RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/060621-24 (P)
Uitspraakdatum: 29 september 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 september 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. B.R. Koenders en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 november 2023 tot en met 12 november 2023 te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH) en/of in Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- met die [benadeelde 2] af te spreken in de woning aan de [adres 2] en/of
- ( vervolgens) die [benadeelde 2] op de grond te duwen en/of een machinegeweer, althans een op een machinegeweer gelijkend voorwerp op die [benadeelde 2] te richten en/of
- de armen en benen van die [benadeelde 2] aan elkaar vast te binden en/of een zak over zijn hoofd te trekken en/of
- meerdere malen een machinegeweer, althans een op een machinegeweer gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [benadeelde 2] te richten en/of
- die [benadeelde 2] (onder dwang) in zijn eigen auto te plaatsen en/of deze te vervoeren en/of
- die [benadeelde 2] (na enige tijd) te dwingen uit de auto te stappen.
Feit 2
hij op of omstreeks 11 november 2023 te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge (van het merk Salvatora Ferragamo) en/of 2, althans een of meerdere telefoons (van het merk Apple) en/of een geldbedrag (circa € 500 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [benadeelde 2] op de grond te duwen en/of een machinegeweer, althans een op een machinegeweer gelijkend voorwerp op die [benadeelde 2] te richten.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Standpunten van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De verdachte ontkent beide feiten. De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsman – kort gezegd – aangevoerd dat de persoon die ten tijde van de ten laste gelegde gedragingen de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] was, niet als medepleger kan worden aangemerkt. Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat dit telefoonnummer ten tijde van de ten laste gelegde gedragingen in gebruik was bij de verdachte. Daarnaast heeft de raadsman naar voren gebracht dat niet met voldoende zekerheid kan worden gesteld dat het aangetroffen DNA op de rechter achterruit van de auto van de aangever afkomstig is van de verdachte, nu niet is onderzocht of het DNA afkomstig kan zijn van een aan de verdachte verwant persoon, terwijl het dossier wel aanwijzingen bevat voor dat scenario. Indien de rechtbank van oordeel is dat het DNA afkomstig is van de verdachte, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat niet uitgesloten kan worden dat sprake is van (secundaire) overdracht van DNA.
Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Inleiding
Op 12 november 2023 krijgt de politie de melding te gaan naar Delft, omdat er een persoon van zijn vrijheid zou zijn beroofd en hem met (bedreiging van) geweld goederen afhandig zouden zijn gemaakt. In de daaropvolgende aangifte heeft de aangever, [benadeelde 1], over deze gebeurtenissen kort gezegd verklaard dat dat hij op 11 november 2023 rond 18:30 uur een zakelijke afspraak had met [medeverdachte] in een woning in Egmond aan Zee. Eenmaal in de woning richtte een persoon een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op zijn hoofd en werd hij beroofd van zijn telefoons, een horloge en geld. Ongeveer een uur later kwamen twee andere personen de woning binnen. Eén persoon deed een zak over het hoofd van de aangever en bond hem aan zijn armen en benen vast. Daarna hielden zij hem in de woning nog uren tegen zijn wil vast. Vervolgens vervoerden zij de aangever onder bedreiging van geweld in zijn eigen auto naar Delft. Daar dwongen zij hem om uit te stappen. De aangever wist te ontsnappen en sprak voorbijgangers aan. De voorbijgangers zagen een auto met hoge snelheid wegrijden en belden de politie. Op 12 november 2023 rond 02:00 uur trof de politie de auto van de aangever aan op een parkeerplaats in Delft.
De rol van de verdachte
De verdachte wordt verweten als medepleger betrokken te zijn geweest bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de diefstal met (bedreiging van) geweld. De verdachte ontkent elke betrokkenheid.
Bevindingen telefoonnummer [telefoonnummer]
Uit een vergelijkend onderzoek naar historische gegevens blijkt – onder andere – dat het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: [telefoonnummer]) in de omgeving van de woning in Egmond aan Zee en daarna in de omgeving van de parkeerplaats in Delft is geweest. Het telefoonnummer maakte op 11 november 2023 omstreeks 23.25 uur namelijk verbinding met een zendmast die de omgeving van de woning in Egmond aan Zee bestrijkt en maakte vervolgens op 12 november 2023 omstreeks 02.06 uur verbinding met een zendmast die het gebied rondom de parkeerplaats in Delft waar de auto van het slachtoffer is gevonden dekt. Deze gegevens vormen een aanwijzing dat de gebruiker van dit telefoonnummer op die momenten in de buurt van de woning in Egmond aan Zee en de parkeerplaats in Delft was.
Uit historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer volgt dat dit nummer in de relevante periode in een telefoontoestel met IMEI-nummer [Imei-nummer] (hierna: het telefoontoestel) is gebruikt. Uit onderzoek naar het telefoonverkeer van dit telefoontoestel blijkt dat er meerdere keren contact is geweest met telefoonnummers die in gebruik waren bij de vader en de broer van de verdachte. Daarnaast heeft het toestel in de nachtelijke uren verbinding gemaakt met zendmasten in Delft, de woonplaats van de verdachte. De woning van de verdachte valt buiten het bereik van deze zendmasten. Uit deze mastgegevens kan daarom niet worden afgeleid dat het telefoontoestel zich in de directe nabijheid van die woning bevond.
De contacten met familieleden van de verdachte via het telefoontoestel en de zendmastgegevens bieden, in onderlinge samenhang bezien, aanknopingspunten voor een relatie tussen het toestel, het telefoonnummer [telefoonnummer] en de verdachte. Deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank echter niet zodanig specifiek en onderscheidend dat daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode de feitelijke gebruiker van het telefoonnummer was. De verdediging heeft er terecht op gewezen dat voornoemde onderzoeksresultaten ook passen bij het scenario dat iemand uit de directe omgeving van de verdachte de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] was.
DNA-onderzoek
In de auto van de aangever is op het rechter achterraam celmateriaal aangetroffen, waaruit een onvolledig DNA-profiel van minimaal één man is verkregen. Uit het deskundigenrapport van 22 december 2023 blijkt dat het aangetoonde DNA-profiel complex is vanwege het aantal donoren en/of omdat niet alle DNA-kenmerken aangetoond zijn van alle donoren van celmateriaal in de bemonstering. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat de verdachte een mogelijke donor van het celmateriaal kan zijn. De rechtbank merkt hierbij op dat bij de berekening van de bewijskracht is uitgegaan van een niet aan de verdachte verwante persoon als mogelijke donor. De mogelijkheid dat het DNA-materiaal afkomstig is van een aan de verdachte verwante persoon is bij die berekening niet betrokken.
Gelet op de complexiteit van het DNA-profiel, alsmede het feit dat een mogelijke aan de verdachte verwante donor niet in de berekening van de bewijskracht is betrokken, kent de rechtbank aan de uitkomst van het DNA-onderzoek slechts beperkte onderscheidende bewijswaarde toe. Dit onderzoeksresultaat is daarom onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte als pleger of medepleger bij de ten laste gelegde feiten betrokken is geweest.
Conclusie
De hiervoor besproken onderzoeksresultaten bieden weliswaar aanknopingspunten voor de betrokkenheid van de verdachte, maar zijn, afzonderlijk noch in onderlinge samenhang bezien, voldoende om wettig en overtuigend te bewijzen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten als pleger dan wel medepleger heeft begaan. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken.
4. Vordering benadeelde partij
Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft mr. R.H. Bouwman een vordering tot schadevergoeding van € 1.025.000,00 ingediend wegens materiële en immateriële schade die de benadeelde partij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de aan hem ten laste gelegde feiten. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
5. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L.M. Nieuwenhuijs, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. S. Mac Donald, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.N. de Bruijn,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2026