RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11610611 \ CV EXPL 25-1947
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Tijdens de ‘final walk around’ werden sporen van blikseminslag waargenomen. Daarom mocht de vlucht niet direct vertrekken. Dit betoog van de vervoerder slaagt. Na aftrek van de daardoor ontstane vertraging resteert een (aankomst)vertraging van minder dan drie uur. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 31 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Caïro International Airport (Egypte), met vlucht MS758 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Volgens de vervoerder is het toestel dat de vlucht zou uitvoeren 3 uur en 16 minuten later dan oorspronkelijk gepland aangekomen in Caïro. Deze vertraging is onder meer veroorzaakt door een (onderzoek naar een) defect aan het toestel als gevolg van blikseminslag (delay code 41) tijdens de voorgaande vlucht (MS757 Caïro – Amsterdam) en daaruit voortvloeiende beperkingen door de luchtverkeersleiding (delay code 81). Ter onderbouwing van zijn verweer heeft de vervoerder onder meer een ‘Technical Delay Report’ overgelegd. Voor het overige wordt geen beroep gedaan op een buitengewone omstandigheid.
AirHelp betwist dit. Zij voert namelijk onder meer aan dat het overgelegde inspectierapport niet ziet op de vlucht, maar op vlucht MS758 van 30 juli 2024. Daarnaast is er geen vluchtrapport overgelegd. Daarom kan niet worden vastgesteld welke omstandigheden hebben geleid tot de vertraging van de vlucht. Ook staat delay code 41 niet voor schade als gevolg van een blikseminslag, maar voor onderhoud. Daarom is niet uit te sluiten dat er een technisch mankement aan de vertraging ten grondslag heeft gelegen, aldus AirHelp.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat het toestel tijdens vlucht MS757 op 31 juli 2024 is getroffen door de bliksem. Blikseminslag (en de daarop volgende verplichte procedure) is een van buiten komende omstandigheid, welke hij niet had kunnen voorkomen. AirHelp heeft de vertraging wegens delay code 81 niet anderszins betwist. Bovendien kon het toestel ook niet eerder vertrekken, omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd. Daarom is de vertraging voor de duur van 3 uur en 1 minuut het gevolg van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden maar ook door andere omstandigheden, moet de vertraging die valt toe te rekenen aan de buitengewone omstandigheden worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de vlucht. Gelet op het voorgaande moet de totale aankomstvertraging van 3 uur en 16 minuten worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheden te wijten is, namelijk 3 uur en 1 minuut. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter