ECLI:NL:RBNHO:2026:13104

ECLI:NL:RBNHO:2026:13104

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 81/073232-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Onderzoek Palatka. Valsheid in geschrift en witwassen. Procesafspraken. De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen van grote geldbedragen met behulp van buitenlandse vennootschappen en bankrekeningen voor het faciliteren van geldstromen. Veroordeling tot een geldboete van 2 miljoen euro.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 81/073232-22

Uitspraakdatum: 28 september 2026

Tegenspraak

verkort strafvonnis (art. 138b van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv))

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 juli 2022, 22 juni 2026 en 14 september 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie,

mr. R.W.J. Kerckhoffs en van hetgeen de verdachte en zijn raadslieden, mr. A.M.E. Nuyens, advocaat te Breda en mr. P.J. Draijer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1: het medeplegen van (gewoonte)witwassen van geldbedragen in de periode van 3 januari 2002 tot en met 2 mei 2019, door

feit 2: het medeplegen van valsheid in geschrift

feit 3: het medeplegen van valsheid in geschrift

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Procesafspraken

In deze zaak hebben het Openbaar Ministerie en de verdachte (via zijn raadslieden) procesafspraken gemaakt. Deze afspraken bevatten onder meer de gezamenlijke zienswijzen van de officier van justitie en de verdediging over de beoordeling van de ten laste gelegde feiten en de op te leggen straf.

De procesafspraken die aan de rechtbank zijn voorgelegd houden – kort gezegd – in dat:

Deze afspraken zijn tijdens de inhoudelijke behandeling op 22 juni 2026 besproken. Daarbij was een belangrijk element of de verdachte begreep wat de gemaakte afspraken inhielden en welke gevolgen deze voor hem en zijn strafzaak konden hebben. De verdachte heeft op de zitting bevestigd dat hij weloverwogen, voldoende geïnformeerd en vrijwillig ervoor heeft gekozen in te stemmen met de procesafspraken, en dat hij zich bewust is van de inhoud, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan.

Een aantal onduidelijkheden over de procesafspraken zijn ter zitting besproken en opgehelderd. Ook is onderwerp van gesprek geweest hoe zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging de verdere afdoening van de zaak voor zich zien indien de rechtbank tot een wezenlijk ander oordeel over de bewezenverklaring of de strafoplegging zou komen dan wat is overeengekomen in de procesafspraken, en wat ‘een wezenlijk ander oordeel’ voor hen inhoudt.

De officier van justitie en de verdediging hebben opgemerkt dat in geval van het toevoegen van een pleegplaats aan de overeengekomen bewezenverklaring geen sprake is van een wezenlijk ander oordeel over de bewezenverklaring. Er is ook geen sprake van een wezenlijk ander oordeel indien de rechtbank ten aanzien van feit 1 een lager geldbedrag bewezen acht dan in de overeengekomen bewezenverklaring staat vermeld. Over de strafoplegging heeft de officier van justitie opgemerkt dat als van de overeengekomen geldboete met meer dan 10% zou worden afgeweken, sprake is van een wezenlijk ander oordeel over de strafoplegging. De verdediging heeft opgemerkt dat als de overeengekomen geldboete met meer dan 10% zou worden overschreden, of indien de rechtbank een andere strafmodaliteit passend en geboden zou vinden, sprake is van een wezenlijk ander oordeel over de strafoplegging.

De voorzitter heeft de verdachte erop gewezen dat de in de overeenkomst opgenomen procesafspraak dat afstand wordt gedaan van het recht om hoger beroep in te stellen niet rechtsgeldig is en dat partijen dus wel het recht hebben om dat rechtsmiddel in te stellen. Wel is van belang dat de procesafspraken komen te vervallen in het geval hoger beroep wordt ingesteld.

Centraal bij het onderzoek op de zitting stond bovenal de beantwoording van de vragen van artikel 348 Sv en met name van artikel 350 Sv, meer in het bijzonder de vragen naar het bewijs en de straf.

Ook in dit vonnis staan de overwegingen over de artikelen 348 en 350 Sv voorop. Bij de bepaling van de straf en de motivering daarvan is ook aandacht voor de procesafspraken, waarbij de inhoud en de doorwerking van de procesafspraken worden besproken.

3. Voorvragen

De procesafspraken houden onder meer in dat de verdediging zal afzien van ontvankelijkheidverweren die verband houden met de inkeermelding bij de Belastingdienst door de verdachte. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding om te oordelen dat sprake is van een tijdige en rechtsgeldige inkeer die, met analogische toepassing van artikel 69 derde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), in de weg staat aan strafrechtelijke vervolging wegens (gewoonte)witwassen (vgl. HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:555 en gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16 maart 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:744).

Met inachtneming van het voorgaande heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de procesafspraken, gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

Door de verdediging is geen verweer gevoerd.

Bewijs

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van bewijsmiddelen die in het procesdossier zijn opgenomen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als er – ondanks de procesafspraken – toch hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

feit 1:

hij in de periode van 3 januari 2002 tot en met 2 mei 2019 op Bonaire en/of in Nederland en/of China en/of Verenigd Koninkrijk en/of in Zwitserland,

tezamen en in vereniging met anderen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders,

van geldbedragen, bestaande uit:

• meerdere geldbedragen met een totale waarde van 4.212.011 USD en 212.452 EUR afkomstig van [bedrijf 1] via [bedrijf 3] overgedragen aan [bedrijf 6] , en

• meerdere geldbedragen met een totale waarde van 3.012.669,50 EUR afkomstig van [bedrijf 2] via [bedrijf 4] en [bedrijf 5] overgedragen aan [bedrijf 6] ,

en

geldbedragen, bestaande uit:

• meerdere cash opgenomen geldbedragen met een totale waarde van 4.303.000 EUR en 92.000 CHF van de bankrekening van [bedrijf 6] , en

• meerdere geldbedragen met een totale waarde van 597.925 EUR en 300.000 USD afgeschreven van de bankrekening van [bedrijf 6] ,

van die geldbedragen de werkelijke aard, de herkomst en de verplaatsing hebben verborgen en verhuld en hebben verhuld wie de rechthebbenden op die geldbedragen waren,

terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 2:

hij in de periode van 21 januari 2005 tot en met 12 mei 2014 in Nederland en/of in Hong Kong,

tezamen en in vereniging met anderen,

meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten,

in totaal 36 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] , waaronder:

• de factuur met factuurnummer 2010/1020 d.d. 20 oktober 2010 met een factuurbedrag van 120.590 USD en

• de factuur met factuurnummer 2011/0607 d.d. 7 juni 2011 met een factuurbedrag van 151.375 USD en

• de factuur met factuurnummer 2012/1016 (1) d.d. 16 oktober 2012 met een factuurbedrag van 214.300 USD en

• de factuur met factuurnummer 2013/0528 d.d. 28 mei 2013 met een factuurbedrag van 138.105 USD en

• de factuur met factuurnummer 2014/0512 d.d. 12 mei 2014 met een factuurbedrag van 148.920 USD,

valselijk heeft opgemaakt,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders, telkens in strijd met de waarheid gefingeerde diensten en zogenaamd verschuldigde geldbedragen op die facturen opgenomen,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

feit 3

hij in de periode van 19 oktober 2006 tot en met 5 mei 2014 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

in totaal 34 facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] , waaronder:

• de factuur met factuurnummer 06-1114 d.d. 19 oktober 2006 met een factuurbedrag van 64.383,79 EUR en

• de factuur met factuurnummer 07-4030 d.d. 30 april 2007 met een factuurbedrag van 58.863,13 EUR en

• de factuur met factuurnummer 08-0428 d.d. 28 april 2008 met een factuurbedrag van 97.529,98 EUR en

• de factuur met factuurnummer 09-0415 d.d. 15 april 2009 met een factuurbedrag van 95.620,53 EUR en

• de factuur met factuurnummer 10-0419 d.d. 19 april 2010 met een factuurbedrag van 128.687,60 EUR en

• de factuur met factuurnummer 11-1904 d.d. 11 juli 2011 met een factuurbedrag van 123.675 EUR en

• de factuur met factuurnummer 12-4412 d.d. 25 oktober 2012 met een factuurbedrag van 152.625 EUR en

• de factuur met factuurnummer 13-2545 d.d. 27 mei 2013 met een factuurbedrag van 139.881,50 EUR en

• de factuur met factuurnummer 14-0025 d.d. 5 mei 2014 met een factuurbedrag van

129.470 EUR,

valselijk heeft opgemaakt,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders, telkens in strijd met de waarheid gefingeerde diensten en zogenaamd verschuldigde geldbedragen op die facturen opgenomen,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van een gewoonte maken van witwassen;

feit 2: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

6. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de procesafspraken, gevorderd de verdachte te veroordelen tot een geldboete van € 2.000.000,00.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Aard en ernst van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen van grote geldbedragen met behulp van buitenlandse vennootschappen en bankrekeningen voor het faciliteren van geldstromen. In opdracht van de verdachte zijn in totaal 70 facturen opgemaakt door [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ), gevestigd te Hong Kong en [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ), gevestigd te Londen, voor diensten die in werkelijkheid niet zijn geleverd. Deze valse facturen zijn voldaan door de werkmaatschappijen [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) en [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ), behorende tot het concern van de verdachte, op bankrekeningen van [bedrijf 3] en [bedrijf 4] . De ondernemingen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] behoren niet tot de concernstructuur van de bedrijven van de verdachte. Door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn deze factuurbedragen ten onrechte als kosten in mindering gebracht op hun belastbare resultaat in de vennootschapsbelasting. De verdachte heeft deze valse facturen opgemaakt met het doel om belasting te ontduiken. De factuurbedragen zijn vervolgens door [bedrijf 3] en [bedrijf 4] , na aftrek van commissie en kosten, overgemaakt naar de Zwitserse bankrekening van [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6] ), gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, waarvan de verdachte de Ultimate Beneficial Owner is. In die hoedanigheid had hij de feitelijke beschikkingsmacht over het vermogen van [bedrijf 6] en over de van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] onttrokken bedragen. Vanaf de bankrekening van [bedrijf 6] heeft de verdachte vervolgens grote geldbedragen contant opgenomen en overgeboekt naar zichzelf. De verdachte hield indirect een aandelenbelang in [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en heeft met het onttrekken van bedragen aan deze vennootschappen aanzienlijke inkomsten uit aanmerkelijk belang (verkapt dividend) genoten. Hij heeft deze inkomsten niet verantwoord als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2) in zijn aangiften inkomstenbelasting terwijl dit wel had gemoeten.

Het gaat om ernstige strafbare feiten. Het (gewoonte)witwassen van geld is een ondermijnende vorm van criminaliteit die het financiële en economische verkeer aantast. Valsheid in geschrift tast het vertrouwen aan dat men in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van stukken moet kunnen hebben. De verdachte, een vermogende man, had met het plegen van deze feiten kennelijk tot doel zichzelf op onrechtmatige wijze nog verder te verrijken.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 8 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de toelichting die de verdachte op de zitting heeft gegeven met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden, zoals zijn gezondheid.

Andere relevante factoren voor het bepalen van de straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en de straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het tijdsverloop sinds het begaan van de feiten en de hierna te bespreken andere omstandigheden zal de rechtbank geen gevangenisstraf maar een geldboete aan de verdachte opleggen.

Naar aanleiding van een inkeermelding bij de Belastingdienst op 4 mei 2016 heeft de verdachte op 12 oktober 2020 met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten. Voor zover het gaat om de met behulp van de valselijk opgemaakte facturen ten laste van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en ten behoeve van verdachte onttrokken bedragen, is volgens onderdeel 4.7 van die vaststellingsovereenkomst en de daarbij behorende bijlagen een totaalbedrag van € 6.961.903,00 alsnog in de heffing van de vennootschaps‐ en inkomstenbelasting betrokken. De verdachte heeft inmiddels alle verschuldigde vennootschaps‐ en inkomstenbelasting betaald.

Door de officier van justitie is naar voren gebracht dat als het strafrechtelijk onderzoek Boomtomaat tegen de verdachte niet had plaatsgevonden, onderhavige zaak hoogstwaarschijnlijk zou zijn afgedaan met een fiscale (bestuurlijke) boete. Als de zaak zou zijn afgedaan met een fiscale (bestuurlijke) boete, acht de rechtbank het aannemelijk dat een geldboete zou zijn opgelegd binnen de bandbreedte van € 2.300.000,00 en € 2.600.000,00. Hierbij neemt de rechtbank voor de berekening van de boetegrondslag het in de vaststellingsovereenkomst genoemde totaalbedrag van € 6.961.903,00 als uitgangspunt. Dit bedrag correspondeert met het bedrag dat volgens het eerste deel van de bewezenverklaring van feit 1 (medeplegen gewoontewitwassen) aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2] is onttrokken. Bij de berekening houdt de rechtbank voorts rekening met de in de bewezenverklaarde periode geldende tarieven in de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting (box 2) (samen effectief circa 45-50 procent, hetgeen een boetegrondslag zou opleveren tussen de € 3,1 miljoen en € 3,45 miljoen) en het bepaalde in de artikelen 67d en 67e AWR, op grond waarvan een bestuurlijke vergrijpboete kan worden opgelegd van ten hoogste 100 procent van het bedrag van de (navorderings)aanslag (de boetegrondslag). In geval van opzet pleegt een vergrijpboete van 50 procent van de boetegrondslag te worden opgelegd (paragraaf 25.2 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst). Indien echter sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning, kan er aanleiding bestaan de bestuurlijke vergrijpboete te verhogen tot het wettelijk maximum van 100 procent van de boetegrondslag (paragraaf 8.8 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst). Voor het in aanmerking nemen van een dergelijke strafverzwarende omstandigheid zou naar het oordeel van de rechtbank aanleiding zijn geweest indien de zaak bestuursrechtelijk was afgedaan. In de procesafspraken is in dit verband uitgegaan van een boete van 75 procent, hetgeen de rechtbank gelet op het voorgaande begrijpelijk acht. Bij een boetepercentage van 75% van de boetegrondslag (tussen de € 3,1 miljoen en 3,45 miljoen), zou de bestuurlijke boete tussen de € 2,3 miljoen en 2,6 miljoen bedragen.

Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat door het maken van procesafspraken de verdachte heeft meegewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot efficiëntere rechtspleging heeft geleid. De behandeling van de strafzaak tijdens het onderzoek ter zitting is voortvarend verlopen, omdat als gevolg van de procesafspraken bijvoorbeeld geen verweren zijn gevoerd met betrekking tot de inkeermelding bij de Belastingdienst door de verdachte en met betrekking tot het gebruik van documenten die mogelijk onder het verschoningsrecht van de advocaat vallen en groot beslag kunnen leggen op de schaarse zittingstijd. Bovendien wordt door naleving van de overeenkomst een hoger beroep voorkomen. Dit levert tijdswinst op en bespaart kostbare zittingscapaciteit. Naast deze proceseconomische belangen zorgt deze procedure er ook voor dat het vonnis eerder onherroepelijk is en de boete sneller kan worden geïnd. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij. Een “korting” op de straf is daarom gerechtvaardigd. De straf die door de procespartijen is voorgesteld valt binnen de bandbreedte van 1/3 onder de straf die eigenlijk zou zijn opgelegd. Een dergelijke bandbreedte wordt in de rechtspraak als reëel en acceptabel beschouwd.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Het uitgangspunt is een redelijke termijn van twee jaar waarbinnen een eindvonnis wordt uitgesproken. Deze termijn is in deze zaak gaan lopen op het moment dat de dagvaarding tegen de verdachte is uitgebracht op 28 april 2022. Omdat het eindvonnis op 28 september 2026 wordt gewezen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en vijf maanden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen. De rechtbank is daarom van oordeel dat dit zou moeten leiden tot een matiging van de op te leggen straf.

Conclusie

Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie – en daarmee de in de procesafspraken overeengekomen geldboete – in deze zaak als een passende straf wordt beschouwd. De rechtbank legt daarom aan de verdachte een geldboete van € 2.000.000,00 op.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 23, 24c, 47, 57, 63, 225, 420ter van het Wetboek van Strafrecht,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 2.000.000,00 (zegge: twee miljoen euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 360 (driehonderdzestig) dagen hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C.J. Lommen, voorzitter,

mr. A.A. Fase en mr. J.M. Jongkind, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Dommershuijzen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 september 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

feit 1:

Witwassen (pv nummer: LERED17004-534)

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2002 tot en met 2 mei 2019, te Amsterdam en/of Lijnden en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Londen en/of Genève en/of Charlotte en/of de Britse Maagdeneilanden en/of op Bonaire en/of op Curaçao en/of in Hong Kong, althans in Nederland en/of China en/of Verenigd Koninkrijk en/of in Zwitserland en/of de Verenigde Staten van Amerika,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

(telkens) één of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp(en), bestaande uit:

• een of meer(dere) geldbedrag(en) / voorwerp(en) met een totale waarde van ca. 4.212.011 USD en 212.452 EUR afkomstig van [bedrijf 1] via [bedrijf 3] overgedragen aan [bedrijf 6] (PV 765), en/of

• een of meer(dere) geldbedrag(en) / voorwerp(en) met een totale waarde van ca. 117.113 GBP en 3.012.669,50 EUR (te weten het totaalbedrag van 3.293.864 EUR verminderd met een bedrag van 281.194,50 EUR) afkomstig van [bedrijf 2] via [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] overgedragen aan [bedrijf 6] (PV 587),

en/of

(telkens) één of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp (en), bestaande uit:

• een of meer(dere) cash opgenomen geldbedrag(en) / voorwerp(en) met een totale waarde van ca. 4.303.000 EUR (te weten het totaalbedrag van 4.323.452,- EUR verminderd met een bedrag van 20.451,68 EUR) en/of 92.000 CHF van de bankrekening van [bedrijf 6] (PV 746), en/of

• een of meer(dere) geldbedrag(en) / voorwerp (en) met een totale waarde van ca. 597.925 EUR en/of 300.000 USD afgeschreven van de bankrekening van [bedrijf 6] (PV 732),

voorhanden gehad en/of verworven en/of omgezet en/of overgedragen en/of van dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp (en) gebruik gemaakt,

en/of

van dat/die geldbedrag(en)/voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) voorhanden had (den),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;

feit 2:

Valse facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (PV 382):

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2005 tot en met 12 mei 2014 te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden, althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Hong Kong,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer(dere) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een betalingsverplichting van de klant aan de leverancier, althans een of meer(dere), facturen, te weten (PV 1010),

in totaal ongeveer 36 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (PV 382), waaronder (onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 2010/1020 d.d. 20 oktober 2010 met een factuurbedrag van 120.590 USD (D-220), en/of

• de factuur met factuurnummer 2011/0607 d.d. 7 juni 2011 met een factuurbedrag van 151.375 USD (D-088), en/of

• de factuur met factuurnummer 2012/1016 (1) d.d. 16 oktober 2012 met een factuurbedrag van 214.300 USD (D-092), en/of

• de factuur met factuurnummer 2013/0528 d.d. 28 mei 2013 met een factuurbedrag van 138.105 USD (D-096), en/of

• de factuur met factuurnummer 2014/0512 d.d. 12 mei 2014 met een factuurbedrag van 148.920 USD (D-099),

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen op die facturen / factuur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of laten opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2005 tot en met 18 juli 2014, te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Hong Kong,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een of meer) valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) deze echt en onvervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, een of meer(dere) facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 36 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (PV 382), waaronder (onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 2010/1020 d.d. 20 oktober 2010 met een factuurbedrag van 120.590 USD (D-220), en/of

• de factuur met factuurnummer 2011/0607 d.d. 7 juni 2011 met een factuurbedrag van 151.375 USD (D-088), en/of

• de factuur met factuurnummer 2012/1016 (1) d.d. 16 oktober 2012 met een factuurbedrag van 214.300 USD (D-092), en/of

• de factuur met factuurnummer 2013/0528 d.d. 28 mei 2013 met een factuurbedrag van 138.105 USD (D-096), en/of

• de factuur met factuurnummer 2014/0512 d.d. 12 mei 2014 met een factuurbedrag van 148.920 USD (D-099),

ter uitbetaling doorgestuurd en/of in de (bedrijfs)administratie(s) opgenomen en/of (laten) betalen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hieruit dat op de die facturen (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen waren vermeld en/of opgenomen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 3] in of omstreeks de periode van 21 januari 2005 tot en met 12 mei 2014, te

Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Hong Kong,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer(dere) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een betalingsverplichting van de klant aan de leverancier, althans een of meer(dere), facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 36 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (PV 382), waaronder (onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 2010/1020 d.d. 20 oktober 2010 met een factuurbedrag van 120.590 USD (D-220), en/of

• de factuur met factuurnummer 2011/0607 d.d. 7 juni 2011 met een factuurbedrag van 151.375 USD (D-088), en/of

• de factuur met factuurnummer 2012/1016 (1) d.d. 16 oktober 2012 met een factuurbedrag van 214.300 USD (D-092), en/of

• de factuur met factuurnummer 2013/0528 d.d. 28 mei 2013 met een factuurbedrag van 138.105 USD (D-096), en/of

• de factuur met factuurnummer 2014/0512 d.d. 12 mei 2014 met een factuurbedrag van 148.920 USD (D-099),

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen op die facturen / factuur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of laten opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte op voornoemde tijd en plaats (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

en/of

[bedrijf 3] in of omstreeks de periode van 21 januari 2005 tot en met 18 juli 2014, te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Hong Kong,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een of meer) valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) deze echt en onvervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, een of meer(dere) facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 36 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (PV 382), waaronder (onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 2010/1020 d.d. 20 oktober 2010 met een factuurbedrag van 120.590 USD (D-220), en/of

• de factuur met factuurnummer 2011/0607 d.d. 7 juni 2011 met een factuurbedrag van 151.375 USD (D-088), en/of

• de factuur met factuurnummer 2012/1016 (1) d.d. 16 oktober 2012 met een factuurbedrag van 214.300 USD (D-092), en/of

• de factuur met factuurnummer 2013/0528 d.d. 28 mei 2013 met een factuurbedrag van 138.105 USD (D-096), en/of

• de factuur met factuurnummer 2014/0512 d.d. 12 mei 2014 met een factuurbedrag van 148.920 USD (D-099),

ter uitbetaling doorgestuurd en/of in de (bedrijfs)administratie(s) opgenomen en/of (laten) betalen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hieruit dat op de die facturen (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld) bedragen waren vermeld en/of opgenomen,

tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte op voornoemde tijd en plaats (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

feit 3

Valse facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] (PV 433)

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2006 tot en met 5 mei 2014 te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden en/of Londen, althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Engeland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer(dere) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een betalingsverplichting van de klant aan de leverancier, althans een of meer(dere), facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 34 facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] (PV 433), waaronder

(onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 06-1114 d.d. 19 oktober 2006 met een factuurbedrag van 64.383,79 EUR (D-355), en/of

• de factuur met factuurnummer 07-4030 d.d. 30 april 2007 met een factuurbedrag van 58.863,13 EUR (D-359), en/of

• de factuur met factuurnummer 08-0428 d.d. 28 april 2008 met een factuurbedrag van 97.529,98 EUR (D-363), en/of

• de factuur met factuurnummer 09-0415 d.d. 15 april 2009 met een factuurbedrag van 95.620,53 EUR (D-367), en/of

• de factuur met factuurnummer 10-0419 d.d. 19 april 2010 met een factuurbedrag van 128.687,60 EUR (D-371), en/of

• de factuur met factuurnummer 11-1904 d.d. 11 juli 2011 met een factuurbedrag van 123.675 EUR (D-222), en/of

• de factuur met factuurnummer 12-4412 d.d. 25 oktober 2012 met een factuurbedrag van 152.625 EUR (D-339), en/of

• de factuur met factuurnummer 13-2545 d.d. 27 mei 2013 met een factuurbedrag van 139.881,50 EUR (D-109), en/of

• de factuur met factuurnummer 14-0025 d.d. 5 mei 2014 met een factuurbedrag van

129.470 EUR (D-113),

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen op die facturen / factuur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of laten opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2006 tot en met 16 juli 2014 te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden en/of Londen, althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Engeland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een of meer) valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) deze echt en onvervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, een of meer(dere) facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 34 facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] (PV 433), waaronder

(onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 06-1114 d.d. 19 oktober 2006 met een factuurbedrag van 64.383,79 EUR (D-355), en/of

• de factuur met factuurnummer 07-4030 d.d. 30 april 2007 met een factuurbedrag van 58.863,13 EUR (D-359), en/of

• de factuur met factuurnummer 08-0428 d.d. 28 april 2008 met een factuurbedrag van 97.529,98 EUR (D-363), en/of

• de factuur met factuurnummer 09-0415 d.d. 15 april 2009 met een factuurbedrag van 95.620,53 EUR (D-367), en/of

• de factuur met factuurnummer 10-0419 d.d. 19 april 2010 met een factuurbedrag van 128.687,60 EUR (D-371), en/of

• de factuur met factuurnummer 11-1904 d.d. 11 juli 2011 met een factuurbedrag van 123.675 EUR (D-222), en/of

• de factuur met factuurnummer 12-4412 d.d. 25 oktober 2012 met een factuurbedrag van 152.625 EUR (D-339), en/of

• de factuur met factuurnummer 13-2545 d.d. 27 mei 2013 met een factuurbedrag van 139.881,50 EUR (D-109), en/of

• de factuur met factuurnummer 14-0025 d.d. 5 mei 2014 met een factuurbedrag van 129.470 EUR (D-113),

ter uitbetaling doorgestuurd en/of in de (bedrijfs)administratie(s) opgenomen en/of (laten) betalen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hieruit dat op de die facturen (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen waren vermeld en/of opgenomen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 4] in of omstreeks de periode van 19 oktober 2006 tot en met 5 mei 2014 te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden en/of Londen, althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Engeland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer(dere) geschrift (en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een betalingsverplichting van de klant aan de leverancier, althans een of meer(dere), facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 34 facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] (PV 433), waaronder

(onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 06-1114 d.d. 19 oktober 2006 met een factuurbedrag van 64.383,79 EUR (D-355), en/of

• de factuur met factuurnummer 07-4030 d.d. 30 april 2007 met een factuurbedrag van 58.863,13 EUR (D-359), en/of

• de factuur met factuurnummer 08-0428 d.d. 28 april 2008 met een factuurbedrag van 97.529,98 EUR (D-363), en/of

• de factuur met factuurnummer 09-0415 d.d. 15 april 2009 met een factuurbedrag van 95.620,53 EUR (D-367), en/of

• de factuur met factuurnummer 10-0419 d.d. 19 april 2010 met een factuurbedrag van 128.687,60 EUR (D-371), en/of

• de factuur met factuurnummer 11-1904 d.d. 11 juli 2011 met een factuurbedrag van 123.675 EUR (D-222), en/of

• de factuur met factuurnummer 12-4412 d.d. 25 oktober 2012 met een factuurbedrag van 152.625 EUR (D-339), en/of

• de factuur met factuurnummer 13-2545 d.d. 27 mei 2013 met een factuurbedrag van 139.881,50 EUR (D-109), en/of

• de factuur met factuurnummer 14-0025 d.d. 5 mei 2014 met een factuurbedrag van 129.470 EUR (D-113),

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen op die facturen / factuur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of laten opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte op voornoemde tijd en plaats (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

en/of

[bedrijf 4] in of omstreeks de periode van 19 oktober 2006 tot en met 16 juli 2014 te Amsterdam en/of gemeente Haarlemmermeer en/of Lijnden en/of Londen, althans in Nederland en/of op Bonaire en/of in Engeland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een of meer) valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) deze echt en onvervalst,

immers heeft/heb ben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, een of meer(dere) facturen, te weten (PV 1010):

in totaal ongeveer 34 facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] (PV 433), waaronder

(onder andere) (in elk geval):

• de factuur met factuurnummer 06-1114 d.d. 19 oktober 2006 met een factuurbedrag van 64.383,79 EUR (D-355), en/of

• de factuur met factuurnummer 07-4030 d.d. 30 april 2007 met een factuurbedrag van 58.863,13 EUR (D-359), en/of

• de factuur met factuurnummer 08-0428 d.d. 28 april 2008 met een factuurbedrag van 97.529,98 EUR (D-363), en/of

• de factuur met factuurnummer 09-0415 d.d. 15 april 2009 met een factuurbedrag van 95.620,53 EUR (D-367), en/of

• de factuur met factuurnummer 10-0419 d.d. 19 april 2010 met een factuurbedrag van 128.687,60 EUR (D-371), en/of

• de factuur met factuurnummer 11-1904 d.d. 11 juli 2011 met een factuurbedrag van 123.675 EUR (D-222), en/of

• de factuur met factuurnummer 12-4412 d.d. 25 oktober 2012 met een factuurbedrag van 152.625 EUR (D-339), en/of

• de factuur met factuurnummer 13-2545 d.d. 27 mei 2013 met een factuurbedrag van 139.881,50 EUR (D-109), en/of

• de factuur met factuurnummer 14-0025 d.d. 5 mei 2014 met een factuurbedrag van 129.470 EUR (D 113),

ter uitbetaling doorgestuurd en/of in de (bedrijfs)administratie(s) opgenomen en/of (laten) betalen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hieruit dat op de die facturen (telkens) in strijd met de waarheid (gefingeerde) diensten en/of werkzaamheden en/of (zogenaamd verschuldigde) (geld)bedragen waren vermeld en/of opgenomen,

tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte op voornoemde tijd en plaats (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand