ECLI:NL:RBNHO:2026:14833

ECLI:NL:RBNHO:2026:14833

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer C/15/377440
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Afwijzing verzoeken in voorlopige voorziening om de minderjarige aan de vrouw toe te wijzen en om een partneralimentatie vast te stellen. Gedeeltelijke toewijzing van het verzoek om een kinderalimentatie vast te stellen. Toewijzing van het verzoek om het uitsluitend gebruik van de woning aan de man toe te wijzen. Nu de vrouw zonder toestemming van de man met de minderjarige naar Rusland is verhuisd, acht de voorzieningenrechter het niet passend om deze situatie juridisch te rechtvaardigen. Verder heeft de vrouw onvoldoende gesteld en met stukken onderbouwd dat zij op dit moment op grond van Russische wetgeving recht heeft op een partnerbijdrage en evenmin heeft zij aangetoond dat zij dringend behoefte heeft aan een partnerbijdrage.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

voorlopige voorzieningen

zaak-/rekestnr.: C/15/377440 / FA RK 26-2336

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 29a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 7 oktober 2026

in de zaak van:

[de vrouw] ,

volgens de Basisregistratie Personen Registratie Niet Ingezetenen, verblijvende te [land] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. G.O. Perquin, kantoorhoudende te Zoetermeer,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.H. Weermeijer-Patist, kantoorhoudende te Oegstgeest.

Partijen zijn verschenen. De vrouw (via een online verbinding) bijgestaan door mr. G.O. Perquin en de man bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer-Patist.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft (kinder)rechter mr. W.P. van der Haak, in het bijzijn van de griffier mr. R.E. Vogel, ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

1. De feiten

Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [gemeente] met elkaar gehuwd.

Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige [de minderjarige] , op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .

Partijen en [de minderjarige] hebben beiden de Nederlandse nationaliteit en de vrouw en [de minderjarige] hebben daarnaast de Russische nationaliteit.

De vrouw verblijft sinds 11 oktober 2025 met [de minderjarige] in Rusland.

De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Tijdens deze mondelinge behandeling is de zaak aangehouden in verband met het ontbreken van de stukken ten aanzien van de aanhangige procedures in Rusland. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hierover nadere stukken aan te leveren en een standpunt in te nemen over de litispendentie. Daarnaast is de man in de gelegenheid gesteld om een aanvullend verzoek in te dienen ten aanzien van de proceskostenveroordeling. De voortgezette behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2026 in aanwezigheid de vrouw (via een online verbinding) bijgestaan door mr. G.O. Perquin en de man bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer-Patist.

2. De gronden van de beslissing

In deze procedure verzoekt de vrouw bij wijze van voorlopige voorzieningen om:I. [de minderjarige] aan de vrouw toe te vertrouwen;

II. te bepalen dat de man met ingang van datum indiening van het verzoekschrift voorlopig voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] een bedrag van € 974 per maand aan de vrouw moet betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

III. te bepalen dat de man met ingang van datum indiening van het verzoekschrift voorlopig voor haar levensonderhoud een bedrag van € 3.074 per maand aan de vrouw moet betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

De man heeft hiertegen verweer gevoerd en verzoekt zelf via zelfstandige verzoeken om:

­ te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan [adres] met de zich daarin bevindende inboedelgoederen;

­ te bepalen dat de vrouw zal worden veroordeeld om de proceskosten van de man te voldoen.

Bezwaar ingediende producties

De voorzieningenrechter acht zowel het bezwaar van de man tegen productie 20 van de vrouw (en de toelichting daarop) als het bezwaar van de vrouw tegen productie 12 van de man gegrond. De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling van 15 juli 2026 partijen in de gelegenheid gesteld om stukken aan te leveren ten aanzien van de procedures die in Rusland aanhangig zijn en om een inhoudelijk standpunt in te nemen over de litispendentie. Partijen zijn niet in de gelegenheid gesteld om andere inhoudelijke standpunten in te nemen. Daarom laat de voorzieningenrechter voornoemde producties en de toelichting daarop buiten beschouwing.

Toevertrouwing [de minderjarige]

Omdat ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over een verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 4, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), heeft de Nederlandse rechter daarom ook rechtsmacht tot het treffen van de door partijen verzochte voorlopige maatregelen die verband houden met de echtscheiding.

Ingevolge artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht toepasselijk op het verzoek betreffende de toevertrouwing van [de minderjarige] .

Op basis van de stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht constateert de voorzieningenrechter dat de vrouw zonder toestemming van de man met [de minderjarige] naar Rusland is verhuisd. Dat wordt in de rechtspraak gekenmerkt als ongeoorloofde internationale overbrenging dan wel kinderontvoering. De voorzieningenrechter acht het niet passend om deze situatie juridisch te rechtvaardigen. De voorzieningenrechter zal [de minderjarige] daarom niet toevertrouwen aan de vrouw. Het verzoek van de vrouw hieromtrent zal dan ook worden afgewezen.

De voorzieningenrechter geeft beide partijen nog mee dat het in het belang van [de minderjarige] zou zijn als er afspraken door partijen worden gemaakt over vaste (video)belafspraken tussen de vader en [de minderjarige] .

Kinderbijdrage

Nu de man de onderhoudsplichtige is en zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) bevoegd om van de alimentatieverzoeken - zowel kinderalimentatie als partneralimentatie - kennis te nemen. Ingevolge artikel 15 van de Alimentatieverordening in samenhang met artikel 3 van het Haagse Protocol van 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek om een kinderbijdrage vast te stellen.

Het doel van voorlopige voorzieningen, te weten het op korte termijn treffen van (tijdelijke) ordemaatregelen, verdraagt zich niet met het instellen van een diepgaand en dus langdurig onderzoek naar de inkomens van beide partijen. Mede gelet op de huidige situatie waarbij de vrouw in Rusland verblijft acht de voorzieningenrechter een dergelijk onderzoek te tijdrovend en daarmee in strijd met het doel van het treffen van voorlopige voorzieningen.

Het staat vast dat de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] geld kost en dat beide ouders daarvoor onderhoudsplichtig zijn. Gelet op de met stukken onderbouwde stellingen van de man ten aanzien van het verblijf van [de minderjarige] in Rusland, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de kosten van het levensonderhoud van [de minderjarige] nu circa € 500 per maand bedragen. De voorzieningenrechter acht het – mede gelet op het eerder gedane aanbod van de man aan de vrouw – redelijk om te bepalen dat de kosten van [de minderjarige] gelijkelijk worden verdeeld over de onderhoudsplichtige ouders. De voorzieningenrechter stelt daarom een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderbijdrage vast van € 250 per maand.Gelet op het verblijf van de vrouw en [de minderjarige] in Rusland en de sancties die door de EU zijn opgelegd aan Rusland kan het ingewikkeld zijn om die betalingsverplichting uit te voeren. De voorzieningenrechter overweegt dat de man alleen aan zijn verplichting tot betaling van de kinderbijdrage kan worden gehouden, indien de vrouw de man op enige wijze in staat stelt aan de betalingsverplichting te voldoen

Partnerbijdrage 2.10. De voorzieningenrechter acht op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 het Russisch recht van toepassing op het verzoek tot vaststelling van een partnerbijdrage, nu de vrouw als onderhoudsgerechtigde haar gewone verblijfplaats in Rusland heeft. Omdat op grond van de stukken en tijdens de zitting is gebleken dat de vrouw niet voornemens is om op korte termijn terug te gaan naar Nederland acht de voorzieningenrechter – in tegenstelling tot de vrouw – de zaak niet nauwer verbonden met de Nederlandse rechtssfeer dan met het Russisch recht.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft gesteld en met stukken onderbouwd dat zij op dit moment op grond van Russische wetgeving recht heeft op een partnerbijdrage en evenmin heeft zij aangetoond dat zij dringend behoefte heeft aan een partnerbijdrage. Daarvoor is ook redengevend dat de vrouw een fulltime baan heeft waarmee ze een inkomen genereert en dat zij vermoedelijk lage woonlasten heeft omdat ze bij haar ouders woont. Verder acht de voorzieningenrechter het op grond van de overlegde stukken aannemelijk dat de vrouw diverse goederen van de huwelijkse gemeenschap buiten bereik van de man heeft gesteld waardoor ze geacht wordt naast haar inkomen nog over andere financiële middelen te beschikken.

De voorzieningenrechter wijst de vrouw er verder op dat ten aanzien van de afwikkeling van de gemeenschap van goederen van partijen geldt dat alle goederen gelijk moeten worden verdeeld dan wel moeten worden verrekend tussen partijen. Dat geldt ook voor goederen die inmiddels zijn verkocht in het zicht van de echtscheidingsprocedure.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

Gelet op artikel 4, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De voorzieningenrechter zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de vrouw zich niet verzet tegen de toekenning van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de man. Dit verzoek zal dan ook worden toegewezen, aangezien dit de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt.

Proceskostenverdeling

De voorzieningenrechter zal het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen in de proceskosten afwijzen. De voorzieningenrechter constateert dat er veel is gebeurd tussen partijen en dat er diverse procedures in zowel Rusland als Nederland door elkaar zijn gaan lopen sinds de vrouw (zonder toestemming van de man) met [de minderjarige] naar Rusland is gegaan. De voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat het voor partijen niet eenvoudig was om te boordelen welke procedure bij welke rechter (Russische of Nederlandse) aanhangig moest worden gemaakt. Dat maakt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat er geen sprake is van nodeloos procederen door de vrouw, zoals is gesteld door de man. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel dat in familiezaken ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Uitvoerbaar bij voorraad

De voorzieningenrechter zal de beslissingen ten aanzien van de kinderbijdrage en de echtelijke woning uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] op € 250 per maand met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 7 oktober 2026, toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] en de zich daarin bevindende inboedelgoederen;

verklaart de beslissingen ten aanzien van de kinderbijdrage en de echtelijke woning uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer en anders verzochte af.

De rechter deelt mede dat een afschrift van het bovenstaande zo spoedig mogelijk volgt en sluit de zitting.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en door de rechter is ondertekend.

mr. W.P. van der Haak

Rechter, tevens kinderrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.P. van der Haak

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand