RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11646784 \ CV EXPL 25-2342
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] 2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
American Airlines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Dallas/Fort Worth International Airport (Verenigde Staten) naar Cancún Airport (Mexico), met de vluchtcombinatie AA221 en AA2650.
De vervoerder heeft vlucht AA221 van Amsterdam naar Dallas (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraagde aankomst van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De passagiers stellen dat zij door de vervoerder (proactief) zijn omgeboekt op een vlucht van 23 juli 2024, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. Zij hebben hun stelling echter niet onderbouwd. Dit had wel op hun weg gelegen.
Daarentegen heeft de vervoerder namelijk aangevoerd dat de passagiers zijn vervoerd aan boord van de door hen geboekte vlucht(en) en dat zij met een vertraging van 1 uur en 3 minuten in Cancún zijn aangekomen. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft hij onder meer (een) screenshot(s) van de ‘Passenger Name Record’ en het vluchtrapport van vlucht AA2650 overgelegd. Hiermee heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat sprake is van een vertraging op de eindbestemming van minder dan drie uur. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om de passagiers te veroordelen in de werkelijke proceskosten. Het niet aanleveren van bewijsstukken kan naar het oordeel van de kantonrechter niet als misbruik van procesrecht dan wel onrechtmatig handelen worden aangemerkt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter