Beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2026 in de zaak tegen:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres].
De procedure
Bij onherroepelijk geworden arrest van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam van 7 december 2016 is de veroordeelde tot - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren veroordeeld.
De veroordeelde is op 17 augustus 2022 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene en de volgende bijzondere voorwaarden:
Aan de voorwaarden is een proeftijd verbonden voor de duur van 1463 dagen.
Per 16 december 2022 is de voorwaarde met betrekking tot het locatieverbod gewijzigd in die zin dat de elektronische monitoring is beëindigd.
De voorwaardelijke invrijheidstelling is gedeeltelijk herroepen, namelijk voor een periode van 365 dagen, bij beslissing van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 februari 2026.
De vordering
De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 15 september 2026 is gebaseerd op de artikelen 6:2:13 en 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering (oud). De vordering strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidsstelling geheel herroept (de resterende 1098 dagen), omdat de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden. De veroordeelde is nog steeds volledig buiten beeld en heeft zich inmiddels bijna een jaar onttrokken aan het toezicht.
De behandeling ter terechtzitting
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2026.
De veroordeelde is niet ter terechtzitting verschenen en als waarnemend raadsman is verschenen mr. S.A.A. Verheul, advocaat te Amsterdam.
De geldigheid van de oproeping
De rechtbank is gebleken dat de oproeping van de veroordeelde voor de terechtzitting niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De opoeping is niet uitreikt op het adres waar de veroordeelde volgens de basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en de oproeping is ook niet op andere wijze rechtsgeldig betekend. De oproeping zal, nu de veroordeelde niet op de zitting is verschenen, nietig worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. L.M. Nieuwenhuijs, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. N.M.L. Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2026.