ECLI:NL:RBNHO:2026:14435

ECLI:NL:RBNHO:2026:14435

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 15/024298-26 en 15/011619-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Vonnis nieuwe stijl veroordeling voor gekwalificeerde opzetverkrachting, meermalen gepleegd en verboden wapenbezit. Verdachte wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en tot een vrijheidsbeperkende en gedragsbeïnvloedende maatregel. De inbeslaggenomen telefoon van de verdachte en de inbeslaggenomen wapens met munitie worden onttrokken aan het verkeer. De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland

Zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers 15/024298-26 en 15/011619-25

Datum uitspraak: 22 oktober 2026

Datum zitting: 8 oktober 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres]

gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol.

Advocaat van de verdachte: mr. B.J.T. van Opstal

Officier van justitie: mr. A. Peters

Benadeelde partij: [benadeelde 1]

Benadeelde partij: [benadeelde 2]

Advocaat van de benadeelde partijen: mr. I.D. Degenaar-Kuijpers

Kern van het vonnis

De 26-jarige verdachte wordt veroordeeld voor gekwalificeerde opzetverkrachting van twee 16-jarige slachtoffers in januari 2026. Hij heeft gedreigd seksueel getint beeldmateriaal van een van hen openbaar te maken als ze hem niet zouden pijpen, terwijl hij wist dat ze dat niet wilden.

Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het voorhanden hebben van vier vuurwapens en bijbehorende munitie in zijn woning in 2024.

Hij krijgt een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

Ook moet de verdachte schadevergoedingen betalen aan de twee slachtoffers.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – twee slachtoffers onder dwang, geweld of bedreiging en met opzet heeft verkracht en wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

Deze beschuldigingen staan op twee dagvaardingen met parketnummers 15/024298-26 en 15/011619-25. Voor de leesbaarheid zijn de feiten doorgenummerd 1 tot en met 5.

De volledige beschuldiging (tenlastelegging) staat in bijlage 1.

2. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten, waarbij de verdachte voor de feiten 1 en 2 gedeeltelijk vrijgesproken moet worden van het gedeelte dat ziet op seksueel getint beeldmateriaal van [benadeelde 2]. Er kan niet bewezen worden dat de verdachte heeft gedreigd om ook dat beeldmateriaal te exposen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2 (gekwalificeerde opzetverkrachting) en laat het oordeel voor de feiten 3, 4 en 5 (voorhanden hebben van wapens en munitie) aan de rechtbank over.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat bewezen is dat de verdachte schuldig is aan tweemaal gekwalificeerde opzetverkrachting en het voorhanden hebben van wapens en munitie. De bewezenverklaring is gebaseerd op de onderstaande bewijsmiddelen en bewijsmotivering. De bewezenverklaring staat in paragraaf 2.3.4.

Bewijsmiddelen feiten 3, 4 en 5

De verdachte heeft de feiten 3, 4 en 5 (het bezit van de wapens en munitie in 2024) bekend (en de advocaat heeft geen vrijspraak bepleit). De rechtbank noemt daarom voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel, maar schrijft deze niet uit.

1. Verklaring van de verdachte op de zitting

2. Proces-verbaal van de politie (doorzoeking woning en aantreffen wapens)

3. Proces-verbaal van de politie (determinatie onderzoek vuurwapens en munitie)

4. Proces-verbaal van de politie (doorzoeking woning en aantreffen munitie en pepperspray)

5. Proces-verbaal van de politie (determinatie busje traangas)

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2

De rechtbank baseert de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2, de gekwalificeerde opzetverkrachtingen, op de volgende bewijsmiddelen.

6. Verklaring van de verdachte op de zitting:

[benadeelde 1] en [benadeelde 2] waren al ergens in Zaandam en daar ben ik met de auto toen naar toe gegaan. Ik heb met [benadeelde 1] en [benadeelde 2] orale seks gehad in de auto. Ze hebben mij gepijpt.

7. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [benadeelde 1] van 23 januari 2026, inclusief bijlage

V: Tegen wie doe je aangifte?

A: [verdachte]. Ik heb toen een paar keer foto's van mijn lichaam in mijn ondergoed gestuurd naar hem voor geld. Hij gaf mij niet wat hij mij had afgesproken, daar werd ik boos om. Ik was boos op hem en zei dat ik het niet meer zag zitten met hem. Vervolgens ging hij dreigen. Hij kent mijn ex-vriend [naam]. [verdachte] ging toen dreigen dat hij het tegen [naam] zou zeggen. Hij zei toen dat als ik hem niet zou pijpen, dat hij mij ging exposen. [benadeelde 2] ging met mij mee en we hebben het allebei bij hem gedaan.

V: Uiteindelijk heb je foto’s gestuurd. Hoe is dat gegaan?

A: Dit ging via Whatsapp.

V: Wat heb jij met die berichten gedaan?

A: Alleen zijn berichten staan er nog in, die van mij zijn verwijderd, omdat hij een verouderde versie had.

A: Toen ging hij dus dreigen dat hij mij zou exposen en het aan [naam] zou vertellen. Ik raakte toen in paniek en ging hem hoofd geven [de rechtbank begrijpt: pijpen]. Dat hoofd geven was eergisteren 21 januari 2026. We stonden met de auto geparkeerd. [benadeelde 2] ging voorin en ik ging achterin met [verdachte]. Toen was ik bezig, ik moest hem eerst stijf krijgen. Toen ging ik hem pijpen en na 10 á 15 minuutjes zijn we geruild, toen ging [benadeelde 2] achterin en ik voorin. En toen ongeveer na 10 á 15 minuten wisselden we weer en ik ben toen doorgegaan totdat hij was klaargekomen.

[04-01-2026, 01:24:37] [verdachte]: maar €50 voor 2 foto's is oke! maar zijn het nudes? of gwn kk sexy

[04-01-2026, 01:26:11] [verdachte]: ik kan je ook 750euro betalen voor iets anders dan foto's?

[04-01-2026, 01:31:49] [verdachte]: nja ik wil het liefst dan nog 1 keer kk goeie seks hebben

[04-01-2026, 01:33:03] [verdachte]: des noods betaal ik je meer dan 750

[04-01-2026, 01:35:56] [verdachte]: maandag kan ik je 100 overmaken voor 4 foto's

[06-01-2026, 21:07:12] [verdachte]: mag ik.heel misschien al 2 foto's zien??

[06-01-2026, 23:27:58] [verdachte]: 2 voor 25?

[06-01-2026, 23:29:11] [verdachte]: ik geef je €100 als ik jou ook een foto mag laten zien

[07-01-2026, 00:08:40] [verdachte]: 5000 euro

[07-01-2026, 00:09:50] [verdachte]: Dan zou k et zonder condoom willen, en dan stop ik natuurlijk optijd als ik merk dat ik ga klaarkomen. maar met condoom is kanker kut, ik voel dan geen kanker ervan

[07-01-2026, 00:15:19] [verdachte]: kan je goed hoofd geven?

[07-01-2026, 00:24:56] [verdachte]: nou, als wet nou 2 keer doen, dan geef ik je 2x 1300 daarvoor. en dan bijvoorbeeld deze week en 2 weken daarna de laatste keer.

[07-01-2026, 00:28:19] [verdachte]: als je wilt en morgen tijd heb kan ik.je 250 eu geven, als je me daarvoor hoofd geeft

[07-01-2026, 01:09:39] [verdachte]: misschien een stomme vraag

[07-01-2026, 01:10:02] [verdachte]: maar zou die vriendin van je morgen niet 250 willen verdienen?

[07-01-2026, 01:10:11] [verdachte]: Dat ze me alleen hoofd geeft

[07-01-2026, 01:10:22] [verdachte]: Dan geef ik jou voor het regelen 150

[07-01-2026, 01:28:14] [verdachte]: Anders kan ik jullie totaal 500 geven dan is 150 voor jou en 350 voor [benadeelde 2], en dan ipv hoofd geven gwn heel snel seks !

[07-01-2026, 18:29:24] [verdachte]: aanstaande vrijdag heb je je 150eu voor die foto's

[07-01-2026, 18:30:35] [verdachte]: zou je erbij willen zijn als [benadeelde 2] me hoofd geef?

[07-01-2026, 18:42:46] [verdachte]: als je mij dan als eerst hoofd geeft (shi 5 minuten geef ik je 275, en [benadeelde 2] krijgt 400

[13-01-2026, 22:02:56] [verdachte]: vind je het dan wel goed een ander bedrag af te spreken

[13-01-2026, 22:03:05] [verdachte]: aangezien je niet zonder condoom wikt

[13-01-2026, 22:03:15] [verdachte]: en geen hoofd wol geven

[13-01-2026, 22:03:44] [verdachte]: dus is t nu 1100

[13-01-2026, 22:03:50] [verdachte]: want hoofd geven is 200

[13-01-2026, 22:04:16] [verdachte]: dat hoort toch bij seks dat lijkt me logisch toch

[18-01-2026, 10:46:10] [verdachte]: jullie houden met aan t lijntje jullie willen hele tijd shit maar alsnik wat wil kan het niet

[18-01-2026, 10:46:12] [verdachte]: k bedoel

[18-01-2026, 10:46:17] [verdachte]: ik ben vaak ziek

[18-01-2026, 10:46:25] [verdachte]: maar nooit 2 weken non stop

[18-01-2026, 10:47:17] [verdachte]: dus tin de zeik nemen ent liegen ben ik niet van gediend.

[19-01-2026, 11:08:46] [verdachte]: ik.ben vandaag jarig

[19-01-2026, 11:08:55] [verdachte]: wil t graag even naar me zin hebben

[19-01-2026, 11:09:27] [verdachte]: geen zin om gesprekken te voeren vandaaah3

[19-01-2026, 15:18:43] [benadeelde 1]: Ja weetje ik vind dit heel kinderachtig je hebt al twee dagen gehad om het er over te hebben en dat wil je de hele tijd niet. Met [benadeelde 2] kon je er wel gewoon een gesprek over hebben en met mij niet. Ik heb het je nog uitgelegd dat het de laatste tijd niet zo lekker gaat en je komt alleen mr met wat je zelf denkt ipv gewoon te luisteren wat er aan mijn kant gebeurt de hele afspraak was ook dat we het zo gingen doen en ineens verwacht je een relatie terwijl dat nooit de afspraak was en dat ik dat meerdere keren duidelijk heb gemaakt. Ik ga niet hier zitten en aan je reet likken als je dat verwacht hou die €50 en die pillen maar ik hoef niks meer van je.

8. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [benadeelde 2] van 23 januari 2026, inclusief bijlage

V: Waarvan wilt je aangifte doen?

A: Ons dwingen om seksuele dingen met hem te doen.

V: Tegen wie doe je aangifte?

A: [verdachte]. Toen vroeg [benadeelde 1] het aan [verdachte], die wilde 25 euro per foto betalen. Toen hadden wij dat allebei gedaan. Uiteindelijk was hij boos op mij en [benadeelde 1]. Hij zei dat hij het gevoel dat wij hem aan het lijntje hielden. [benadeelde 1] praatte terug tegen hem, dat durfde ik niet. Toen ging hij [benadeelde 1] bedreigen omdat ze 'tof' tegen hem doet. Toen zei hij dat ze seks met hem moest hebben. Toen zei [verdachte] dat hij alles aan [naam] zou vertellen. Dat hij bewijs had. Toen zei [verdachte] tegen [benadeelde 1] dat ik met hem seks kon hebben zodat [benadeelde 1] minder hoefde te doen. Maar ik wilde dat niet doen.

De dag dat hij [benadeelde 1] ging bedreigen, moesten wij hem allebei pijpen in de auto. Eergisteren, hadden we onder de brug, de Den Uylbrug in Zaandam, op een parkeerplaats afgesproken, toen ging [benadeelde 1] als eerste. Ik zat voorin. Zij zaten achterin. Toen gingen we wisselen. Toen ging ik heel even, maar ik wilde niet meer, want ik moest kokhalzen. Toen ging [benadeelde 1] weer en heeft zij het afgemaakt en is hij klaargekomen.

V: Waarom hebben jullie dat gedaan?

A: Omdat hij zei dat hij alles tegen [naam] zou zeggen. [benadeelde 1] vroeg hem om niks tegen [naam] te zeggen. Toen zei [verdachte] dat ze daar iets voor moest doen.

V: Waardoor voelde je je gedwongen?

A: Eergisteren omdat hij [benadeelde 1] ging bedreigen.

V: Via waar had je contact met [verdachte]?

A: Whatsapp. [benadeelde 1] ook. Ik heb screenshots van gesprekken. Want ik heb in de chats best

veel verwijderd van onze gesprekken. En [verdachte] verwijdere soms ook berichten en

stuurde eenmalige foto's.

V: In die Whatsapp gesprekken, staan daar bedreigingen in?

A: Dat als ik iets niet doe met hem, dat heel Zaandam mijn foto's en video's ziet. En

dat ik niks tegen [benadeelde 1] mocht zeggen, anders zou hij [benadeelde 1] ook exposen.

[19-01-2026, 00:21:51] ~[chatnaam]: als je die maakt maar met je string opzij geef ik je morgen hoe dan ook 100eu en ook meteen die 100 die Jr nof zou krijgen. als je me dan nog zou kunnen pijpen geef ik je ook die 20g assie en 5g heb je sws al voor die foto’s net

[21-01-2026, 16:21:25] ~[chatnaam]: maar we zouden met ze 3e in de auto lunnen

[21-01-2026, 16:21:45] -[chatnaam]: Dan kijkt [benadeelde 1] gwn de andere kant o9

[21-01-2026, 16:22:03] -[chatnaam]: 9f jullie doen het allebei en dan geef ik jullie beide hetzelfde

[22-01-2026, 14:53:24] -[chatnaam]: wou vragen of je [benadeelde 1] verteld heb van die video's die je me stuurde?

[22-01-2026, 16:10:00] [benadeelde 2]: Nee

[22-01-2026, 16:10:06] [benadeelde 2]: Wil ook niet dat je dat zeht

[22-01-2026, 16:11:04] -[chatnaam]: nee snap ik, maar als jij me weer blokkeert bijvoorbeeld dan zeg ik het niet alleen tegen [benadeelde 1]

[22-01-2026, 16:11:18] -[chatnaam]: idk hoe t kan maar die video's en foto's zijn in me galerij gekomen

[22-01-2026, 16:11:42] [benadeelde 2]: Kan je het verwijderen

[22-01-2026, 16:12:04] [benadeelde 2]: Want ik ga je niet blokkeren maar ik vindt niet fijn

[22-01-2026, 16:13:28] ~[chatnaam]: ja zou kunnen, maar nu wil ik daar wel iets voor terug

[22-01-2026, 16:13:57] -[chatnaam]: je had me namelijk. wel geblokkeerd en dat pik ii eigenlijk niet

[22-01-2026, 16:14:12] [benadeelde 2]: wat dan

[22-01-2026, 16:15:32] -[chatnaam]: wat is het jou waard dat ik het verwijder dan? want als t moet kan ik gwn zorgen dat iedereen in zdam die shit te zien krijgt met je naam en alles erbij

[22-01-2026, 16:16:13] ~[chatnaam]: Dat wil ik helemaal niet doen, maar jij naait mij door me te blokken dus dan kan je shit terugverwachten

[22-01-2026, 16:17:43] [benadeelde 2]: wat wil je dat ik doe

[22-01-2026, 16:18:11] ~[chatnaam]: ik kan van alles zeggen nu, maar wat is het jou waard dat ik alles verwijder wasr je bij bent ?

[22-01-2026, 16:19:05] [benadeelde 2]: Buiten die afspraak nog een keer neuken

[22-01-2026, 16:19:30] ~ [chatnaam]: dat is zeker niet genoeg

[22-01-2026, 16:19:39] ~[chatnaam]: heb 5 videos en 6 foto's ofs van je

[22-01-2026, 16:20:11] [benadeelde 2]: wat wil je dan

[22-01-2026, 16:20:39] ~[chatnaam]: ik vind oprecht foktop voor je als je shit moet doen wat je niet wil, dus tk kan het beste alles sws nu al aan [benadeelde 1] laten zien en vertellen en daarna iedereen die je kent gwn

[22-01-2026, 16:20:50] ~[chatnaam]: ik wil dan vaker neuken en hoofd van je

[22-01-2026, 16:20:53] -[chatnaam]: tot ik Spanje ga

[22-01-2026, 16:21:02] ~[chatnaam]: zonder dat je [benadeelde 1] dat verteld

[22-01-2026, 16:21:35] -[chatnaam]: elke week 1 keer neuken en 1 keer hoofd ik ben nog 4 weken hier

[22-01-2026, 16:21:43] [benadeelde 2]: Als alles in jouw auto kan want mn ouders hebben locatie en ik zit niet aan anticonceptie dus liefst met condoom

[22-01-2026, 16:21:48] [benadeelde 2]: Oké

[22-01-2026, 16:22:13] -[chatnaam]: nee zonder condoom want ik kan echt niet neuken als ik eentje om heb

[22-01-2026, 16:22:35] ~[chatnaam]: met condoom wil ik dan 2x per week neuken en 1 keer hoofd

[22-01-2026, 16:58:05] [chatnaam]: alleen

[22-01-2026, 16:58:23] -[chatnaam]: als jij niet je aan onze afspraak houd zorg ik dst alles exposed word

[22-01-2026, 17:03:11] ~[chatnaam]: ik wil alleen dat je me straks nog hoofd geeft. onze afspraak is 1 keer per week neuken zonder condoom en 2 keer per week hoofd en dat tot ik over 4 weken naar spanje ga. maar als je me zometeen nog hoofd geeft dan gaat die afspraak van ons pas vanaf af volgende week in en hoef je alleen morhen met me te neuken maar daar is [benadeelde 1]

[22-01-2026, 17:03:31] -[chatnaam]: niet lang 10/15 min

[22-01-2026, 17:03:54] ~[chatnaam]: Dan verwijder ik straks al 1 video of foto

[22-01-2026, 17:04:03] ~[chatnaam]: als jet niet doet gak dingen rondsturen

[22-01-2026, 17:53:52] [benadeelde 2]: Is het erg als ik alles gewoon tegen [benadeelde 1] zeg

[22-01-2026, 17:54:55] ~[chatnaam]: isg maar dan ga ik je foto's rondsturen en van [benadeelde 1] ga ik alles zeggen tegen [naam]

[22-01-2026, 17:55:02] -[chatnaam]: dus dan naai je ook je vriendin

[22-01-2026, 17:55:32] [benadeelde 2]: wat heb je van [benadeelde 1] dan

[22-01-2026, 17:56:01] ~[chatnaam]: [naam] mag niet weten überhaupt Dat er iets is

[22-01-2026, 17:56:10] ~[chatnaam]: laat staan wat er gister is gebeurd

[22-01-2026, 17:58:26] ~[chatnaam]: je gaat er wel achterkomen als ik je heb exposed

[22-01-2026, 18:42:21] ~[chatnaam]: als je niet doet wat ik zeg ga ik alles rondsturen

[22-01-2026, 18:44:13] [benadeelde 2]: Ik vind het echt kut aangezien je alles hebt van mij

[22-01-2026, 18:44:43] ~[chatnaam]: ja klopt, maar ik verwijder alles als je gewoon aan de afspraak houd

[22-01-2026, 18:45:34] ~[chatnaam]: je heb me al gepijpt

[22-01-2026, 19:01:28] ~[chatnaam]: als jet nu nog verbreekt ga ik niet eens meer met je in gesprek en zorg ik ervoor dst al je nudes binnen een week rond zijn gestuurd

[22-01-2026, 19:09:31] ~[chatnaam]: ik kan jou leven stuk maken en nog ga je door met tof doen?

Bewijsmotivering feiten 1 en 2

Het staat in deze zaak niet ter discussie dat de verdachte in de auto orale seks heeft gehad met de aangeefsters [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. Hij heeft op de zitting namelijk bekend dat hij door beiden in de auto is gepijpt. De belangrijkste vraag is of deze seksuele handelingen plaatsvonden tegen de wil van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en of de verdachte wist dat dit tegen hun wil was. De verdachte heeft op de zitting ontkend dat de wil tot seksueel contact bij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ontbrak en stellig verklaard dat op elk moment bij beiden sprake was van ‘volledig consent’.

Het oordeel van de rechtbank

De beide aangeefsters hebben verklaard dat zij de seksuele handelingen niet wilden. De rechtbank heeft hun aangiftes als bewijs gebruikt, omdat de verklaringen betrouwbaar zijn. De rechtbank stelt ook vast dat deze verklaringen elkaar over en weer ondersteunen en dat daarvoor steunbewijs is te vinden in de door de verdachte verstuurde whatsapp berichten. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De verklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij de verdachte had gevraagd of hij seksueel getinte foto’s van haar wilde in ruil voor geld. De verdachte wilde dat wel en hij zou € 25 per foto betalen. [benadeelde 1] heeft vier of vijf foto’s aan de verdachte gestuurd waarop zij te zien is in lingerie. Omdat de verdachte zich niet aan de afspraak hield was zij boos geworden en aangegeven het niet meer te zien zitten. Vervolgens is de verdachte begonnen met het bedreigen van [benadeelde 1]. Hij zou haar ex-vriend [naam] laten weten dat zij foto’s aan de verdachte had gestuurd. Ook zou hij de foto’s openbaar maken. [benadeelde 1] was ongelofelijk bang, mede omdat zij een filmpje van de verdachte had gezien waarop te zien is dat hij met een vuurwapen schiet. Zij en [benadeelde 2] hebben op 21 januari 2026 met de verdachte afgesproken en hem om de beurt in de auto gepijpt. [benadeelde 1] wilde dit niet en heeft hier alleen mee ingestemd in de hoop dat hij zou stoppen met bedreigen.

[benadeelde 2] heeft nagenoeg dezelfde verklaring als [benadeelde 1] afgelegd. De verdachte was boos op [benadeelde 1] en heeft gezegd dat [benadeelde 1] niet zo tof moest doen, omdat hij anders alles tegen [naam] zou zeggen. [benadeelde 2] was bang voor de verdachte, omdat ze wist dat hij vuurwapens had. De enige reden dat [benadeelde 2] de verdachte op 21 januari 2026 heeft gepijpt is, omdat de verdachte had gedreigd om [benadeelde 1] te exposen en alles aan [naam] te vertellen.

De verklaringen van zowel [benadeelde 1] als [benadeelde 2] zijn concreet en gedetailleerd en komen authentiek op de rechtbank over. De verklaringen over de door de verdachte geuite bedreigingen en de wijze waarop zij de verdachte hebben gepijpt komen (nagenoeg) volledig met elkaar overeen. Zij hebben dus beiden eensluidend verklaard over dezelfde gebeurtenissen. Dit draagt bij aan de betrouwbaarheid van de verklaringen en daarmee ondersteunen de verklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] elkaar ook over en weer.

De Whatsappberichten

Beide aangeefsters hebben bij gelegenheid van hun aangifte Whatsappberichten uit hun

telefoon laten zien, die zij van de verdachte hadden ontvangen. Deze berichten zijn als bijlage bij de aangiftes gevoegd en worden door de rechtbank als bewijs gebruikt. Hoewel de

berichten die de aangeefsters zelf hebben verstuurd in die bijlagen deels zijn weggevallen, blijkt uit de door de verdachte verstuurde berichten duidelijk dat hij beide aangeefsters in de loop van de maand januari van 2026 steeds meer onder druk zet.

In de Whatsappberichten aan [benadeelde 1] is te lezen dat hij eerst in ruil voor geld en drugs seksueel getinte foto’s en filmpjes wil ontvangen en daarna om in te stemmen met verschillende seksuele handelingen, zoals ‘hoofd geven’ en seks zonder condoom. Ook vraagt hij [benadeelde 1] of haar vriendin [benadeelde 2] geld wil verdienen door hem te pijpen. Als [benadeelde 1] dat zou regelen zou hij haar ook betalen. Op 19 januari 2026 stuurt [benadeelde 1] aan de verdachte dat ze niks meer van hem wil.

In de Whatsappberichten aan [benadeelde 2] is te lezen dat haar seksueel getinte foto’s en video’s in de galerij van verdachtes telefoon staan. De verdachte stuurt dreigende en dwingende

berichten aan [benadeelde 2]. Onder meer moet [benadeelde 2] wekelijks (meerdere keren) seks (zonder

condoom) met hem hebben en hem pijpen als ze wil dat hij haar niet exposed en hij haar foto’s en video’s verwijdert. Hoewel deze berichten op 22 januari 2026 en dus ná de seksuele

handelingen in de auto op 21 januari 2026 zijn gestuurd, dragen ze naar het oordeel van de

rechtbank toch bij aan het bewijs van de dwingende en dreigende handelswijze van de

verdachte.

Onderlinge verhoudingen

Daar komt bij dat de aangeefsters minderjarig waren en dat er tussen de verdachte en de aangeefsters sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil. Alleen al daarom was er sprake van een ongelijke verstandhouding waarin de verdachte het overwicht had. Daarnaast was hij al enige tijd hun drugsdealer, zodat zij voor hun drugs van de verdachte afhankelijk waren.

Conclusie

De rechtbank concludeert dat de seksuele handelingen op 21 januari 2026 in de auto, die

bestonden uit het pijpen van de verdachte door [benadeelde 1] en [benadeelde 2], tegen de wil van de aangeefsters hebben plaatsgevonden. Dit volgt uit hun aangiftes, de Whatsappberichten en de

onevenwichtige verstandhoudingen. De verdachte zette hen al langere tijd en op een

indringende wijze aan om hem seksueel getinte foto’s en filmpjes te sturen, om hem te pijpen (‘hoofd geven’) en om seks met hem te hebben. In ruil daarvoor beloofde hij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] drugs en geld. Vervolgens is de verdachte overgegaan tot het bedreigen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] met het exposen van naaktfoto’s van [benadeelde 1]. Onder die bedreiging hebben [benadeelde 1] en [benadeelde 2] de verdachte gepijpt. Gelet hierop kan de conclusie niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat de wil om de verdachte te pijpen bij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ontbrak.

Gedeeltelijke vrijspraak

Net als de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat een gedeelte van de beschuldigingen niet kan worden bewezen, namelijk waar in de tenlastelegging staat beschreven dat de verdachte heeft gedreigd seksueel getinte foto’s en/of video’s van [benadeelde 2] te openbaren en te verspreiden. Hoewel uit de Whatsapp berichten tussen de verdachte en [benadeelde 2] volgt dat hij [benadeelde 2] voor de keuze heeft gesteld om of seks met hem te hebben en hem te pijpen of het

openbaar maken van seksueel getinte foto’s en video’s van haar, heeft dit zich pas

voorgedaan, nadat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hem op 21 januari 2026 in de auto hadden gepijpt. De

rechtbank zal de verdachte hier dan ook van vrijspreken.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij op 21 januari 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met een persoon, te weten [benadeelde 1] seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het zich door die [benadeelde 1] laten pijpen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door dwang, door- te dreigen om seksueel getint beeldmateriaal van die [benadeelde 1], te weten foto’s waarop die [benadeelde 1] gekleed in lingerie te zien is, die hij, verdachte van die [benadeelde 1] had verkregen, openbaar te maken en te verspreiden en - te dreigen dat hij alles (te weten het bestaan van belastend beeldmateriaal van die [benadeelde 1]) aan een persoon genaamd [naam] zou vertellen.

Feit 2hij op 21 januari 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met een persoon, te weten [benadeelde 2] seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het zich door die [benadeelde 2] laten pijpen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door dwang, door- te dreigen om seksueel getint beeldmateriaal van [benadeelde 1] openbaar te maken en te verspreiden en - te dreigen dat hij alles (te weten het bestaan van belastend beeldmateriaal van die [benadeelde 1]) aan een persoon genaamd [naam] zou vertellen.

Feit 3hij op 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, type Glock 17 Gen 5, kaliber 9mm pak zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver zonder loop (een onderdeel) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Zoraki, type M906, kaliber 7,65 x 17 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasrevolver, van het merk Umarex, type Colt Detective Special, kaliber 9mm R K /.380 R K zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad.

Feit 4hij op 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad,- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid knal/gaspatronen, van het merk Pobjeda, van het kaliber 9mm P.A.K. en- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid kogelpatronen, van het merk Geco, van het kaliber 7,65 x 17 mm / .32 en- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid kogelpatronen, van het merk CBC, van het kaliber 7,65 x 17 mm / .32 en- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid knalpatronen, van het merk Umarex, van het kaliber 9mm R.K.voorhanden heeft gehad.

Feit 5hij op 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een traangas-spuitbus, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar gesteld als:

Feit 1

gekwalificeerde opzetverkrachting;

Feit 2

gekwalificeerde opzetverkrachting;

Feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Feit 4

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Feit 5

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregelen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de volgende bijzondere voorwaarden:

een meldplicht bij de reclassering;

meewerken aan ambulante diagnostiek en behandeling;

meewerken aan controles ter beheersing van het middelengebruik;

een contactverbod met de slachtoffers;

een gebiedsverbod voor de Bomenbuurt en Oud-West in Zaandam en Westerkoog in Koog aan de Zaan.

Daarnaast dient het contact- en gebiedsverbod ook als vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr) aan de verdachte opgelegd te worden voor een periode van 3 jaar, met een vervangende hechtenis van een week per keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan en met een maximale duur van 6 maanden.

Ook wordt gevorderd dat aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr) wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De verdachte is bij zijn aanhouding geboeid en heeft een blinddoek over zijn hoofd gekregen, terwijl hier geen goede reden voor was. De aanhouding is daarmee onrechtmatig geweest en dat moet leiden tot een vermindering van de op te leggen straf.

Daarnaast wordt verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij kampte destijds met een ernstige verslavingsproblematiek en heeft geen eerdere (relevante) veroordelingen op zijn naam staan.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf van 48 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De tijd die hij al in voorarrest heeft vastgezeten, wordt van die straf afgetrokken. Aan de voorwaardelijke straf zal de rechtbank een proeftijd van 3 jaar verbinden, met alleen de algemene voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod in bepaalde wijken op als vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr). Ten slotte legt de rechtbank ook de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van art. 38z Sr aan de verdachte op. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze straf en maatregelen komt en welke factoren daarbij een rol hebben gespeeld.

De bewezenverklaarde feiten

De verdachte heeft zich in de eerste plaats schuldig gemaakt aan twee gekwalificeerde opzetverkrachtingen in januari van dit jaar. Hij heeft de twee 16-jarige slachtoffers, [benadeelde 1] en [benadeelde 2], gedwongen om hem om beurten te pijpen. Hij heeft ze gechanteerd door te dreigen seksueel getinte foto’s van [benadeelde 1] aan de ex-vriend ([naam]) van [benadeelde 1] laten zien en haar te exposen, als ze hem niet zouden pijpen. Doordat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zo dapper zijn geweest om hun verhaal aan de politie te vertellen, is de chantage gestopt. De verdachte, die tien jaar ouder is dan zijn slachtoffers en hun drugsdealer was in die tijd, heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeftes en heeft met zijn gedrag een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en op hun gevoel van veiligheid. Uit de slachtofferverklaringen die op de zitting zijn voorgelezen blijkt ook dat het voor [benadeelde 1] en [benadeelde 2] een zeer ingrijpende gebeurtenis is geweest die nog altijd veel impact op hen heeft. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Alleen deze feiten al rechtvaardigen een langdurige gevangenisstraf.

Daarnaast heeft de verdachte twee jaar eerder ook nog een viertal vuurwapens en een grote hoeveelheid bijbehorende munitie in zijn woning voorhanden gehad. Het spreekt voor zich dat deze wapens met munitie levensgevaarlijk zijn en een onaanvaardbaar risico vormen voor de veiligheid van de samenleving. Ook deze feiten kunnen doorgaans rekenen op bestraffing met een langdurige gevangenisstraf.

Zoveel mogelijk gelijke straffen in vergelijkbare zaken

De rechtbank heeft gekeken naar de ‘oriëntatiepunten straftoemeting’ van de rechtspraak. Dit zijn uitgangspunten die strafrechters in Nederland hebben afgesproken om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen. Ook heeft de rechtbank gekeken naar uitspraken van andere rechtbanken en gerechtshoven in vergelijkbare zaken. Op basis hiervan neemt de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf binnen de bandbreedte van 48-60 maanden.

De verdachte

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten (zedendelicten of wapenbezit).

Rapport van de reclassering van 9 april 2026

In dit rapport wordt geschreven dat de verdachte tijdens het gesprek met de reclassering onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven om na te kunnen gaan hoe hij tot de strafbare daden heeft kunnen komen. Daarom schat de reclassering het risico op herhaling in op matig tot hoog. Om vast te kunnen stellen wat de aanleiding is geweest dat de verdachte deze strafbare feiten heeft gepleegd is nader onderzoek naar het psychisch functioneren van de verdachte en de risicofactoren nodig. De reclassering geeft de rechtbank in overweging om de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, zodat in een later stadium de mogelijkheden ten aanzien van de gedragsbeïnvloeding en risicobeheersing nader onderzocht kan worden. Ook wordt een contactverbod voor beide slachtoffers geadviseerd en als de slachtoffers een gebiedsverbod wensen, kan dat worden overwogen.

Mocht de verdachte op zitting zich gemotiveerd tonen voor onder meer het meewerken aan een ambulante diagnostiek en het eventueel volgen van een behandeling, dan heeft de reclassering geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante diagnostiek en behandeling, een contactverbod met de slachtoffers en het meewerken aan controles ter beheersing van het middelengebruik.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. Als dat niet lukt en die termijn wordt overschreden, dan kan de rechtbank bepalen dat de straf wordt verminderd.

De redelijke termijn is in de zaak met parketnummer 15/011619-25 (het voorhanden hebben van wapens en munitie) gestart op 21 februari 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Vanaf dat moment kon hij ervan uitgaan dat hij zou worden vervolgd. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaren en acht maanden verstreken.

De verdachte heeft op 21 en 22 februari 2024 in verzekering gezeten en is toen op vrije voeten gesteld. Op 23 januari 2026 is hij opnieuw in verzekering gesteld en hij bevindt zich sindsdien in voorlopige hechtenis. Hij heeft dus vooral in vrijheid op de behandeling van zijn strafzaak gewacht. Het uitgangspunt is dan dat de redelijke termijn 24 maanden is.

Dat betekent dat er in deze strafzaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van 8 maanden. Deze overschrijding leidt ertoe dat de rechtbank een lagere straf oplegt dan wanneer de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

Vormverzuim: de aangelegde handboeien en blinddoek

De rechtbank zal geen strafvermindering toepassen vanwege een vormverzuim.

De Ambtsinstructie bepaalt kort gezegd dat, wanneer valt te vrezen voor ontvluchting of voor de veiligheid, overgegaan kan worden tot het aanleggen van handboeien en een blinddoek. Als hiertoe wordt overgegaan, zoals bij de verdachte is gebeurd, moet dit direct schriftelijk onder vermelding van de redenen medegedeeld worden aan de (hulp)officier van justitie. De Ambtsinstructie schrijft niet voor dat in het proces-verbaal van aanhouding ook die redenen moeten worden vermeld. Indien, zoals in deze zaak, een beroep wordt gedaan op het onrechtmatig aanleggen van de handboeien en blinddoek, zal de rechtbank marginaal moeten toetsen of de Ambtsinstructie juist is toegepast.

Uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat het aanleggen van de handboeien en het aanbrengen van een blinddoek noodzakelijk was, omdat redelijkerwijs mocht worden aangenomen dat er gevaar voor de veiligheid van de politieambtenaren, de verdachte zelf of derden bestond en vanwege vluchtgevaar. De verdachte werd op dat moment verdacht van twee gekwalificeerde opzetverkrachtingen. Daarnaast beschikte de politie ten tijde van de aanhouding over de informatie dat de verdachte wordt verdacht van het bezit van meerdere wapens en munitie (in 2024). Ook hebben beide slachtoffers bij het doen van de aangifte in de ochtend van 23 januari 2026 verklaard dat zij bang voor de verdachte waren, omdat hij vuurwapens zou hebben. Een van de slachtoffers had ook een filmpje van de verdachte gezien waarop de verdachte met een vuurwapen schiet. Onder die omstandigheden en mede gelet op de aard van de feiten waarvan hij op dat moment werd verdacht, bood de Ambtsinstructie de mogelijkheid voor het aanleggen van handboeien en blinddoek. Daarmee is de wijze van aanhouding niet onrechtmatig geweest. De agenten hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun functie, en mochten daarbij de veiligheid zwaarder laten wegen dan de gevolgen voor de verdachte. Er is dan ook geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv dat zou moeten leiden tot strafvermindering.

Oplegging straf en maatregelen

De rechtbank heeft alle hiervoor genoemde factoren meegewogen en zou, zonder dat sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, zijn uitgekomen op een gevangenisstraf van 50 maanden. Een gevangenisstraf is noodzakelijk, omdat onder meer sprake is van ernstige zedendelicten, die in ieder geval de geestelijke gezondheid en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben aangetast. Daarnaast had de verdachte vuurwapens en munitie voorhanden. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend.

Omdat de redelijke termijn is verstreken, zal de rechtbank de straf verminderen met twee maanden.

De rechtbank legt daarom, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van 48 maanden op met aftrek van het voorarrest. Van deze gevangenisstraf wordt 12 maanden voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 3 jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank legt de verdachte een contact- en gebiedsverbod op. Dit is nodig om strafbare feiten te voorkomen. Deze vrijheidsbeperkende maatregel duurt 3 jaar en houdt het volgende in:

een gebiedsverbod voor de Bomenbuurt en Oud-West in Zaandam en voor de Westerkoog in Koog aan de Zaan;

een contactverbod met [benadeelde 1], geboren op [geboortedatum 2], en [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 3];

Iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, kan hij in hechtenis worden genomen voor 7 dagen. In totaal kan dit maximaal 6 maanden duren. Ook als deze hechtenis wordt opgelegd, blijft het contact- en gebiedsverbod gelden.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank legt de verdachte de maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking op. Dit betekent dat hij na afloop van de gevangenisstraf voor langere tijd onder toezicht kan komen te staan. Omdat de verdachte in dit vonnis wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen met een strafmaximum van minimaal vier jaar, kan deze maatregel worden opgelegd.

De maatregel is nodig ter bescherming van de veiligheid van personen. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het rapport van Reclassering Nederland van 9 april 2026, waarin staat dat de verdachte onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven om een delictanalyse op te kunnen stellen, wel risicofactoren worden gezien en het daarom nodig is om nader onderzoek naar het psychisch functioneren van de verdachte en de risicofactoren te kunnen doen.

Als de gevangenisstraf ten einde loopt, kan de officier van justitie aan de rechtbank vragen om de maatregel ten uitvoer te leggen.

5. Beslag

Beslag ten aanzien van de feiten 1 en 2:

Uit de stukken en uit wat is besproken op de terechtzitting blijkt dat de telefoon van de verdachte inbeslaggenomen is.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen telefoon wordt onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gelet op de bepleitte vrijspraak voor de feiten 1 en 2 om teruggave van de telefoon aan de verdachte verzocht.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat de inbeslaggenomen telefoon, merk Samsung A 13, moet worden onttrokken aan het verkeer. De rechtbank neemt deze beslissing omdat de strafbare feiten 1 en 2 met betrekking tot deze telefoon zijn gepleegd.

Beslag ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5:

De voorwerpen die in beslag zijn genomen, zijn vermeld in bijlage 2.

Standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De verdediging laat het oordeel op dit punt aan de rechtbank over.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat alle voorwerpen genoemd in bijlage 2 moeten worden onttrokken aan het verkeer. Dit betekent dat die voorwerpen moeten worden vernietigd. De rechtbank neemt deze beslissing, omdat de strafbare feiten 3, 4 en 5 met betrekking tot deze voorwerpen, met uitzondering van de ploertendoder, zijn gepleegd. Ten aanzien van de ploertendoder neemt de rechtbank deze beslissing omdat deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het wapenbezit in 2024 is aangetroffen en het kan dienen tot het begaan van een soortgelijk feit.

Van alle voorwerpen kan worden gezegd dat het in strijd zou zijn met de wet als deze voorwerpen weer in de samenleving terecht kwamen.

6. Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. De rechtbank wijst dat verzoek af, omdat de bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis nog bestaan en de strafvorderlijke belangen bij voortduring van de voorlopige hechtenis zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de verdachte bij invrijheidsstelling.

7. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De vordering

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft gevorderd dat de verdachte voor feit 1

€ 41.561,87 aan materiële en immateriële schade moet vergoeden die de verdachte met dit strafbare feit haar heeft veroorzaakt. De materiële schade bedraagt € 25.561,87, bestaande uit kosten voor hulp door derden, reis- en parkeerkosten en kosten in verband met studievertraging. De immateriële schade bedraagt € 16.000. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank de schadevergoeding vermeerdert met de wettelijke rente en de verdachte de schadevergoedingsmaatregel oplegt.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het volledige bedrag van € 41.561,87, met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarbij moet de schadevergoedings-maatregel worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de gehele vordering, omdat vrijspraak van feit 1 is bepleit. Subsidiair moet de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schade niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en een rechtstreeks verband tussen de kosten en het feit ontbreekt. Met betrekking tot de immateriële schade moet de benadeelde partij subsidiair niet-ontvankelijk verklaard worden, omdat de kosten onvoldoende zijn onderbouwd en meer subsidiair wordt verzocht het bedrag aanzienlijk te matigen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het gepleegde strafbare feit onder 1. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van € 23.611,87, bestaande uit de reis- en parkeerkosten en kosten in verband met de studievertraging, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken. Ten aanzien van de kosten in verband met de studievertraging overweegt de rechtbank dat uit het verzoek tot schadevergoeding en de bijgevoegde brief van het Talland College blijkt dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de persoonlijke omstandigheden van de benadeelde partij veroorzaakt door het bewezen verklaarde feit en de studievertraging. Het gepleegde strafbare feit heeft een ingrijpende negatieve invloed gehad op haar schoolprestaties en dit heeft geleid tot het opnieuw moeten volgen van het eerste leerjaar.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering met betrekking tot de post hulp door derden van € 1.950. De verdediging heeft dit deel van de vordering van de benadeelde partij met argumenten betwist. De beoordeling van dit deel van de vordering vraagt om een verdere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. Dat zou betekenen dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden. De behandeling van dit deel van de vordering vormt daarom een te grote belasting voor het strafproces, waardoor de rechtbank geen beslissing neemt over dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan wel naar de burgerlijke rechter om vergoeding van dit deel van de schade te vorderen van de verdachte.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 1 rechtstreeks immateriële schade geleden. De wettelijke grondslag voor schadevergoeding is dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit psychische schade heeft opgelopen. Uit de stukken die bij het verzoek om schadevergoeding zijn gevoegd, blijkt dat zij kampt met ernstige trauma gerelateerde klachten en hiervoor al meerdere EMDR-behandelingen heeft gevolgd. Dat de benadeelde partij al onder behandeling stond en ook hulp kreeg bij haar verslavingsproblematiek, doet er niet aan af dat zij trauma gerelateerde klachten door toedoen van de handelingen van de verdachte heeft opgelopen.

De immateriële schade wordt naar billijkheid begroot op € 10.000. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en ernst van het strafbare feit waar de verdachte voor wordt veroordeeld, te weten gekwalificeerde opzetverkrachting, en de nog jonge leeftijd van de benadeelde partij. Verder heeft de rechtbank bij de begroting van de schade rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft daarbij de indeling volgens de Rotterdamse Schaal betrokken en heeft gekeken naar hoofdstuk 14.2 (PTSS) categorie c, waarin een bandbreedte van € 5.500 tot € 16.000 wordt beschreven en ook naar hoofdstuk 15.1 (verkrachting) categorie b, waarin een bandbreedte van € 7.500 tot € 15.000 wordt genoemd. In deze zaak vindt de rechtbank een bedrag van € 10.000 daarom billijk. De rechtbank wijst de vordering dan ook toe tot dit bedrag. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan wel naar de burgerlijke rechter om vergoeding van dit deel van de schade te vorderen van de verdachte. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 10.000 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten, schadevergoedingsmaatregel en BEM-clausule

De benadeelde partij heeft gevorderd dat de verdachte wettelijke rente moet betalen over de schadevergoeding. De rechtbank wijst voor de materiële schade de wettelijke rente toe vanaf 8 september 2026 (datum van indiening van de vordering) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor de immateriële schade wijst de rechtbank de wettelijke rente toe vanaf 21 januari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij wordt (grotendeels) toegewezen. Daarom moet de verdachte haar proceskosten betalen. Hetzelfde geldt voor de kosten die de benadeelde partij nog moet maken om de schadevergoeding door de verdachte betaald te krijgen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. De schadevergoedingsmaatregel ziet op het toegewezen schadebedrag met de wettelijke rente.

Als de verdachte niet betaalt, kan de staat hem in totaal maximaal 170 dagen gijzelen. Hij moet dan nog steeds de schadevergoeding betalen.

Omdat de benadeelde partij minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen – tot de minderjarige achttien jaar is – alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.

8. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De vordering

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft gevorderd dat de verdachte voor feit 2 € 30.057,97 aan materiële en immateriële schade moet vergoeden die de verdachte met dit strafbare feit haar heeft veroorzaakt. De materiële schade bedraagt € 14.057,97, bestaande uit kosten voor hulp door derden, reis- en parkeerkosten, gemiste inkomsten en kosten in verband met studievertraging. De immateriële schade bedraagt € 16.000. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank de schadevergoeding vermeerdert met de wettelijke rente en de verdachte de schadevergoedingsmaatregel oplegt.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het volledige bedrag van

€ 30.057,97, met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de gehele vordering, omdat vrijspraak van feit 2 is bepleit. Subsidiair moet de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en meer subsidiair wordt verzocht het bedrag aanzienlijk te matigen. Met betrekking tot de materiële schade moet de benadeelde partij subsidiair niet-ontvankelijk verklaard worden, omdat de kosten onvoldoende zijn onderbouwd en een rechtstreeks verband tussen de kosten en het feit ontbreekt.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het gepleegde strafbare feit onder 2. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van € 1.432,97, bestaande uit de reis- en parkeerkosten en de kosten in verband met de gemiste inkomsten, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging dit deel van de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering met betrekking tot de post hulp door derden van € 1.950. De verdediging heeft dit deel van de vordering van de benadeelde partij met argumenten betwist. De beoordeling van dit deel van de vordering vraagt om een verdere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. Dat zou betekenen dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden. De behandeling van dit deel van de vordering vormt daarom een te grote belasting voor het strafproces, waardoor de rechtbank geen beslissing neemt over dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan wel naar de burgerlijke rechter om vergoeding van dit deel van de schade te vorderen van de verdachte.

Ook verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering met betrekking tot de kosten in verband met de studievertraging van € 11.325. Uit het verzoek tot schadevergoeding en de e-mail afkomstig van het Zaanlands Lyceum blijkt onvoldoende dat op dit moment al sprake is van een studievertraging. Hoewel uit de e-mail volgt dat het aannemelijk wordt bevonden dat zij een achterstand oploopt, doordat zij minder aanwezig kan zijn, en hierdoor mogelijk ook studievertraging, is dat nu nog niet bekend. De toekomst zal dit moeten uitwijzen, zodat op dit moment de (eventuele) schade niet is in te schatten. De benadeelde partij kan wel naar de burgerlijke rechter om vergoeding van dit deel van de schade te vorderen van de verdachte.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 2 rechtstreeks immateriële schade geleden. De wettelijke grondslag voor schadevergoeding is dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de brief van Kenter Jeugdhulp van 21 september 2026, die bij het verzoek tot schadevergoeding is gevoegd, volgt dat [benadeelde 2] is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De immateriële schade wordt naar billijkheid begroot op € 10.000. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en ernst van het strafbare feit waar de verdachte voor wordt veroordeeld, te weten gekwalificeerde opzetverkrachting, en de nog jonge leeftijd van de benadeelde partij. Verder heeft de rechtbank bij de begroting van de schade rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft daarbij de indeling volgens de Rotterdamse Schaal betrokken en heeft gekeken naar hoofdstuk 14.2 (PTSS) categorie c, waarin een bandbreedte van € 5.500 tot € 16.000 wordt beschreven en ook naar hoofdstuk 15.1 (verkrachting) categorie b, waarin een bandbreedte van € 7.500 tot € 15.000 wordt beschreven. In deze zaak vindt de rechtbank een bedrag van € 10.000 daarom billijk. De rechtbank wijst de vordering dan ook toe tot dit bedrag. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan wel naar de burgerlijke rechter om vergoeding van dit deel van de schade te vorderen van de verdachte. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 10.000 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten, schadevergoedingsmaatregel en BEM-clausule

De benadeelde partij heeft gevorderd dat de verdachte wettelijke rente moet betalen over de schadevergoeding. De rechtbank wijst voor de materiële schade de wettelijke rente toe vanaf 8 september 2026 (datum van indiening van de vordering) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor de immateriële schade wijst de rechtbank de wettelijke rente toe vanaf 21 januari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij wordt (grotendeels) toegewezen. Daarom moet de verdachte haar proceskosten betalen. Hetzelfde geldt voor de kosten die de benadeelde partij nog moet maken om de schadevergoeding door de verdachte betaald te krijgen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. De schadevergoedingsmaatregel ziet op het toegewezen schadebedrag met de wettelijke rente.

Als de verdachte niet betaalt, kan de staat hem in totaal maximaal 82 dagen gijzelen. Hij moet dan nog steeds de schadevergoeding betalen.

Omdat de benadeelde partij minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen – tot de minderjarige achttien jaar is – alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.

9. Wettelijke voorschriften

De rechtbank baseert deze straf en maatregelen op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 38z, 57 en 243 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

10. Beslissingen

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2.3.4. is omschreven, heeft gepleegd.

Kwalificatie en strafbaarheid

De rechtbank stelt vast dat de feiten strafbaar zijn gesteld zoals vermeld in hoofdstuk 3.

De rechtbank verklaart de verdachte strafbaar.

Straf en maatregelen

Gevangenisstraf

De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op van 48 (achtenveertig) maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, van de gevangenisstraf wordt afgetrokken.

Voorwaardelijk deel

De rechtbank bepaalt dat van de gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer wordt gelegd.

De rechtbank stelt daarbij een proeftijd vast van 3 jaar. De rechter kan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf beslissen als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

De rechtbank legt de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot beperking van de vrijheid op voor de duur van 3 jaar. Deze maatregel houdt in dat de verdachte:

1. zich niet bevindt in de Bomenbuurt en Oud-West in Zaandam en in de Westerkoog in Koog aan de Zaan, gedurende 3 jaar na de datum van het onherroepelijk worden van dit vonnis;

2. op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt met [benadeelde 1], geboren op [geboortedatum 2], gedurende 3 jaar na de datum van het onherroepelijk worden van dit vonnis;

3. op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt met [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 3], gedurende 3 jaar na de datum van het onherroepelijk worden van dit vonnis;

De rechtbank bepaalt dat de verdachte 7 dagen vervangende hechtenis moet ondergaan voor iedere keer dat hij zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden.

Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)

De rechtbank legt de verdachte de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op.

In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank onttrekt voor de feiten 1 en 2 aan het verkeer de inbeslaggenomen telefoon, merk Samsung A13.

De rechtbank onttrekt voor de feiten 3 tot en met 5 de volgende voorwerpen aan het verkeer:

Vorderingen benadeelde partijen

De rechtbank veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1), te betalen een bedrag van € 33.611,87, bestaande uit € 23.611,87 als vergoeding van materiële schade en € 10.000 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 8 september 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald en de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 21 januari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1) en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten om dit vonnis ten uitvoer te leggen.

De rechtbank legt de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte, de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 33.611,87 te betalen, en de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 8 september 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald en de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 21 januari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank bepaalt dat de immateriële schadevergoeding moet worden overgemaakt naar een bankrekening van [benadeelde 1], geboren op [geboortedatum 2], voorzien van een BEM-clausule.

De rechtbank bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt, de verdachte kan worden gegijzeld voor de duur van maximaal 170 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

De rechtbank veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 2), te betalen een bedrag van € 11.432,97, bestaande uit € 1.432,97 als vergoeding van materiële schade en € 10.000 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 8 september 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald en de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 21 januari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 2) en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten om dit vonnis ten uitvoer te leggen.

De rechtbank legt de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte, de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat € 11.432,97 te betalen, en de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 8 september 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald en de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 21 januari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank bepaalt dat de immateriële schadevergoeding moet worden overgemaakt naar een bankrekening van [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 3], voorzien van een BEM-clausule.

De rechtbank bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt, de verdachte kan worden gegijzeld voor de duur van maximaal 82 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis af.

11. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. van Doesburg, voorzitter,

en mrs. L. Boonstra en H. Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 oktober 2026.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1.hij op of omstreeks 21 januari 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland met een persoon, te weten [benadeelde 1] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het zich door die [benadeelde 1] laten pijpen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- te dreigen om seksueel getint beeldmateriaal van die [benadeelde 1], te weten foto’s en/of video’s waarop die [benadeelde 1] (gedeeltelijk) naakt en/of gekleed in lingerie te zien is en/of waarop zij seksuele handelingen met zichzelf verricht, die hij, verdachte van die [benadeelde 1] had verkregen, openbaar te maken en/of te verspreiden en/of- te dreigen dat hij alles (te weten van de seksuele handelingen tussen die [benadeelde 1] en verdachte en het bestaan van belastend beeldmateriaal van die [benadeelde 1]) aan een persoon genaamd [naam] en/of anderen zou vertellen en/of- te dreigen een video waarop [benadeelde 2] seksuele handelingen met zichzelf verricht, openbaar te maken en/of te verspreiden.

2.hij op of omstreeks 21 januari 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland met een persoon, te weten [benadeelde 2] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het zich door die [benadeelde 2] laten pijpen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- te dreigen om seksueel getint beeldmateriaal van die [benadeelde 2], te weten foto’s en/of video’s waarop die [benadeelde 2] (gedeeltelijk) naakt te zien is en/of waarop zij seksuele handelingen met zichzelf verricht, die hij, verdachte van die [benadeelde 2] had verkregen, openbaar te maken en/of te verspreiden en/of- te dreigen dat hij alles (te weten van de seksuele handelingen tussen die [benadeelde 2] en verdachte en het bestaan van belastend beeldmateriaal van die [benadeelde 2]) aan een persoon genaamd [naam] en/of anderen zou vertellen en/of- te dreigen om seksueel getint beeldmateriaal van [benadeelde 1] openbaar te maken en/of te verspreiden en/of- te dreigen dat hij alles (te weten van de seksuele handelingen tussen die [benadeelde 1] en verdachte en het bestaan van belastend beeldmateriaal van die [benadeelde 1]) aan een persoon genaamd [naam] en/of anderen zou vertellen.

3.hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, type Glock 17 Gen 5, kaliber 9mm pak zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver zonder loop (een onderdeel) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Zoraki, type M906, kaliber 7,65 x 17 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasrevolver, van het merk Umarex, type Colt Detective Special, kaliber 9mm R K /.380 R K zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistoolvoorhanden heeft gehad.

4.hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad,- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid knal/gaspatronen, van het merk Pobjeda, van het kaliber 9mm P.A.K. en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid knal/gaspatronen, van het merk Pobjeda van het kaliber 9mm P.A.K. (2x ? gd) en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid kogelpatronen, van het merk Geco, van het kaliber 7,65 x 17 mm / .32 en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid kogelpatronen, van het merk CBC, van het kaliber 7,65 x 17 mm / .32 en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid knalpatronen, van het merk Umarex, van het kaliber 9mm R.K. en/ofvoorhanden heeft gehad.

5.hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een traangas-spuitbus, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

Bijlage 2 – De in beslag genomen goederen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand