ECLI:NL:RBNHO:2026:13938

ECLI:NL:RBNHO:2026:13938

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 15/161624-24 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

CAT-zaak. Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in hennep. Ontnemingsbedrag van € 23.756,67.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/161624-24 (ontneming) (P)

Uitspraakdatum : 13 oktober 2026

vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie van 27 augustus 2026 strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (hierna: de vordering) in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

nu gedetineerd in [detentieadres] ,

(hierna te noemen: [veroordeelde] of de veroordeelde).

1. De vordering

De officier heeft bij vordering van 27 augustus 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat zal vaststellen op

€ 3.146.140,- en aan de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De officier van justitie baseert de vordering op de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is gedagvaard om op 29 september 2026 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank en op andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan (artikel 36e, tweede lid, Sr).

2. Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft de vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van de veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2026. Het onderzoek heeft op die dag plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsman mr. L.J.B.G. van [veroordeelde] , advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie. Vervolgens is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 13 oktober 2026.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 2.723.756,67.

Voor de berekening van het gevorderde bedrag heeft de officier van justitie verwezen naar de ontnemingsrapportage, waarbij de berekening, samengevat, als volgt is opgebouwd.

( i) Opbrengst tweemaandelijkse export van hennep gedurende tien jaar

De ontnemingsrapportage gaat er – op basis van chatberichten die aan de veroordeelde kunnen worden toegeschreven – vanuit dat de veroordeelde gedurende tien jaar maandelijks twee transporten van 50 stuks/kilo hennep (per transport) naar Engeland (Liverpool) heeft verzorgd met een winstmarge van € 200,- per stuk/kilo. Dat komt volgens de rapportage neer op een totale opbrengst van € 2.400.000,-.

( ii) Opbrengst handel 1.105 kilo hennep (feit 4)

Het tweede onderdeel van de berekening ziet op de opbrengst van het (in vereniging) bewerken, verwerken en aanwezig hebben van ongeveer 1.105 kilogram hennep in de periode 21 tot en met 30 januari 2021 in Nederland (feit 4 op de tenlastelegging in de strafzaak). De veroordeelde heeft, zo volgt uit chatberichten, een rol gespeeld bij het opnieuw verpakken, opslaan en verkopen van 1.105,7 kilogram hennep. De ontnemingsrapportage gaat, wederom op basis van chatberichten, uit van een vergoeding van € 200,- per kilo, zodat de totale opbrengst (€ 200,- x 1.105,7 =) € 221.140,- bedraagt.

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering op dit onderdeel naar beneden bijgesteld. Hij volgt daarin een – voor wat betreft de opbrengst voor de veroordeelde – alternatief aangedragen berekening van de veroordeelde zelf, te weten een bedrag van (€ 68.940,- + € 73.600,- =) € 142.540,-. Ook volgt de officier van justitie de veroordeelde in zijn stelling dat deze opbrengst moet worden gedeeld door zes mensen, waardoor het wederrechtelijk genoten voordeel van de veroordeelde volgens de officier van justitie op basis van dit onderdeel (feit 4) uitkomt op (€ 142.540,- / zes mensen =) € 23.756,67.

( iii) Opbrengst twee transporten cocaïne

Het derde onderdeel van de berekening gaat er – op basis van chatberichten die aan de veroordeelde kunnen worden toegeschreven – vanuit dat de veroordeelde in ieder geval twee keer (tenminste) 100 blokken cocaïne aan de hiervoor onder (i) genoemde afnemers in Engeland (Liverpool) heeft verkocht. Volgens de rapportage kan uit andere chatberichten worden afgeleid dat de veroordeelde een bedrag van € 1.500,- per blok kreeg, waarbij een blok een kilo cocaïne betreft. De rapportage gaat daarom uit van een totale opbrengst van (2 transporten x 100 blokken x € 1.500 =) € 300.000,-.

( iv) Opbrengst verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren 180 kg cocaïne (feit 2)

Het vierde onderdeel van de berekening in de ontnemingsrapportage ziet op de opbrengst van het, kort gezegd, verhandelen van 180 kilogram cocaïne (feit 2 op de tenlastelegging). De ontnemingsrapportage ging uit van een opbrengst van € 225.000,-, uitgaande van een verdienste van € 1.500,- per kilo en onder aftrek van een bedrag van € 45.000,- in verband met gemaakte kosten.

Ter zitting heeft de officier van justitie verzocht het wederrechtelijk voordeel op nihil te stellen, omdat uit het dossier niet blijkt de veroordeelde uit dit feit daadwerkelijk voordeel heeft verkregen.

4. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat zijn cliënt gedurende tien jaar maandelijks twee transporten van 50 stuks hennep heeft verzorgd en dat hij daarnaast twee keer 100 blokken cocaïne heeft verkocht.

De vordering dient op die onderdelen dan ook te worden afgewezen. Ten aanzien van onderdeel (ii) van de berekening (feit 4) heeft de raadsman betoogd dat voor wat betreft de opbrengst moet worden uitgegaan van het door zijn cliënt berekende bedrag van € 142.540,-. Daarvan moeten echter nog de kosten van drie maanden huur (te weten een bedrag van € 13.500,-) worden afgetrokken, waardoor de opbrengst uitkomt op € 129.040,-. Verder moet de opbrengst worden gedeeld door zes personen, waardoor het voordeel voor zijn cliënt uitkomt op (hooguit) € 21.506,67.

5. De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Grondslag van de vordering

Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar de vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat het een vordering betreft als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr.

Bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank van 13 oktober 2026 is [veroordeelde] veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van voorarrest. Daarbij is – voor zover voor de beoordeling van de (aangepaste) vordering van belang – bewezen verklaard dat:

feit 4

hij in de periode van 21 januari 2021 tot en met 30 januari 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd ongeveer 1105 kilogram hennep;

Daarnaast is [veroordeelde] veroordeeld voor, kort gezegd,:

- het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot het afleveren, verstrekken en vervoeren van 125 kilogram cocaïne in de periode van 21 februari 2020 tot en met 3 maart 2020;

- het in vereniging verhandelen van 180 kilogram cocaïne in de periode 21 augustus 2020 tot en met 1 september 2020;

- het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot het (ver)kopen van cocaïne en methamfetamine in de periode 20 oktober 2020 tot en met 19 januari 2021;

- het in vereniging uitvoeren van 30 kilogram hennep in de periode 26 februari 2021 tot en met 6 maart 2021 en

- het voorhanden hebben van vier wapens en munitie op 26 februari 2025.

Op grond van deze veroordeling kan ingevolge artikel 36e, tweede lid, Sr aan de veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van de in dat vonnis bewezenverklaarde strafbare feiten of andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is sprake van ‘voldoende aanwijzingen’ als buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de veroordeelde die andere strafbare feiten heeft gepleegd.

De ontnemingsrapportage

In deze zaak is een ontnemingsrapportage opgesteld door een verbalisant werkzaam bij de politie-eenheid Noord-Holland van 25 mei 2025 (ondertekend op 26 mei 2025), inhoudende een berekening van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: de ontnemingsrapportage). In de ontnemingsrapportage is verwezen naar stukken uit het dossier in de onderliggende strafzaak, waarover de rechtbank de volledige beschikking heeft gehad.

De beoordeling

Opbrengst handel 1.105 kilo hennep (feit 4)

De rechtbank is van oordeel dat naar aanleiding van de vordering en het onderzoek op de zitting vast is komen te staan dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de baten van het onder 4 in de strafzaak bewezen verklaarde feit, te weten het in vereniging verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of vervoeren van in totaal 1.105 kilo hennep in de periode van 21 januari 2021 tot en met 30 januari 2021. Dit voordeel moet hem worden ontnomen.

De rechtbank grondt dit oordeel op de inhoud van het (straf)dossier en het verhandelde op de zitting en komt tot de volgende berekening van het met dit feit behaalde voordeel.

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (feit 4)

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de berekening van een winstmarge per kilo hennep.

In de ontnemingsrapportage is uitgegaan van een vergoeding van € 200,- per kilo.

De veroordeelde heeft een op schrift gestelde alternatieve vergoeding en berekening aangedragen. Deze berekening is door de veroordeelde gebaseerd op in zijn aantekeningen opgenomen chatberichten die door hem van een nadere toelichting zijn voorzien, en welke berichten (inmiddels) deel uitmaken van het procesdossier. De berekening is, op de aftrek van kosten na, ook door de officier van justitie tot uitgangspunt genomen en heeft geleid tot bijstelling van diens vordering. Volgens de veroordeelde betrof 25 kilo geen hennep maar hennepstof, zodat het totaal aantal kilogram hennep uitkwam op (1.105,7 – 25 =) 1080,7 kilogram. Van dit aantal betrof de winstmarge € 200,- met betrekking tot 344,7 kilo, dus (€ 200,- x 344,7 =) € 68.940,- aan opbrengst. Van 736 kilo betrof de winstmarge maar € 100,-, dus (€ 100- x 736=) € 73.600 aan opbrengst. De totale opbrengst komt daarmee uit op (€ 68.940,- + € 73.600,- =) € 142.540,-. De rechtbank zal hiervan uitgaan, aangezien daarvoor aanknopingspunten te vinden zijn in de op dit feit betrekking hebbende chatberichten en andere meer objectieve aanknopingspunten voor de berekening van de opbrengst ontbreken.

Anders dan namens de veroordeelde is betoogd, zal de rechtbank geen rekening houden met aftrek van huurkosten. Deze kosten zijn in het geheel niet onderbouwd of op een andere manier concreet gemaakt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding deze kosten in mindering te brengen.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel komt daarmee uit op € 142.540,- . In navolging van de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat in totaal zes personen van het uit dit feit verkregen voordeel hebben geprofiteerd. Dit volgt immers uit het in de aantekeningen van de veroordeelde opgenomen chatbericht van 27 januari 2021 waarin wordt gesproken over zes personen die aan de klus werken. Het door de veroordeelde genoten wederrechtelijk verkregen voordeel schat de rechtbank dus op € 23.756,67.

Wederrechtelijk verkregen voordeel uit andere strafbare feiten (artikel 36e, tweede lid, Sr)?

- Opbrengst tweemaandelijkse export van 50 kilo hennep per transport gedurende tien jaar

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde gedurende tien jaar maandelijks twee transporten van 50 stuks hennep (naar Engeland) heeft verzorgd. Die aanwijzingen zijn gebaseerd op een chatbericht van 4 mei 2020 waarin de veroordeelde het volgende heeft geschreven: “Ik ken 3 Liverpool gasten. Ik heb jaren (wel 10) takken met ze gedaan. Ik kreeg altijd geld van ze gestuurd en stuurde dan 50-100 takken op. Twee x per maand. Ook heb ik een aantal keren grote hoeveelheden blokken aan ze verkocht (100+).”. Op basis van dit bericht gaat de officier van justitie uit van twee transporten van 50 kilo hennep (‘takken’) per maand in de periode mei 2010 tot mei 2020.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het enkele chatbericht van 4 mei 2020 niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de veroordeelde gedurende tien jaren daadwerkelijk iedere maand twee transporten van steeds (minimaal) 50 kilo hennep (vermoedelijk naar Engeland) heeft verzorgd. Het gaat om een door de veroordeelde verstuurd bericht dat, als het gaat om de frequentie en hoeveelheden, verder geen steun vindt in andere berichten. De officier van justitie heeft in dit verband nog verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2025. Uit dit proces-verbaal blijkt dat de veroordeelde meerdere chatberichten heeft verstuurd die volgens de officier van justitie duiden op een langere periode van handel in verdovende middelen. In die berichten wordt weliswaar herhaaldelijk gesproken over een periode van 10 jaar waarin de veroordeelde zaken zou doen, maar deze berichten zijn steeds uit dezelfde bron afkomstig (te weten: de veroordeelde) en in die berichten wordt ook niet duidelijk wat “die zaken” dan precies inhouden. Zonder nadere context en duiding leveren ook die berichten onvoldoende aanwijzing op voor de concreet gestelde tweemaandelijkse transporten van 50 kilo per transport. Voor zover de officier van justitie heeft gewezen op het feit dat de veroordeelde antecedenten heeft op het gebied van de Opiumwet en op foto’s van de veroordeelde waarop hij te zien is met hennepplanten, vallen deze hoofdzakelijk buiten de periode waarop de berekening betrekking heeft en ziet de rechtbank daarin evenmin voldoende aanwijzingen. De rechtbank overweegt afsluitend het volgende. Gelet op alle feiten en omstandigheden in deze zaak, waaronder het veroordelend vonnis, acht de rechtbank op zich aannemelijk dat de veroordeelde voordeel heeft genoten uit de handel in hennep. De schatting van de hoogte van dat voordeel kan evenwel niet worden gebaseerd op één bericht. De rechtbank zal dit onderdeel van de vordering afwijzen.

- Opbrengst twee transporten cocaïne

Volgens de officier van justitie is aannemelijk dat de veroordeelde twee transporten van elk 100 blokken, ofwel 100 kilo cocaïne naar Engeland heeft verzorgd en daaruit wederrechtelijk voordeel (€ 1.500,- per blok/kilo) heeft genoten. Dit onderdeel van de vordering is door de officier van justitie gebaseerd op het hiervoor al genoemde chatbericht van 4 mei 2020, waarin de veroordeelde het volgende heeft geschreven: “Ik heb jaren (wel 10) takken met ze gedaan. Ik kreeg altijd geld van ze gestuurd en stuurde dan 50-100 takken op. Twee x per maand. Ook heb ik een aantal keren grote hoeveelheden blokken aan ze verkocht (100+).”. De opbrengst van € 1.500,- per kilo is gebaseerd op een chatbericht van 6 februari 2020, waarin door de veroordeelde wordt gesproken over een regeling uit het verleden van 1500 per blok. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van deze twee berichten, op verschillende momenten verstuurd, zonder nadere context en duiding, niet buiten redelijke twijfel kan worden aangenomen dat de veroordeelde deze feiten heeft begaan en daaruit voordeel heeft verkregen. De rechtbank zal dit onderdeel van de vordering daarom afwijzen.

Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel

Op grond van wat hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat het door de veroordeelde wederrechtelijk genoten voordeel moet worden geschat op € 23.756,67, zijnde het voordeel dat de veroordeelde door middel van of uit de baten van het in de strafzaak onder 4 bewezen verklaarde feit (kort gezegd de handel in 1.105 kilogram hennep) heeft verkregen.

6. Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde nu en in de toekomst over onvoldoende financiële draagkracht zal beschikken om aan een hem op te leggen betalingsverplichting te voldoen. Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden, op grond waarvan het door de veroordeelde te betalen bedrag lager zou moeten worden vastgesteld dan op het bedrag van het geschatte voordeel.

De rechtbank stelt (ambtshalve) vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in dit geval is overschreden.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling van de ontnemingszaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen aangezien de veroordeelde in verband met de gelijktijdig behandelde strafzaak in voorlopige hechtenis verkeert, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank doen zich zodanige bijzondere omstandigheden niet voor. De op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is in de onderhavige ontnemingszaak aangevangen op 17 februari 2025, toen de rechter-commissaris een machtiging tot het leggen van conservatoir beslag heeft verleend. Nu de rechtbank op 13 oktober 2026 vonnis in de ontnemingszaak wijst, is de redelijke termijn met bijna vier maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is tot matiging van het bedrag van het geschatte voordeel, nu er met de overschrijding van de redelijke termijn al in toereikende mate rekening is gehouden in het gewezen vonnis in de strafzaak. De rechtbank volstaat daarom met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde vaststellen op een bedrag van € 23.756,67 en de rechtbank zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

De rechtbank bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 237 dagen.

7. Toepasselijke wettelijke bepaling

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.

8. Beslissing

De rechtbank:

wijst de vordering gedeeltelijk toe;

stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op € 23.756,67 (drieëntwintigduizend zevenhonderdzesenvijftig euro en zevenenzestig cent);

legt aan de veroordeelde, [veroordeelde], de verplichting op tot betaling aan de Staat van € 23.756,67 (drieëntwintigduizend zevenhonderdzesenvijftig euro en zevenenzestig cent) ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel;

wijst de vordering voor het overige af;

bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 237 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.K. Korteweg, voorzitter,

mr. M. Hoendervoogt en mr. S.H. Bouwers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.E.H. de Koning

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.K. Korteweg
  • mr. M. Hoendervoogt
  • mr. S.H. Bouwers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand