ECLI:NL:RBNHO:2026:14447

ECLI:NL:RBNHO:2026:14447

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 15/217682-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

vonnis nieuwe stijl vrijspraak poging afpersing veroordeling voor het bezit van een zogenaamde flashbanggranaat tot een deels voorwaardelijke taakstraf. Aan het voorwaardelijk deel worden voorwaarden verbonden waaronder een contactverbod met de aangever en de medeverdachte.

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland

Zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 15/217682-26

Datum uitspraak: 22 oktober 2026

Datum zitting: 8 oktober 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] op [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres Zevenkampse Ring 195, 3068 PZ Rotterdam.

Advocaat van de verdachte: mr. J. de Haan (waarnemend voor kantoorgenoot mevr. mr. I. Tol.)

Officier van justitie: mr. A.J.S. Visser

Kern van het vonnis

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij heeft geprobeerd om de aangever af te persen of hem ergens toe heeft gedwongen, doordat hij samen met een ander op 29 juli in Wormerveer die aangever op intimiderende wijze heeft benaderd en achtervolgd.

De rechtbank ziet voor die beschuldiging niet voldoende bewijs en spreekt hem daarvan vrij. Er is geen sprake geweest van gewelddadigheden en het is voor de rechtbank niet duidelijk wat de verdachte en zijn medeverdachte precies van plan waren.

De verdachte wordt wel veroordeeld voor het bezit van een ‘flashbang’ granaat. Hij krijgt hiervoor een taakstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een aantal bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij

1.hij op of omstreeks 29 juli 2026 te Wormerveer, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n) met gezichtsbedekkende en/of verhullende kleding die [benadeelde] heeft/hebben aangesproken en/of (dreigend) dichtbij hem heeft/hebben gestaan en/of hem heeft/hebben achtervolgdterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 29 juli 2026 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [benadeelde], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of een of meer derden, te weten [benadeelde] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door met gezichtsbedekkende en/of verhullende kleding die [benadeelde] aan te spreken en/of (dreigend) dichtbij hem te staan en/of hem te achtervolgen;

2.hij op of omstreeks 29 juli 2026 te Wormerveer, gemeente Zaanstad een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten Huwoko Flashbang Granaat, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 primair (poging afpersing) en feit 2 (bezit flashbang granaat).

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 primair, omdat geen sprake is van een begin van uitvoering. Ook voor feit 1 subsidiair heeft de verdediging vrijspraak bepleit, omdat geen sprake is geweest van geweld of een andere feitelijkheid waardoor de aangever tegen zijn wil iets heeft gedaan, niet heeft gedaan of heeft moeten dulden. Voor feit 2 heeft de verdediging het oordeel aan de rechtbank overgelaten.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de poging afpersing en de dwang.

Voor een strafbare poging tot het plegen van een misdrijf is nodig dat het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. In deze zaak is de belangrijkste vraag wat de verdachte en zijn medeverdachte precies in de zin hadden toen zij het slachtoffer benaderden. Wat was hun ‘voornemen’? Wilden zij inderdaad de aangever met geweld of bedreiging iets afhandig maken, zoals de beschuldiging luidt? Of wilden zij de aangever er alleen maar aan herinneren dat hij nog moest betalen, zoals de verdachte zelf heeft verklaard?

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] door iemand anders waren aangespoord om in Wormerveer de aangever te benaderen en dit te filmen. Zij hadden een bepaalde straat in Wormerveer doorgekregen en gehoord dat het zou gaan om een lange donkere man. In de vroege ochtend van 29 juli 2026 zijn de verdachte en de medeverdachte van Rotterdam naar Wormerveer gereisd. Later die dag zagen zij een lange donkere man bij een auto staan, waarop zij in de richting van die man zijn gelopen. De aangever heeft over dat moment verklaard dat hij zijn zoontje in de auto aan het zetten was toen hij zag dat iemand dreigend op hem af kwam lopen, dichtbij hem kwam staan en hoorde dat hij “faka” zei. Deze jongen was gekleed in dikke kleding en zijn gezicht was bedekt, terwijl het warm weer was. De aangever is vervolgens gaan rennen en een slagerij ingevlucht, terwijl twee jongens achter hem aan kwamen gerend de slagerij in. Nadat zij kort in de slagerij waren, staakten de twee jongens de achtervolging en zijn ze weggegaan. De aangever heeft verklaard dat de twee jongens hem niet hebben aangeraakt en ook heeft hij geen wapens gezien. De politie is gebeld en kort daarop zijn de verdachte en de medeverdachte aangehouden. Bij de fouillering van de verdachte vond de politie een flashbang granaat in zijn jaszak.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet vastgesteld worden dat het gedrag van de verdachte en zijn medeverdachte kan worden beschouwd als een begin van uitvoering van afpersing. Hoewel het zeer opmerkelijk is dat de verdachte op een warme dag met dikke en gezichtsbedekkende kleding liep en een flashbang granaat op zak had, is dat onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte en zijn medeverdachte hebben geprobeerd de aangever met geweld of onder dreiging daarvan af te persen. De verdachte en de medeverdachte hebben de aangever niet aangeraakt en geen geweld gebruikt of daarmee gedreigd. Ook hebben zij geen wapens getoond of iets van de aangever gevorderd.

Ook bevat het dossier onvoldoende bewijs om vast te stellen dat de verdachte en zijn medeverdachte op dat moment de aangever ergens toe hebben gedwongen.

Bewijs feit 2

De verdachte heeft de beschuldiging van feit 2 (de flashbang granaat) bekend en de raadsman heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank noemt daarom voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel, maar schrijft deze niet uit:

de verklaring van de verdachte op de zitting;

het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpag. 67-69);

het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek granaat (dossierpag. 103-106).

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 29 juli 2026 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Huwoko Flashbang Granaat, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van een ontploffing, voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde feit is strafbaar gesteld als:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7º.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte voor de poging tot afpersing en de flashbang granaat wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de taakstraf niet wordt uitgevoerd en met aftrek van het voorarrest naar de maatstaf van 2 uur per dag.

Daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van twee jaren, met hieraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd en een contactverbod met de medeverdachte en de aangever.

Standpunt van de verdediging

Als de rechtbank de beide feiten bewezen acht, vindt de raadsvrouw de eis van de officier van justitie redelijk. De raadsvrouw heeft verzocht om aan de verdachte in ieder geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 100 uur, met aftrek van voorarrest, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Dit komt erop neer dat de verdachte een taakstraf van 26 uur moet uitvoeren en dat 40 uur taakstraf twee jaar lang als waarschuwing boven zijn hoofd blijft hangen. Aan dit voorwaardelijk deel van de taakstraf zal de rechtbank bijzondere voorwaarden verbinden. De rechtbank heeft hierbij het volgende meegewogen.

Het bewezenverklaarde feit

De verdachte heeft op 29 juli 2026 in Wormerveer een zogenaamde flashbang granaat bij zich gehad. In de Wet wapens en munitie staat dat het verboden is om zo’n wapen, ook wel een flits granaat genoemd, voorhanden te hebben. Het wordt door speciale eenheden van politie of het leger gebruikt en is bedoeld om personen tijdelijk uit te schakelen. In handen van onbevoegde burgers zoals de verdachte is dit een gevaarlijk wapen, zeker op de openbare weg.

Zoveel mogelijk gelijke straffen in vergelijkbare zaken

De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in vergelijkbare strafzaken zijn opgelegd.

De rechtbank heeft ook gekeken naar de ‘oriëntatiepunten straftoemeting’ van de rechtspraak. Dit zijn uitgangspunten die strafrechters in Nederland hebben afgesproken om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen. Een flashbanger of flitsgranaat is hierin niet opgenomen. Wel staat voor het bezit van een molotov cocktail in de oriëntatiepunten een gevangenisstraf genoemd van drie maanden. Dat heeft in deze zaak het vertrekpunt gevormd voor het bepalen van de straf.

De verdachte

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van de verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Dat weegt dus niet in zijn nadeel mee.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de reclassering van 2 oktober 2026 staat dat de verdachte mogelijk negatief wordt beïnvloed door een problematisch sociaal netwerk. Hij lijkt niet of nauwelijks te beschikken over zelfinzicht en heeft een passieve en gesloten houding. Hij heeft geen structurele dagbesteding, ontvangt een uitkering en heeft schulden. Er is ook sprake van enige mate van middelengebruik. Hij wekt de indruk niet zelfstandig in staat te zijn om zijn leven op praktisch vlak op orde te krijgen en lijkt ook weinig steun te krijgen vanuit zijn omgeving. De verdachte woont nog bij zijn moeder thuis, maar lijkt niet ontvankelijk voor pedagogische benadering. Hij lijkt gebaat bij begeleiding. Het risico op herhaling van soortgelijke feiten wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. De verdachte heeft zich tot nu toe redelijk aan de afspraken met de reclassering gehouden en de kans op het onttrekken aan voorwaarden wordt als laag-gemiddeld ingeschat. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden:

een meldplicht bij de reclassering;

deelname aan gedragstraining gericht op cognitieve vaardigheden;

ambulante begeleiding;

het vinden en behouden van een dagbesteding, en

de aflossing van schulden.

Oplegging straf

De rechtbank neemt dus als vertrekpunt 3 maanden gevangenisstraf.

De rechtbank vindt het positief dat de verdachte op de zitting zijn spijt heeft betuigd en heeft verklaard dat hij zich zal houden aan de bijzondere voorwaarden. Bovendien is de verdachte met zijn twintig jaar nog relatief jong.

Daarom is een deels voorwaardelijke taakstraf in dit geval de meest passende straf.

De rechtbank legt een taakstraf van 100 uur op. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 17 dagen, wordt van de taakstraf afgetrokken (2 uur per dag). Een deel van deze taakstraf, namelijk 40 uur, wordt voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

Het voorwaardelijke gedeelte van de straf wordt opgelegd onder de voorwaarde dat de verdachte niet opnieuw een strafbaar feit pleegt voordat de proeftijd is afgelopen. Als de verdachte dit wel doet, kan de rechter bepalen dat hij alsnog het voorwaardelijke deel van de taakstraf moet uitvoeren.

De verdachte moet zich daarnaast gedurende de proeftijd aan bijzondere voorwaarden houden. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, hiervoor genoemd onder kopje 4.3.3. Ook zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde opleggen dat de verdachte geen contact zoekt, direct of indirect, met zijn medeverdachte of met de aangever.

De bijzondere voorwaarden zijn nodig om de kans te verkleinen dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt. Als de verdachte zich niet houdt aan de voorwaarden, kan de rechter bepalen dat hij alsnog het voorwaardelijke deel van de taakstraf moet uitvoeren.

5. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 14 augustus 2026 geschorst. De voorlopige hechtenis wordt bij einduitspraak opgeheven.

6. Wettelijke voorschriften

De rechtbank baseert deze straf op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Beslissingen

Vrijspraak

De rechtbank verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair en subsidiair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd.

Kwalificatie en strafbaarheid

De rechtbank stelt vast dat feit 2 strafbaar is gesteld zoals vermeld in hoofdstuk 3.1.

De rechtbank verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

Taakstraf

De rechtbank legt de verdachte een taakstraf op van 100 (honderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan.

De rechtbank beveelt dat de verdachte 50 dagen vervangende hechtenis moet ondergaan als hij de taakstraf niet (goed) uitvoert.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, van de taakstraf wordt afgetrokken naar een maatstaf van 2 uur per dag.

Voorwaardelijk deel

De rechtbank bepaalt dat van de taakstraf 40 uur niet ten uitvoer wordt gelegd.

De rechtbank stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar. De rechter kan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf beslissen als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt of tijdens de proeftijd een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft.

De rechtbank stelt de volgende bijzondere voorwaarden die gelden gedurende de proeftijd:

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Daarbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op; de voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Boonstra, voorzitter,

en mrs. H. Bakker en M. van Doesburg, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Boonstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand