RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/341660-23Uitspraakdatum: 20 augustus 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: de tbs-maatregel) met twee jaar van
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans verblijvende op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) Dr. S. van Mesdag te Groningen,
hierna: de betrokkene.
1. De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 20 augustus 2024 is aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, kort gezegd, verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
De termijn van de tbs-maatregel is gestart op 4 september 2024 en is nog niet eerder verlengd.
De onderhavige vordering is op 16 juli 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder a Sv, van 12 juni 2026, afkomstig van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag (hierna: de kliniek) en ondertekend door regiebehandelaar [psychiater], psychiater [psycholoog] en GZ-psycholoog, zorginhoudelijk manager en plaatsvervangend hoofd van de instelling [deskundige 1].
Op 20 augustus 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede via videoverbinding de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige 2], regiebehandelaar en verpleegkundig specialist GGZ. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van de betrokkene, mr. J.J.C. Engels, advocaat te Heerhugowaard.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2. Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, samengevat en voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene kampt met een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type, een stoornis in gebruik van alcohol (ernstig) en stoornis in gebruik van cannabis (matig). De complexe problematiek van de betrokkene is nog niet behandeld, omdat de betrokkene pas recent (op 10 juni 2026) in de kliniek is opgenomen. De stoornissen zijn dan ook nog aanwezig. Vanwege de ernst van de problematiek, de vermijdende houding van de betrokkene richting de hulpverlening en het beperkte probleembesef en ziekte-inzicht, wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Om dit risico op recidive te beperken moet de betrokkene worden behandeld.
Er is nog geen informatie te geven over de verwachtingen ten aanzien van de behandelkoers. Aangezien de behandeling in de kliniek nog moet starten, is het hoogst onwaarschijnlijk dat binnen een jaar tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging kan worden gekomen. De kliniek adviseert dan ook om de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van twee jaar.
De deskundige [deskundige 2] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. Ten tijde van het opstellen van het rapport verbleef de betrokkene pas enkele dagen in de kliniek. Nu, twee maanden later, gaat het wisselend met de betrokkene. Hoewel hij minder psychotisch is dan eerst, vertoont hij nog wel bevreemdend gedrag. De betrokkene lijkt (mogelijk traumagerelateerde) herbelevingen te hebben en laat grensoverschrijdend gedrag zien. Op dit moment zit de betrokkene in afzondering, omdat hij grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond tegenover een vrouwelijk teamlid. Verder is diagnostisch onderzoek gaande om een passende behandeling te kunnen bepalen. De verwachting is dat de behandeling niet binnen een jaar zal zijn afgerond. Het advies blijft om de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
3. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van
de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar.
4. Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsvrouw
De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie. Namens de betrokkene heeft zijn raadsvrouw primair verzocht de verlenging te beperken tot één jaar, om de betrokkene zo een stip op de horizon te bieden. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
5. De beoordeling
Gelet op de stukken en wat er op zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een verlenging van de termijn van de tbs-maatregel van de betrokkene vereist. De stoornis van de betrokkene is nog altijd aanwezig en op dit moment nog onbehandeld. Het risico op een nieuw (seksueel) delict wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat. Aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de tbs-maatregel is daarom voldaan.
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is met welke termijn de tbs-maatregel moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat de tbs-maatregel verlengd wordt met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene meer dan één jaar in beslag zal nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in het geval van de betrokkene sprake. De betrokkene verblijft nog maar kort in de kliniek en zijn behandeling is nog niet gestart. Voordat een passend behandelplan voor de betrokkene kan worden opgesteld, zal eerst het (delict)diagnostisch onderzoek moeten worden afgerond. Daar komt bij dat sprake is van complexe problematiek en toont de betrokkene vooralsnog weinig motivatie voor een behandeling. Nu niet valt te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen, zal de rechtbank de termijn van de tbs-maatregel verlengen met twee jaren.
6. De beslissing
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. A. Buiskool, voorzitter,
mr. A.M.C. de Haan en mr. M. van Doesburg, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.H.A. Sluiter
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 augustus 2026.
Mr. Doesburg en mr. Sluiter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.