundige via een videoverbinding op de openbare terechtzitting gehoord.

2. Het verloop van het ISD-traject en het standpunt van de inrichting

Uit de rapportage van 28 juli 2026 blijkt onder meer het volgende.

Vanaf 7 januari 2026 verbleef de betrokkene op de ISD-afdeling van het [detentieadres] . Sinds 10 februari 2026 verblijft hij op de ISD-afdeling voor vreemdelingen in het strafrecht. Hij volgt het dagprogramma bestaande uit arbeid, sport, lucht en recreatie. Hij is goed in contact met het personeel en medebewoners. Vanwege zijn verslavingsproblematiek

heeft de betrokkene begeleiding ontvangen van Stichting Terwille. Met hun hulp heeft hij een terugvalpreventieplan geschreven en zolang hij in de ISD verblijft, kan hij gebruik maken van de hulpverlening. De betrokkene is abstinent van heroïnegebruik en is sinds 30 april 2026 volledig afgebouwd van de vervangende medicatie methadon. De betrokkene heeft geen rechtmatig verblijf meer op grond van het Unierecht en is tot ongewenst vreemdeling verklaard. Hij heeft positieve stappen gezet om zijn leven een andere wending te geven, maar het blijft de vraag of deze positieve ontwikkeling voldoende is geborgd. De betrokkene heeft nog geen jaar de recidiveverlagende gedragsinterventies gevolgd. Gelet op de recidivestaat in combinatie met een hardnekkige drugsverslaving acht de inrichting verdere uitvoering van verslavingshulpverlening noodzakelijk om het recidiverisico te verminderen. Op grond van het voorgaande adviseren zij daarom voortzetting van de ISD-maatregel.

Op de zitting heeft de deskundige het advies gehandhaafd en in aanvulling op het toetsingsverslag het volgende naar voren gebracht. De richtlijn schrijft voor dat minimaal één jaar ISD nodig is om de maatregel effectief te laten zijn. De betrokkene is nog maar een korte periode abstinent en er zou nog sprake kunnen zijn van zucht naar verdovende middelen. De behandeling van Stichting Terwille is echter vrijwillig. De betrokkene vindt dat hij deze hulp niet nodig heeft. Voor EU-onderdanen is het geen probleem om iemand snel uit te zetten. Het vertrek is dan binnen vier weken te realiseren. De ongewenstverklaring van de betrokkene heeft geen invloed op de ISD-maatregel; hieraan blijft uitvoering worden gegeven.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de voortzetting van de ISD-

maatregel noodzakelijk is tot het beëindigen van de recidive en het beveiligen van de

Nederlandse maatschappij en andere EU-lidstaten. De officier van justitie heeft gevorderd

het verzoek tot beëindiging af te wijzen en de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort

te zetten.

4. Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsman

De raadsman van de betrokkene heeft naar voren gebracht dat alle interventies van de ISD-maatregel zijn afgerond. Voortzetting van de maatregel is dan ook niet langer noodzakelijk ter bescherming van de maatschappij. De betrokkene heeft de wettelijke plicht Nederland te verlaten en wil naar Polen vertrekken. De raadsman heeft daarom verzocht de ISD-maatregel te beëindigen.

5. De beoordeling

De rechtbank moet in het kader van de onderhavige procedure beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beëindiging van de recidive van de betrokkene en tot beveiliging van de maatschappij in het algemeen. De beveiliging van de maatschappij strekt verder dan enkel de bescherming van de Nederlandse staat; ook andere Europese lidstaten dienen beschermd te worden tegen overlastgevend gedrag. Als sprake is van verslaving of er andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, kan de maatregel er daarnaast mede toe strekken een bijdrage te leveren aan de oplossing van deze problematiek, bijvoorbeeld door behandeling, een gedragsbeïnvloedend programma of het bieden van structuur.

De rechtbank stelt vast dat de betrokkene bij beschikking van 2 februari 2026 tot ongewenst vreemdeling is verklaard. Hij heeft daarmee geen rechtmatig verblijf in Nederland, heeft een wettelijke plicht om Nederland te verlaten en mag worden uitgezet naar Polen. De betrokkene heeft aangegeven dat hij inmiddels inziet dat zijn leven een andere wending nodig heeft. Hij is van plan een stabiel bestaan op te gaan bouwen in Polen en heeft daar volgens eigen zeggen huisvesting bij zijn ouders.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat weliswaar sprake is van een situatie dat de betrokkene meewerkt aan de recidivieverlagende interventies, maar dat nog niet is voldaan aan de doelen van de ISD-maatregel. De betrokkene is veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. Op 3 december 2025 is de ISD-maatregel gestart, waardoor deze op het moment van toetsing ongeveer acht maanden van kracht is. Op grond van de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (in het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders) is vastgelegd dat een minimumduur van één jaar noodzakelijk is om de maatregel effectief te laten zijn. De rechtbank overweegt dat dit des te meer geldt bij hardnekkige verslavingsproblematiek, zoals het geval bij de betrokkene. Dat de betrokkene voorafgaand aan zijn ISD-traject gedetineerd was, doet niets af aan deze startdatum.

Nu de betrokkene slechts een zeer korte periode van acht maanden in het ISD-traject zit en nog niet alle interventies met betrekking tot de verslavingshulpverlening zijn afgerond, is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment voortzetting van de maatregel noodzakelijk ter bescherming van de Nederlandse maatschappij, dan wel de maatschappij van de EU-lidstaat Polen.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt voortgezet.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders;

bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wordt voortgezet.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door:

mr. C.S. Schoorl, voorzitter,

mr. P.A. Hesselink en mr. N. Mook, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. A.I. Hoedjes en mr. E.T. Golstein,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.S. Schoorl
  • mr. P.A. Hesselink
  • mr. N. Mook

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand