ECLI:NL:RBNHO:2026:14389

ECLI:NL:RBNHO:2026:14389

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 15/259391-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld (winkeldiefstal bij de Albert Heijn). Bekennende verdachte. Verminderd toerekeningsvatbaar. Gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Oplegging bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/259391-25 (P)

Uitspraakdatum: 16 oktober 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R. Funke Küpper en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw mr. A.D. Renshof, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 oktober 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, althans in Nederland, een of meerdere levensmiddelen (etens- en of drinkwaren), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn B.V., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich uit de greep van die [benadeelde 2] los te rukken en/of (vervolgens), nadat hij betrapt was, een mes uit zijn broeksband te trekken en/of vervolgens met het mes in de richting van die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] te richten.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Aangezien de verdachte het feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, op grond waarvan zij tot een bewezenverklaring is gekomen, te weten:

de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 2 oktober 2026;

een proces-verbaal van aangifte van 1 oktober 2025 (dossierpagina 6 e.v.);

een proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 2] van 1 oktober 2025 (dossierpagina 10 e.v.).

De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat

hij op 1 oktober 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, levensmiddelen die aan Albert Heijn B.V. toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich uit de greep van die [benadeelde 2] los te rukken en vervolgens, nadat hij betrapt was, een mes uit zijn broeksband te trekken en vervolgens het mes in de richting van die [benadeelde 1] en die [benadeelde 2] te richten.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Van het onvoorwaardelijk strafdeel moet de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten worden afgetrokken. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden. Bij deze eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte te lang in voorarrest heeft gezeten. Zij verzoekt om niet de duur van het voorarrest leidend te laten zijn bij het bepalen van de hoogte van de straf, maar aan te sluiten bij het oriëntatiepunt voor winkeldiefstal met dreigen met een voorwerp (sub d) met recidive. Vervolgens moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid. De raadsvrouw verwijst met betrekking tot de verminderde toerekeningsvatbaarheid naar het schaalmodel over de ‘oriëntatiepunten toerekening’, een door de rechtbank Rotterdam gehanteerd hulpmiddel bij straftoemeting. Zij betoogt dat het feit op grond hiervan hooguit voor 67 procent kan worden toegerekend aan de verdachte. Volgens de raadsvrouw zou aan de verdachte een gevangenisstraf van maximaal drie maanden moet worden opgelegd, waarvan één maand voorwaardelijk met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal met geweld en bedreiging met geweld. De verdachte heeft in een supermarkt diverse etens- en drinkwaren in zijn tas gestopt, is vervolgens langs de zelfscanservice gelopen en heeft de winkel verlaten zonder voor deze goederen te betalen. Toen de verdachte op heterdaad werd betrapt zijn medewerkers van de supermarkt achter de verdachte aangegaan. Eén van de medewerkers heeft hierbij de verdachte vastgepakt, waarna de verdachte zich heeft losgerukt. Vervolgens heeft de verdachte een mes uit zijn broeksband gehaald en het mes naar de medewerkers gericht.

Winkeldiefstallen zijn op zichzelf al vervelende feiten die voor winkeliers, naast financiële schade, ook overlast meebrengen. Wanneer winkeldiefstal echter gepaard gaat met (bedreiging met) geweld, wordt nog een grens overschreden. Dit soort feiten zijn voor de betrokken winkelmedewerkers en het winkelend publiek dat er getuige van is, verontrustend en beangstigend.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 4 september 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De rechtbank weegt deze omstandigheid in het nadeel van de verdachte mee bij de straftoemeting.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van het Pieter Baan Centrum (PBC) van 17 juli 2026. Uit dit rapport blijkt onder meer dat bij de verdachte sprake is van een verstandelijke ontwikkelingsstoornis gecombineerd met hechtingsproblematiek, verslaving en psychosegevoeligheid. Hoewel het motief voor de diefstal en het tonen van het mes niet volledig psychotisch gekleurd was, menen de deskundigen dat een combinatie van de beperkingen als gevolg van de geconstateerde stoornissen hebben doorgewerkt in het ten laste gelegde. Daarom wordt geadviseerd om de ten laste gelegde diefstal met (bedreiging met) geweld, in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Ter beperking van het hoge recidiverisico wordt een behandeling- en begeleidingstraject binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel geadviseerd. Gelet op de genoemde problematiek achten de onderzoekers een langere proeftijd wenselijk.

De rechtbank neemt dit advies over en zal daarom het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan de verdachte toerekenen. De rechtbank zal de door de raadsvrouw genoemde ‘oriëntatiepunten toerekening’ van de rechtbank Rotterdam niet hanteren. De oriëntatiepunten zijn een hulpmiddel van die rechtbank en hebben binnen de rechtspraak geen algemeen geldende status.

De rechtbank heeft ook meegewogen het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 28 augustus 2026. Daaruit blijkt dat de reclassering het advies van het PBC volgt en het recidiverisico net als het PBC inschat op hoog. De reclassering ziet mogelijkheden om de verdachte te begeleiden en heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de volgende voorwaarden:

een meldplicht bij de reclassering;

opname in een zorginstelling;

ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;

verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

het vinden van dagbesteding;

aflossing van de schulden.

Op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde diefstal met (bedreiging met) geweld in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een winkeldiefstal (met bedreiging) met geweld, waarbij sprake is van recidive, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van vier maanden.

Gelet op de problematiek van de verdachte en ter voorkoming van recidive ziet de rechtbank aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Ter zitting is gebleken dat de verdachte bereid is om zich aan alle bijzondere voorwaarden te houden die de reclassering heeft geadviseerd.

De rechtbank is alles afwegende en rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat één maand daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank acht de geadviseerde proeftijd van drie jaren noodzakelijk en bepaalt dat de geadviseerde bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk strafdeel worden verbonden.

De rechtbank realiseert zich dat de verdachte langer in voorarrest heeft gezeten dan de uiteindelijk opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar zoals de raadsvrouw van de verdachte terecht heeft betoogd, wordt de strafmaat bepaald door de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en dient de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten hierbij niet leidend te zijn.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, te weten 1 (één) maand niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij reclassering

De veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.

2. Opname in een zorginstelling

De veroordeelde zal zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laten opnemen in en behandelen door Fivoor Wier+ of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verdere diagnostiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

3. Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname

De veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd (na het afronden van een klinisch traject) laten behandelen door een ambulant zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de

reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

4. Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

De veroordeelde zal gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijven in een instelling voor begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

5. Dagbesteding

De veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.

6. Aflossing schulden

De veroordeelde zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Geeft aan GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. L.M. Nieuwenhuijs, voorzitter,

mr. J.M. Jongkind en mr. N.M.L. Rogmans, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.M. Nieuwenhuijs
  • mr. J.M. Jongkind
  • mr. N.M.L. Rogmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand