RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/104512-21
Uitspraakdatum: 17 september 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
nu verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Oostvaarderskliniek,
Carl Barksweg 3,1336 ZL te Almere,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.
1. De procedure
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2022 is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven:
De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 14 september 2022.
De termijn is verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 6 september 2024 met twee jaar.
De onderhavige vordering is op 16 juli 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
Op 3 september 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige 2], hoofd behandeling van de kliniek. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van de betrokkene mr. H.A.F.C. Tack, advocaat te Amsterdam, namens mr. S.G.H. Langeweg, advocaat te Koog aan de Zaan.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2. Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, volgende in:
Er is bij betrokkene sprake van een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type, stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne en amfetamineachtig middel en een uitgestelde andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis.
Bij een situatie uit zorg, bij het beëindigen van de tbs-maatregel, wordt het risico op een terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Bij een hypothetisch ontslag is nog niets geregeld. Momenteel is het beeld van betrokkene gestabiliseerd. Vanwege zijn gebrekkige probleembesef en -inzicht en gebrek aan intrinsieke motivatie bestaat grote twijfel of hij zijn medicatie zal blijven gebruiken. Als betrokkene stopt met zijn medicatie, zal hij waarschijnlijk ontregelen en zal zijn spanning oplopen. Zijn gebrekkige copingvaardigheden zijn niet voldoende om met deze spanning om te gaan, waardoor hij zal terugvallen in middelengebruik. Deze samenloop zal waarschijnlijk op korte termijn resulteren in een terugval in gewelddadig gedrag.
Hoewel er een verbetering wordt gezien in de wijze waarop hij zich opstelt jegens het behandelteam, zijn er vermoedens dat betrokkene wisselend medicatietrouw is, en ook zijn functioneren blijft wisselend. Betrokkene blijft manisch-psychotische symptomen laten zien (e.g., veelvuldig lachen in zichzelf, staren naar vrouwen, achteruitlopen). Gezien betrokkene nog fel kan reageren op de feedback die hij vanuit het behandelteam ontvangt en het wisselende gedrag dat betrokkene laat zien, is er besloten de dubbel begeleide verloven langer voort te zetten en te onderzoeken hoe betrokkene functioneert tijdens verloven naar meer prikkelrijke plekken voordat de overstap naar enkel begeleide verloven gemaakt wordt.
Voor de komende periode is het van belang de therapieën van betrokkene voort te zetten en het medicatiebeleid verder te optimaliseren. Verder moet daarnaast zijn belastbaarheid middels begeleide verloven verder worden getest. Op lange termijn is de koers gericht op doorstroom naar een FPA. De verwachting is dat betrokkene, gezien de huidige geobserveerde kwetsbaarheid, blijvende ondersteuning nodig zal hebben. Daarom wordt als uitstroom na een FPA gedacht aan een RIBW waar zowel zicht is op het medicatiegebruik van betrokkene als op zijn spanningsopbouw. De verwachting is dat het gehele traject nog meerdere jaren in beslag neemt. Er wordt dan ook geadviseerd om de maatregel te verlengen met een duur van twee jaar.
De deskundige [deskundige 2] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. De deskundige heeft toegelicht dat het vermoeden dat de betrokkene niet altijd medicatietrouw is, nader is onderzocht. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat – anders dan in het advies staat vermeld – de betrokkene zijn medicatie goed inneemt. Omdat bij één van de twee medicijnen sprake blijft van een te lage bloedspiegel in verhouding tot de dosering zal worden onderzocht of de medicatie moet worden aangepast.
3. De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen
In zowel het rapport van de psychiater [psychiater] als dat van de psycholoog [psycholoog] staat vermeld dat de betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Hierdoor hebben zij geen advies kunnen geven over de verlenging van de tbs-maatregel.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar.
5. Het standpunt van de betrokkene
De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie en heeft verzocht de verlenging te beperken tot één jaar.
Namens de betrokkene heeft de raadsvrouw in het bijzonder naar voren gebracht dat de tbs-maatregel, gelet op de feiten waarvoor deze is opgelegd, een zware maatregel betreft. Daarnaast heeft de betrokkene geruime tijd moeten wachten voordat hij in de kliniek kon worden geplaatst, maar is hij desondanks gemotiveerd gebleven. Hij heeft alle benodigde therapieën gevolgd en is medicatietrouw gebleven. Volgens de raadsvrouw dient dit positieve gedrag van de betrokkene te worden beloond. Zij heeft verzocht de maatregel te verlengen met één jaar, zodat op een eerder moment opnieuw kan worden beoordeeld of voortzetting van de tbs-maatregel noodzakelijk is en de motivatie van de betrokkene kan worden behouden.
6. De beoordeling
De rechtbank kan zich vereniging met het advies van de kliniek en zal dit overnemen.
De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van betrokkene vereist en wel met twee jaar.
De tbs-maatregel is noodzakelijk om het recidiverisico verder te verminderen. De stoornissen van de betrokkene zijn nog steeds aanwezig en het risico op terugval in gewelddadig gedrag wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat. Aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de tbs-maatregel is daarom voldaan.
Het uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd wordt met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene meer dan één jaar in beslag zal nemen. De betrokkene heeft positieve stappen gezet binnen zijn behandeling, waarvoor hij complimenten verdient, en is inmiddels gestart met dubbel begeleide verloven. Tegelijkertijd is van belang dat de behandeling van de betrokkene wordt voortgezet, dat hij goed wordt ingesteld op zijn medicatie en dat zijn verloven verder worden uitgebreid. Naar verwachting zal dit traject meerdere jaren in beslag nemen. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding om de verlening van de tbs-maatregel te beperken tot één jaar.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
7. De beslissing
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door:
mr. M. Rigter, voorzitter,
mr. S. Mac Donald en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.E.H de Koning, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.