RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.052396.26
Uitspraakdatum: 7 september 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Iran),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]
.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. R. Giuseppini en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. M. Jonk,
advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij, in de periode tussen augustus 2025 en februari 2026 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland
[naam 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met
brandstichting,
door die [naam 1] via Messenger en/of voicemailberichten en/of e-mailberichten dreigend de woorden toe te voegen
- " Finally I wil get you and kill you slowly if you not give up" en/of;
- " Believe me I burn you alive" en/of;
- " I kill you with mij own hand, you motherfucker" en/of;
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
Feit 2
hij, in de periode tussen 28 januari 2026 en 3 februari 2026 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland
een of meerdere medewerkers van Parnassia Noord-Holland B.V. (Fact-Velsen) heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die een of meerdere medewerkers dreigend (met een schroevendraaier in zijn hand) de woorden toe te voegen;
- " Ik kan een wapen kopen en ik wil een mes meenemen naar de afspraak met de
psychiater" en/of;
- " Ik maak jullie kapot"
, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
Feit 3
hij, in de periode tussen 11 februari 2026 en 16 februari 2026 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland,
[naam 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door;
- die [naam 2] per e-mail een afbeelding van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te sturen en/of;
- die [naam 2] via een e-mailbericht dreigend de woorden toe te voegen: "I don’t let any one of you stay alive and abuse my child, and hunt you and your families one by one my life is over",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de verdachte bij feit 2 vrij te spreken van het onderdeel ‘met een schroevendraaier in zijn hand’. De schroevendraaier stond volgens hem niet in relatie tot de bedreiging en heeft daaraan niet bijgedragen; er zijn alleen woordelijke bedreigingen te bewijzen.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak voor feit 2
Uit de tenlastelegging volgt dat de verdachte wordt verweten, kort gezegd, bedreigingen te hebben geuit tegen een of meer medewerkers van Parnassia in de periode tussen 28 januari 2026 en 3 februari 2026. Uit het dossier volgt echter dat het bezoek van de twee medewerkers van Parnassia aan de verdachte plaatsvond op 4 februari 2026 en dat de verdachte toen heeft gezegd: “ik maak jullie kapot”. Omdat dit buiten de tenlastegelegde periode valt, moet de verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Daarnaast moet de verdachte worden vrijgesproken van de volgende bedreiging: “Ik kan een wapen kopen en ik wil een mes meenemen naar de afspraak met de
psychiater”. Uit de aangifte volgt weliswaar dat deze bedreiging op 3 februari 2026, dus in de tenlastegelegde periode, zou zijn gedaan, maar de verklaring wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen, waardoor niet aan het bewijsminimum wordt voldaan. De conclusie is dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van feit 2.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 3 op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1
hij, in de periode tussen augustus 2025 en februari 2026 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland [naam 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling en met
brandstichting,
door die [naam 1] via Messenger en/of voicemailberichten en/of e-mailberichten dreigend de woorden toe te voegen
- " Finally I wil get you and kill you slowly if you not give up" en
- " Believe me I burn you alive" en
- " I kill you with mij own hand, you motherfucker"
Feit 3
hij, in de periode tussen 11 februari 2026 en 16 februari 2026 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland,
[naam 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door;
- die [naam 2] per e-mail een afbeelding van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te sturen en
- die [naam 2] via een e-mailbericht dreigend de woorden toe te voegen: "I don’t let any one of you stay alive and abuse my child, and hunt you and your families one by one my life is over"
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 en feit 3:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Volgens de raadsman was de verdachte minst genomen verminderd toerekeningsvatbaar ten tijde van de feiten. De verdachte was onder behandeling voor psychotische klachten en er is een zorgmachtiging afgegeven.
De rechtbank overweegt dat uit het dossier aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte ten tijde van de bedreigingen mogelijk in een psychose verkeerde, maar er zijn onvoldoende aanknopingspunten – bijvoorbeeld in de vorm van rapporten van gedragsdeskundigen – om daadwerkelijk te kunnen concluderen dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was. Er is dan ook geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 37 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie verzocht om oplegging van een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende opname, dagbesteding en een contactverbod met de aangevers (waarbij voor aangever [naam 1] de uitzondering zou moeten gelden dat contact, onder voorwaarden, wel mogelijk zou moeten zijn indien dit contact gaat om het gezamenlijke minderjarig kind). Van dit contactverbod heeft de officier de dadelijke uitvoerbaarheid verzocht.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat gelet op de oriëntatiepunten van de LOVS en de lange duur van de voorlopige hechtenis geen ruimte meer bestaat voor toepassing van een voorwaardelijk strafdeel en daarmee de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om beëindiging van de voorlopige hechtenis.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft gedurende een lange periode ernstige bedreigingen geuit aan de moeder van zijn kind en daarbij onder meer gedreigd haar op een verschrikkelijke manier om het leven te brengen. De verdachte heeft daarnaast ook bedreigingen gericht aan haar advocaat. De bedreigingen waren van dien aard dat de slachtoffers vreesden dat de verdachte de bedreigingen ook zou uitvoeren. Aangeefster [naam 1] is om die reden zelfs met haar kind naar een ander deel van Nederland verhuisd.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 22 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank weegt het strafblad dan ook niet het nadeel van de verdachte mee. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van Reclassering Nederland van 10 augustus 2026.
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat gelet op de oriëntatiepunten van de LOVS en de lange duur van de voorlopige hechtenis, er geen ruimte meer is voor een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf. De rechtbank ziet dat de verdachte vanwege zijn problematiek hulp nodig heeft, maar ziet tegen deze achtergrond onvoldoende ruimte om deze hulp in een strafrechtelijk kader op te leggen. Bovendien blijkt uit het dossier dat de verdachte op dit moment wel een bepaalde mate van zorg ontvangt, namelijk in de vorm van een verleende zorgmachtiging.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf moet worden opgelegd die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis.
7. Vrijheidsbeperkende maatregel (38v-maatregel)
De rechtbank acht het ook noodzakelijk om aan verdachte de door de officier van justitie gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende een contactverbod met [naam 1] , op te leggen.
Artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een dergelijk contactverbod kan worden opgelegd bij een veroordeling voor een strafbaar feit ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat een contactverbod met betrekking tot
[naam 1] , op de wijze zoals hierna omschreven, noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten.
De maatregel zal worden opgelegd voor de duur van drie jaren, waarbij de vervangende
hechtenis wordt bepaald op zeven dagen voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden.
Uitzondering op dit verbod is contact over het kind dat de verdachte samen met [naam 1] heeft. Contact over en met dit kind kan gezien de jonge leeftijd niet anders dan via de moeder, en zolang Veilig Thuis betrokken is na tussenkomst van deze organisatie.
Omdat er, gelet op de lange duur van de bedreigingen, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank ook de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel bevelen.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 38v, 38w, 57, 285 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten 1 en 3 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 189 (zegge: honderd negenentachtig) dagen.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van drie jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen of zoeken met [naam 1] , met uitzondering van contacten die betrekking hebben op het minderjarige kind dat de verdachte samen heeft met [naam 1] . Contact over het kind is eerst en alleen mogelijk na tussenkomst van Veilig Thuis zolang deze betrokken is.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt een week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de opgelegde maatregel, dadelijk uitvoerbaar is.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte, welk bevel bij afzonderlijke beslissing is geminuteerd.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.S. Schoorl, voorzitter,
mrs. P.A. Hesslink en S.H. Bouwers, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2026.