ECLI:NL:RBNHO:2026:1538

ECLI:NL:RBNHO:2026:1538

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer 15.358058.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Veroordeling voor plegen van ontucht met een minderjarige en vrijspraak van het bezit van kinderpornografisch materiaal. Overweging mbt taakstraf verbod

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.358058.24 (P)

Uitspraakdatum: 17 februari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 februari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 te [geboorteplaats 1],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1],

hierna te noemen: de verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. W.M. van der Most en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

De verdachte wordt beschuldigd van twee strafbare feiten. In het weekend van 17 tot en met 19 november 2023 zou de verdachte seks hebben gehad met een destijds vijftienjarig meisje. Daarnaast wordt hij beschuldigd van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 november 2023 tot en met 19 november 2023 te Den Helder, althans in Nederland, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het een en/of meermalen:

- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of hebben van gemeenschap met die [slachtoffer] en/of

- stoppen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of vingeren van die [slachtoffer];

2.

hij op of omstreeks 7 mei 2024 te Den Helder, in elk geval in Nederland, afbeeldingen, te weten foto's - en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk: Iphone en/of goednummer: 1602640) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (door zichzelf) (foto's 3, 6, 8, 9 en 10 beschreven op pagina 166 van het dossier) en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto's 1, 2, 4, 5, 7, 9, 11 en 12 beschreven op pagina's 165 en 166 van het dossier).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, waarbij de verdachte ten aanzien van feit 1 partieel dient te worden vrijgesproken van het tweede gedachtestreepje, te weten het vingeren van [slachtoffer].

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld. Volgens hem kunnen de feiten wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte heeft erkend dat hij feit 1 heeft gepleegd, maar hij moet partieel worden vrijgesproken van het vingeren van [slachtoffer]. De enige persoon die heeft verklaard over vingeren, is getuige De Zeeuw en zijn verklaring is op dit onderdeel onduidelijk.

Oordeel van de rechtbank over het bewijs

Bewijsmiddelen feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit, met dien verstande dat de rechtbank de verdachte – overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie en de raadsman – partieel vrijspreekt van het tweede gedachtestreepje, te weten het vingeren, nu uit het dossier onvoldoende is gebleken dat die seksuele handeling heeft plaatsgevonden.

De rechtbank komt tot deze bewezenverklaring op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 3 februari 2026 heeft afgelegd;

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (inhoudende het verhoor van [slachtoffer]) van 6 september 2024 (dossierpagina’s 39-57).

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (inhoudende een beschrijving van twee filmpjes) van 18 april 2024 (dossierpagina 58-59).

Vrijspraak feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Aan de verdachte is ten laste gelegd – kort gezegd – het bezit van kinderporno op 7 mei 2024. Volgens vaste rechtspraak is het “in bezit hebben” van een afbeelding of een gegevensdrager als bedoeld in artikel 240b (oud) Sr, slechts strafbaar indien sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Dat de verdachte de gebruiker van de telefoon was, betekent niet zonder meer dat hij (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de aanwezigheid van daarop aangetroffen bestanden.

De verdachte heeft ontkend dat hij wist dat er kinderporno op zijn telefoon stond. Hij heeft verklaard dat hij langere tijd geleden, toen hij 21 jaar was, in een WhatsApp-groep zat waarin berichten werden uitgewisseld over hardcore feesten. Er werden links gedeeld over feesten, kaartjes en soms andere dingen, waarbij ook links werden gedeeld die geen specifieke benaming hadden. De verdachte heeft verklaard dat hij op een link heeft geklikt, waarna de kinderpornografische afbeeldingen automatisch terecht moeten zijn gekomen in de iCloud. Hij gebruikte toen een andere telefoon dan de telefoon die bij hem is inbeslaggenomen ten tijde van zijn aanhouding op 7 mei 2024. De verdachte heeft verklaard dat hij niet weet hoe de afbeeldingen op deze nieuwe telefoon zijn terechtgekomen, maar hij denkt dat dit door synchronisatie met de iCloud moet zijn gebeurd.

De rechtbank stelt vast dat het dossier niet meer informatie bevat dan dat er 13 kinderpornografische foto’s zijn aangetroffen “in de map met afbeeldingen”. Het dossier biedt geen uitsluitsel over de aard van die map, en onduidelijk is daarom of het een door het besturingssysteem automatisch aangemaakte map betreft waarin door (automatische) synchronisatie data wordt opgeslagen. Over de vraag wanneer de foto’s in die map terecht zijn gekomen en of de bestanden nadien door de gebruiker van de telefoon zijn geopend verschaft het dossier evenmin informatie. Voorts is van belang dat het om een gering aantal foto’s gaat.

Bij die stand van zaken acht de rechtbank – in het licht van de verklaring van de verdachte die niet wordt weerlegd door het dossier – de enkele omstandigheid dat in “de map met afbeeldingen” de tenlastegelegde foto’s zijn aangetroffen, volstrekt onvoldoende om te kunnen concluderen dat het opzet van de verdachte op 7 mei 2024, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het in bezit hebben van die foto’s.

De rechtbank is daarom van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor feit 2, zodat de verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

1

hij in de periode van 17 november 2023 tot en met 19 november 2023 te Den Helder, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het:

- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer].

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat een contactverbod met het slachtoffer wordt opgelegd in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van twee jaren en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, om een gevoel van veiligheid te geven aan het slachtoffer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie en heeft verzocht dat aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het taakstrafverbod van artikel 22b Sr niet aan de orde is gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De aangeefster heeft zelf contact gezocht met de verdachte, zij heeft vrijwillig drugs gebruikt, zich ouder voorgedaan en de seks zelf gefilmd. Ook hij heeft verzocht geen contactverbod op te leggen, omdat er geen aanleiding is om te vermoeden dat de verdachte opnieuw contact zal opnemen met de aangeefster.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met het toen vijftienjarige slachtoffer. Het contact bestond mede uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De verdachte heeft, samen met een vriend, het slachtoffer en twee vriendinnen van haar opgehaald en zij zijn vervolgens naar een woning gereden. In die woning is er drugs gebruikt en heeft de verdachte onbeschermde seks met het slachtoffer gehad. De verdachte was destijds zelf 31 jaar. Hij verkeerde in de veronderstelling dat het slachtoffer ouder was. maar dat doet niet af aan het strafbare karakter van zijn handelen. Het is de bedoeling van de wetgever kinderen van vijftien jaar te beschermen tegen seksueel contact met volwassenen. De verdachte heeft zich onvoldoende bekommerd om het welzijn van het slachtoffer en zich laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens.

De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en haar ongestoorde (seksuele) ontwikkeling. Zij was een kwetsbaar meisje dat verbleef in een instelling. Dit soort feiten kan een jeugdig slachtoffer onherstelbaar beschadigen. Uit de onderbouwing van het ingediende verzoek tot schadevergoeding blijkt hoezeer het slachtoffer door het handelen van de verdachte in haar ontwikkeling is beschadigd. Het slachtoffer kampte onder meer met slaapproblemen, forse concentratieproblemen en zelfbeschadiging. De diagnose PTSS is bij haar vastgesteld en zij heeft een intensieve traumatherapie gevolgd. Op de zitting is gebleken dat het slachtoffer nog altijd klachten ondervindt.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) van de verdachte van 22 december 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, zodat dit niet in zijn nadeel meeweegt.

Uit het Pro Justitia-rapport van 27 augustus 2025 volgt dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, ernstige verslavingsproblematiek en aanwijzingen voor autistische trekken en voor een aandachtstekortstoornis. De combinatie wordt gekenmerkt door een patroon van impulsiviteit, gebrekkige coping vaardigheden op zowel emotioneel als maatschappelijk vlak en een grote mate van beïnvloedbaarheid. Het maakt de verdachte kwetsbaar voor allerlei problemen. De kans op herhaling van soortgelijke feiten wordt door de psycholoog ingeschat als matig. De verdachte had ten tijde van het bewezenverklaarde vanuit zijn verstandelijke beperking onvoldoende vaardigheden om de situatie goed in te schatten en daarnaast werd zijn functioneren sterk beïnvloed door zijn verslaving. Hij was volledig onder invloed van GHB, wat hem verder ontremde. Geadviseerd wordt daarom om het tenlastegelegde – indien bewezen – in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt dit advies over en zal daarom het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan de verdachte toerekenen.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 12 september 2025. De reclassering onderschrijft de bevindingen en de conclusies van de psycholoog. Zijn verslaving aan GHB, het ontbreken van een zinvolle dagbesteding, zijn negatieve sociale netwerk, zijn beïnvloedbaarheid, impulsiviteit en beperkt probleemoplossende vaardigheden hebben bijgedragen aan het delict gedrag. De verdachte heeft zich vrijwillig onder behandeling gesteld van de Brijder Verslavingszorg en in zijn dagbesteding wordt voorzien. Er is een WMO-indicatie afgegeven voor thuisbegeleiding en dagbesteding en ook de ouders van de verdachte spelen hierin een belangrijke steunende en beschermende rol. Het recidiverisico op een seksueel misdrijf wordt ingeschat op gemiddeld. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, een ambulante behandeling en dagbesteding. Vanwege het risico op overvraging kiest de reclassering ervoor om begeleiding door de verstandelijke gehandicaptensector – zoals door de psycholoog is geopperd – niet als bijzondere voorwaarde te adviseren. Mocht dit in de loop van het reclasseringstoezicht toch noodzakelijk blijken, dan kan dit als gedragsaanwijzing worden gegeven binnen de meldplicht.

De rechtbank houdt verder rekening met het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit en met de straf die, zoals op de zitting is gebleken, aan de vriend van de verdachte is opgelegd voor het plegen van ontuchtige handelingen in de woning diezelfde avond met hetzelfde slachtoffer. Aan hem is een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 240 uren.

De op te leggen straf

Door de raadsman is verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Anders dan de raadsman, is de rechtbank echter van oordeel dat het taakstrafverbod van artikel 22b lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing is, omdat sprake is van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dit misdrijf een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. Aan dat laatste criterium is voldaan omdat volgens de wetsgeschiedenis bij zedenmisdrijven in beginsel steeds sprake is van een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Die inbreuk was bij dit slachtoffer ook ernstig gelet op wat de rechtbank hiervoor over de ernst van het feit heeft overwogen. Op grond van artikel 22b lid 1 onder a Sr kan een taakstraf in dat geval alleen in combinatie met een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.

Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en de behandeling die hij nu volgt, is de rechtbank van oordeel dat uit het oogpunt van speciale preventie de vereiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf zo kort mogelijk moet zijn, zodat de behandeling en de goede stappen die zijn gezet niet worden doorkruist. Ter voorkoming van recidive en om te waarborgen dat de verdachte de lopende behandeling afmaakt en zich laat begeleiden door de reclassering, zal de rechtbank daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De rechtbank stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De rechtbank acht het van belang dat aan de verdachte ook een contactverbod met het slachtoffer wordt opgelegd. Anders dan de officier van justitie – is de rechtbank echter van oordeel dat deze niet in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel met dadelijke uitvoerbaarheid dient te worden opgelegd. Er is immers niet voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarde dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaald persoon of bepaalde personen.. De rechtbank zal daarom het contactverbod opleggen als bijzondere voorwaarde.

Om de ernst van het feit te benadrukken zal de rechtbank daarnaast een werkstraf van 180 uren opleggen.

Conclusie

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan – gelet op het van toepassing zijnde taakstrafverbod – 179 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, passend en geboden. Daarbij worden de na te melden bijzondere voorwaarden gesteld, met een proeftijd van 2 jaren.

7. Onttrekking aan het verkeer

Onder de verdachte is, volgens de beslaglijst van 22 december 2025, het volgende voorwerp in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

- 1 STK GSM (voorwerpnummer 1602640)

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp wordt verbeurdverklaard.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat de GSM die onder de verdachte is in beslag genomen en niet is teruggegeven, dient te worden onttrokken aan het verkeer. Dit voorwerp behoort de verdachte toe en is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit. Dit voorwerp kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang, nu uit het dossier blijkt dat daarop afbeeldingen staan die vallen onder het bereik van artikel 240b (oud) Sr. Voor dat feit geldt dat het belang dat de wetgever door strafbaarstelling ervan heeft willen beschermen, tot dezelfde categorie behoort als het door de verdachte begane feit, namelijk bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Namens de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer] is een vordering tot schadevergoeding van € 10.000,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verzocht is om de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het bedrag en dat het bedrag wordt overgemaakt naar een rekening met een zogenoemde BEM-clausule.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor een bedrag van € 10.000,00 kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente. Volgens de officier van justitie is er geen sprake van medeplegen, zodat de verdachte niet hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering te matigen tot € 2.000,00.

Oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of “op andere wijze” in zijn persoon is aangetast.

De vordering van de benadeelde partij is in dit geval op de laatste grondslag gebaseerd. Van aantasting in de persoon “op andere wijze” is in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit naar objectieve maatstaven geestelijk letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer kampte onder meer met slaapproblemen, forse concentratieproblemen en zelfbeschadiging. Zij is gediagnosticeerd met PTSS en heeft een intensieve traumatherapie gevolgd. Die therapie volgde zij gedurende twee weken vier dagen per week en daarna wekelijks in de periode van juli 2024 tot en met juni 2025.

De rechtbank begroot de omvang van de immateriële schade naar billijkheid op € 5.000,00. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

In zoverre zal de vordering daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het deel van de vordering die tot niet-ontvankelijkheid leidt, indien gewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Proceskosten

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen. Door oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zal het CJIB zorgdragen voor het innen van de toegekende schadevergoeding.

BEM-clausule

Omdat de benadeelde partij minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen – tot de minderjarige achttien jaar is – alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid

De rechtbank ziet ten slotte geen aanleiding voor hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat de verdachte het onder 1 bewezenverklaarde feit niet samen met een ander heeft gepleegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d, 36f, 63 en 245 (oud) Sr.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 1 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 179 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 180 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Onttrekt aan het verkeer:

1 STK GSM (voorwerpnummer 1602640).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr J.M. Jongkind, voorzitter,

mrs. M.C.J. Lommen en A.H. Tiemens, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?