ECLI:NL:RBNHO:2026:13057

ECLI:NL:RBNHO:2026:13057

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 15/037187-25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. ‘Pedohunting’. Tweemaal de eendaadse samenloop van poging tot het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade en diefstal met geweld in vereniging. Daarnaast ook poging tot diefstal met geweld in vereniging jegens een heimelijk opererende opsporingsambtenaar. Deels voorwaardelijke jeugddetentie (met dadelijk uitvoerbare bijzondere voorwaarden) en onvoorwaardelijke werkstraf. Vorderingen benadeelde partijen volledig toegewezen. Verbeurdverklaring van bij de voorbereiding gebruikte mobiele telefoon.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/037187-25 (P)

Uitspraakdatum: 17 september 2026

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 3 september 2026 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] ;

- wat de verdachte en zijn raadsman, mr. D. Fontein, advocaat te Koog aan de Zaan (gem. Zaanstad), naar voren hebben gebracht;

- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en de toelichting hierop door Slachtofferhulp Nederland, op de zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger Slachtofferhulp Nederland] ;

- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en de toelichting hierop door Slachtofferhulp Nederland, op de zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger Slachtofferhulp Nederland] en

- de adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), op de zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] , en van Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering), op de zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] .

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door:

- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 1] in of nabij recreatiegebied [recreatiegebied] ;

- één of meerdere malen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en/of te schoppen en/of

- (vervolgens) terwijl die [benadeelde partij 1] op de grond ligt, één of meerdere malen in/op/tegen het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en/of te schoppen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , sleutels en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door één of meerdere malen in/op/tegen het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en/of te schoppen;

Feit 3:

hij op of omstreeks 21 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 2] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door:

- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 2] in of nabij recreatiegebied [recreatiegebied] ;

- één of meerdere malen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan en/of te schoppen en/of

- (vervolgens) terwijl die [benadeelde partij 2] op de grond lag, één of meerdere malen in/op/tegen het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan en/of te schoppen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4:

hij op of omstreeks 21 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , (auto)sleutels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door één of meerdere malen in/op/tegen het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan en/of te schoppen;

Feit 5:

hij op of omstreeks 13 maart 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , een geldbedrag en/of (auto)sleutels en/of een mobiel, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan de heimelijk opererende opsporingsambtenaar met het Snapchataccount [snapchataccount] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/ of te doen volgen van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen [snapchataccount] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

- met die [snapchataccount] heeft afgesproken bij het recreatiegebied [recreatiegebied] en/ of

- zich met een ijzeren pijp en/of met gezichtsbedekking heeft verschuild en/of

- met geheven ijzeren pijp richting de ter plaatse komende [snapchataccount] en/ of andere opsporingsambtenaren heeft bewogen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle vijf ten laste gelegde feiten, te weten de pogingen tot het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade van de slachtoffers [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , de diefstallen met geweld in vereniging van goederen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en de poging tot diefstal met geweld in vereniging van geld en goederen van de heimelijk opererende opsporingsambtenaar met Snapchataccount [snapchataccount] . Daarbij heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van feit 5 partieel dient te worden vrijgesproken van het bewegen met geheven pijp richting de opsporingsambtenaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarbij de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder feit 5 ten laste gelegde met geheven pijp bewegen richting de opsporingsambtenaar.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij op 12 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door:

- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 1] in of nabij recreatiegebied [recreatiegebied] ;

- meerdere malen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en te schoppen en

- terwijl die [benadeelde partij 1] op de grond ligt, meerdere malen tegen het hoofd en lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en te schoppen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op 12 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , sleutels en een telefoon, die geheel aan [benadeelde partij 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door meerdere malen tegen het hoofd en lichaam van die [benadeelde partij 1] te slaan en te schoppen;

Feit 3:

hij op 21 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 2] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door:

- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 2] in of nabij recreatiegebied [recreatiegebied] ;

- meerdere malen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan en te schoppen en

- terwijl die [benadeelde partij 2] op de grond lag, meerdere malen tegen het hoofd en lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4:

hij op 21 januari 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , autosleutels, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door meerdere malen tegen het hoofd en lichaam van die [benadeelde partij 2] te slaan en te schoppen;

Feit 5:

hij op 13 maart 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten [openbare weg] , een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan de heimelijk opererende opsporingsambtenaar met het Snapchataccount [snapchataccount] , toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en deze voorgenomen diefstal te doen vergezellen van tegen [snapchataccount] , te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

- met die [snapchataccount] heeft afgesproken bij het recreatiegebied [recreatiegebied] en

- zich met een ijzeren pijp en met gezichtsbedekking heeft verschuild,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van:

Feit 1 : medeplegen van poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

Feit 2: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De eendaadse samenloop van:

Feit 3 : medeplegen van poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

Feit 4 : diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 5 : poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot honderdvijftig (150) dagen jeugddetentie, waarvan honderdzesendertig (136) dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die hij in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee (2) jaren. Zij heeft verzocht aan het voorwaardelijk deel de bijzondere voorwaarden te verbinden – en deze dadelijk uitvoerbaar te verklaren – zoals geadviseerd door de Raad in zijn rapport van 27 augustus 2026, met uitzondering van de aanvankelijk door de Raad geadviseerde en ter zitting vervallen bijzondere voorwaarde van een drugsverbod. Daarnaast heeft zij een werkstraf gevorderd voor de duur van tweehonderd (200) uren, bij niet (naar behoren) verrichten te vervangen door honderd (100) dagen jeugddetentie. Tot slot heeft de officier van justitie verbeurdverklaring van de in beslag genomen telefoon van de verdachte gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit bij bewezenverklaring de verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie die wat betreft de duur van het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. Wat betreft de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de door de Raad ter zitting vervallen bijzondere voorwaarde van een drugsverbod. Volgens de verdediging kunnen de op te leggen bijzondere voorwaarden niet, zoals door de officier van justitie is gevorderd, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard gelet op het tijdsverloop en het lage recidiverisico. Ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde werkstraf van tweehonderd (200) uren heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Tot slot heeft de verdediging verzocht tot teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede door de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De aard en de ernst van de feiten De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte (en met anderen) schuldig gemaakt aan wat in de volksmond ook wel ‘pedohunting’ of ‘pedojagen’ wordt genoemd; een zorgelijke en volstrekt onacceptabele maatschappelijke ontwikkeling onder met name jongeren. De verdachten gingen bij de feiten nagenoeg steeds op dezelfde, vooraf bedachte, wijze te werk. Middels de app Snapchat werd door de verdachte contact gelegd met de toekomstige slachtoffers, waarbij hij zich voordeed als een minderjarige die een afspraak wilde maken voor seks. Die afspraak werd steeds gemaakt in of nabij het zelfde recreatiegebied, waarbij de verdachte als ‘lok’ diende om de beoogde slachtoffers verder het gebied in te lokken. Vervolgens kwam (onder meer) medeverdachte [medeverdachte] erbij om het ‘doelwit’ naar eigen zeggen van de verdachten “een lesje te leren omdat hij pedo is”. Hierbij werd vrijwel direct fors geweld gebruikt en flink gescholden. De slachtoffers zijn meermalen tegen het hoofd en het lichaam geslagen en geschopt, zelfs op de momenten dat zij al op de grond lagen. De foto’s en de medische verklaringen in het dossier laten zien dat de slachtoffers hierbij (fors) lichamelijk letsel hebben opgelopen. Naast dit fysieke letsel is ook sprake van psychisch letsel, nu de door de verdachten gepleegde handelingen voor de slachtoffers ingrijpend en zeer beangstigend zijn geweest. Uit de vorderingen tot schadevergoeding blijkt ook dat de gebeurtenissen een diepgaande impact op hen hebben gehad. Zo heeft slachtoffer [benadeelde partij 1] aangegeven dat hij tijdens de mishandeling bang was dat het anders zou aflopen en hij het wellicht niet meer zou kunnen navertellen. Daarnaast zijn tijdens de mishandelingen ook de sleutels van de slachtoffers, en bij het slachtoffer [benadeelde partij 1] ook zijn telefoon, weggenomen. Dat het incident op 13 maart 2025 bij een poging is gebleven komt omdat het beoogde slachtoffer een heimelijk opererende politieagent was.

Wat de verdachten hebben gedaan is voor eigen rechter spelen en dat neemt de rechtbank hen zeer kwalijk.

De feiten vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Ook veroorzaken deze feiten algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, zeker nu deze zich in het openbaar in een recreatiegebied hebben afgespeeld. De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan en hij verdient hiervoor dan ook een straf.

Persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 22 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van de Raad van 27 augustus 2026, opgesteld door [naam] , en het door de jeugdreclassering opgestelde evaluatierapport van 20 augustus 2026, opgesteld door [naam] . De Raad heeft geadviseerd om in geval van een veroordeling de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Daarbij heeft hij geadviseerd om bijzondere voorwaarden op te leggen, te weten een meldplicht bij de jeugdreclassering, de verplichting mee te werken aan begeleiding door een IFA-coach, aan een (psychologisch) onderzoek en/of behandeling door De Waag, aan begeleiding en/of behandeling door De Brijder en het meewerken aan het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding. De Raad heeft in zijn rapport tevens geadviseerd om als bijzondere voorwaarde een drugsverbod op te leggen, maar heeft deze voorwaarde ter zitting laten vervallen. Daarnaast heeft de Raad geadviseerd om een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen.

De straffen Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat in beginsel geen andere straf op zijn plaats is dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Echter, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie langer dan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht niet op zijn plaats. De rechtbank zal daarom de jeugddetentie in een deels voorwaardelijke vorm aan de verdachte opleggen.

De rechtbank overweegt daartoe dat uit de overgelegde rapportages en wat op de zitting is besproken blijkt dat de verdachte de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Zo heeft hij afstand genomen van zijn eerdere antisociale vriendenkring en heeft hij, na enkele pogingen om zijn school te hervatten, sinds maart 2026 een fulltime baan op een plek waar hij het naar zijn zin heeft en wil blijven werken. Hij stelt zich open en meewerkend op richting de IFA-coaching en de ouders merken dat hij rustiger is. Het blijft echter een zorg dat de verdachte is teruggevallen in drugsgebruik; na diverse pogingen te stoppen blowt hij weer dagelijks. Positief is dat hij hulpverlening vanuit De Brijder aanvaardt. Voorts zijn er zorgen over de invulling van zijn vrije tijd. Deze zorgen alsook het feit dat zijn fulltime baan nog pril is, maken dat zowel de Raad als de jeugdreclassering voortzetting van de ingezette hulpverlening en toezicht op zijn ontwikkeling nodig achten. In het rapport heeft de Raad verder aangegeven zich zorgen te maken over de manier waarop de verdachte reflecteert op zijn delictgedrag, echter is deze houding ter zitting genuanceerd. Desondanks is het volgens de Raad en de jeugdreclassering nodig dat meer zicht komt op de achterliggende motieven die hebben gemaakt dat de verdachte is overgegaan tot de strafbare feiten. De verdachte is reeds aangemeld bij De Waag en het traject start op zeer korte termijn.

Gelet op de positieve lijn en het belang dat deze ontwikkeling van de verdachte niet wordt doorbroken, is de rechtbank van oordeel dat het onwenselijk is dat hij zou moeten terugkeren naar de jeugdgevangenis. Hierbij heeft de rechtbank ook laten meewegen dat de verdachte veertien (14) dagen in voorarrest heeft gezeten en zich daarna lange tijd aan meerdere ingrijpende schorsingsvoorwaarden heeft moeten houden. Ook heeft de rechtbank in het voordeel van de verdachte meegenomen dat inmiddels anderhalf jaar is verstreken sinds het plegen van de feiten en daardoor de redelijke termijn van berechting in zijn strafzaak (licht) is overschreden. De rechtbank zal het onvoorwaardelijke gedeelte van de jeugddetentie daarom gelijkstellen aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Wat betreft de duur van het voorwaardelijk deel heeft de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat hij ten aanzien van alle bewezen verklaarde feiten een initiërende en leidende rol heeft gehad, lange tijd actief bezig is geweest met de voorbereidingen hiervan, hij anderen hierbij heeft betrokken en hij de meest agressieve van de daders is geweest.

Tot slot ziet de rechtbank in de ernst en het aantal van de bewezen verklaarde feiten in combinatie met de overweging om de verdachte niet terug te sturen naar de jeugdgevangenis aanleiding om daarnaast een forse onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. De rechtbank overweegt daartoe het van belang te vinden dat de verdachte de directe gevolgen van zijn handelen ondervindt door, naast zijn werk, tijd te besteden aan het verrichten van onbetaalde arbeid. Wat betreft de hoogte van de werkstraf zal deze aanzienlijk zijn, maar van kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft hierbij meegenomen dat de verdachte fulltime werkt en zich gedurende de proeftijd aan meerdere bijzondere voorwaarden moet houden die tijd en een actieve inzet van hem vragen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie voor de duur van honderdvijftig (150) dagen moet worden opgelegd met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan, groot honderdzesendertig (136) dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, om de verdachte te weerhouden zich voor het einde van de proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank zal aan dit voorwaardelijk deel behalve de algemene voorwaarden aan de verdachte ook de volgende bijzondere voorwaarden verbinden: het houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, het meewerken aan begeleiding door een IFA-coach, aan een (psychologisch) onderzoek en/of behandeling door De Waag, aan begeleiding en/of behandeling door De Brijder en het meewerken aan het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van honderdveertig (140) uren moet worden opgelegd.

Dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen, te weten [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] . De verdachte is sinds de incidenten weliswaar niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie, maar de rechtbank sluit niet uit dat de omstandigheid dat de verdachte zich gedurende de schorsingsperiode aan strikte voorwaarden heeft moeten houden, daarbij een rol heeft gespeeld. Daarbij komt dat de verdachte ter zitting heeft aangegeven dat hij wederom (dagelijks) blowt en dat hij geen zinvolle/constructieve invulling van zijn vrije tijd heeft. Met de Raad en de jeugdreclassering ziet de rechtbank dit als een grote zorg en dus als een risico op herhaling, nu de bewezen verklaarde feiten ook onder invloed van blowen en verveling hebben plaatsgevonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat oplegging van de bijzondere voorwaarden noodzakelijk is om de kans op recidive voldoende te kunnen indammen en dat er (zonder dit strafrechtelijke kader) ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom dergelijke misdrijven zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Voorlopige hechtenis

Gelet op de straffen die de rechtbank aan de verdachte zal opleggen, zal de rechtbank het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 STK GSM (met omschrijving: [omschrijving] ), verbeurd moet worden verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de onder 1, 3 en 5 bewezen verklaarde feiten met behulp van dat voorwerp, dat aan de verdachte toebehoort, is voorbereid.

De verdachte heeft ter zitting afstand gedaan van het onder hem in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 STK Pijp (met omschrijving: [omschrijving] ). Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank hierover geen beslissing hoeft te nemen.

7. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.961,97 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook is verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen. De gestelde schade bestaat uit:

Kosten eigen risico 2025 zorgverzekering CZ € 385,-

Kosten eigen bijdrage 2025 zorgverzekering CZ € 7,09

Kwijtgeraakte bril € 359,-

Weggenomen autosleutel € 354,38

Weggenomen huissleutels € 484,-

Weggenomen Samsung telefoon € 122,50Totaal materiële schade € 1.711,97

- Immateriële schade € 2.250,-

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor een totaalbedrag van € 3.961,97, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ook heeft zij de hoofdelijkheid gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze moet worden gematigd, omdat het fysieke letsel van de benadeelde partij op de lange termijn relatief is meegevallen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. Deze schadeposten kunnen dan ook volledig worden toegewezen, nu deze kosten voldoende zijn onderbouwd en door de verdediging niet zijn betwist.

Immateriële schade

Ook heeft de benadeelde partij een bedrag van € 2.250,- gevorderd aan immateriële schade.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, sub b, van het Burgerlijk Wetboek mogelijk onder meer als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen.

In dit geval staat vast dat de benadeelde partij fors lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de door de verdachte onder 1 en 2 gepleegde strafbare feiten, zoals een netvliesbeschadiging van het oog dat door middel van laserbehandeling moest worden verholpen en knieletsel waarvoor hij enkele maanden fysiotherapie heeft moeten volgen. Ook was de benadeelde partij tot twee weken na het incident niet in staat om te werken.

Uit de vordering van de benadeelde partij is tevens de ernst van de gevolgen gebleken. De benadeelde partij heeft aangegeven sinds het incident te zijn veranderd. Hij heeft de eerste maanden last gehad van angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid. Ook is hij alerter en voorzichtiger geworden en heeft hij last van herbelevingen.

Anders dan door de verdediging bepleit komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade van € 2.250,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, de bewezen verklaarde feiten en het verhandelde ter terechtzitting. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend en de Rotterdamse schaal.

Conclusie

Samengevat zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel toewijzen, te weten het totaalbedrag van € 3.961,97.

De vergoeding van het bedrag van € 1.319,88 aan materiële schade (de schadeposten van de kwijtgeraakte bril, de weggenomen telefoon, de weggenomen autosleutels en de weggenomen huissleutels) en de vergoeding van het bedrag van € 2.250,- aan immateriële schade worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2025, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

De vergoeding van het bedrag van € 392,09 aan materiële schade (de schadeposten van het eigen risico en de eigen bijdrage van de zorgverzekering) wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2025, te weten de datum van de indiening van de vordering tot schadevergoeding, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Hoofdelijk

Omdat de verdachte de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

Als gevolg van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten (kort gezegd: poging zware mishandeling met voorbedachten rade en diefstal met geweld) legt de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op, zodat de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 3.961,97 aan de Staat moet betalen, waarbij het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente:

over een bedrag van € 1.319,88 en een bedrag van € 2.250,- met ingang van 12 januari 2025 en

over een bedrag van € 392,09 met ingang van 9 mei 2025,

telkens tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.114,75 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook is verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen. De gestelde schade bestaat uit:

Kapotte trainingsbroek € 50,-

Reiskosten € 64,75

Totaal materiële schade € 114,75

- Immateriële schade € 1.000,-

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor een totaalbedrag van € 1.114,75, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ook heeft zij de hoofdelijkheid gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de materiële schade op het standpunt gesteld dat de gevorderde reiskosten niet kunnen worden toegewezen, omdat dit schade is die niet door de benadeelde partij zelf maar door zijn moeder is geleden. Wat betreft de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze moet worden gematigd, omdat het fysieke letsel van de benadeelde partij op de lange termijn relatief is meegevallen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat alle materiële schadeposten rechtstreeks voortvloeien uit de bewezen verklaarde feiten en ook voldoende zijn onderbouwd. Hierbij overweegt de rechtbank dat de gemaakte reiskosten kosten betreffen die de benadeelde partij aan zijn moeder zal moeten vergoeden en dus is deze ‘verplaatste schade’ ook schade die de benadeelde partij zelf heeft geleden. De materiële schade kan dan ook volledig worden toegewezen.

Immateriële schade

Ook heeft de benadeelde partij een bedrag van € 1.000,- gevorderd aan immateriële schade.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, sub b, van het Burgerlijk Wetboek mogelijk onder meer als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen.

In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de door de verdachte onder 3 en 4 gepleegde strafbare feiten, zoals een pijnlijke kaak, neus en knie.

Uit de vordering van de benadeelde partij en diens slachtofferverklaring is tevens de ernst van de gevolgen gebleken. De benadeelde partij heeft aangegeven sinds het incident angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid te ervaren. Ook heeft hij tot op de dag vandaag last van nachtmerries.

Anders dan door de verdediging bepleit komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade van € 1.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, de bewezen verklaarde feiten en het verhandelde ter terechtzitting. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend en de Rotterdamse schaal.

Conclusie

Samengevat zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel toewijzen, te weten het totaalbedrag van € 1.114,75.

De vergoeding van het bedrag van € 114,75 aan materiële schade en de vergoeding van het bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2025, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Hoofdelijk

Omdat de verdachte de onder 3 en 4 bewezen verklaarde feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

Als gevolg van de onder 3 en 4 bewezen verklaarde feiten (kort gezegd: poging zware mishandeling met voorbedachten rade en diefstal met geweld) legt de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op, zodat de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.114,75 aan de Staat moet betalen, waarbij het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2025 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 303 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen.

Beveelt dat van deze jeugddetentie, een gedeelte, groot 136 (honderdzesendertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

Geeft opdracht aan Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, zo vaak en zolang deze instelling dat noodzakelijk acht.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 140 (honderdveertig) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 70 (zeventig) dagen jeugddetentie.

Verklaart verbeurd:

1 STK GSM (Omschrijving: [omschrijving] ).

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.961,97 (drieduizend negenhonderd eenenzestig euro en zevenennegentig eurocent), bestaande uit € 1.711,97 materiële schade en € 2.250,- immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde partij 1] van dit toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijk rente:

telkens tot de dag van volledige betaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte ook in de kosten van de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.961,97 (drieduizend negenhonderd eenenzestig euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente

telkens tot de dag van volledige betaling, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 (nul) dagen gijzeling.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.114,75 (duizend honderdveertien euro en vijfenzeventig eurocent), bestaande uit € 114,75 materiële schade en € 1.000,- immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde partij 2] van dit toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijk rente over dit bedrag met ingang van 21 januari 2025, tot de dag van volledige betaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte ook in de kosten van de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.114,75 (duizend honderdveertien euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 21 januari 2025, tot de dag van volledige betaling, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 (nul) dagen gijzeling.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de mededader(s) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Beslissing over de voorlopige hechtenis

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.E. van der Veen, voorzitter, en tevens kinderrechter,

mr. W.C. Oosterbroek en mr. E.K.A. van den Bos, (kinder)rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.R. Mol,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2026.

mr. Van der Veen en mr. Van den Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. van der Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand