RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11614532 \ CV EXPL 25-1997
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
American Airlines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. Als onbetwist is echter komen vast te staan dat de annulering van de vlucht het onvermijdelijke gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Daarnaast heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Benito Juárez International Airport (Mexico), onder meer met vlucht AA221 op 1 juli 2024 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Omdat niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Als onbetwist staat vast dat de annulering van de vlucht te wijten is aan (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de daardoor ontstane vertraging zo beperkt mogelijk te houden. Hij heeft de passagier namelijk omgeboekt op vluchten van Iberia op 2 juli 2024 (vluchtnummers IB3723 en IB6405).
Voor zover AirHelp stelt dat de passagier met een vertraging van een dag is aangekomen in Mexico-City, heeft zij dit onvoldoende onderbouwd. Bovendien heeft zij niet aangetoond dat er daadwerkelijk nog een plaats beschikbaar was op een van de door haar genoemde (rechtstreekse) vluchten. Daarom kan niet worden geoordeeld dat het door de vervoerder aangeboden alternatieve reisplan geen redelijke maatregel vormt. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. AirHelp heeft ook niets anders aangevoerd. Gelet op het voorgaande zal de vordering van AirHelp worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt AirHelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter