ECLI:NL:RBNHO:2026:13851

ECLI:NL:RBNHO:2026:13851

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 15/228807-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlemmermeer

Samenvatting

Veroordeling voor de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 6 WVW 1994 met dodelijke afloop en overtreding van artikel 5 WVW 1994. Oplegging van een taakstraf van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden met aftrek voor het misdrijf (6 WVW) en toepassing van artikel 9a Sr voor de overtreding (5 WVW).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/228807-25 (P)

Uitspraakdatum: 12 oktober 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 september 2026 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.P. Visser en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. J.C. Duin, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

De verdachte wordt onder feit 1 primair, samengevat, verweten dat hij op 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost door verwijtbaar onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij de twee inzittenden van zijn taxi zijn overleden.

Onder feit 1 subsidiair en feit 2 wordt de verdachte, samengevat, verweten dat hij op dat moment gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen. Ook hetgeen aan de verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd kan in de visie van de officier van justitie bewezen worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat slechts sprake is geweest van een kort moment van onoplettendheid waardoor de verdachte één verkeersfout heeft gemaakt. Dit is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Voor zover de rechtbank van oordeel is dat wel sprake is van schuld, meent de raadsman dat het handelen van de verdachte niet als ‘zeer onvoorzichtig’ dan wel ‘zeer onoplettend’ kan worden aangemerkt.

De raadsman heeft zich, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van feit 1 primair komt, ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.

Bewijsmotivering

Feiten en omstandigheden

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast. Op 24 augustus 2025 heeft er op de N240, de Markerwaardweg, in Zwaagdijk-Oost een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte reed als taxichauffeur in een personenauto, met als passagiers het echtpaar [slachtoffer A] en [slachtoffer B] . De verdachte reed af op het kruispunt van de Markerwaardweg met de N505, de Drechterlandseweg. Hij reed aanvankelijk over de rechter rijstrook voor rechtsafslaand verkeer, waar op dat moment het verkeerslicht groen licht uitstraalde. Het verkeerslicht op de middelste rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer straalde al geruime tijd (ruim twee minuten) rood licht uit. Blijkens de verklaring van getuige [getuige A] passeerde de verdachte bij het naderen van het verkeerslicht voor rechtsafslaand verkeer, het op de middelste rijstrook voor het rode verkeerslicht wachtende verkeer aan de rechterkant. Vlak voor de kruising wijzigde de verdachte zijn koers richting de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, naar eigen zeggen omdat zijn navigatie opeens een andere route aangaf. Hierdoor reed de verdachte tegelijkertijd over detectielus 071 (de koplus net voor de stopstreep op de rijstrook voor rechtsafslaand verkeer) én 081 (de koplus net voor de stopstreep op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer). Door deze verandering van rijstrook negeerde de verdachte de dwangpijlen op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer en stuurde hij over de doorgetrokken streep naar links. De verdachte reed vervolgens door het rode verkeerslicht het kruispunt op, naar eigen zeggen omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het verkeerslicht voor rechtdoor groen licht uitstraalde. Door dit handelen van de verdachte botste de personenauto van [betrokkene A] met de voorzijde tegen de rechterzijde van de taxi van de verdachte. Als gevolg van het verkeersongeval zijn de passagiers van de verdachte overleden.

De officier van justitie en de verdediging verschillen van mening hoe voorgaande gedragingen gekwalificeerd moeten worden.

Het beoordelingskader

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte schuld heeft aan het

verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW en zo ja, in welke mate.

Bij de beantwoording van die vraag moet worden beoordeeld of de verdachte zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Van schuld is sprake in het geval van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of sprake is van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(en) en de overige omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid kan niet worden aangegeven of een enkele verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de verdachte op het kruispunt op het laatste moment, namelijk zeer kort voor de stopstreep, van rijstrook is gewisseld. Daarbij heeft hij de doorgetrokken streep en dwangpijlen genegeerd en is hij door het rode verkeerslicht het kruispunt opgereden, waardoor een andere auto op zijn auto botste.

De beslissing van de verdachte om op het laatste moment niet rechtsaf te slaan maar om over de doorgetrokken streep van rijbaan te veranderen en rechtdoor te rijden, zorgde ervoor dat er onvoldoende ruimte en tijd was om de situatie op het kruispunt, waaronder het rood uitstralende verkeerslicht, goed te beoordelen. De verdachte heeft daardoor onvoldoende aandacht gehad voor de verkeerssituatie ter plaatse en de overige verkeersdeelnemers. Anders dan de raadsman heeft bepleit, is dus geen sprake van een enkel moment van verontschuldigbare onoplettendheid met slechts één enkele verkeersfout tot gevolg.

Het samenstel van de gedragingen van de verdachte in die korte periode heeft er naar het oordeel van de rechtbank toe geleid dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest in het verkeer en dat het aan zijn schuld is te wijten dat daardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, als gevolg waarvan twee personen zijn overleden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

primair:

Hij op 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een taxi, [merk/type X] , kenteken [nummer X] ), daarmede rijdende over de weg, de Markerwaardweg N240, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend

- af te rijden op het kruispunt van de N240 Markerwaardweg met de N505 Drechterlandseweg en daarbij te rijden op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer wat groen licht had en- het voor rood licht wachtend verkeer dat zich bevond op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, rechts te passeren en- vervolgens de dwangpijlen op de uitrijstrook waarop hij reed te negeren en naar links de baan voor rechtdoorgaand verkeer op te sturen en vervolgens met zijn voertuig het kruispunt op te rijden en- daarbij het voor het rechtdoorgaand verkeer bestemde verkeerslicht, dat rood licht uitstraalde niet op te merken en- bij het oprijden van het kruispunt niet de nodige voorzichtigheid in acht te nemen en onvoldoende aandacht te hebben voor het kruisende verkeer en- geen voorrang te verlenen en op te botsen tegen een voor hem van rechts komende, de kruising overstekende personenauto ( [merk/type Y] met kenteken [nummer Y] ), waardoor anderen, (genaamd [slachtoffer A] en [slachtoffer B] ) inzittenden van de taxi met kenteken [nummer X] , werden gedood;

Feit 2

Hij op 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik als bestuurder van een voertuig (een taxi [merk/type X] , kenteken [nummer X] ), daarmee rijdende op de weg, de Markerwaardweg N240,

- is afgereden op het kruispunt van de N240 Markerwaardweg met de N505 Drechterlandseweg en daarbij heeft gereden op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer wat groen licht had en- het voor rood licht wachtend verkeer dat zich bevond op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, rechts heeft gepasseerd en- vervolgens de dwangpijlen op de uitrijstrook waarop hij reed heeft genegeerd en naar links de baan voor rechtdoorgaand verkeer op heeft gestuurd en vervolgens met zijn voertuig het kruispunt op is gereden en- daarbij het voor het rechtdoorgaand verkeer bestemde verkeerslicht, dat rood licht uitstraalde niet heeft opgemerkt en- bij het oprijden van het kruispunt niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en onvoldoende aandacht heeft gehad voor het kruisende verkeer en- geen voorrang heeft verleend en op is gebotst tegen een voor hem van rechts komende, de kruising overstekende personenauto ( [merk/type Y] met kenteken [nummer Y] ), door welke gedragingen van verdachte gevaar werd veroorzaakten het verkeer werd gehinderd.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

feit 1 primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

en

feit 2:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 18 maanden op te leggen, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard maar dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd als bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafmaat de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met opgelegde straffen in vergelijkbare zaken. De raadsman heeft verzocht te volstaan met een taakstraf van 80 uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Op 24 augustus 2025 heeft een buitengewoon tragisch verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij de verdachte door aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag in een botsing is gekomen met een andere personenauto. De twee passagiers van de verdachte, het echtpaar [slachtoffer A] en [slachtoffer B] , zijn kort na het ongeval aan hun verwondingen overleden. Uit de ter terechtzitting door één van de nabestaanden voorgedragen slachtofferverklaring blijkt dat het ongeval en de tragische afloop voor de familie zeer ingrijpend is geweest, nu zij opeens hun beide (schoon)ouders moeten missen. De rechtbank realiseert zich dat voor de nabestaanden met geen enkele straf recht zal kunnen worden gedaan aan het verdriet dat zij hebben en waarmee zij moeten leven.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van de verdachte gelet op het strafblad van de verdachte van 13 augustus 2026. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het advies van Reclassering Nederland van 18 september 2026. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en acht interventies of toezicht door de reclassering niet nodig. Er wordt daarom geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog meegewogen dat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij na het ongeval, na een loopbaan van vijftien jaar met jaarlijks circa honderdduizend kilometer zonder verkeersongevallen, per direct zijn werk als taxichauffeur heeft beëindigd. Hij heeft geen klaagschrift ingediend om zijn voor twaalf maanden ingehouden rijbewijs terug te krijgen. Ook ondervindt hij psychische klachten als gevolg van het ongeval. Sindsdien heeft hij aan zichzelf gewerkt en inmiddels is hij werkzaam in een andere branche.

Op de zitting toonde de verdachte zich – naar de indruk van de rechtbank: oprecht – schuldbewust en berouwvol. De verdachte had en heeft het er erg moeilijk mee. Hij heeft de volle verantwoordelijkheid genomen voor het ongeluk, heeft veel spijt van zijn gedrag dat tot het ongeval heeft geleid en gaat gebukt onder een schuldgevoel. Hij heeft meegewerkt aan een mediationtraject dat uiteindelijk niet van de grond is gekomen. Ook is het de rechtbank gebleken dat er goed contact is geweest tussen de verdachte en de nabestaanden tijdens een onderbreking van de zitting en heeft de verdachte laten zien dat hij zeer begaan is met de nabestaanden.

De op te leggen sancties

De rechtbank neemt bij de strafoplegging ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde feit de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt, die bij een situatie als deze (geen middelengebruik, aanmerkelijke schuld en een dodelijke afloop), uitgaan van een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf ook oog voor de gevolgen die het ongeval voor de verdachte heeft gehad. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hiervoor toegelicht, reden om ten gunste van de verdachte af te wijken van genoemd uitgangspunt. Ook ziet de rechtbank daarin aanleiding, naast het feit dat sprake is van eendaadse samenloop, om ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit te volstaan met de toepassing van artikel 9a Sr.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf ter hoogte van 120 uren moet worden opgelegd.

Verder zal de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden opleggen met aftrek van de tijd dat de verdachte het rijbewijs is kwijt geweest, nu de rechtbank geen meerwaarde ziet om nog een aanvullende voorwaardelijke ontzegging op te leggen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 22c, 22d en 55 Sr en

5, 6, 175, 177 en 179 WVW.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde tot het verrichten van 120 (honderdtwintig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bepaalt dat er ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.A. Hesselink, voorzitter,

mr. M.E. Francke en mr. P.E.A. Chao, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. M.H.A. Sluiter en mr. T. Pomper

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

Feit 1

primair: hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een taxi, [merk/type X] , kenteken [nummer X] ), daarmede rijdende over de weg, de Markerwaardweg N240, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- af te rijden op het kruispunt van de N240 Markerwaardweg met de N505 Drechterlandseweg en/of daarbij te rijden op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer wat groen licht had en/of- het voor rood licht wachtend verkeer dat zich bevond op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, rechts te passeren en/of- vervolgens de dwangpijlen op de uitrijstrook (waarop hij reed) te negeren en naar links de baan voor rechtdoorgaand verkeer op te sturen en/of ( vervolgens) met zijn voertuig (met onverminderde snelheid) het kruispunt op te rijden en/of- daarbij het voor het rechtdoorgaand verkeer bestemde verkeerslicht, dat rood licht uitstraalde te negeren, althans niet op te merken en/of- bij het oprijden van het kruispunt niet de nodige voorzichtigheid in acht te nemen en/of onvoldoende aandacht te hebben voor het kruisende verkeer en/of- geen voorrang te verlenen en/of op te botsen tegen een voor hem van rechts komende, de kruising overstekende personenauto ( [merk/type Y] met kenteken [nummer Y] )

waardoor anderen, (genaamd [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] ) inzittenden van de taxi met kenteken [nummer X] , werden gedood;

subsidiair: hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik als bestuurder van een voertuig (een taxi [merk/type X] , kenteken [nummer X] ), daarmee rijdende op de weg, de Markerwaardweg N240 ,

- is afgereden op het kruispunt van de N240 Markerwaardweg met de N505 Drechterlandseweg en/of daarbij heeft gereden op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer wat groen licht had en/of- het voor rood licht wachtend verkeer dat zich bevond op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, rechts heeft gepasseerd en/of- vervolgens de dwangpijlen op de uitrijstrook (waarop hij reed) heeft genegeerd en naar links de baan voor rechtdoorgaand verkeer op heeft gestuurd en/of (vervolgens) met zijn voertuig (met onverminderde snelheid) het kruispunt op is gereden en/of- daarbij het voor het rechtdoorgaand verkeer bestemde verkeerslicht, dat rood licht uitstraalde heeft genegeerd, althans niet heeft opgemerkt en/of- bij het oprijden van het kruispunt niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het kruisende verkeer en/of- geen voorrang heeft verleend en/of op is gebotst tegen een voor hem van rechts komende, de kruising overstekende personenauto ( [merk/type Y] met kenteken [nummer Y] ),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Feit 2 hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik als bestuurder van een voertuig (een taxi [merk/type X] , kenteken [nummer X] ), daarmee rijdende op de weg, de Markerwaardweg N240 ,

- is afgereden op het kruispunt van de N240 Markerwaardweg met de N505 Drechterlandseweg en/of daarbij heeft gereden op de uitrijstrook voor rechtsafslaand verkeer wat groen licht had en/of- het voor rood licht wachtend verkeer dat zich bevond op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, rechts heeft gepasseerd en/of- vervolgens de dwangpijlen op de uitrijstrook (waarop hij reed) heeft genegeerd en naar links de baan voor rechtdoorgaand verkeer op heeft gestuurd en/of (vervolgens) met zijn voertuig (met onverminderde snelheid) het kruispunt op is gereden en/of- daarbij het voor het rechtdoorgaand verkeer bestemde verkeerslicht, dat rood licht uitstraalde heeft genegeerd, althans niet heeft opgemerkt en/of- bij het oprijden van het kruispunt niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het kruisende verkeer en/of- geen voorrang heeft verleend en/of op is gebotst tegen een voor hem van rechts komende, de kruising overstekende personenauto ( [merk/type Y] met kenteken [nummer Y] ),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand