ECLI:NL:RBNHO:2026:13066

ECLI:NL:RBNHO:2026:13066

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-05-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/15/378049 / FA RK 26-2657 (beroep) C/1 5/378047 / TH ZA 26/4 (voorlopige voorziening)
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Wet tijdelijk huisverbod

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

voorzieningenrechter

Wet tijdelijk huisverbod

zaak-/rekestnummers: C/15/378049 / FA RK 26-2657 (beroep)

C/1 5/378047 / TH ZA 26/4 (voorlopige voorziening)

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), tevens uitspraak in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de Awb van 21 mei 2026

in de zaak van

[verzoeker] , verzoeker, tevens eiser,hierna te noemen: verzoeker,

wonende te [plaats] ,

thans zonder vaste verblijfplaats,

gemachtigde mr. K. van der Vlies, advocaat te Purmerend,

tegen

de burgemeester van de GEMEENTE PURMEREND, verweerder,

zetelende te Purmerend,

in welke zaak belanghebbende is:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende te [plaats] .

1. De procedure

Bij besluit van 16 mei 2026 heeft verweerder aan verzoeker een huisverbod als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod (hierna:Wth) en een contactverbod met de vrouw en hun drie minderjarige kinderen opgelegd voor de periode van 16 mei 2026 tot 26 mei 2026.

Tegen het van 16 mei 2026 (hierna: het bestreden besluit) heeft verzoeker bij brief van 18 mei 2026 beroep ingesteld en tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen, namelijk schorsen van het bestreden besluit en bepalen dat het bestreden besluit geen werking heeft totdat er op het beroep is beslist.

Verweerder heeft op 19 mei 2026 de volgende stukken ingediend:

de beschikking van de burgemeester van 16 mei 2026;

het formulier Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld van 16 mei 2026;

het proces-verbaal van bevindingen van de hulpofficier van justitie van 16 mei 2026;

de situatie ter plaatse van 16 mei 2026

het e-mailbericht van de gemeente Purmerend, met bijlagen van Veilig Thuis en de politie, van 21 mei 2026.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde;

verweerder, vertegenwoordigd door [jurist bezwaar en beroep] (jurist bezwaar en beroep) en [adviseur integrale veiligheid] (adviseur integrale veiligheid).

De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2. De beoordeling

juridisch kader

Op grond van artikel 2 van de Wth kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon als uit feiten of omstandigheden blijkt dat zijn aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.

Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

kortsluiten

Aangezien alle voor een beslissing relevante feiten en omstandigheden aan de orde zijn geweest, meent de voorzieningenrechter, partijen gehoord hebbende, dat nader onderzoek in dit geval redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen. Daarom zal de voorzieningenrechter gebruikmaken van de bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

bestreden besluit en aanvullende motivering

Verweerder heeft aan het bestreden besluit in de beschikking het volgende ten grondslag gelegd.“Alles afwegende zal de huisverbod opgelegd worden. Alles afwegende en in overleg met Veilig thuis word het tijdelijk huisverbod wel opgelegd. Veilig Thuis zal het gezin gaan begeleiden.”

Op grond van het rapport van bevindingen van de inspecteur van de hulpofficier van justitie van 16 mei 2026 en het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld van 16 mei 2026, heeft verweerder het bestreden besluit als volgt nader toegelicht. Op vrijdag 15 mei 2026 is bij de politie een melding van de buren binnengekomen van mogelijk huiselijk geweld. De vrouw heeft vervolgens bij de politie aangegeven dat zij bij haar keel en nek is gegrepen. Ook heeft de vrouw aangegeven dat ze is geslagen op haar achterhoofd. De politie zag ook rode strepen/afdrukken op haar lichaam en haar oor toonde rood. Verzoeker heeft aangeven dat hij de vrouw nooit pijn zal doen en haar niet geslagen heeft. De vrouw is volgens hem gestruikeld in de gang en gevallen over de schoenen. Verzoeker en de vrouw willen niet dat een tijdelijk huisverbod wordt opgelegd. Wel geeft de vrouw in een nader telefonisch gesprek onder meer aan dat zij bang is voor de man zijn onvoorspelbaarheid, hij vaker fysiek is geweest en hij hulp nodig heeft om hieruit te komen. Verweerder acht het van belang dat de vrouw in bescherming wordt genomen en de hulpverlening snel van start gaat. Daarnaast acht verweerder het zorgelijk dat verzoeker aangeeft dat de vrouw moet luisteren en dat hij alleen contact tussen de politie en de vrouw toestaat als hij dat goed vindt. Dit vergroot de zorgen rondom de veiligheid van de vrouw en de kinderen. Dit belang weegt zwaarder dan de naar voren gebrachte tegenargumenten.

Ter zitting heeft verweerder hieraan toegevoegd dat het tijdelijk huisverbod noodzakelijk is als afkoelingsperiode en om hulpverlening in te zetten, aangezien er sprake was van een ernstig onmiddellijk dreigend gevaar. Op 21 mei 2026 heeft een gesprek met verzoeker, de vrouw en Veilig Thuis plaatsgevonden om de benodigde hulpverlening te bespreken. Op 22 mei 2026 vindt nog een gesprek plaats met de jeugdbescherming.gronden verzoeker

De verzoeker heeft aangevoerd dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en tevens onzorgvuldig is genomen. Uit de beschikking en de daaraan ten grondslag gelegde motivering blijkt op geen enkele wijze wat precies het ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid zou zijn. Het enkele feit dat verzoeker is aangehouden op verdenking van huiselijk geweld – hetgeen hij overigens ontkent en daarbij een alternatieve gang van zaken heeft geschetst – is op zichzelf onvoldoende om het ernstig en onmiddellijk dreigend gevaar op te baseren. Daarnaast is in de beschikking geen belangenafweging gemaakt, terwijl dit een belangrijk onderdeel is van de afweging om wel of geen tijdelijk huisverbod op te leggen. Verzoeker en de vrouw wensen dat verzoeker direct naar huis komt. Verzoeker staat open voor hulpverlening en wil graag aan de relatie werken. Bovendien mist hij zijn kinderen enorm. Tot slot kan verzoeker nu niet in zijn levensonderhoud voorzien en is het voor hem stressvol of het hem lukt om een slaapplek te vinden.

Door en namens verzoeker is ter zitting hieraan toegevoegd dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van ernstig en onmiddellijk dreigend gevaar en dat een tijdelijk huisverbod noodzakelijk is. Hulpverlening kan ook worden opgestart zonder een tijdelijk huisverbod, nu verzoeker en de vrouw daarvoor openstaan.

oordeel voorzieningenrechter

Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en wat ter zitting naar voren is gebracht is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van een motiveringsgebrek aan het bestreden besluit. In het besluit is slechts weergegeven wat vermeld is onder 2.4. Niet blijkt uit het besluit waarom dit is genomen en wat de inhoud van de belangenafweging is geweest. De informatie van Veilig Thuis en de politie, waarvan verweerder zegt dat die ten grondslag ligt aan het besluit, is daarin niet weergegeven. Om die reden is het bestreden besluit in strijd met het in artikel 3:46 van de Awb neergelegde vereiste dat een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering. Het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit is reeds gelet op deze gebreken gegrond en het bestreden besluit wordt dan ook vernietigd. toepassing van artikel 8:72 van de Awb

De voorzieningenrechter ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bezien of de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand kunnen blijven, nu verzoeker in beroep voldoende in de gelegenheid is geweest zich over dat bestreden besluit en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden uit te laten en verweerder het bestreden besluit voldoende heeft kunnen toelichten.

Uit de inhoud van de overgelegde stukken en wat ter zitting naar voren is gebracht, waaronder de nadere onderbouwing van en toelichting op het bestreden besluit door verweerder, concludeert de voorzieningenrechter dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit sprake was een ernstig vermoeden dat de aanwezigheid van verzoeker in de echtelijke woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van de vrouw en de kinderen.

Uit de inhoud van de overgelegde stukken en wat ter zitting naar voren is gebracht, waaronder het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld van 16 mei 2026, concludeert de voorzieningenrechter dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit sprake was een ernstig vermoeden dat de aanwezigheid van de verzoeker in de echtelijke woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van de echtgenote en de kinderen. Dit vermoeden is gebaseerd op de melding van de buurvrouw, het gesprek met de vrouw en de waarnemingen van de politie. Daaruit blijkt dat zij hebben geconstateerd dat de vrouw rode afdrukken in haar hals en nek had alsof zij bij haar keel is gegrepen en dat haar rechteroor roodgekleurd was. Ook heeft de vrouw verklaard dat verzoeker haar bij de keel heeft vastgepakt en een klap op de achterkant van haar hoofd heeft gegeven. Verzoeker heeft tijdens transport verklaard dat hij haar met twee handen om haar nek heeft gepakt om haar tegen te houden. Dit alles kan worden bezien in het licht van eerdere meldingen van geweld met vergelijkbare inhoud en de verklaring van de vrouw dat zij bang is voor verzoeker en zijn onvoorspelbaarheid, dat hij een heel kort lontje heeft, dat hij vaker fysiek is geweest tegen haar en hij de kinderen weleens een tik geeft. De kinderen waren tijdens het incident ook in de woning, wat de situatie extra zorgelijk maakt. Een complicerende factor is dat verzoeker het geweld grotendeels blijft ontkennen, terwijl daar duidelijke aanwijzingen voor zijn. Op grond van het voorgaande concludeert de voorzieningenrechter dat verweerder bevoegd was om het bestreden besluit te nemen, dat het bestreden besluit ook op goede gronden is genomen, waarbij verweerder de belangenafweging in het nadeel van verzoeker heeft kunnen laten uitvallen. De omstandigheid dat de verzoeker geen andere slaapplek heeft en geen geld heeft voor de vergoeding van de gemeentelijke opvang, heeft verweerder bij het opleggen van een tijdelijk huisverbod niet van doorslaggevende betekenis hoeven vinden.

Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat het gevaar nog niet in voldoende mate geweken is. Aan de noodzakelijke hulpverlening voor het gezin wordt op dit moment gewerkt, maar deze is nog niet ingezet. Ook is niet gebleken van een veiligheidsplan. De voortduring van het huisverbod en contactverbod tot en met 26 mei 2026, 15.28 uur, is dan ook gerechtvaardigd. Het ligt echter wel op de weg van verweerder om de inzet van de hulpverlening voortvarend vorm te blijven geven en een veiligheidsplan te maken, op grond waarvan de veiligheid in het gezin in voldoende mate geborgd kan worden. Ook ligt het op de weg van verweerder om aan het einde van het huisverbod en contactverbod kritisch te beoordelen of verlenging daarvan nog gerechtvaardigd is en daarbij voldoende rekenschap te geven van de belangen van alle betrokkenen, dus ook van de drie kinderen.

Gelet hierop zal de voorzieningenechter de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand laten.

Nu de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, Awb onmiddellijk uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, brengt dat in dit mee dat verzoeker geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn verzoek om een voorlopige voorziening, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste en derde lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoeker heeft gemaakt en de gemeente Purmerend als rechtspersoon aanwijzen die de kosten moet vergoeden. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 1.868,- in verband met het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep (1 punt voor het verzoekschrift en het beroepschrift gezamenlijk – vanwege de samenhang van de zaken – en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, worden deze bedragen op grond van artikel 8:75, tweede lid, Awb betaald aan de rechtsbijstandverlener.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven tot en met 26 mei 2026 15.28 uur;

veroordeelt de verweerder in de proceskosten en wijst de gemeente Purmerend aan als de rechtspersoon die € 1.868,- dient te betalen aan de rechtsbijstandverlener van verzoeker in verband met de redelijkerwijs gemaakte proceskosten voor het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep gezamenlijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M.A. Bataille, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N.L. de Groot, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.

Tegen deze uitspraak, voor zover die ziet op het beroep, kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.M.A. Bataille

Griffier

  • mr. N.L. de Groot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand