ECLI:NL:RBNHO:2026:13392

ECLI:NL:RBNHO:2026:13392

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer C/15/382147 / KG ZA 26-536
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Tussenvonnis. Voorlopige omgangsregeling voor baby. Ouders hebben gezamenlijk gezag. Ouders hebben mediation afgesproken voor het vervolg, de procedure wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/382147 / KG ZA 26-536

Vonnis in kort geding van 28 september 2026

in de zaak van

[de vader] ,

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. C.J. Avis,

tegen

[de moeder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M. Ahmadi.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door mr. Avis voornoemd

- de moeder, bijgestaan door mr. S. Gabin, een kantoorgenoot van mr. Ahmadi voornoemd.

Beide advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd en voor het overige heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Ten slotte is bepaald dat op 28 september 2026 uitspraak wordt gedaan.

2. De feiten

Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] . De vader heeft [de minderjarige] erkend en partijen hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] .

Partijen hebben geen relatie. [de minderjarige] woont bij de moeder In [plaats] . De vader woont in [plaats] .

De vader heeft [de minderjarige] sinds 10 september 2026 niet meer gezien.

3. Het geschil

in conventie en in reconventie

De vader vordert in conventie bij vonnis, samengevat, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren:

de moeder te veroordelen mee te werken aan de volgende omgang: ieder weekend van zaterdag op zondag met overnachting, waarbij de moeder [de minderjarige] op zaterdag bij de vader brengt en de vader [de minderjarige] op zondag terugbrengt, en iedere woensdag onder werktijd van de moeder in plaats van naar de opvang,

het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom,

de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure.

De vader vindt het in het belang van [de minderjarige] dat hij frequent contact met haar heeft en dat dit contact met korte tussenpozen is, zodat zij zich ook aan hem kan hechten. Hij stelt dat dit ook het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming is in soortgelijke zaken. Totdat de moeder het contact eenzijdig stopzette was [de minderjarige] meerdere weekenden bij hem, ook met overnachting. De vader wil [de minderjarige] net als daarvoor zien, zonder daarvoor afhankelijk te zijn van de instemming van de moeder.

De moeder voert verweer. Zij wil met de vader tot een werkbare en duidelijke regeling komen, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van [de minderjarige] . Weliswaar is [de minderjarige] al een aantal weekenden bij de vader geweest, maar zij stemde onder druk van de vader met de overnachtingen in. De moeder heeft zorgen over het contact tussen de vader en [de minderjarige] , onder meer in verband met drugsgebruik van de vader en omdat hij [de minderjarige] alleen heeft gelaten met zijn moeder die slecht ter been is en regelmatig valt. Verder heeft de vader zich meermalen dreigend jegens haar uitgelaten. De moeder wijst er in dat kader op dat de vader bij de bevalling van [de minderjarige] aanwezig was en dat in het baringsverslag van de betrokken verloskundige onder meer is opgenomen dat bij binnenkomst een wietgeur is geroken en dat wanneer de verloskundige binnenkwam de vader steeds van het balkon kwam. Ook is in het verslag genoteerd dat toen de vader tegen de verloskundige zei dat een ambulance moest worden gebeld, hij een zeer bedreigende indruk maakte. Op 6 september 2026, bij de overdracht van [de minderjarige] aan de moeder, heeft de vader de moeder uitgescholden. De moeder stelt dat het vertrouwen in de vader en in het vermogen om de omgang met [de minderjarige] , die pas vier maanden oud is, goed en veilig te laten verlopen daardoor een deuk heeft gekregen. De moeder wil dat [de minderjarige] omgang heeft met de vader, maar nu nog niet op de manier zoals de vader dat wil.

De moeder vordert in reconventie - samengevat en na vermindering van eis wat betreft de woensdag (alsnog geen omgang) - voorlopig de volgende zorgregeling te bepalen, waarbij iedere volgende fase afhankelijk is van het goede verloop van de voorafgaande fase:

- fase 1 (4-6 maanden oud): om de week zaterdag van 11:00uur tot 18:00uur;

- fase 2 (6-12 maanden oud): om de week zaterdag van 12:00uur tot zondag 13:00uur;

- fase 3 (vanaf 12 maanden oud): om de week van vrijdag 17:00u tot zondag 17:00u,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

De vader wil daar niet mee instemmen.

De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.

4. De beoordeling

in conventie en reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de voorzieningenrechter deze vorderingen gezamenlijk behandelen.

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een zeer jong kind (vier maanden oud) waarbij het van belang is dat de omgang met de ouder waarbij het kind niet woont zo snel mogelijk op een goede manier is geregeld. De vorderingen van partijen zien daarop en zijn naar hun aard spoedeisend.

Omgang met [de minderjarige]

[de minderjarige] is een zeer jong kind en voor haar verzorging volledig afhankelijk van haar directe verzorgers. Tussen partijen is niet in geschil dat de moeder het leeuwendeel van die zorg draagt. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het voor [de minderjarige] van belang is dat de vader zijn rol invult. Partijen verschillen echter van mening over de vorm en frequentie van de omgang met de vader. De discussie daarover heeft er uiteindelijk toe geleid dat de vader [de minderjarige] sinds 10 september 2026 niet meer heeft gezien.

De vader wil de omgang met [de minderjarige] oppakken zoals deze tot en met het weekend van 5-6 september 2026 was. De moeder heeft betwist dat er sprake was van een bestaande regeling en heeft een opbouwregeling voorgesteld.

Zoals de voorzieningenrechter partijen ter zitting ook heeft voorgehouden brengt de - ook op zitting gebleken - moeizame verstandhouding tussen partijen mee dat er op dit moment onvoldoende basis is om te komen tot een verstrekkende regeling voor omgang met [de minderjarige] zoals de vader die voor ogen heeft. Partijen zullen eerst moeten werken aan hun onderlinge communicatie en het opbouwen van vertrouwen om tot een goede zorgregeling te komen. Zij hebben daartoe een belangrijke eerste stap gezet door in te stemmen met mediation om voor wat betreft de omgang van de vader met [de minderjarige] vanaf het moment dat zij zes maanden oud is (‘fase 2’ en verder), onder leiding van een mediator in overleg een regeling vast te stellen. Partijen hebben de voorzieningenrechter gevraagd een beslissing te nemen over de omgang in de komende twee maanden (‘fase 1’).

Het is zaak dat er contactherstel plaatsvindt tussen de vader en [de minderjarige] . De omgang voor de vader zoals de moeder in haar originele reconventionele vordering voor ‘fase 1’ heeft voorgesteld, acht de voorzieningenrechter gegeven de omstandigheden redelijk. Dit betekent om de week op zaterdag van 11:00uur tot 18:00uur en iedere woensdag van 7:00uur tot 18:00uur.

De vader heeft ter zitting medegedeeld dat hij het belang van [de minderjarige] altijd voor ogen zal houden, dat de omgang op een veilige manier zal plaatsvinden en dat hij niet onder invloed van middelen zal zijn. De voorzieningenrechter twijfelt niet aan vaders goede intenties, maar vindt het wel nuttig om hem voor te houden dat het zaak is dat hij er rekening mee houdt dat daarmee het wantrouwen bij de moeder nog niet weg is. De voorzieningenrechter heeft er begrip voor dat de vader er de voorkeur aan geeft dat de omgang in zijn eigen woning plaatsvindt. Dat betekent reizen met [de minderjarige] naar en van zijn woning, met wellicht enige bekorting van de effectieve contacttijd met [de minderjarige] als zij onderweg niet slaapt en dat na aankomst moet doen. Ook dat is onverbrekelijk onderdeel van de omgang met een zeer jong kind. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat het eerste contact op woensdag 30 september 2026 zal plaatsvinden.

De voorzieningenrechter zal verder bepalen dat de vader (weer) mag beeldbellen met [de minderjarige] , eenmaal op de zaterdag dat de vader niet de zorg heeft voor [de minderjarige] . Vaker is uiteraard ook goed, als blijkt dat het contact met de vader langs die weg door [de minderjarige] als prettig wordt ervaren, maar dat zal dan in overleg tussen partijen moeten worden ingeregeld.

De hiervoor genoemde regeling loopt door totdat partijen in mediation een regeling wat betreft de omgang zijn overeengekomen of, in het geval partijen niet samen tot een oplossing komen, in deze procedure een eindvonnis is uitgesproken.

Geen dwangsom

De voorzieningenrechter zal op dit moment geen dwangsom verbinden aan nakoming van deze voorlopige regeling. De voorzieningenrechter gaat ervan uit - en meent er op te mogen vertrouwen - dat partijen vrijwillig aan de regeling zullen voldoen.

De door de vader gevorderde tenuitvoerlegging op de minuut wordt nu al afgewezen. De bevoegdheid van de voorzieningenrechter om op grond van het toenmalige artikel 297 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tot een tenuitvoerlegging op de minuut te beslissen is afgeschaft en een grosse van het vonnis is snel genoeg beschikbaar. De gevorderde tenuitvoerlegging op alle dagen en uren wordt ook afgewezen. De vader heeft niet toegelicht waarom dat nodig zou zijn.

Het vervolg: mediation

Partijen hebben, zoals hiervoor genoemd, afgesproken te onderzoeken of zij met behulp van mediation afspraken kunnen maken over de omgang van de vader met [de minderjarige] vanaf zes maanden oud. Het mediationbureau van de rechtbank zal contact opnemen met partijen om de mediation in gang te zetten.

De voorzieningenrechter houdt de zaak daarom pro forma aan tot 25 november 2026. Partijen moeten zich uiterlijk op die datum schriftelijk uitlaten over het al dan niet voortzetten van de procedure. Indien het verloop van de mediation daartoe aanleiding geeft, kunnen partijen ook eerder voortzetting vragen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie en in reconventie

bepaalt als voorlopige zorgregeling dat de vader voor [de minderjarige] zal zorgen:

- iedere week op woensdag van 07:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] om 07.00 uur bij de moeder ophaalt en [de minderjarige] om 18.00 uur weer terugbrengt bij de moeder, voor het eerst op 30 september 2026;

- om de week op zaterdag van 11:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] om 11.00 uur bij de moeder ophaalt en de moeder [de minderjarige] om 18.00 uur bij de vader ophaalt, voor het eerst op 3 oktober 2026,

bepaalt dat de vader voorlopig op de zaterdag dat [de minderjarige] niet bij hem is, met [de minderjarige] ongeveer tien minuten mag beeldbellen,

bepaalt dat deze regeling doorloopt totdat partijen in onderling overleg een andere regeling overeenkomen of door de voorzieningenrechter een andere regeling wordt vastgesteld,

verklaart de beslissingen onder 5.1. t/m 5.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst een tenuitvoerlegging op de minuut en op alle dagen en uren af,

bepaalt dat de zaak pro forma wordt aangehouden tot 25 november 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over voortzetting van de procedure,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

1680

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand