ECLI:NL:RBNHO:2026:14274

ECLI:NL:RBNHO:2026:14274

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer HAA 25/5410
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Beroep ongegrond. Last onder dwangsom vanwege overtreding van de Apv. De last houdt in dat eiser niet nog een keer een wapen of een voorwerp dat daarop lijkt op zak mag hebben. Dwangsom verbeurd en ingevorderd. De burgemeester heeft zich mogen baseren op de bestuurlijke rapportage. Het opleggen van de last onder dwangsom is niet onevenredig. Geen sprake van een uitzondering uit de Apv.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit IJmuiden, eiser

de burgemeester van de gemeente Velsen

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/5410

(gemachtigde: mr. J. Sietsma),

en

(gemachtigden: mr. S. Rozemeijer en mr. L. Loef).

Deze uitspraak gaat over een aan eiser opgelegde last onder dwangsom en ook over een besluit tot invordering van de dwangsom. De burgemeester heeft aan eiser een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat hij niet nog een keer binnen de gemeente Velsen een wapen of een voorwerp dat daarop lijkt op zak mag hebben. Eiser is het niet eens met de oplegging van deze last onder dwangsom en de invordering van de verbeurde dwangsom. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester de last heeft mogen opleggen en ook of hij heeft mogen overgaan tot invordering.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser gericht tegen de opgelegde last onder dwangsom en de invordering ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 20 oktober 2025 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit I) is het college bij het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom gebleven. Met het eveneens bestreden besluit van 3 juli 2025 (het bestreden besluit II) is de burgemeester overgegaan tot invordering van een verbeurde dwangsom van € 500,-.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I. Ingevolge artikel 5:39, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiser mede betrekking op het invorderingsbesluit.

Met een brief van 16 juni 2026 heeft de rechtbank de burgemeester verzocht om aanvullende stukken in verband met de invordering. De burgemeester heeft deze stukken en een verweerschrift op 13 augustus 2026 toegezonden en de rechtbank heeft deze stukken op 14 augustus 2026 ontvangen.

De rechtbank heeft het beroep op 1 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

De bestreden besluiten

Op 17 december 2024 heeft de burgemeester een bestuurlijke rapportage ontvangen van de politie. Daaruit blijkt dat de politie eiser twee keer staande heeft gehouden, op 24 augustus 2024 en op 23 november 2024. Beide keren heeft de politie een mes aangetroffen bij eiser. De eerste keer verklaarde eiser dat hij het mes bij zich had voor zijn eigen veiligheid. De tweede keer verklaarde eiser dat hij het mes bij zich had om te vissen.

Het openlijk bij zich hebben van een mes is in de gemeente Velsen verboden op grond van artikel 5:2, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024 (Apv) in samenhang met het Aanwijzingsbesluit verbod gevaarlijke voorwerpen.

De burgemeester heeft een belangenafweging gemaakt. Daarbij heeft hij het belang van het naleven van de regels, de veiligheid van de bewoners en het veiligheidsgevoel op straat zwaarder laten wegen dan het belang van eiser om het mes bij zich te dragen. De burgemeester heeft aan eiser de volgende last onder dwangsom opgelegd:“U, de heer [eiser] , geboren op [datum] 2000, mag niet nog een keer binnen de gemeente Velsen een mes, knuppel, slagwapen of ander voorwerp dat als wapen gebruikt kan worden bij u hebben. Dit geldt voor alle publiek toegankelijke en/of openbare plaatsen, gebouwen en terreinen. Doet u dit wel? Dan moet u een dwangsom van €500,- [betalen] per keer dat wordt gezien door een bevoegd persoon (bijvoorbeeld een boa of politieagent) dat u zich niet aan deze maatregel heeft gehouden. Dit kan oplopen tot €1.500,-.”3.4 Alvorens over te gaan tot het opleggen van de last onder dwangsom heeft de burgemeester eiser de gelegenheid geboden om tot 13 januari 2025 een zienswijze in te dienen. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Met het primaire besluit van 16 januari 2025 heeft de burgemeester de hierboven genoemde last opgelegd.

Met het bestreden besluit I heeft de burgemeester de last onder dwangsom in stand gelaten. In de motivering is toegevoegd dat aan de last onder dwangsom in beginsel een termijn van één jaar wordt gekoppeld. Dit heeft de burgemeester op 2 oktober 2025 schriftelijk bevestigd aan de Afdeling Juridische Zaken. De rechtbank heeft deze brief aangemerkt als wijzigingsbesluit, als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb.

Op 24 maart 2025 heeft de burgemeester nog een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Daarin staat dat eiser op 15 maart 2025 wederom staande is gehouden door de politie, waarbij een groot koksmes is aangetroffen in de buddyseat van de scooter van eiser. Op 10 juni 2025 heeft de burgemeester eiser medegedeeld dat eiser een dwangsom van € 500,- verbeurt.

Op 3 juli 2025 heeft de burgemeester een invorderingsbeschikking (bestreden besluit II) genomen. De daadwerkelijke invordering is opgeschort in afwachting van deze procedure.

Procesbelang 4.1 Omdat de termijn waarin de last onder dwangsom van kracht was, namelijk van 16 januari 2025 tot 16 januari 2026, inmiddels is verstreken, ziet de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser nog procesbelang, omdat eiser een dwangsom heeft verbeurd en er een invorderingsbeschikking is genomen. Als de rechtbank namelijk tot het oordeel zou komen dat de last onder dwangsom ten onrechte aan eiser zou zijn opgelegd, vervalt de rechtsgrondslag voor de door eiser verbeurde dwangsom en dan zou hij deze dwangsom niet hoeven te betalen.

Gronden gericht tegen bestreden besluit I

Kleeft er een gebrek aan het primaire besluit? 5.1 Eiser voert aan dat tijdens de hoorzitting in bezwaar is aangegeven dat in beginsel een termijn van een jaar wordt aangehouden. Omdat de brief van de burgemeester van 2 oktober 2025 door de rechtbank als wijzigingsbesluit is aangemerkt, staat vast dat aan het primaire besluit en de beslissing op bezwaar een gebrek kleefde. De burgemeester had daarom in bezwaar het primaire besluit moeten herroepen en de proceskosten van eiser in bezwaar moeten vergoeden.

De burgemeester stelt zich op het standpunt dat de aanmerking van het schrijven van de burgemeester van 2 oktober 2025 als een wijzigingsbesluit niet dient te leiden tot een proceskostenveroordeling. Het besluit op bezwaar blijft inhoudelijk hetzelfde als het primaire besluit.

De rechtbank is van oordeel dat de brief van de burgemeester van 2 oktober 2025 aan de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Velsen ten onrechte door deze rechtbank is aangemerkt als wijzigingsbesluit. Deze brief van de burgemeester is geen besluit en is ook niet gericht aan eiser. Met deze brief informeert de burgemeester de afdeling Juridische Zaken over hetgeen wat op de hoorzitting van 28 augustus 2025 is besproken.

De rechtbank stelt vast dat de burgemeester met het bestreden besluit I alsnog, met terugwerkende kracht per 16 januari 2025, een begunstigingstermijn van een jaar heeft verbonden aan de aan eiser opgelegde last onder dwangsom.

De burgemeester heeft dit ten gunste van eiser gedaan, maar was hiertoe niet verplicht. Blijkens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behoeft, in geval een last onder dwangsom strekt tot het voorkomen van een herhaling van een overtreding, aan de last niet per se een begunstigingstermijn te worden verbonden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van een begunstigingstermijn in het primaire besluit geen gebrek oplevert. De burgemeester was daarom ook niet gehouden om het primaire besluit te herroepen. En daarom heeft de burgemeester ook terecht geen proceskosten aan eiser toegekend in bezwaar.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Had de burgemeester nader onderzoek moeten doen?

Eiser voert aan dat de burgemeester niet zonder nader onderzoek heeft mogen afgaan op de bestuurlijke rapportage. Eiser betwist dat hij heeft verklaard dat hij het mes bij zich zou dragen voor zijn veiligheid. Ook wordt in de bestuurlijke rapportage ten onrechte gesteld dat eiser een bekende is in het criminele circuit. Gelet hierop heeft de burgemeester onzorgvuldig gehandeld door zomaar de bestuurlijke rapportage aan het besluit ten grondslag te leggen.

De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hij naar vaste jurisprudentie mocht afgaan op hetgeen in de rapportage is opgenomen. De burgemeester ziet geen reden om te twijfelen aan de inhoud van deze bestuurlijke rapportage. De discussie over de reden van het aanwezig hebben van het mes laat onverlet dat eiser het mes bij zich had, geschikt voor onmiddellijk gebruik, en dat hij daarmee artikel 5:2, eerste lid, van de Apv heeft overtreden.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de bevindingen van de politie uit de bestuurlijke rapportage van 17 december 2024 aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag heeft mogen leggen. Eiser heeft niet ontkent dat hij op 24 augustus 2024 en 23 november 2024 een mes bij zich had. Op 24 augustus 2024 had eiser een mes in zijn broekzak en op 23 november 2024 had eiser een mes in zijn jaszak. Het op deze wijze bij je dragen van een mes is in strijd met artikel 5:2, eerste lid, van de Apv. Waarom eiser een mes bij zich had, doet niet ter zake.

De vermeende contacten van eiser met het criminele circuit, zoals vermeld in de bestuurlijke rapportage, zijn door de burgemeester niet aan de oplegging van de last onder dwangsom ten grondslag gelegd. Dit hebben de gemachtigden van de burgemeester ook op de zitting expliciet bevestigd.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Is het bestreden besluit I in strijd met het evenredigheidsbeginsel?

Eiser voert aan dat hij door het besluit onevenredig hard geraakt wordt. Eiser wordt door de last ernstig beperkt in het uitoefenen van zijn hobby, namelijk vissen. Hij heeft het mes nodig bij het vissen.

De rechtbank is met de burgemeester van oordeel dat van een beperking in het uitoefenen van de hobby van eiser geen sprake is. Het is eiser toegestaan om een mes te vervoeren ten behoeve van het uitoefenen van zijn hobby. Echter, dit mes moet door eiser dan zodanig worden ingepakt, dat deze niet geschikt is voor onmiddellijk gebruik, bijvoorbeeld in een afgesloten viskoffer.

Het opleggen van een last onder dwangsom aan eiser is een geschikt en noodzakelijk middel om te voorkomen dat eiser niet nogmaals met een mes in zijn broek- of jaszak (geschikt voor onmiddellijk gebruik) op pad gaat. Het belang om deze specifieke overtreding van de Apv te voorkomen (om zo de samenleving te beschermen) en op overtredingen te handhaven heeft de burgemeester in redelijkheid zwaarder mogen laten wegen dan een eventuele zeer geringe beperking van de mogelijkheid om de gestelde hobby van eiser, namelijk vissen, uit te oefenen. De maatregel is daarmee ook evenwichtig.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Grond gericht tegen bestreden besluit II

Is er sprake van een uitzondering als bedoelt in artikel 5:2, tweede lid, van de Apv? 8.1 Eiser voert aan dat de burgemeester niet tot invordering over had mogen gaan. Er was namelijk geen sprake van een overtreding en daarom heeft hij geen dwangsom verbeurd. Omdat het koksmes veilig lag opgeborgen in de buddyseat van zijn scooter valt de situatie onder de uitzondering zoals opgenomen in artikel 5:2, tweede lid, van de Apv. Daarin staat dat het verbod niet geldt voor wapens of andere zaken die als wapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.

Naar het oordeel van de rechtbank doet de uitzondering uit artikel 5:2, tweede lid, van de Apv zich hier niet voor. Het mes is in de buddyseat van een scooter nog steeds snel voorhanden. Het vervoeren van een mes in de buddyseat valt niet te zien als zodanig ingepakt dat het mes niet geschikt is voor onmiddellijk gebruik. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een overtreding van artikel 5:2, eerste lid, van de Apv. Door deze overtreding heeft eiser een dwangsom verbeurd van € 500,- en de burgemeester is terecht overgegaan tot invordering van deze dwangsom.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit I en het bestreden besluit II is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I en het bestreden besluit II ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M.A.V. van Kleef, rechter, in aanwezigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M.A.V. van Kleef

Griffier

  • mr. N.L. Pruntel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand