ECLI:NL:RBNHO:2026:1513

ECLI:NL:RBNHO:2026:1513

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer 373551
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

VV kop-staart-vonnis: uittredende maat heeft in strijd met maatschapsovereenkomst gehandeld. Vordering van maat die de onderneming voortzet wordt grotendeels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/373551 / KG ZA 26-11

Vonnis in kort geding van 6 februari 2026

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [bedrijf 1],

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. P.A. Dijkstra,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. J.P.F.R. Bugter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 januari 2026 met 20 producties

- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie van 21 januari 2026 met 15 producties

- nagekomen productie 21 van de kant van [eiser]

- de mondelinge behandeling van 21 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [gedaagde]

- de aanhouding van de zaak

- het verzoek van partijen om vonnis te wijzen.

Onmiddellijk na sluiting van de mondelinge behandeling is aangezegd dat als partijen daarom verzoeken, het vonnis binnen twee dagen na uitlaten zal worden uitgesproken en aan partijen zal worden verstrekt in kop-staart vorm. De motivering zal uiterlijk op 20 februari 2026 worden gegeven.

2. De feiten

volgt later)

3. Het geschil

in conventie

[eiser] vordert

Te bevelen

I. omgaand de in het lichaam van deze dagvaarding genoemde onrechtmatige gedragingen te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per nieuwe onrechtmatige gedraging dan wel per dag dat een onrechtmatige gedraging voortduurt, zulks met een maximum van € 500.000,-;

II. te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij en ongehinderd zelfstandig voortzet, met alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 daartoe behorende (immateriële) activa waaronder klanten, bedrijfssystemen, bedrijfs- en klantinformatie en dossiers;

III. op eerste verzoek van [eiser] ( [bedrijf 1] ) steeds haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan de in de maatschapsovereenkomst opgenomen (wijze van) afwikkeling van de samenwerking;

IV. zich te onthouden van het doen van negatieve uitlatingen over de onderneming, medewerkers en dienstverlening van [bedrijf 1] en [eiser] in de ruimste zin des woords, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding, zulks met een maximum van € 100.000,-;

te verbieden:

V. de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1] , waaronder klant- en dossierinformatie, te (doen) gebruiken of (in kopie dan wel gedeeltelijk of geanonimiseerd) beschikbaar, verwerkt of voorhanden te houden voor raadpleging;

VI. klanten van [bedrijf 1] te (doen) benaderen, in het bijzonder met een acquisitief oogmerk dan wel vanuit of gericht op, dan wel concurrerend met, de bedrijfsvoering van de onderneming van [bedrijf 1] ;

VII. (toe)leveranciers van [bedrijf 1] te (doen) benaderen of (juridisch) onder druk te (doen) zetten in verband met de afwikkeling van de samenwerking;

te gebieden:

VIII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een deugdelijke en integrale schriftelijke opgave te verstrekken van alle bedrijfsinformatie en - gegevens van [bedrijf 1] waarover [gedaagde] in kopie of afschrift dan wel anderszins beschikt, zoals klant- en dossiergegevens, templates, documenten, dan wel andere stukken en informatie; alsmede een integrale opsomming te geven van alle systemen en accounts van [bedrijf 1] waartoe zij thans nog toegang heeft, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 250.000,-;

IX. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een afschrift te verstrekken van alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd, zowel schriftelijk, telefonisch of anderszins, waaronder de klanten die een soortgelijk bericht hebben ontvangen zoals het e-mailbericht dat is opgenomen als Productie 013 bij deze dagvaarding;

X. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] schriftelijk opgave te doen van alle klanten van [bedrijf 1] die aan [gedaagde] hebben kenbaar gemaakt met betrekking tot de dienstverlening over te zullen stappen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] dan wel voortaan bij laatstgenoemde diensten zullen afnemen;

XI. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] opgave toe doen van alle klanten, relaties en opdrachten die [gedaagde] heeft opgedaan gedurende de samenwerking binnen [bedrijf 1] , alsmede daarbij te vermelden welke van die klanten en opdrachten zij thans reeds heeft bediend vanuit haar onderneming [bedrijf 2] en wat die dienstverlening specifiek inhoudt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven en per klant die niet wordt opgegeven, zulks met een maximum van € 250.000,- ;

XII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd zoals vermeld in nummer IX. van dit petitum per e-mailbericht een rectificatie te versturen met de navolgende dan wel door uw voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen (andere) tekst met als onderwerp in de onderwerpregel: “Rectificatie namens [gedaagde] ( [bedrijf 2] ) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter” en met in het lichaam van het e-mailbericht de tekst (met gebruikelijk lettertype en lettergrootte: “Rectificatie namens [gedaagde] ( [bedrijf 2] ) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter

Geachte heer, mevrouw,

Recent heb ik u een e-mailbericht gestuurd waarin ik u de beste wensen heb gedaan voor 2026. Het e-mailbericht is voornamelijk acquisitief van aard en daarin is ten onrechte de suggestie gewekt dat mijn onderneming [bedrijf 2] is aangetekend als de beheerder van uw merkregistraties en tevens alle termijnen monitort. Dat is niet het geval, omdat merkenbureau [bedrijf 1] dit voor u doet.

Het e-mailbericht suggereert daarnaast ten onrechte dat ik per 1 januari 2026 onder de handelsnaam [bedrijf 2] verder ga met dienstverlening met een team. Dat is onjuist. Ik werk vanaf 1 januari 2026 weliswaar niet meer voor [bedrijf 1] , maar van een team is bij [bedrijf 2] vooralsnog geen sprake.

Het team van [bedrijf 1] en haar bedrijfsvoering zijn na mijn vertrek ongewijzigd gebleven. Uw contact- en e-mailgegevens heb ik zonder toestemming van [bedrijf 1] gebruikt om aan de klanten van [bedrijf 1] acquisitieve e- mailberichten te versturen, met daarbij een concept opzegging voor de dienstverlening van [bedrijf 1] . Daardoor is bij [bedrijf 1] in strijd met de geldende wettelijke privacyregels zoals de AVG een datalek ontstaan. Uit de reacties van verschillende klanten van [bedrijf 1] aan [bedrijf 1] is gebleken dat mijn e-mailbericht onduidelijk en suggestief van aard was en tot verwarring heeft geleid. Daarnaast hebben sommige relaties ten onrechte de indruk gekregen dat mijn voormalig zakenpartner [eiser] , onrechtmatig en onjuist zou handelen richting mij. Daarvan is geen sprake, aangezien zij uit hoofde van onze maatschapsovereenkomst gerechtigd is de onderneming voor te zetten en zij daar ook een beroep op heeft gedaan.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft in haar / zijn vonnis van (datum vonnis) geoordeeld dat ik hierdoor onrechtmatig jegens [bedrijf 1] heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij daarom veroordeeld om deze rectificatietekst per e-mailbericht aan u toe te zenden. [gedaagde] [bedrijf 2] ”

XIII. in verband met de uitvoering van het gebod onder nummer XII. van dit petitum in ieder e-mailbericht [bedrijf 1] ( [eiser] ) in bcc op te nemen, door gebruikmaking daartoe van het navolgende e-mailadres van [bedrijf 1] : [e-mailadres 1] ;

XIV. na het binnen 48 uur na het te dezen te wijzen vonnis verstrekken aan [bedrijf 1] van een overzicht, afschrift en retournering van de bedrijfsinformatie waar [gedaagde] over beschikt, de overige (digitale) informatie van [bedrijf 1] op vertrouwelijke wijze te (doen) verwijderen dan wel vernietigen en daarvan aan [eiser] een deugdelijk bewijs toe te zenden;

XV. binnen 48 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een afschrift te sturen van alle in Equinox ontbrekende klant- en dossiergegevens waarover [gedaagde] beschikt, waaronder agendapunten en taken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 250.000,-.

XVI. haar voortdurende en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het op eerste verzoek van [eiser] overdragen van de (tenaamstelling(en) van) de bankrekening(en) van [bedrijf 1] bij Rabobank aan [eiser] en daartoe op eerste verzoek al hetgeen te doen dat daartoe is vereist, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per keer dat aan een dergelijk verzoek niet onverwijld gevolg wordt gegeven dan wel iedere dag of gedeelte daarvan dat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek, zulks met een maximum van € 250.000,-;

XVII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] alle sleutels en alarm-tags te verstrekken van het door [bedrijf 1] gehuurde pand, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat daarmee in gebreke wordt gebleven, zulks met een maximum van € 5.000,-.

en voorts:

XVIII. een zodanige andere beslissing te nemen als uw Voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, alsmede gedaagde bij wijze van tijdelijke ordemaatregel specifieke gedragsaanwijzingen te geven die en zoals uw Voorzieningenrechter die in goede justitie vermeent te behoren.

XIX. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder salaris advocaat en de nakosten, één en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

[gedaagde] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

[gedaagde] vordert

1. [eiser] te veroordelen en te bevelen om binnen 24 uur na het in dezen te wijze vonnis aan [gedaagde] te verstrekken en over te dragen alle informatie, documenten, klantendossiers waarvan de dossiers staan op naam staan van [gedaagde] , alsmede een kopie van [gedaagde] 's e-mail inbox met mailadres [e-mailadres 2] tot en met 31 december 2025, die zij onder zich heeft al dan niet in Equinox, . dan wel in andere tot haar beschikking staande (digitale) systemen, die betrekking hebben op de klanten van [gedaagde] (hiervoor gedefinieerd als [gedaagde] Klanten), althans klanten die hebben aangeven door [gedaagde] te worden bediend, althans [gedaagde] op eerste schriftelijke verzoek binnen 24 uur volledige toegang te verlenen tot voornoemde informatie, documenten, klantendossiers en e-mail bestanden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000 per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, met een maximum van EUR 250.000, althans een door U E.A. in goede justitie te bepalen dwangsom;

2. [eiser] te veroordelen en te verbieden om zich negatief en op onrechtmatige wijze uit te laten over [gedaagde] jegens medewerkers van [bedrijf 1] en [eiser] , jegens klanten van [bedrijf 1] en [gedaagde] en jegens derden over haar vertrek uit de maatschap, haar nieuwe onderneming en (de wijze van uitvoering van) haar dienstverlening, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000 per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, met een maximum van

EUR 250.000, althans een door U E.A. in goede justitie te bepalen dwangsom;

3. Een zodanige andere beslissing te nemen als U E.A. Voorzieningenrechter meent te behoren, althans [eiser] bij wijze van tijdelijke ordemaatregel specifieke gedragsaanwijzingen te geven die U E.A. Voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren;

[eiser] voert verweer.

4. De beoordeling

in conventie

volgt later).

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,02

- griffierecht

341,00

- salaris advocaat

1.107,00

- nakosten

139,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.740,02

in reconventie

volgt later).

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- salaris advocaat

357,50

(factor 0,5 × 715,00)

- nakosten

139,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

496,50

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

beveelt:

[gedaagde] te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij en ongehinderd zelfstandig voortzet, met alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 daartoe behorende (immateriële) activa waaronder klanten, bedrijfssystemen, bedrijfs- en klantinformatie en dossiers,

verbiedt:

[gedaagde] de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1] , waaronder klant- en dossierinformatie, te (doen) gebruiken of (in kopie dan wel gedeeltelijk of geanonimiseerd) beschikbaar, verwerkt of voorhanden te houden voor raadpleging, behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen,

[gedaagde] klanten van [bedrijf 1] te (doen) benaderen met een acquisitief oogmerk, behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen,

[gedaagde] (toe)leveranciers van [bedrijf 1] te (doen) benaderen of (juridisch) onder druk te (doen) zetten in verband met de afwikkeling van de samenwerking,

gebiedt:

[gedaagde] binnen vijf werkdagen uur na dit vonnis aan [eiser] een deugdelijke en integrale schriftelijke opgave te verstrekken van alle bedrijfsinformatie en - gegevens van [bedrijf 1] waarover [gedaagde] in kopie of afschrift dan wel anderszins beschikt, zoals klant- en dossiergegevens, templates, documenten, dan wel andere stukken en informatie van [bedrijf 1] ; alsmede een integrale opsomming te geven van alle systemen en accounts van [bedrijf 1] waartoe zij thans nog toegang heeft, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,

[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] een afschrift te verstrekken van alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd, zowel schriftelijk, telefonisch of anderszins, waaronder de klanten die een soortgelijk bericht hebben ontvangen zoals het e-mailbericht dat is opgenomen als productie 013 bij de dagvaarding,

[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] schriftelijk opgave te doen van alle klanten van [bedrijf 1] die aan [gedaagde] hebben kenbaar gemaakt met betrekking tot de dienstverlening over te zullen stappen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] .

[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] opgave toe doen van alle klanten, relaties en opdrachten die [gedaagde] heeft opgedaan gedurende de samenwerking binnen [bedrijf 1] , alsmede daarbij te vermelden welke van die klanten en opdrachten zij thans al heeft bediend vanuit haar onderneming [bedrijf 2] en wat die dienstverlening specifiek inhoudt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven en per klant die niet wordt opgegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,

[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd zoals vermeld in 5.6 hiervoor per e-mailbericht een rectificatie te versturen met de navolgende tekst met als onderwerp in de onderwerpregel: "Rectificatie namens [gedaagde] ( [bedrijf 2] ) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter" en met in het lichaam van het e-mailbericht de tekst (met gebruikelijk lettertype en lettergrootte):

"Rectificatie namens [gedaagde] ( [bedrijf 2] ) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter

Geachte heer, mevrouw,

Recent heb ik u een e-mailbericht gestuurd waarin ik u de beste wensen heb gedaan voor 2026. Het e-mailbericht is voornamelijk acquisitief van aard en daarin is ten onrechte de suggestie gewekt dat mijn onderneming [bedrijf 2] is

aangetekend als de beheerder van uw merkregistraties en tevens alle termijnen monitort. Dat is niet het geval, omdat merkenbureau [bedrijf 1] dit voor u doet.

Het team van [bedrijf 1] en haar bedrijfsvoering zijn na mijn vertrek ongewijzigd gebleven, behoudens mijn persoon.

Uw contact- en e-mailgegevens heb ik zonder toestemming van [bedrijf 1] bij mijn vertrek gekopieerd en gebruikt om aan de klanten van [bedrijf 1] acquisitieve e­mailberichten te versturen ten behoeve van mijn nieuwe onderneming, met daarbij een concept opzegging voor de dienstverlening van [bedrijf 1] .

Uit de reacties van verschillende klanten van [bedrijf 1] aan [bedrijf 1] is gebleken dat mijn e-mailbericht onduidelijk en suggestief van aard was en tot verwarring heeft geleid.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft in zijn vonnis van 6 februari 2026 geoordeeld dat ik hierdoor onrechtmatig jegens [bedrijf 1] heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij daarom veroordeeld om deze rectificatietekst per e-mailbericht aan u toe te zenden.

[gedaagde]

[bedrijf 2] ";

[gedaagde] in verband met de uitvoering van het gebod onder nummer 5.9 in ieder e-mailbericht met rectificatie [bedrijf 1] ( [eiser] ) in bcc op te nemen, door gebruikmaking daartoe van het navolgende e-mailadres van [bedrijf 1] : [e-mailadres 1] ,

[gedaagde] na het verstrekken van de schriftelijke opgave als bedoeld in 5.5 de overige (digitale) informatie van [bedrijf 1] op vertrouwelijke wijze te (doen) verwijderen dan wel vernietigen en daarvan aan [eiser] een deugdelijk bewijs toe te zenden,

[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] een afschrift te sturen van alle in Equinox ontbrekende klant- en dossiergegevens waarover [gedaagde] beschikt, waaronder agendapunten en taken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,

[gedaagde] haar voortdurende en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het op eerste verzoek van [eiser] overdragen van de (tenaamstelling(en) van) de bankrekening (en) van [bedrijf 1] bij Rabobank aan [eiser] en daartoe op eerste verzoek al hetgeen te doen dat daartoe is vereist, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per keer dat aan een dergelijk verzoek niet onverwijld gevolg wordt gegeven dan wel iedere dag of gedeelte daarvan dat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek, zulks met een maximum van € 50.000,-,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.740,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagde] af,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 496,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.21 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.

1621

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?