RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats Haarlem
zaaknummer: 12033777 BM VERZ 25-2703 sc
uitspraakdatum: 15 januari 2026
beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] ,
hierna ook te noemen: verzoeker.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
De kantonrechter heeft afgezien van het houden van een mondelinge behandeling.
beoordeling
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren omdat hij op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. De kantonrechter legt dit uit.
Uit het dossier van betrokkene blijkt dat hij drie keer eerder onder bewind heeft gestaan:
Telkens werd het op verzoek van de bewindvoerder opgeheven vanwege het agressieve gedrag van betrokkene en bedreigingen die hij uitte richting de bewindvoerder. Tijdens de zitting die plaatsvond op 9 februari 2024 heeft de kantonrechter duidelijk met betrokkene besproken dat dit gedrag niet getolereerd kan worden, dat betrokkene hulp kan krijgen van een bewindvoerder maar dat hij de bewindvoerder niet moet lastigvallen of bedreigen en dat als betrokkene klachten heeft over de bewindvoerder, hij die aan de kantonrechter kenbaar moet maken. Vervolgens heeft de bewindvoerder kort na de instelling van het bewind toch een ontslagverzoek moeten indienen wegens bedreiging.
Omdat de kantonrechter verwacht dat een opvolgend bewindvoerder vroeg of laat ook met een dergelijke houding van betrokkene te maken zal krijgen, bepaalt de kantonrechter dat voor betrokkene in ieder geval tot 14 mei 2026, een jaar nadat het vorige bewind werd opgeheven, geen bewind zal worden ingesteld. Het staat betrokkene vrij om na 14 mei 2026 een nieuw verzoek tot instelling van een bewind in te dienen. Betrokkene dient in dat verzoek aan te geven dat hij de voorgestelde bewindvoerder op de hoogte heeft gebracht van wat in deze beschikking is geschreven. Ook moet betrokkene dan een brief bijvoegen waarin hij uitlegt waarom hij denkt dat het nu wel tot een succes zou kunnen leiden. Ook moet hij gemotiveerd aangeven wat er zodanig veranderd dat deze keer geen sprake zal zijn van bedreiging. Want instelling van een bewind is alleen zinvol als betrokkene en de bewindvoerder goed met elkaar kunnen overleggen en samenwerken.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter