ECLI:NL:RBNHO:2026:13995

ECLI:NL:RBNHO:2026:13995

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 15/392834-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Medeplegen van drie diefstallen met geweld, gepaard met wederrechtelijke vrijheidsberoving, en eenmaal medeplichtigheid aan diefstal met geweld. Feiten gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Verdachte was ten tijde van 1 feit minderjarig. Berechting volgens het sanctiestelsel voor volwassenen. Oplegging gevangenisstraf van 300 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 255 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een (onvoorwaardelijke) taakstraf van 240 uren. Vorderingen benadeelde partijen deels (hoofdelijk) toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Haarlem

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/392834-24

Uitspraakdatum: 12 oktober 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 22 en 28 september 2026 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

[de OvJ] .

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat hij zich – samengevat – schuldig heeft gemaakt aan:

Feit 1

medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld van [de benadeelde partij 1] in de periode van

27 tot 28 oktober 2024 in Andijk;

Feit 2

medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [de benadeelde partij 1] in de periode van

27 tot 28 oktober 2024 in Andijk;

Feit 3

medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld van [de benadeelde partij 2] in de periode van

27 tot 28 oktober 2024 in Andijk;

Feit 4

medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [de benadeelde partij 2] in de periode van

27 tot 28 oktober 2024 in Andijk;

Feit 5

medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld van [de benadeelde partij 3] in de periode van

20 tot 21 juli 2024 in Andijk;

Feit 6

medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [de benadeelde partij 3] in de periode van

20 tot 21 juli 2024 in Andijk;

Feit 7

Primair

medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld van [de benadeelde partij 4] op 16 maart 2024 in Bovenkarspel.

Subsidiair

medeplichtigheid aan diefstal met (bedreiging met) geweld van [de benadeelde partij 4] op 16 maart 2024 in Bovenkarspel.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 7 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 6 en 7 subsidiair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft zij gevorderd de verdachte partieel vrij te spreken van de gedachtestreepjes die zien op het gebruik van (een) vuurwapen(s) en mes(sen). Verder heeft zij gevorderd om ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit de verdachte partieel vrij te spreken van het schoppen van aangever [de benadeelde partij 1] en ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit de verdachte partieel vrij te spreken van de diefstal van de schoenen van aangever [de benadeelde partij 3] .

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft ook verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 7 primair ten laste gelegde feit. Ten aanzien van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft zij ook verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de gedachtestreepjes die zien op het gebruik van (een) vuurwapen(s) en mes(sen). Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak feiten 1 tot en met 4

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 tot en met 4 opgenomen gedachtestreepjes die zien op het gebruik en tonen van (een) vuurwapen(s) en (een) mes(sen), niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Hiervoor is redengevend dat aangevers [de benadeelde partij 1] en [de benadeelde partij 2] weliswaar hebben verklaard dat bij de tenlastegelegde feiten (een) vuurwapen(s) danwel (een) mes(sen) is/zijn getoond danwel gebruikt is/zijn, maar dit verder geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier.

Vrijspraak feit 7 primair Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 7 primair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank dat op grond van het dossier en wat op de zitting is besproken slechts kan worden vastgesteld dat de verdachte op enige afstand van het incident, op de uitkijk heeft gestaan. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte enige uitvoeringshandeling heeft verricht of dat zijn materiële en/of intellectuele bijdrage aan het feit van voldoende gewicht is geweest om een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten aan te kunnen nemen voor de ten laste gelegde diefstal met (bedreiging met) geweld.

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 6 en 7 subsidiair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 6 en 7 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1

hij in de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag, een telefoon, een portemonnee, ID-kaart, bankpassen en autosleutel, die aan [de benadeelde partij 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 1] af te rennen en

- die [de benadeelde partij 1] (met kracht) te slaan en

- die [de benadeelde partij 1] meermaals (met kracht) te schoppen en

- met een knie op de schouder van die [de benadeelde partij 1] te drukken, terwijl die [de benadeelde partij 1] op de grond lag en

- die [de benadeelde partij 1] met ducttape vast te binden;

Feit 2

hij in de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [de benadeelde partij 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- die [de benadeelde partij 1] te dwingen op een bankje te gaan zitten, en

- de handen van die [de benadeelde partij 1] met ducttape aan elkaar vast te binden, en

- bij die [de benadeelde partij 1] te blijven zitten zodat hij niet kon vertrekken, en

- die [de benadeelde partij 1] te dwingen plaats te nemen achterin zijn eigen auto en vervolgens te gaan rondrijden;

Feit 3

hij in de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag, een telefoon, een portemonnee, een rijbewijs, een zonnebril en autosleutel, die aan [de benadeelde partij 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 2] af te rennen en

- met meerdere personen te wachten tot die [de benadeelde partij 2] het water uit kwam en

- die [de benadeelde partij 2] vast te pakken en

- tegen die [de benadeelde partij 2] te zeggen dat als hij zou meewerken er niets zou gebeuren en

- die [de benadeelde partij 2] met ducttape aan een bankje vast te binden.

Feit 4

hij in de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [de benadeelde partij 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en

beroofd gehouden, door

- die [de benadeelde partij 2] vast te pakken en naar een bankje te brengen, en

- die [de benadeelde partij 2] zijn handen met ducttape aan voornoemd bankje vast te maken, en

- die [de benadeelde partij 2] zijn enkels met ducttape aan elkaar vast te binden, en

- bij die [de benadeelde partij 2] te blijven zitten zodat hij niet kon weg kon gaan, en

- die [de benadeelde partij 2] plaats te laten nemen achterin zijn eigen auto.

Feit 5

hij in de periode van 20 tot 21 juli 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, schoenen en een telefoon, die aan [de benadeelde partij 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 3] af te rennen en

- die [de benadeelde partij 3] meermaals te slaan, en

- die [de benadeelde partij 3] meermaals te schoppen, en

- aan die [de benadeelde partij 3] te hangen en hem naar de grond te werken, en

- ducttape op de mond van die [de benadeelde partij 3] te plakken, en

- de handen van die [de benadeelde partij 3] met ducttape achter zijn rug vast te binden;

Feit 6

hij in de periode van 20 tot 21 juli 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [de benadeelde partij 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- die [de benadeelde partij 3] zijn handen met ducttape achter zijn rug vast te binden en

- die [de benadeelde partij 3] zijn schoenen uit te trekken en

- die [de benadeelde partij 3] vast te pakken en naar een bankje te brengen, en

- bij die [de benadeelde partij 3] te blijven zitten en/of staan zodat hij niet kon weg kon gaan;

Feit 7

Subsidiair [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en [de medeverdachte 3] op 16 maart 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, tezamen en in vereniging, een Samsung telefoon en een geldbedrag van € 100,-, die aan [de benadeelde partij 4] , toebehoorden hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [de benadeelde partij 4] meermaals te slaan, en- die [de benadeelde partij 4] meermaals te schoppen, en- plakband op de mond van die [de benadeelde partij 4] te plakken, en- die [de benadeelde partij 4] vast te pakken bij zijn armen en benen, en- die [de benadeelde partij 4] vervolgens naar een andere plek (proberen) te slepen

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 maart 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, opzettelijk behulpzaam is geweest, door op de uitkijk te staan en omstanders weg te sturen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens wat op de zitting is besproken is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feiten 1 en 2, de eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd

houden;

Feiten 3 en 4, de eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd

houden;

Feiten 5 en 6, de eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd

houden;

Feit 7

Subsidiair

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht om, ondanks het advies van de Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) om het volwassenenstrafrecht toe te passen, over te gaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht, gelet op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) in het e-mailbericht van 21 september 2026 en het voorlichtingsrapport van Forensisch Maatwerk van 10 maart 2025. Daartoe wordt gewezen op de volgende feiten en omstandigheden: de verdachte was ten tijde van het plegen van één van de ten laste gelegde feiten (feit 7 subsidiair) 17 jaar oud, er is geen sprake van een vast patroon van crimineel gedrag, er was ten tijde van het plegen van de feiten sprake van beïnvloedbaarheid en groepsdruk, de verdachte leek onvoldoende doordrongen van de gevolgen van zijn handelen (mede door zijn ontwikkelingsfase), de verdachte volgt een opleiding en de verdachte toont spijt, inzicht en responsiviteit.

Verder heeft de raadsvrouw van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat voor wat betreft de feiten 1 en 2, de feiten 3 en 4 en de feiten 5 en 6 telkens sprake is van eendaadse samenloop en dat hiermee rekening moet worden gehouden bij de strafoplegging.

Gelet op het voorgaande, heeft de raadsvrouw van de verdachte verzocht om geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf op te leggen die langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Inleiding

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en . de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het plegen van diefstallen met (bedreiging met) geweld (dan wel medeplichtigheid hieraan) en wederrechtelijke vrijheidsberovingen, gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Zij maakten via een sekssite of sociale media contact met drie slachtoffers waarbij de verdachten zich voordeden als een jonge vrouw en in die hoedanigheid drie van de slachtoffers ’s avonds laat naar een afgelegen plek lokten. Daar werden de slachtoffers opgewacht door een groep van drie of vier jongens met gezichtsbedekking door wie zij onder andere werden geslagen, geschopt en/of met ducttape werden vastgebonden. De slachtoffers zijn beroofd van hun persoonlijke eigendommen en met (bedreiging van) geweld gedwongen om op de afgesproken plek te blijven, terwijl de verdachten probeerden persoonlijke gegevens en/of geld afhandig te maken. Daarnaast is een vierde slachtoffer als gevolg van een vergissing slachtoffer van diefstal met (bedreiging met) geweld geworden, gepleegd door de verdachte samen met anderen. Dit slachtoffer was per toeval op de afgesproken plek en de verdachten dachten dat hij degene was met wie zij een afspraak hadden gemaakt.

Het spreekt voor zich dat dit een bijzonder angstige ervaring moet zijn geweest voor de slachtoffers. Dit blijkt ook uit de in de verzoeken tot schadevergoeding beschreven impact en gevolgen voor de slachtoffers, zowel lichamelijk als mentaal. Een van de slachtoffers was zo bang op het moment dat de verdachten met gezichtsbedekking op hem af kwamen, dat hij uit angst in het water is gesprongen. Een ander slachtoffer heeft uit angst in zijn broek geplast. De verdachte heeft met zijn handelen dan ook ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en hun gevoel van veiligheid. Daarnaast heeft de verdachte geen respect getoond voor andermans eigendommen. De verdachte heeft zich daarbij niet bekommerd over het welzijn van de slachtoffers en eventuele omstanders en heeft (kennelijk) zijn drang naar geldelijk gewin en behoefte om “erbij te horen”, laten prevaleren. De rechtbank rekent verdachte dit aan.

De rechtbank leidt verder uit het dossier af dat de verdachte onderdeel van de groep was voor wat betreft de feitelijke uitvoering. De verdachte was telkens ter plaatse, waarbij alle jongens, en dus ook de verdachte, de gezichten hadden bedekt, en hij heeft zelf ook geweld gebruikt. Daarnaast was het de verdachte die met meerdere slachtoffers het initiële contact heeft gelegd en hen naar de afgesproken plek heeft gelokt. De verdachte had daarmee dan ook een grote rol bij de tenlastegelegde feiten.

De rechtbank merkt tot slot nog op dat voor zover de verdachte handelde uit een moreel oordeel over het gedrag van de slachtoffers, duidelijk moet zijn dat dit geen enkele rechtvaardiging is voor wat hij heeft gedaan. In een rechtsstaat is het aan de politie onder leiding van het Openbaar Ministerie om strafbare feiten op te sporen en ligt de beoordeling hiervan in handen van de onafhankelijke rechter. Alleen op die manier kunnen burgers worden beschermd tegen willekeur en wordt voor een ieder het recht op een eerlijk proces en beoordeling van hun zaak door de onafhankelijke rechter gewaarborgd. Eigenrichting ondermijnt onze rechtsstaat en levert een ernstig gevaar op voor de veiligheid in onze maatschappij.

De persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) van

26 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 18 september 2026 van [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad, met betrekking tot diefstal met geweld op 27 oktober 2024 in Andijk (de rechtbank begrijpt: de feiten 1 tot en met 4);

- het e-mailbericht van [de kernfunctionaris] , als kernfunctionaris verbonden aan de Raad, van 21 september 2026;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 30 april 2026 van

[de vertegenwoordiger van de reclassering] , namens de reclassering;

- het e-mailbericht van [de vertegenwoordiger van de reclassering] , namens de reclassering, ontvangen door de rechtbank op 27 augustus 2026.

De Raad adviseert de verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, en daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf. De Raad heeft via het aanvullende e-mailbericht toegevoegd dat zij geadviseerd hebben over één feit, dat is gepleegd toen de verdachte nog minderjarig was en geen redenen hebben gezien om daarbij af te wijken van het jeugdstrafrecht. De Raad schat de kans op herhaling in als laag en acht toezicht en begeleiding van de reclassering niet meer nodig. De verdachte functioneert zowel thuis als op school en in zijn vrije tijd goed.

De reclassering schat het recidiverisico ook in als laag. De reclassering adviseert de oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat interventies of toezicht niet nodig (meer) zijn. De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen, omdat geen signalen zijn dat de verdachte functioneert op licht verstandelijk beperkt niveau en geen interventies of maatregelen geïndiceerd zijn die enkel via het jeugdstrafrecht beschikbaar zijn. Daarnaast lijkt de verdachte voldoende in staat om zijn eigen gedrag te organiseren en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn functioneren.

Het toe te passen sanctiestelsel

De verdachte was ten tijde van het plegen van het onder 7 subsidiair bewezen verklaarde feit 17 jaar en 11 maanden oud en dus nog net minderjarig. Ten tijde van het plegen van de overige bewezen verklaarde feiten was hij achttien jaar oud. Op grond van artikel 495, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering is de rechtbank, als meervoudige jeugdstrafkamer, bevoegd om kennis te nemen van feiten voor- en nadat de verdachte de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Bij de strafoplegging moet de rechtbank één sanctiestelsel toepassen, waarbij de hoofdregel, gelet op de wetsgeschiedenis, is dat berechting plaatsvindt volgens het sanctiestelsel voor volwassenen. Conform het vijfde lid van dit wetsartikel kan de rechtbank het sanctiestelsel voor jeugdigen toepassen, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De verdachte is weliswaar thuiswonend en volgt een opleiding, maar de rechtbank ziet, mede gelet op het advies van de reclassering, geen aanleiding in dit geval af te wijken van de hoofdregel. De rechtbank neemt ook in aanmerking dat – anders dan is bepleit door de raadsvrouw van de verdachte – niet is gebleken dat de verdachte onder druk is gezet of zodanig beïnvloedbaar was dat hij niet anders kon dan overgaan tot het plegen van de feiten. Zo blijkt dit niet uit de telefoongesprekken die zich in het dossier bevinden, sterker nog, daar komt een tegenovergesteld beeld naar voren. De rechtbank ziet wel aanleiding om bij het bepalen van de op te leggen straf, rekening te houden met de overige door de raadsvrouw aangevoerde omstandigheden die zien op de persoon van de verdachte en omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd.

De op te leggen straffen

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder de verdachte dit heeft begaan, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De eis van de officier is in lijn met dit uitgangspunt. De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om hiervan af te wijken gelet op het volgende.

De verdachte heeft in totaal 45 dagen in voorarrest doorgebracht. Daarna is zijn voorlopige hechtenis met ingang van [datum] onder voorwaarden (met onder andere reclasseringstoezicht en een locatieverbod en -gebod met daarop elektronische monitoring) geschorst. De verdachte heeft zich tot op heden goed aan deze voorwaarden gehouden en een positieve ontwikkeling doorgemaakt, die zal worden doorbroken als hij weer terug naar de gevangenis moet. Hier houdt de rechtbank rekening mee. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en met de straffen die in de zaken van de medeverdachten zijn opgelegd. Voor de rechtbank is met name van belang dat de verdachte samen met de drie medeverdachten één dadergroep vormde, zij allemaal rond de achttien jaar oud waren bij het plegen van de feiten en niet eerder voor een strafbaar feit zijn veroordeeld Daarnaast gaat het om oude feiten. Gelet op de rapportages en de daarin geschetste persoonlijkheden van de verdachte en de medeverdachte, zoals die ook ter zitting is gebleken, komt het de rechtbank voor dat de verdachte en zijn medeverdachten een grote fout gemaakt hebben die een passende maar tegelijkertijd redelijke sanctie verdient. Een (gevangenis)straf die ertoe leidt dat de verdachte (direct en voor langere tijd) terug moet naar de gevangenis, acht de rechtbank in het geval van de verdachte hiermee niet in lijn. Gelet op het voorgaande wijkt de rechtbank af van de eis van de officier justitie in de zin dat een lagere en deels voorwaardelijke gevangenisstraf die ertoe leidt dat de verdachte niet (direct) terug hoeft naar detentie, in het geval van de verdachte passend wordt geacht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 255 dagen voorwaardelijk, moet worden opgelegd. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van één jaar, om de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. De proeftijd wordt bepaald op één jaar (en niet de gebruikelijke twee jaar) gelet op de lange periode van schorsing en de daarbij gestelde strakke voorwaarden.

De rechtbank is van oordeel dat daarnaast een forse onvoorwaardelijke taakstraf op zijn plaats is, om recht te doen aan de ernst van het bewezenverklaarde. Daarom zal aan de verdachte ook een taakstraf voor de duur van 240 uren (subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis) worden opgelegd.

7. Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 2] (feiten 3 en 4)

De vordering

De benadeelde partij [de benadeelde partij 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.720,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit een (gestolen) zonnebril (€ 50,-), een nieuw rijbewijs (€ 50,-), daarvoor benodigde pasfoto’s (€ 20,-) en het gestolen geldbedrag (€ 1.500,-). De gestelde immateriële schade bestaat uit psychisch letsel

(€ 3.100,-).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding met betrekking tot het gestolen geldbedrag (€ 1.500,-) en de immateriële schade (€ 3.100,-) moet worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid wordt bepaald, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht het bedrag aan immateriële schade te matigen tot € 100,-, gelet op de onderbouwing van de vordering. Verder is zij het eens met het standpunt van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade bestaande uit het gestolen geldbedrag

(€ 1.500,-) rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 bewezen verklaarde feit. Deze is daarom voor toewijzing vatbaar.

Gelet op artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij is gebaseerd op deze laatste grondslag. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. In beginsel moet degene die zich hierop beroept de aantasting in de persoon met concrete gegevens onderbouwen. In bepaalde gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending echter meebrengen dat relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen.

Er is in deze zaak sprake van een diefstal met geweld en vrijheidsberoving van een aantal uren,, waarbij de benadeelde partij ’s avonds laat, op een afgelegen donkere plek, is vastgepakt en met ducttape is vastgebonden. De verdachte en zijn medeverdachten hadden allen gezichtsbedekking op. Uit angst is de benadeelde partij in het water gesprongen.

Gelet op het voorgaande, brengen de aard en ernst van de normschending naar het oordeel van de rechtbank in dit geval met zich dat de nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat de aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. Bij het bepalen van de hoogte van de schade neemt de rechtbank de Rotterdamse Schaal (een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen) als uitgangspunt. De rechtbank zal aansluiting zoeken bij de bandbreedte die in de Rotterdamse Schaal is opgenomen voor persoonsaantastingen bij bedreigende situaties (in gevallen van diefstal en/of afpersing waarbij geweld wordt gebruikt jegens de benadeelde of daarmee wordt gedreigd). De rechtbank zoekt aansluiting bij categorie b (ernstig) met een bandbreedte tot

€ 3.000,-. Gelet op de ernst van het handelen van de verdachte en zijn mededaders en de (voor de hand liggende) gevolgen die dat voor de benadeelde partij heeft gehad in het licht van de Rotterdamse schaal, acht de rechtbank toewijzing van een bedrag van € 1.500,- billijk.

De vordering zal daarom tot een bedrag van € 3.000,- worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overige onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in die delen van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan deze delen van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3 en 4 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: het medeplegen van diefstal met geweld en het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving] aanleiding voor de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 3] (feiten 5 en 6)

De vordering

De benadeelde partij [de benadeelde partij 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.927,99 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit een (gestolen) iPhone 13 (€ 599,-) en aangeschafte beveiligingscamera’s (€ 328,99). De gestelde immateriële schade bestaat uit zowel lichamelijk als psychisch letsel (€ 5.000,-).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding geheel toewijsbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum. Daarbij heeft zij gevorderd de hoofdelijke aansprakelijkheid te bepalen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht de hoogte van de immateriële schade te matigen. Voor het overige heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit de onder 5 en 6 bewezen verklaarde feiten en daarom voor toewijzing vatbaar is. Bij het bepalen van de hoogte van de geleden schade houdt de rechtbank met betrekking tot de iPhone 13 rekening met afschrijving. Op grond van de onderbouwing van de vordering stelt de rechtbank vast dat de iPhone 13 op 6 november 2021 is aangeschaft voor € 1.056,-. Volgens de afschrijvingslijst van de Consumentenbond wordt voor mobiele telefoons een afschrijving van 33% per jaar gehanteerd. De rechtbank stelt de dagwaarde gelet daarop vast op € 115,11. De materiële schade is daarom toewijsbaar tot een totaalbedrag van € 444,10 (iPhone 13 en beveiligingscamera’s).

Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, waardoor een wettelijke grondslag bestaat voor de vordering van de benadeelde partij en ook andere – niet als lichamelijk letsel te kwalificeren – gevolgen mogen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.

Bij het bepalen van de hoogte van de schade neemt de rechtbank de Rotterdamse Schaal ( en categorie b (ernstig) met een bandbreedte tot € 3.000,- als uitgangspunt. Gelet hierop en op de ernst van het handelen van de verdachte en zijn mededaders en de gevolgen die dat voor de benadeelde partij heeft gehad, acht de rechtbank toewijzing van een bedrag van € 1.500,- billijk.

De vordering zal daarom tot een bedrag van € 1.944,10 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overige onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in die delen van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan deze delen van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 5 en 6 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: het medeplegen van diefstal met geweld en het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving] aanleiding voor de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 4] (feit 7)

De benadeelde partij [de benadeelde partij 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.861,63 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit het gestolen geldbedrag (€ 100,-), kosten van het eigen risico van de zorgverzekering (€ 363,52), een mobiele telefoon (€ 368,-), een bril (€ 320,-), een bodywarmer (€ 74,90) en reiskosten (€ 35,21). De gestelde immateriële schade bestaat uit zowel lichamelijk als psychisch letsel (€ 1.600,-).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding geheel toewijsbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum. Daarbij heeft zij gevorderd de hoofdelijke aansprakelijkheid te bepalen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, omdat geen causaal verband tussen de schade en het handelen van de verdachte bestaat.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte als medeplichtige mede verantwoordelijk kan worden gehouden voor de door de benadeelde partij geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade bestaande uit het gestolen geldbedrag (€ 100,-), de kosten van het eigen risico van de zorgverzekering (€ 363,52) en een mobiele telefoon (€ 368,-) rechtstreeks voortvloeien uit het onder 7 subsidiair bewezen verklaarde feit en voldoende zijn onderbouwd. Deze schadeposten zijn daarom voor toewijzing vatbaar. Ook acht de rechtbank de vordering tot vergoeding van de bril toewijsbaar voor een bedrag van € 106,67 (te weten het totaalbedrag van de factuur van € 320,- gedeeld door de drie brillen op de factuur). De materiële schade is daarom toewijsbaar tot een totaalbedrag van € 938,19.

Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, waardoor een wettelijke grondslag bestaat voor de vordering van de benadeelde partij en ook andere – niet als lichamelijk letsel te kwalificeren – gevolgen mogen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting, komt de rechtbank vergoeding van de gestelde immateriële schade van € 1.600,- billijk voor.

De vordering zal daarom tot een bedrag van € 2.538,19 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overige onvoldoende onderbouwd. Zo is niet onderbouwd dat bodywarmer is beschadigd doordat deze is weggegooid door de benadeelde partij. Verder is niet onderbouwd op welke reis (met reisdatum) de post reiskosten ziet. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in de overige delen van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan deze delen van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 7 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplichtigheid aan diefstal met geweld] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 48, 49, 55, 57282, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 7 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 6 en 7 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 tot en met 6 en 7 subsidiair bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 255 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op één jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 240 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit € 1.500,- als vergoeding voor de materiële en € 1.500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 1.944,10 bestaande uit € 444,10 als vergoeding voor de materiële en € 1.500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.944,10 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 2.538,19, bestaande uit € 938,19 als vergoeding voor de materiële en € 1.600,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.538,19, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Voorlopige hechtenis

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Mireku, voorzitter,

mr. S. Ok en mr. J. Lintjer, rechters, allen tevens kinderrechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.C.W. Coesel,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2026.

Bijlage 1

De tenlastelegging

Feit 1 hij in of omstreeks de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, een telefoon, een portemonnee, ID-kaart, bankpassen en/ofautosleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 1] af te rennen en/of- die [de benadeelde partij 1] meermaals (met kracht) te slaan en/of- die [de benadeelde partij 1] meermaals (met kracht) te schoppen en/of- met een knie op de schouder van die [de benadeelde partij 1] te drukken, terwijl die [de benadeelde partij 1] op de grond lag en/of- aan die [de benadeelde partij 1] vuurwapen(s), althans op vuurwapen gelijkende voorwerpen, te tonen en op die [de benadeelde partij 1] te richten, en/of- aan die [de benadeelde partij 1] mes(sen) te tonen en de punten van deze messen in zijn rug te drukken, en/of- die [de benadeelde partij 1] met ducttape vast te binden;

Feit 2 hij in of omstreeks de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [de benadeelde partij 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [de benadeelde partij 1] te dwingen, onder bedreiging van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op een bankje te gaan zitten, en/of- de handen van die [de benadeelde partij 1] met ducttape aan elkaar vast te binden, en/of- bij die [de benadeelde partij 1] te blijven zitten zodat hij niet kon vertrekken, en/of- die [de benadeelde partij 1] te dwingen plaats te nemen achterin zijn eigen auto en vervolgens te gaan rondrijden;

Feit 3 hij in of omstreeks de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, een telefoon, een portemonnee, een rijbewijs, een zonnebril en/of autosleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 2] af te rennen en/of - met meerdere personen te wachten tot die [de benadeelde partij 2] het water uit kwam en/of- die [de benadeelde partij 2] vast te pakken en/of- tegen die [de benadeelde partij 2] te zeggen dat als hij zou meewerken er niets zou gebeuren en/of- die [de benadeelde partij 2] met ducttape aan een bankje vast te binden, en/of- aan die [de benadeelde partij 2] een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen;

Feit 4 hij in of omstreeks de periode van 27 tot 28 oktober 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [de benadeelde partij 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/ofberoofd gehouden, door- die [de benadeelde partij 2] vast te pakken en naar een bankje te brengen, en/of- die [de benadeelde partij 2] zijn handen met ducttape aan voornoemd bankje vast te maken, en/of- die [de benadeelde partij 2] zijn enkels met ducttape aan elkaar vast te binden, en/of- bij die [de benadeelde partij 2] te blijven zitten zodat hij niet kon weg kon gaan, en/of- die [de benadeelde partij 2] plaats te laten nemen achterin zijn eigen auto en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [de benadeelde partij 2] te richten;

Feit 5 hij in of omstreeks de periode van 20 tot 21 juli 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, schoenen en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met gezichtsbedekking op die [de benadeelde partij 3] af te rennen en/of- die [de benadeelde partij 3] meermaals te slaan, en/of- die [de benadeelde partij 3] meermaals te schoppen, en/of- aan die [de benadeelde partij 3] te hangen en hem naar de grond te werken, en/of- ducttape op de mond van die [de benadeelde partij 3] te plakken, en/of- de handen van die [de benadeelde partij 3] met ducttape achter zijn rug vast te binden;

Feit 6 hij in of omstreeks de periode van 20 tot 21 juli 2024 te Andijk, gemeente Medemblik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [de benadeelde partij 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [de benadeelde partij 3] zijn handen met ducttape achter zijn rug vast te binden en/of- die [de benadeelde partij 3] zijn schoenen uit te trekken en/of- die [de benadeelde partij 3] vast te pakken en naar een bankje te brengen, en/of- bij die [de benadeelde partij 3] te blijven zitten en/of staan zodat hij niet kon weg kon gaan;

Feit 7 Primair hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Samsung telefoon en/of een geldbedrag van 100,-, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijfhetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [de benadeelde partij 4] meermaals te slaan, en/of- die [de benadeelde partij 4] meermaals te schoppen, en/of- plakband op de mond van die [de benadeelde partij 4] te plakken, en/of- die [de benadeelde partij 4] vast te pakken bij zijn armen en benen, en/of- die [de benadeelde partij 4] vervolgens naar een andere plek (proberen) te slepen;

Subsidiair [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 3] op of omstreeks 16 maart 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een Samsung telefoon en/of eengeldbedrag van 100,-, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [de benadeelde partij 4] meermaals te slaan, en/of- die [de benadeelde partij 4] meermaals te schoppen, en/of- plakband op de mond van die [de benadeelde partij 4] te plakken, en/of- die [de benadeelde partij 4] vast te pakken bij zijn armen en benen, en/of- die [de benadeelde partij 4] vervolgens naar een andere plek (proberen) te slepen

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan en/of omstanders weg te sturen;

Bijlage 2

De bewijsmiddelen

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand