ECLI:NL:RBNHO:2026:1504

ECLI:NL:RBNHO:2026:1504

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 11521087 \ CV EXPL 25-646
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De passagiers vorderen compensatie. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, te weten een ‘bird strike’, welke vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden. Dit verweer slaagt. De vorderingen zijn niet toewijsbaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11521087 \ CV EXPL 25-646

Uitspraakdatum: 28 januari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1], 2. [eiser 2],

3. [eiser 3], allen wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, te weten een ‘bird strike’, welke vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden. Dit verweer slaagt. De vorderingen zijn niet toewijsbaar.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 6 mei 2023 moest vervoeren van Diagoras Airport, Rhodos (Griekenland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, via Franz Josef Strauss Airport, München (Duitsland).

Vlucht LH1749 van Rhodos naar München is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

Passagier sub 1 en sub 2 zijn de wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kind, passagier sub 3. Passagier sub 1 en sub 2 hebben het vermeende vorderingsrecht van passagier sub 3 middels cessie aan zichzelf overgedragen.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van dit geschil ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Passagier sub 3 is niet-ontvankelijk in haar vordering

Passagier sub 1 en sub 2 hebben het vermeende vorderingsrecht van hun minderjarige kind – passagier sub 3 – aan henzelf gecedeerd. Daarmee is het vermeende vorderingsrecht overgegaan van passagier sub 3 naar passagier sub 1 en sub 2. Passagier sub 3 moet dan ook voor zover hij de vordering tot compensatie namens zichzelf heeft ingesteld, niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.De gevorderde compensatie is niet toewijsbaar

Vaststaat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De vervoerder voert aan dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd als gevolg van een ‘bird strike’, waardoor mogelijk schade aan het vliegtuig is ontstaan. Hierdoor moest de vervoerder op grond van de voorschriften van de vliegtuigfabrikant overgaan tot het laten uitvoeren van een inspectie door daartoe bevoegde monteurs. Ter onderbouwing legt de vervoerder het vluchtrapport van de vlucht over, waaruit volgt dat de vlucht voor 3 uur en 31 minuten is vertraagd wegens vertragingscode 51B. Code 51 staat volgens de door de vervoerder overgelegde “IATA Delay Codes” voor “Damage During Flight Operations, Bird of Lightning Strike, Turbulence, Heavy Or Overweight, Landing, Collision During Taxiing”, subcode B staat voor “Bird Strike”. Ook legt de vervoerder het ‘Technical Aircraft Log’ over, waaruit volgt dat het toestel dat de vlucht zou uitvoeren is beschadigd als gevolg van deze ‘bird strike’ en dat de verplichte controle om 17:42 uur (UTC) was voltooid.

De kantonrechter overweegt als volgt. De vervoerder heeft in het onderhavige geval voldoende toegelicht en onderbouwd dat het toestel waarmee de onderhavige vlucht zou worden uitgevoerd een verplichte inspectie moest ondergaan vanwege de ‘bird strike’ op de voorafgaande vlucht. Ook heeft de vervoerder voldoende toegelicht en onderbouwd dat de onderhavige vlucht hierdoor met een vertrekvertraging van 3 uur en 31 minuten is uitgevoerd. Er is geen aanleiding om aan het vluchtrapport en het ‘Technical Aircraft Log’ te twijfelen. Een ‘bird strike’ en de daarop volgende verplichte inspectie zijn niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van de vervoerder en leveren dan ook een buitengewone omstandigheid op.

De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. Daartoe voert de vervoerder aan dat hij de passagiers heeft omgeboekt naar de eerstvolgende beschikbare vlucht, waarbij ook naar vluchten zijn gekeken die buiten haar eigen groep liggen. Volgens de passagiers is het aan de vervoerder om dit aan te tonen. Uit niets blijkt dat de vervoerder heeft onderzocht of er snellere alternatieven beschikbaar waren, aldus de passagiers.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder de betwisting van de passagiers bij dupliek gemotiveerd heeft weersproken. Voor zover de passagiers betogen dat sprake is van een tardief verweer, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. De vervoerder heeft immers bij conclusie van antwoord reeds aangevoerd dat de passagiers zijn omgeboekt naar het eerstvolgende alternatief, waarna hij bij dupliek de wijze waarop hij dat heeft gedaan nader heeft toegelicht. De gevorderde compensatie is niet toewijsbaar.

De passagiers worden veroordeeld in de proceskosten

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart passagier sub 3 niet-ontvankelijk in zijn vordering;

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand