RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/030950-26 (P)
Uitspraakdatum: 13 oktober 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 september 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. D.M. Penn, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 6 september 2024 tot en met 10 februari 2026 in Schagen schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1: deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS), en
feit 2: verspreiding van afbeeldingen, waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, door foto’s, video’s en geluidsopnamen met IS-propaganda op een openbaar TikTok account te (her)plaatsen.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Voorvragen
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om van de zaak kennis te nemen, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van feit 2 op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen.
Bewijsmotivering feit 2
Inleiding
De verdachte heeft bekend dat hij meerdere video’s op twee openbare TikTokaccounts heeft geplaatst en herplaatst. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte zich hierdoor schuldig heeft gemaakt aan opruiing tot een terroristisch misdrijf.
Juridisch kader
Van opruiing in de zin van artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht is sprake als in het openbaar rechtstreeks wordt aangespoord tot strafbaar handelen, waarbij het in dit geval moet gaan om aansporen tot een terroristisch misdrijf. Ook beïnvloeding op indirecte wijze kan opruiend zijn, namelijk als met bepaalde uitingen wordt beoogd de geesten rijp te maken voor strafbaar handelen. Het uiten van grote waardering voor de strijd van terreurgroepen en van bewondering voor diegenen die (als “martelaars”) aan de zijde van terreurgroepen vechten, impliceert dat meedoen navolging verdient en kan daarom als opruiend worden aangemerkt.
Het opzet van de verdachte hoeft daarbij niet gericht te zijn op de opruiing zelf, maar op het verspreiden, openlijk tentoonstellen of aanslaan of het met (één van) deze doelen in voorraad hebben van de video’s. Daarnaast zal hij de opruiende inhoud van de video’s moeten kennen of ernstige reden moeten hebben die te vermoeden.
Opruiing tot een terroristisch misdrijf
De politie heeft onderzoek gedaan naar de video’s die de verdachte online heeft gezet. Een aantal daarvan, waaronder de in de tenlastelegging genoemde video’s, bevat een inhoud die strekt tot het verspreiden van jihadistisch gedachtegoed en het verheerlijken van een gewelddadige strijd tegen andersgelovigen. De verdachte heeft onder meer video’s geplaatst of herplaatst (van toespraken) van leiders van de Islamitische Staat en de Al-Qassam Brigades, van jihadistische nasheeds (liederen) die oproepen tot martelaarschap en van de afscheidsboodschap van een persoon die wil sterven als martelaar en een zelfmoordaanslag gaat plegen.
De rechtbank beoordeelt de video’s in onderlinge samenhang. Zij verheerlijken geweld tegen andersgelovigen en stellen het daarbij sterven als martelaar voor als iets nastrevenswaardigs. Zo wordt bij de kijker de indruk gewekt dat dergelijke daden navolging verdienen. Daarmee wordt in de video’s opgeroepen tot het plegen van terroristisch misdrijven, aangezien het geweld waartoe wordt opgeroepen bedoeld is om de bevolking ernstige vrees aan te jagen of de fundamentele structuren van een land ernstig te ontwrichten.
Opzet en wetenschap
De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het strafbaar was wat hij deed en dat het niet zijn bedoeling was om aan te zetten tot een terroristisch misdrijf. De raadsman heeft daarom bepleit dat de verdachte geen opzet had op het verspreiden van opruiende video’s. Hij had ook geen ernstige reden om te vermoeden dat de video’s opruiend waren. In de video’s die de verdachte heeft geplaatst zijn namelijk geen geweldshandelingen zoals martelingen of onthoofdingen te zien. Een eventueel opruiend karakter zou dus moeten blijken uit de teksten en liederen die erin te horen en te lezen zijn. Uit de video’s blijkt echter niet direct dat het om terroristische teksten gaat, daarvoor moet je de (jihadistische) doctrine kennen. De verdachte kent die niet, hij kan geen Arabisch lezen en hij kan de gesproken en gezongen teksten maar gedeeltelijk verstaan.
De rechtbank gaat niet mee in dit standpunt. De verdachte komt uit Syrië, heeft zijn vroege jeugd daar doorgebracht, is daar een aantal jaar naar school geweest en spreekt Arabisch. De boodschap van de video’s wordt grotendeels overgebracht via gesproken en gezongen tekst, die de verdachte naar eigen zeggen in elk geval gedeeltelijk verstaat. Of de verdachte de Arabische onderschriften in de video’s (volledig) kan lezen, kan daarom in het midden blijven. In de afscheidsboodschap voor een zelfmoordaanslag, de liederen die oproepen tot martelaarschap en de toespraak van een leider van Islamitische Staat is de verheerlijking van terroristisch geweld voor iedere luisteraar onmiddellijk duidelijk en herkenbaar.
De rechtbank weegt mee dat het hier niet gaat om een enkele, toevallige plaatsing. De verdachte heeft zelf meerdere video’s uitgekozen en deze op zijn TikTokaccounts geplaatst en herplaatst.
De rechtbank weegt ten slotte mee dat de verdachte geen logische verklaring heeft gegeven voor het plaatsen van de video’s. Dat het hem enkel ging om de muziek en dat hij verder geen acht heeft geslagen op de inhoud, vindt de rechtbank ongeloofwaardig.
De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachte opzet had op de verspreiding van de video’s en dat hij wist dat de inhoud van de video’s konden opruien tot terroristische daden. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit daarom wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak feit 1
De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van feit 1. De rechtbank ziet namelijk onvoldoende bewijs voor het onder 1 ten laste gelegde deelnemen aan een terroristische organisatie, te weten IS of een andere organisatie die de gewapende jihadstrijd voorstaat.
Juridisch kader
Voor deelnemen aan een terroristische organisatie is vereist dat de verdachte behoort tot een duurzaam samenwerkingsverband dat het oogmerk heeft terroristische misdrijven te plegen en dat hij een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van dat oogmerk, dan wel dat hij die gedragingen ondersteunt. Het lidmaatschap van de organisatie kan expliciet blijken, bijvoorbeeld door het afleggen van de eed van trouw, maar kan ook worden afgeleid uit het aandeel dat de verdachte heeft gehad in de verwezenlijking van het terroristische oogmerk. De bijdrage moet dan wel van een zeker gewicht en van een zekere duurzaamheid zijn.
Het verspreiden van propaganda kan een dergelijke bijdrage aan de verwezenlijking van het oogmerk van een terroristische organisatie opleveren. Dat geldt ook als de verspreider dit op eigen initiatief en dus niet in opdracht van of in afstemming met de organisatie doet, mits de verspreide uitingen voldoende concreet op die organisatie en haar doelstellingen zijn gericht.
Deelname
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS, omdat hij met het plaatsen van de opruiende video’s heeft meegewerkt aan de (social) mediastrategie van IS. Ook heeft de verdachte volgens de officier van justitie een eed van trouw afgelegd aan IS.
De rechtbank ziet dit anders. De door de verdachte geplaatste video’s verheerlijken de gewapende jihadstrijd in algemene zin. Zij roepen niet op om zich bij IS of een andere specifieke organisatie aan te sluiten of om die organisatie te steunen. Evenmin is gebleken dat de verdachte nog op andere wijze actief was in het delen van jihadistisch materiaal. Het enkel plaatsen van de video’s is naar het oordeel van de rechtbank een bijdrage van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS of een andere terroristische organisatie.
De verdachte heeft een video op TikTok geplaatst, waarin hij zelf te zien is. Hij heeft een doek voor zijn gezicht en steekt een wijsvinger omhoog. Hij spreekt niet. Te horen is een nasheed, waarin een man zingt over de eed van trouw. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank dit onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte de eed van trouw aan IS heeft afgelegd. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de zanger IS, een andere terroristische organisatie of de gewelddadige jihad niet noemt en dat het opsteken van de wijsvinger een (religieus) gebaar is dat niet zonder meer met IS in verband staat. Ook overigens is niet gebleken van een formeel moment van toetreden door de verdachte tot IS of een andere terroristische organisatie.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 2 heeft begaan, met dien verstande dat
hij in de periode van 6 september 2024 tot en met 10 februari 2026 te Schagen geschriften en afbeeldingen waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, heeft verspreid en openlijk tentoongesteld, terwijl hij wist dat in de afbeeldingen en video’s en audiobestanden zodanige opruiing voorkomt,
immers heeft hij, verdachte telkens op een openbaar account van de sociale media applicatie “TikTok” een hoeveelheid video’s en afbeeldingen en audiobestanden geplaatst of herplaatst, waaronder:
- een video waarin een nasheed hoorbaar is die een bewerkte versie is van “We are the seekers of Shahada”, welke populair is onder pro-IS gelieerde groepen met als (vertaalde) tekst:
“In alle gevechten houden wij stand
En iedereen neemt eraan deel
Wij kunnen tot het innerste van je huis geraken
Wij zijn degenen die het martelaarschap nastreven
Ook al sluit je een bondgenootschap met al onze vijanden,
Dan oefenen wij geduld uit en intensiveren wij onze gebeden
Het is meer dan genoeg dat Allah aan onze zijde staat
Wij zijn degenen die het martelaarschap nastreven
Zeg niet: “Het [martelaarschap] is ver te zoeken”
Wij zullen nieuwe landen veroveren
Dit is de actie die wij willen uitvoeren
Wij zijn degenen die het martelaarschap nastreven
Onze uitspraken zijn duidelijk en voldoende,
Ze zijn evident en niet verborgen
Wij zullen hen als schapen afslachten
Wij zijn degenen die het martelaarschap nastreven
Een kalifaat dat met kracht tot stand is gekomen
Naar het voorbeeld van het profeetschap,
Daarin worden wij door broederschap verenigd
Wij zijn degenen die het martelaarschap nastreven”
- een video bevattende een toespraak in de Arabische taal met in beeld Abu Muhammad al-Adnani, (voormalig leider van terreurgroep Islamitische Staat) met als (vertaalde) tekst:
Laat iedereen, en het oosten en het westen weten dat wij hebben gezworen en dat wij vastbesloten zijn dat zonder de Islamitische Staat geen veiligheid en geen vrede kan bestaan. Noch in Irak, noch in Syrië, noch in Egypte, noch op het Arabisch Schiereiland, noch in Khorasan [d.w.z. Iran], noch in het oosten, noch in het westen. Wij zullen niet marchanderen, wij zullen geen vrede sluiten, wij zullen niet onderhandelen en wij zullen niet ruilen. De wetten van Allah kunnen slechts middels het zwaard gaan heersen, ze kunnen slechts middels macht en kracht bestaan. Dit is onze methode en dit is ons geloof. Wij zullen niets veranderen en wij zullen niets wijzigen. Wij zijn nog steeds standvastig en dit is het veld. Wij zullen nooit akkoord gaan met een regime of staat die de wetten van Allah niet laat heersen. Ook al zou de godsdienst voor 99% aan Allah toebehoren, dan nog zouden we daarmee niet akkoord gaan en daarvan niet overtuigd raken. Wij zullen de strijd aanwakkeren, wij zullen tegen de legers van heel de wereld gaan vechten, zodat de godsdienst voor 100%, dus helemaal, op heel de wereld aan Allah toebehoort. Laat de naties van heel de wereld maar één front tegen ons vormen, in dat geval vertrouw ik op Allah.”
- een video waarin een gemaskerde man zichtbaar is en waarin een nasheed hoorbaar is met als (vertaalde) tekst:
“O jongemannen van onze godsdienst, komt in opstand!
Steunt [de islam] met jullie wapens, komt in opstand!
Gaat op de wereld oorlog voeren en wordt niet zwak!
Vernietigt de forten van de ongelovige vijanden!”
- een herplaatste video van een Arabische toespraak waar twee geknielde personen in een woestijnomgeving zichtbaar zijn met als (vertaalde) tekst:
“Op het slagveld zei iemand tegen Abu Ubaydah (fon., een van de metgezellen van de Profeet): ‘Ik heb besloten om martelaar te worden en om de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, te ontmoeten. Adviseer mij betreffende deze kwestie.’ Hij [Abu Ubaydah] zei: ‘Breng mijn groeten over aan de Profeet en zeg tegen hem: ‘Wij hebben ontdekt dat datgene wat onze Heer ons beloofd heeft, waar is. Moge Allah jou namens ons met al het goede belonen, op dezelfde manier dat wij als gemeenschap namens jou met al het goede werden beloond. Ik zweer bij Allah dat wij ontdekt hebben dat datgene wat onze Heer ons beloofd heeft, waar is.’ Waar zijn de mannen nu?! De Aqsa-moskee is zijn wonden aan het likken, maar alle moslims verroeren geen vin! Wee ons! Wat is onze jongeren toch overkomen?! Wee ons, wat is onze jongeren en ouderen toch overkomen?! Hebben wij dan geen Sa’ad (fon., een van de metgezellen van de Profeet) of Miqdad (fon., een van de metgezellen van de Profeet)?! Waarom vallen de mensen af?! Gebeurt dat door vleselijke begeertes?! Gebeurt dat door verleidingen?! Wat zich bij Allah bevindt, is beter en duurzamer voor degenen die geloven en op hun Heer vertrouwen!”
- een herplaatste video bevattende een afscheidsfilm van een persoon die (om te sterven als martelaar) een zelfmoordaanslag heeft gepleegd door middel van een voertuig met explosieven, waarin deze persoon zegt (vertaald):
“Maar dan wat betreft mijn testament aan mijn moeder. Als jou het bericht van mijn martelaarschap hopelijk bereikt, dan moet je Allah lofprijzen en geduld uitoefenen.”
- een herplaatste video bevattende een afbeelding van een leeuw en de (uit het Arabisch vertaalde) tekst “Er is geen God dan God" te zien. Gedurende de video is een Arabische nasheed te horen. Het betreft het lied getiteld Yalla ya muslim qawm [Sta op, o moslim]. Het lied roept de moslims op om op te staan en het pad van de jihad te volgen. Zij hoeven niet te vrezen voor hun lot, want zij zullen na hun dood beloond worden met het Paradijs.
- een video met hoorbaar het stemgeluid van een minderjarige, die een lied voordraagt. De tekst van het lied verschijnt als een ondertiteling in beeld. Het lied bezingt de “dugma”, de aanduiding voor de knop op een ontstekingsmechanisme waarmee iemand zichzelf tot ontploffing brengt. Deze knop, zo wordt gezongen, heeft de “ongelovigen van Amerika” doen “schudden” in Anbar en Kirkuk. Gezongen wordt tot een “broeder” die wordt “geroepen door de dood”; hem wachten maagden in het Paradijs als hij de “dugma” gebruikt. Gedurende de video staat een afbeelding in beeld waarop een gepantserd voertuig te zien is; dit soort voertuigen wordt gebruikt als ‘bomauto’ (waarbij het voertuig door de bestuurder(s) tot ontploffing wordt gebracht in een zelfmoordaanslag).
- een video waarin de beroemde Salafistische prediker uit Saudi-Arabië Khalid al-Rashid zegt dat de metgezellen van de profeet Mohammed gewend raakten aan het onthoofden van mensen, als een manier om dichterbij God te komen. Onder de video is het geluid van geweerschoten geplaatst; op de achtergrond een Arabischtalige nashid.
Wat aan de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 2:
een geschrift en afbeelding waarin tot enig strafbaar feit en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreiden en openlijk tentoonstellen, terwijl hij weet dat in het geschrift en de afbeelding zodanige opruiing voorkomt en terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 229 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de door de officier van justitie geëiste straf te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en door de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft bijna anderhalf jaar lang video’s gedeeld waarin wordt opgeroepen tot het deelnemen aan de gewelddadige jihadistische strijd en waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan verspreiding van gedachtegoed dat opruit tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Met het delen van de video’s heeft de verdachte het risico genomen dat hij anderen aanzet tot terrorisme.
Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het rukt onschuldige burgers uit het leven, leidt tot gevoelens van ontreddering en wijdverspreide angst, raakt rechtstreeks de openbare orde en ontwricht de stabiliteit van samenlevingen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 21 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Dit weegt dus niet in zijn nadeel mee.
Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 21 september 2026 van Reclassering Nederland. De reclassering schat het recidiverisico in als laag. De reclassering kan bij de verdachte geen doorleefde extremistische ideologie vaststellen die geweld legitimeert. Tijdens het schorsingstoezicht heeft de verdachte steun geaccepteerd van professionele organisaties, waaronder het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). De gemeente zal de begeleiding door het LSE opnemen binnen het verplichte inburgeringstraject. De reclassering heeft daarom geadviseerd om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.
Straf
De ernst van het feit rechtvaardigt een gevangenisstraf. De rechtbank komt tot een korter voorwaardelijk deel dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van feit 1. Alles afwegende acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van 187 dagen, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De 137 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten, worden daarvan afgetrokken. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Het voorwaardelijk deel van de straf dient ertoe de verdachte te weerhouden van het plegen van strafbare feiten in de toekomst.
7. Verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven telefoon van het merk Samsung, type S24 Ultra, moet worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de zitting is gebleken dat het feit met behulp van deze telefoon, die aan de verdachte toebehoort, is begaan.
8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven laptop en twee telefoons moeten worden teruggegeven aan de verdachte.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
14a, 14b, 14c, 33, 33a en 132 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het onder 2 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 187 DAGEN met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 50 DAGEN niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd:
- 1 STK GSM 883140
Gelast de teruggave aan de verdachte van:
- 1 STK Computer 883114
- 1 STK GSM 883142
- 1 STK GSM 883143
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, voorzitter,
mr. H. Bakker en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2026.