RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/066496-25 (P)
Uitspraakdatum: 24 februari 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 februari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
thans gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A.M.H.G. Peters en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Meijer, advocaat te Beverwijk, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ter zitting van 29 september 2025, samengevat weergegeven, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten:
feit 1: verkrachting van [slachtoffer 1], een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar;
feit 2: sexchatting en seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 1];
feit 3: het vervaardigen en verspreiden van kinderporno van [slachtoffer 1];
feit 4: verkrachting van [slachtoffer 2], een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar;
feit 5: sexchatting en seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 2];
feit 6: het vervaardigen en verspreiden van kinderporno van [slachtoffer 2];
feit 7: sexchatting met de minderjarige [slachtoffer 3];
feit 8: seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 4];
feit 9: seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 5];
feit 10: sexchatting en het seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 6];
feit 11: bedreiging met de dood van [slachtoffer 6];
feit 12: bedreiging met de dood van [slachtoffer 7];
feit 13: sexchatting en het seksueel corrumperen van de minderjarige [slachtoffer 8];
feit 14: het gewoonte maken van het bezit van een grote hoeveelheid kinderporno in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2024.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Daarnaast heeft de raadsvrouw ten aanzien van de onder 3 en 6 ten laste gelegde feiten bepleit, dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografisch beeldmateriaal. Verder heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 7 ten laste gelegde feit, omdat het seksueel indringend benaderen van het slachtoffer niet kan worden bewezen. Tot slot heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 13 ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Ten aanzien van de onder 5, 8, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage 2 bij dit vonnis zijn vervat.
De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaring van de onder 1, 2, 4, 6, 7 en 13 ten laste gelegde feiten volgt uit de bewijsmiddelen. De weerlegging van de verweren ten aanzien van deze feiten behoeft daarom geen nadere motivering.
Bewijsmotivering ten aanzien van feit 3
De verdachte wordt onder feit 3 verweten dat hij kinderpornografisch beeldmateriaal van [slachtoffer 1] in bezit heeft gehad, heeft vervaardigd en heeft verspreid. Het verweer van de verdediging komt erop neer dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen concluderen dat de verdachte dit beeldmateriaal heeft vervaardigd.
De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt. In het studioverhoor heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij twee foto’s naar de verdachte heeft gestuurd, en dat hij voor het overige materiaal schermopnames (screenshots) heeft gemaakt van het beeldbellen terwijl [slachtoffer 1] onder de douche stond. Uit het onderzoek aan de telefoon van de verdachte is gebleken dat daarop seksueel expliciet beeldmateriaal van [slachtoffer 1] is aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat het maken van schermopnamen van [slachtoffer 1] door de verdachte tijdens het beeldbellen met haar de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van het vervaardigen van kinderpornografisch beeldmateriaal.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat:
feit 1
[slachtoffer 1] geboren in 2011
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011), seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door die [slachtoffer 1] meermalen haar vingers in haar vagina te laten steken en die [slachtoffer 1] zichzelf te laten vingeren;
feit 2
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en
getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het meermalen:
- met meerdere accounts, waarbij verdachte zich voordeed als iemand anders, via een of meerdere platforms, voeren van seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer 1] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "vinger je wel is? probeer het eens" (zie pagina 14 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Laat je kutjeee ziennn" en/of "Lekkere geile kutje van je" (zie pagina 16 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Praat geil tegen hem en zorg dat je straks alleen bent" (zie pagina 56 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "vraag is aan [naam 1] wil je mijn kut zien" (zie pagina 59 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Probeer hem zo geilmogelijk te make. En jezelf ook" en/of "Begin over zijn lui dat maakt hem nog geiler" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Wil je hem plage. Dan moet je zegge dat piemeltje is zo lekker die wil ik wel is proeven" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Je hebt ff lekker over je poenie gewreven enzo en je was best geil" en/of "maar je bent lekker met je kutje bezig geweest je vond het best lekker" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Misschien moet je zeggen ik wil je zuigen" (zie pagina 94 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Geil doen met je tong helpt ook" en/of "Heb je je cam aan? Begin daar mee" (zie pagina 102 van de bijlage van het proces-verbaal), en
- in chatgesprekken versturen van afbeeldingen van een penis naar die [slachtoffer 1];
feit 3
hij in de periode van 8 oktober 2024 tot en met 10 maart 2025 in Nederland, meermalen, visuele weergaven van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011), was betrokken heeft vervaardigd en verspreid en in bezit heeft gehad, te weten:
- gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten: een Apple IPhone Pro Max (IBN-code 1707324) en een desktop HP Victus (IBN-code 1707327)
waarop te zien is dat: die [slachtoffer 1] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij:
- die [slachtoffer 1] geheel of gedeeltelijk naakt is en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer 1] in beeld worden gebracht; (bestandsnamen: f_00016a en/of f_00016b en/of f_00016c en/of f_00016d
en/of f_00016e en/of f_00017d en/of f_00017e en/of f_00017f en/of f_000160 en/of f 000161 en/of f_OOO162 en/of f_000163 en/of f 000164 en/of f_OOO165 en/of f_000169 en/of f_000170 en/of f_000171 en/of f_OOO172 en/of f_000173 van de toonmap en pagina 272 t/m 275 van het proces-verbaal);
feit 4
[slachtoffer 2] geboren in maart 2009
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 januari 2025 in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in [geboortedatum 2] 2009), seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door die [slachtoffer 2] meermalen haar vingers in haar vagina te laten steken en die [slachtoffer 2] zichzelf te laten vingeren;
feit 5
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 januari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in [geboortedatum 2] 2009),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en
getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het meermalen:
- met meerdere accounts, waarbij verdachte zich voordeed als iemand anders, via een of meerdere platforms, voeren van seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer 2] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "heb je zin om ff te geile?" (op pagina 169 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "doe jij maar ook bloot hihi" en/of "Die zijn lekker schatje" en/of "oke lui voor kut" en/of "Ga dan douche" (op pagina 170 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "of zou een goeie neukbeurt helpe" en/of "Ik kan je meer zin geven hoor hihi" (op pagina 171 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "hij staat recht" en/of "Ik weet dat je zin krijgt" (op pagina 172 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Oke he maar stel we knuffelen. En je ziet dat ik een harde heb wat zou je dan doen" (op pagina 177 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ben in de douche wil je zien" (op pagina 179 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ik heb zin in jou" (op pagina 191 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Oehh stuur is wat leuks" (op pagina 192 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "vind je het dan erg als ik je overal streel" en/of "Ook tieten en kut niet" en/of "Ik heb zin in je" (op pagina 196 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "zou je het lekker vinden als ik sperma in je mond spuit" en/of "Jammer dat ik je kut niet zie" (op pagina 197 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "lekker hard op jou kontje slaan" en/of "Aan je tietjes voele" en/of "Aan je tepels likke" (op pagina 214 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Ga je geil worde voor me bby" (op pagina 342 van de bijlage van het proces-verbaal), en
- in chatgesprekken versturen van afbeeldingen van een penis naar die [slachtoffer 2] (zie pagina 197 van de bijlage van het proces-verbaal);
feit 6
hij in de periode van 27 januari 2025 tot en met 10 maart 2025 in Nederland, meermalen, visuele weergaven van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in 2009), was betrokken heeft vervaardigd en verspreid en in bezit heeft gehad, te weten:
- video's en
- een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten: een Apple IPhone Pro Max (IBN-code 1707324)
waarop te zien is dat:
- het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met vingers, door die [slachtoffer 2] (toonmap [slachtoffer 2] en pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal) en
- die [slachtoffer 2] het eigen geslachtsdeel met vingers aanraakt (toonmap [slachtoffer 2] en pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal) en
die [slachtoffer 2] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij:
- die [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk naakt is en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de video's nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of de borsten van die [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht (toonmap [slachtoffer 2] en pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal);
feit 7
[slachtoffer 3] geboren in 2010
hij in de periode van 27 januari 2025 tot en met 28 januari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 3] (geboren in 2010),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het meermalen:
- met een account, waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen, via een of meerdere platforms, voeren van seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer 3] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "sexy beertje" (op pagina 353 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "jij bent sexy sexy beertje" (op pagina 354 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "wist jij dat je best lekker bent" en/of "Zo sexy" (op pagina 355 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Kben je vriendje" (op pagina 359 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Nee jij bent lekker en sexy" (op pagina 360 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Je bent zo hot" en/of "same douche" (op pagina 369 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "kun je me afleide" en/of "probeer iets" en/of "je bent hot en sexy genoeg" (op pagina 374 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ik wil jou ook in mijn armpjes hebbe schat" en/of "Of wil je nu al wete hoe goed ik ben" (op pagina 393 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "je zou me gelijk op me bek pakken ofni" (op pagina 395 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Maar je laat ook niet zien dat je wel durft heee daarom zeg ik je moet wel een beetje dingen durven met je vriendje" en/of "Online is ook leuk vooral als het met je vriendje is" (op pagina 398 van de bijlage van het proces-verbaal);
feit 8
[slachtoffer 4] geboren in 2012
hij op 16 februari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 4] (geboren in 2012), getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door het meermalen in chatgesprekken versturen van pornografische- en/of naaktafbeeldingen naar die [slachtoffer 4];
feit 9
[slachtoffer 5] geboren in 2010
hij in de periode van 24 januari 2025 tot en met 30 januari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 5] (geboren in 2010), getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door het meermalen in chatgesprekken met die [slachtoffer 5] versturen van pornografische- en/of naaktafbeeldingen van meerdere personen;
feit 10
[slachtoffer 6] geboren in 2011
hij in de periode van 4 februari 2025 tot en met 16 februari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 6] (geboren in 2011),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en
getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het meermalen:
- met meerdere accounts, waarbij verdachte zich voordeed als iemand anders, via een of meerdere platforms, voeren van seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer 6] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "Probeer hem horny te make dan luistert ie miss whahaha" (op pagina 122 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Jongens worden blijer en meer invloedbaar als je ze geil maakt" en/of "gewoon geile prast" en/of "Nee? Begin is over zijn lui en moet je is opletten whahaha" (op pagina 125 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "gewoon geil make wie weet word je zelf ook is best lekker hahaha" (op pagina 126 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ja dan moet je hem wel late kome" en/of "foto's helpen het meest haha" en/of "Nooooit stoppen als je ze geil maakt" (op pagina 127 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ben je geil" en/of "ga ook naar douche dan" en/of "je tietjes zagen er lekker uit" (op pagina 128 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Ik zal je is nat maken" (op pagina 129 van de bijlage van het proces-verbaal) en
- in die chatgesprekken versturen van een afbeelding van een penis naar die [slachtoffer 6] (op pagina 126 en 128 van de bijlage van het proces-verbaal);
feit 11
hij in de periode van 4 februari 2025 tot en met 16 februari 2025 in Nederland, [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 6] in chatgesprekken, dreigend de woorden toe te voegen: "Dus je kan nu kanker dtoppe of ik kom je kkr dood slaan" en "Ik maak je kanker af" en "Je bent vanaf nu dood verklaard. Als we je zien ben je dood" en "Want vanaf nu ben je dood" en "Als ik je op school zie pak ik je. Ik pak je echt. Want je hebt nu je dood getekent" en "Dan ben je kanker dood vanaf nu" en "Je gaat me negeren? Je wilt echt dood of niet?" en "We gaan je neersteken [slachtoffer 6]. Je bent niet meer veilig";
feit 12
[slachtoffer 7] geboren in 2008
hij in de periode van 1 maart 2025 tot en met 8 maart 2025 in Nederland, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 7] in chatgesprekken, dreigend:
- een afbeelding van een vuurwapen te versturen en die [slachtoffer 7] daarbij de woorden toe te voegen: "Bek dicht of je krijgt hem", en
- een afbeelding van een of meerdere vuurwapens te versturen en die [slachtoffer 7] daarbij de woorden toe te voegen: "Je mag kiezen [slachtoffer 7]. Welke wil je op je lelijke kop gericht hebbe", en
- een screenshot van een gesprek te versturen tussen [naam 2] en [naam 1] waarin staat: "Ik snij haar keel zo door. Maar we trappen gewoon die deur in en snijden die keel van die hoer. Komt goed als haar keel doorgesneden is halen we haar hoofd eraf ik weet precies waar ze woont dus geen stress", en
- de woorden toe te voegen "Vanaf nu ben je kankerdood want we gaan je kanker hard neersteken. Tot dan";
feit 13
[slachtoffer 8] geboren in 2013
hij in de periode van 1 januari 2025 tot en met 7 maart 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 8] (geboren in 2013),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en
getuige heeft doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het meermalen:
- met een account, waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen, via een of meerdere platforms, voeren van seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer 8] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "Heyyy lekkere meisje" (op pagina 465 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "heb je stiekem beetje zin in lekkere meisje" (op pagina 471 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "jij dan met jou lekkere lichaam" en/of "wil ik wel zien" (op pagina 472 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "kom me proeven dan" en/of "Had je zeker aan alles van mijn lichaam gevoeld" (op pagina 473 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "mijn dick is ook goddelijk" (op pagina 474 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "je bent geil he haha" (op pagina 477 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "stuur me is wat sexy" en/of "maak dan" en/of "anders haal ik me dick eruit hoor" (op pagina 480 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "doe je broek is beetje omlaag laat dan is zien hihi" (op pagina 481 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "durf je met bh uit hihi" en/of "Ik wil zelfs voele lekkertje" (op pagina 484 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Krijg wel zin in jou hoor" en/of "jij wilt me dick of niet" en/of "Ixtje misschien haal ik me pik er dan uit hihi" (op pagina 485 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Krijg je wel pik" (op pagina 486 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ik ga in je tieten knijpen hoor" en/of "kijk hoe lekker dat bhtje is" en/of "ik zou ook aan je tepels likke" (op pagina 487 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Wat zou je met die pik doen" en/of "ik krijg opeens heel veel zin in je" en/of "wat ga je met die pik doen" (op pagina 491 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "ik word geil van je" (op pagina 492 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "word je nat" (op pagina 493 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "sws heb je een lekkere kut" en/of "kga die ete" (op pagina 495 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "jij gaat mijn pik eten he" (op pagina 496 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Heb je hem wel is stijf gezien" (op pagina 504 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Is je kutje nat" (op pagina 516 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Je maakt me zo geil dat ik je gewoon wil nu en dan dwing ik je om te sture maar je hebt zon fk geil lichaam ik heb gwn fk veel zin in je" (op pagina 520 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Ik wil die tiete aanrake" (op pagina 521 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Vooral je clitoris is het lekkerst" en/of "Ik zeg dat je moet proberen te wrijven" (op pagina 522 van de bijlage van het proces-verbaal) en
* "Probeer is met je kutje wie weet vind je het wel super lekker" (op pagina 523 van de bijlage van het proces-verbaal) en
- in chatgesprekken met [slachtoffer 8] versturen van afbeeldingen van een jongen in een onderbroek waarin een stijve penis zichtbaar is;
feit 14
Meerdere handelingen kinderporno algemeen
hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 10 maart 2025 te Haarlem in Nederland, meermalen, (in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 maart 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
visuele weergaven van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad, te weten:
- foto's en video's waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd en/of een ander persoon oraal, vaginaal wordt gepenetreerd door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd door die persoon (foto 3 op pagina 249 van het proces-verbaal) en
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de billen en van een ander kind/persoon wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten
aanraakt (foto 8 op pagina 249 van het proces-verbaal) en
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier (foto 10 op pagina 250 van het proces-verbaal) en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of met sadomasochistische elementen en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (foto 16 op pagina 250 van het proces-verbaal) en
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (foto 6 op pagina 250 van het proces-verbaal),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 en feit 4
telkens: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 2, feit 5, feit 10 en feit 13
telkens: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd, en een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3 en feit 6
telkens: een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 7
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 8 en feit 9
telkens: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 11 en feit 12
telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 14
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt, en een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Voor de beantwoording van de vraag of de gepleegde feiten aan de verdachte kunnen worden toegerekend, heeft de rechtbank kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van psychiater P.L.L. Hoefnagel, opgesteld op 26 september 2025, en het Pro Justitia rapport van psycholoog M.G.H. van Willigenburg, opgesteld op 4 september 2025. De psychiater concludeert dat bij de verdachte sprake is van een stoornis op het autismespectrum, een (licht) verstandelijke beperking en ADHD. De psycholoog concludeert dat bij de verdachte eveneens sprake is van een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of gedragsstoornis. De deskundigen beschrijven dat deze stoornissen ten tijde van de ten laste gelegde feiten bij de verdachte aanwezig waren en dat deze stoornissen bij het plegen van de strafbare feiten (indien bewezen) doorgewerkt hebben op het gedrag en de gedragskeuzes van de verdachte. De deskundigen adviseren daarom de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
De rechtbank is van oordeel dat de rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de conclusies van de gedragsdeskundigen worden gedragen door deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwingen. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over. De rechtbank acht de verdachte ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten verminderd toerekeningsvatbaar en zal daarmee rekening houden bij de strafoplegging.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, met aftrek van het voorarrest, en dat daarnaast aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: de tbs-maatregel met voorwaarden) zal worden opgelegd, die dadelijk uitvoerbaar moet worden verklaard. De officier van justitie acht het noodzakelijk dat, naast de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, een locatieverbod voor de gemeenten waar de slachtoffers wonen, onderdeel uitmaakt van de te stellen voorwaarden. Ook dient de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) te worden opgelegd.
Indien de rechtbank een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte zal opleggen, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), opgelegd moet worden.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met de daaraan verbonden door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Zij heeft aangevoerd dat de interventies die door de reclassering noodzakelijk worden geacht, volledig gerealiseerd kunnen worden binnen het kader van aan een voorwaardelijke veroordeling te verbinden bijzondere voorwaarden en dat daarom een minder ingrijpend strafrechtelijk kader dan de tbs-maatregel met voorwaarden tot de mogelijkheden behoort. De raadsvrouw heeft verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met de conclusies van de deskundigen over de verminderde toerekenbaarheid en de duur van het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf te beperken tot het ondergane voorarrest, omdat het accent zou moeten liggen op het zo spoedig mogelijk inzetten van behandeling en toezicht.
Indien de rechtbank de tbs-maatregel met voorwaarden zal opleggen, heeft de raadsvrouw verzocht deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht geen GVM op te leggen, omdat dit zou leiden tot overlap en onnodige cumulatie van maatregelen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straf en de maatregel die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft een groot aantal ernstige seksuele delicten gepleegd. Hij heeft maandenlang via sociale media contact gezocht met acht minderjarige, veelal kwetsbare meisjes. Hij deed zich hierbij voor als de zestienjarige ’[naam 1]’, die zogenaamd een relatie kreeg met zijn slachtoffers. De verdachte begon dan al snel over seks, verstuurde seksueel expliciet materiaal, en zette hen vervolgens op verschillende manieren onder grote druk om ook naaktfoto’s van zichzelf te sturen, of foto’s en video’s te maken waarop zij seksuele handelingen verrichten. Zo dreigde ‘[naam 1]’ onder meer met automutilatie of zelfmoord als de slachtoffers niet aan zijn verzoeken voldeden. Om de druk op te voeren op de slachtoffers had de verdachte op vernuftige wijze een netwerk gecreëerd van zogenaamde vrienden en/of familieleden van ‘[naam 1]’, die op hun beurt ook allemaal contact opnamen met de slachtoffers om hen te bewegen tot het plegen van seksuele handelingen voor ‘[naam 1]’. In werkelijkheid zat de verdachte zelf achter al deze accounts. Op het moment dat het contact werd verbroken, vaak door tussenkomst van de ouders van de slachtoffers, ontstak de verdachte in woede en heeft hij zijn slachtoffers en hun ouders bestookt met berichten, waarin hij hen onder andere meerdere keren op een zeer grove manier bedreigde met de dood en met het verspreiden van het seksuele beeldmateriaal van zijn slachtoffers. De verdachte heeft in twee gevallen ook daadwerkelijk seksueel materiaal van een slachtoffer gestuurd naar mensen uit de directe omgeving van het slachtoffer.
De impact en de gevolgen van deze feiten zijn groot. De verdachte heeft, ook zonder dat sprake is geweest van fysiek misbruik, zowel de geestelijke als de lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschonden. De minderjarige slachtoffers bevonden zich in een kwetsbare fase van hun sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling. Deze ontwikkeling heeft de verdachte ruw verstoord door de hiervoor beschreven handelingen. Door zijn toedoen is de slachtoffers de mogelijkheid ontnomen om hun ontluikende seksualiteit in hun eigen tempo en passend bij hun leeftijd te ontdekken. Daarbij heeft hij hen bovendien onder grote druk gezet door te dreigen met zijn eigen zelfmoord en het verspreiden van seksueel materiaal. Hij heeft hierbij alleen aan zichzelf gedacht en geen rekening willen houden met het voorzienbare ernstige leed dat hij veroorzaakte. De impact hiervan is enorm groot geweest op de slachtoffers, zoals meerdere van hen ook duidelijk hebben kunnen maken bij de uitoefening van het spreekrecht. De manier waarop de verdachte hen vervolgens bedreigde heeft bovendien enorme angst veroorzaakt, waarvan de betreffende slachtoffers tot op de dag van vandaag nog de gevolgen ondervinden. Ook voor de gezinsleden van de slachtoffers hebben de feiten ingrijpende gevolgen. Ouders hebben te maken met gevoelens van verdriet en boosheid om wat hun kind is aangedaan en maken zichzelf verwijten dat zij dit niet hebben kunnen voorkomen. Ten slotte veroorzaken dit soort feiten gevoelens van verontwaardiging en afschuw in de samenleving.
Bij de verdachte zijn ook gegevensdragers aangetroffen waarop over een lange periode kinderpornografisch materiaal was opgeslagen. Door het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt het misbruik dat aan de productie daarvan ten grondslag ligt bevorderd. Kinderen die slachtoffer worden van de vervaardiging van kinderporno kunnen zodanige psychische schade oplopen dat zij jaren later, zo niet hun hele leven daarvan de schadelijke gevolgen nog ondervinden.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank onder meer gelet op het strafblad van de verdachte van 19 november 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Het strafblad weegt dan ook niet in het nadeel van de verdachte mee.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de onder 5. genoemde Pro Justitia-rapporten.
Psychiatrisch onderzoek
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat het risico op seksueel delictgedrag als matig hoog wordt ingeschat en het risico op gewelddadig gedrag (bedreiging) als matig. De psychiater beschrijft dat de verdachte door zijn beperkte inlevingsvermogen en moeite met afwijzing snel over andermans grenzen gaat. Daarbij vormt de gebrekkige zelfbeheersing een risico verhogende factor voor zowel seksueel grensoverschrijdend gedrag als bedreigingen. Verder speelt mee dat de verdachte zich sociaal afgewezen voelt door zijn eigen leeftijdsgenoten en zich meer identificeert met jonge kinderen. Volgens de psychiater is voldoende toezicht en controle op het onlinegedrag van de verdachte van belang om de kans op recidive te verlagen. De verdachte is momenteel nog niet in staat dit gedrag zelf te reguleren. Daarnaast moet de verdachte ondersteuning en training krijgen gericht op seksualiteit, (online) omgangsvormen, relaties en smartphones. Hierbij moet rekening worden gehouden met de sociale, emotionele en cognitieve vermogens van de verdachte. Verder zal er behandeling nodig zijn gericht op het omgaan met afwijzing en gevoelens van onzekerheid en boosheid, die aansluit bij zijn autismespectrumstoornis. De psychiater adviseert om deze behandeling klinisch te starten voor de duur van zes maanden tot een jaar. Hierna zal toegewerkt moeten worden naar een beschermde woonvorm met 24-uurs toezicht. De verdachte zal levenslang hulp nodig hebben bij de dagelijkse dingen en de invulling van zijn dagelijkse bezigheden. De psychiater concludeert dat gezien het matig-hoge recidiverisico en de aard van de ten laste gelegde feiten, een behandeling in het kader van een tbs-maatregel noodzakelijk is. Dit kader lijkt de enige mogelijkheid waarin de verdachte echt een gedragsverandering kan ondergaan. Daarbij is de verwachting dat de verdachte langdurig toezicht nodig zal hebben. Een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden wordt als onvoldoende beschermend en te vrijblijvend gezien. Daarnaast kan er in een voorwaardelijke behandeling onvoldoende toezicht gehouden worden op het onlinegedrag van de verdachte.
Psychologisch onderzoek
Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat het risico op seksueel gewelddadig handelen wordt ingeschat als matig tot hoog en het risico op gewelddadig handelen als matig. De psycholoog beschrijft dat de problematiek van de verdachte chronisch aanwezig is. Met name grenzeloosheid, impulsiviteit, verstoorde emotie- en agressieregulatie, zwakke gewetensfuncties en de neiging tot vermijden en heimelijkheid (enigszins calculerend gedrag) zijn zorgelijk met het oog op het recidivegevaar. De psycholoog benadrukt dat de verdachte een omgeving nodig heeft met een hoge mate van controle op online gedrag, waar hij niet de gelegenheid heeft tot (pathologisch) vermijden, terugtrekken of heimelijkheid. Ondersteuning, uitleg en training op het gebied van sociale relaties, seksualiteit, omgaan met sociale media en de smartphone, en het opleggen van beperkingen aan het gebruik van de smartphone en sociale media, lijken daarnaast zinvolle interventies gezien de beperkingen van de verdachte. De verdachte heeft aansluitend een woonomgeving met 24-uurs begeleiding nodig. Binnen een intensieve 24-uurs begeleiding kan op elk gebied structuur worden gewaarborgd, waardoor spanning en stress minder snel oplopen. Het gewenste niveau van toezicht bij de geschetste problematiek vereist bij aanvang een beveiligingsniveau 3 (FPK). De ondersteuning en begeleiding van de verdachte zal levenslang nodig zijn (dit geldt niet voor het forensisch kader). De hierboven beschreven interventies in een forensisch kader, inclusief resocialisatie naar een geschikte woonvorm, zullen waarschijnlijk enkele jaren in beslag nemen. Deze stappen dienen elkaar rustig op te volgen, waarbij wordt toegewerkt naar permanent verblijf in een beschermde woonvorm. De psycholoog adviseert om aan de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen.
Reclasseringsrapport
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland, van 8 december 2025. De reclassering gaat uit van de medische bevindingen en conclusies van de deskundigen en adviseert bij bewezenverklaring een tbs-maatregel met voorwaarden aan de verdachte op te leggen, die dadelijk uitvoerbaar moet zijn, met aansluitend de GVM. De reclassering adviseert tevens de voorlopige hechtenis te schorsen onder dezelfde voorwaarden als die aan de tbs-maatregel met voorwaarden worden verbonden. De voorwaarden houden, kort samengevat, het volgende in:
- geen strafbaar feit plegen;
- meewerken aan reclasseringstoezicht;
- meewerken aan time-out;
- niet naar het buitenland;
- opname in een zorginstelling;
- ambulante behandeling;
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- drugsverbod;
- alcoholverbod;
- contactverbod;
- dagbesteding;
- vermijden contact met minderjarigen;
- vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
De op te leggen straf
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigen. De rechtbank is gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en zal hiermee rekening houden in de strafoplegging. Oplegging van een straf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, zoals verzocht door de raadsvrouw, doet echter geen recht aan de ernst van de feiten. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
De tbs-maatregel met voorwaarden
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de terbeschikkingstelling van de verdachte moet worden gelast en voorwaarden betreffende zijn gedrag moeten worden gesteld. Uit de Pro Justitia rapportages en het advies van de reclassering volgt dat niet kan worden volstaan met het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Een dergelijk kader biedt onvoldoende waarborg voor de behandeling en langdurige begeleiding die de verdachte nodig heeft en is daarom ontoereikend om de maatschappij voldoende te beschermen. Daarbij neemt de rechtbank de problematiek van de verdachte in aanmerking, evenals het feit dat er onvoldoende toezicht kan worden gehouden op zijn online gedrag. De noodzakelijk geachte behandeling en begeleiding heeft naar het oordeel van de rechtbank de meeste kans van slagen in het kader van de tbs-maatregel met voorwaarden.
Aan de tbs-maatregel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden, en een locatieverbod voor de gemeente waar slachtoffer [slachtoffer 8] woont. De rechtbank ziet geen aanleiding om naast het contactverbod met de overige slachtoffers, ook een locatieverbod op te leggen, omdat de slachtoffers die werden bijgestaan door een advocaat daarom niet hebben verzocht. De verdachte heeft zich bereid verklaard deze voorwaarden na te leven.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen voor het opleggen van de tbs-maatregel met voorwaarden is voldaan. Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten 1, 3, 4, 6, en 14 een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en de door de verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen vereist de oplegging van deze maatregel.
De rechtbank kan, op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien de voorwaarden niet worden nageleefd. De onder 1, 3, 4, 6, en 14 bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven die gericht zijn tegen dan wel gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De duur van een eventuele tbs-maatregel met dwangverpleging kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs-maatregel met voorwaarden
Omdat de rechtbank het van belang acht dat de behandeling van de verdachte direct aansluitend aan de detentie zal aanvangen, zal de rechtbank bepalen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zal zijn.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank acht het ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen noodzakelijk dat ook de tbs-maatregel de GVM als bedoeld in artikel 38z Sr aan de verdachte wordt opgelegd. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan.
De rechtbank leidt uit de deskundigenrapporten af dat de psychische problematiek van de verdachte chronisch aanwezig is en dat het recidiverisico op soortgelijke feiten, dat verband houdt met deze problematiek, hoog is. Gelet daarop dient er naar het oordeel van de rechtbank rekening mee te worden gehouden dat ook na beëindiging van de tbs-maatregel met voorwaarden – die naar huidig recht in duur is beperkt tot negen jaar – langdurig toezicht noodzakelijk is om het recidiverisico terug te dringen naar een aanvaardbaar risico of op een aanvaardbaar niveau te houden.
De rechtbank acht het daarom aangewezen dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld. Hierdoor kan de rechtbank, nadat de tbs-maatregel is beëindigd, op vordering van de officier van justitie en na beoordeling van de op dat moment actuele situatie, de tenuitvoerlegging van een GVM bevelen en de inhoud en de duur daarvan bepalen(artikel 6:6:23b Sv). Van de door de verdediging aangevoerde overlap van maatregelen is geen sprake, omdat de maatregel pas in werking treedt aansluitend op de tbs-maatregel met voorwaarden.
7. Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen (gegevensdragers), te weten:
1. STK Computer (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707327, Zwart, merk: Victus);
2. 1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707324, Apple);
dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met behulp van of met betrekking tot deze gegevensdragers. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen, waarop beeldmateriaal van kinderpornografische aard staat, is in strijd met de wet.
8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707345, Apple);
dient te worden teruggegeven aan de verdachte.
9. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
De advocaat van de benadeelde partij, mr. K.J.S.P.M. Jansen-Liebau, advocaat te Eindhoven, heeft namens de benadeelde partij, [benadeelde 1], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], een vordering tot schadevergoeding van € 9.047,27 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 547,27 aan materiële schade (reiskosten) en € 8.500,00 aan immateriële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van de vordering betwist. Ten aanzien van de gevorderde materiële schade heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat het causale verband met de ten laste gelegde feiten ontbreekt. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat deze gematigd moet worden.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Ten aanzien van de gevorderde materiële kosten overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de reeds gemaakte reiskosten naar school en Karakter voldoende zijn onderbouwd. Op grond van het bij de vordering gevoegde behandelplan kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks heeft geleden als gevolg van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten.
Daarnaast vordert de benadeelde partij toekomstige reiskosten vanwege de wekelijkse gesprekken die [slachtoffer 1] vanaf 10 februari 2026 nog zal hebben bij Karakter. Op grond van artikel 6:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de begroting van nog niet ingetreden schade bij voorbaat geschieden als voldoende is onderbouwd dat de gevorderde schade ook in de toekomst daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank is van oordeel dat daar geen sprake van is, omdat de rechtbank de noodzaak van die toekomstige behandelingen (en daarmee samenhangende kosten) niet kan afleiden uit het behandelplan. De rechtbank zal de gevorderde materiële kosten voor zover het toekomstige schade betreft dan ook niet ontvankelijk verklaren, onder vermelding dat deze schadevergoeding eventueel aan de burgerlijke rechter kan worden voorgelegd.
Immateriële schade
Ten aanzien van de gevorderde immateriële kosten overweegt de rechtbank als volgt. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en de ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Voor de hoogte van het toe te wijzen bedrag heeft de rechtbank gekeken naar de Rotterdamse schaal en in het bijzonder naar paragraaf 15.5 (sextortion). De rechtbank is van oordeel dat sprake is van categorie a (de meest ernstige gevallen) omdat sprake is van handelingen die op beeld zijn vastgelegd en/of verspreid door de verdachte, en hij voor de handelingen expliciete instructies heeft gegeven.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde immateriële schadevergoeding van € 8.500,00 billijk is en voor toewijzing vatbaar.
Conclusie
De vordering van de benadeelde partij zal dus worden toegewezen tot een bedrag van € 8.903,13, bestaande uit € 403,13 als vergoeding voor materiële schade en € 8.500,00 als vergoeding voor immateriële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering tot vergoeding van de toekomstige schade wordt niet ontvankelijk verklaard.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 8.903,13 aan de Staat moet betalen.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 4]
De advocaat van de benadeelde partij, mr. K.J.S.P.M. Jansen-Liebau, advocaat te Eindhoven, heeft namens de benadeelde partij [benadeelde 2], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 4], een vordering tot schadevergoeding van € 14.000,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 8 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van de gevorderde immateriële schade betwist en aangevoerd dat deze gematigd moet worden.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en de ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Door de advocaat van de benadeelde partij is aangevoerd dat [slachtoffer 4] kampt met diverse spannings- en slaapklachten. Daarnaast kampt [slachtoffer 4] volgens haar raadsvrouw met chronische pijnklachten als gevolg van het door de verdachte gepleegde feit. De rechtbank kan op basis van de aangeleverde producties echter onvoldoende vaststellen dat deze pijnklachten het gevolg zijn van het hiervoor bewezen verklaarde seksueel corrumperen van [slachtoffer 4] door de verdachte. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. Dat neemt niet weg dat de rechtbank wel kan vaststellen dat de benadeelde in ieder geval enige immateriële schade heeft geleden door het feit.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 2.000,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Conclusie
De vordering van de benadeelde partij zal dus gedeeltelijk worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 2.000,00, bestaande uit immateriële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 2.0000,00 aan de Staat moet betalen.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 5]
De advocaat van de benadeelde partij, mr. K.J.S.P.M. Jansen-Liebau, advocaat te Eindhoven, heeft namens de benadeelde partij [benadeelde 3], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 5], een vordering tot schadevergoeding van
€ 2.000,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 9 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van de gevorderde immateriële schade betwist en aangevoerd dat deze gematigd moet worden.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 2.000,00 aan de Staat moet betalen.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 6]
De advocaat van de benadeelde partij, mr. K.J.S.P.M. Jansen-Liebau, advocaat te Eindhoven, heeft namens de benadeelde partij [benadeelde 4], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 6], een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de onder 10 en 11 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van de gevorderde immateriële schade betwist en aangevoerd dat deze gematigd moet worden.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en de ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 4.000,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Conclusie
De vordering van de benadeelde partij zal dus gedeeltelijk worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 4.000,00, bestaande uit immateriële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 4.0000,00 aan de Staat moet betalen.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 7]
De advocaat van de benadeelde partij, mr. K.J.S.P.M. Jansen-Liebau, advocaat te Eindhoven, heeft namens de benadeelde partij [benadeelde 5], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 7], een vordering tot schadevergoeding van € 26.832,86 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 12 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 23.332,86 aan materiële schade (reiskosten, verlies aan verdienvermogen en studievertraging) en € 3.5000,00 aan immateriële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van de vordering betwist. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat deze gematigd moet worden.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Ten aanzien van de gevorderde reiskosten overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de reiskosten niet-ontvankelijk, omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze schade en het bewezen verklaarde feit. De rechtbank betrekt hierbij dat uit de brief van de behandelaar blijkt dat het behandeltraject is gestart in oktober 2024 en dus voordat het strafbare feit heeft plaatsgevonden. Mede gelet op de betwisting door de verdachte, heeft de benadeelde partij daarom onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze schade en het bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de posten studievertraging en het verlies van verdienvermogen is namens de verdachte betwist. De rechtbank kan op basis van de gegeven onderbouwing niet vaststellen dat het verlies van het verdienvermogen en de studievertraging het gevolg is van het beweerde verklaarde feit. De rechtbank betrekt hierbij dat uit de onderbouwing bij de vordering blijkt dat de stage van [slachtoffer 7] al was beëindigd voordat het strafbare feit is gepleegd, waardoor het causale verband niet kan worden vastgesteld. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en de ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde immateriële vergoeding van €3.500,00 billijk is. De rechtbank wijst het immateriële deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Conclusie
De vordering van de benadeelde partij zal dus gedeeltelijk worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 3.500,00, bestaande uit immateriële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 3.5000,00 aan de Staat moet betalen.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 8]
De benadeelde partij [benadeelde 7], de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 8], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 750,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 13 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om daarbij de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente op te leggen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Subsidiair heeft de raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden wegens de bepleite vrijspraak voor het onder 13 ten laste gelegde feit.
Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd.
In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat daar, gelet op de aard en de ernst van de normschending, in dit geval sprake van is, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij ter grootte van € 750,00 daarom geheel toe. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de maatregel dus niet gericht op het toevoegen van leed bij de verdachte, maar juist gericht op het vereenvoudigen van het proces voor slachtoffers.
Gelet op de ernst van de feiten, de gevolgen voor het slachtoffer en de overige in deze zaak toegewezen bedragen aan de andere benadeelde partijen, is de rechtbank van oordeel dat de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd voor een hoger bedrag dan de gevorderde vergoeding ter grootte van € 750,00, namelijk voor een bedrag van € 2.000,00. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 2.000,00 aan de Staat moet betalen.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 38z, 57, 60a, 240b (oud), 248, 251, 252, 254 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
11. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 [drie] jaar.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag:
Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich niet schuldig maakt een enig strafbaar feit.
Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat de verdachte:
- zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
- meewerkt aan huisbezoeken;
- de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;
- meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland
De verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Opname in een zorginstelling
De verdachte laat zich opnemen in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) De Boog van GGNet te Warnsveld of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Ambulante behandeling
De verdachte laat zich, indien geïndiceerd, ambulant behandelen door een nader te bepalen instelling voor ambulante zorg, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De verdachte verblijft in een instelling voor begeleid of beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Drugsverbod
De verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
De verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Contactverbod
De verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met:
- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 3] 2011 in Veghel;
- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 4] 2009 in Veghel;- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 5] 2010 in Uden;
- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 6] 2012 in Veghel;
- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 7] 2010 in Veghel;
- [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 8] 2011 in Veghel;
- [slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 9] 2008 in Sittard-Geleen;
- [slachtoffer 8], geboren op [geboortedatum 10] 2013 in Emmen;
zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt.
Locatieverbod
De verdachte bevindt zich niet in Klazienaveen, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Dagbesteding
De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
Vermijden contact met minderjarigen
De verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
De verdachte:
1. vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch
materiaal;
2. vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt
gecommuniceerd; games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;
3. maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. geeft inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft.
De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen circa drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke
levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.
Geeft opdracht aan de reclassering bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Onttrekt aan het verkeer:
1. STK Computer (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707327, Zwart, merk: Victus);
2. 1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707324, Apple).
Gelast de teruggave aan de verdachte:
1. STK Horloge (Omschrijving: PL1100-2025047506-1707345, Apple).
Vorderingen van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1], geleden schade tot een bedrag van € 8.903,13, bestaande uit € 403,13 als vergoeding voor de materiële en € 8.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.903,13, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 69 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te openen rekening met een BEM-clausule.
[slachtoffer 4]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4], geleden schade tot een bedrag van € 2.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] te openen rekening met een BEM-clausule.
[slachtoffer 5]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5], geleden schade tot een bedrag van € 2.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] te openen rekening met een BEM-clausule.
[slachtoffer 6]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6], geleden schade tot een bedrag van € 4.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 4.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] te openen rekening met een BEM-clausule.
[slachtoffer 7]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7], geleden schade tot een bedrag van € 3.500,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] te openen rekening met een BEM-clausule.
[slachtoffer 8]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 8], geleden schade tot een bedrag van € 750,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 8], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.A. Hesselink, voorzitter,
mr. M.C.J. Lommen en mr. N. Mook, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D. Koppe,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 februari 2026.
Bijlage 1
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a Sv ter zitting van 29 september 2025, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten:
feit 1
[slachtoffer 1] geboren in 2011
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 tot en met 31 december 2024 te Haarlem, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door die [slachtoffer 1] een en/of meermalen haar vinger(s) in haar vagina te laten steken en/of die [slachtoffer 1] zichzelf te laten vingeren;
feit 2
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 tot en met 31 december 2024 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011)
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het een en/of meermalen:
- met een of meerdere account(s) (waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10], althans als iemand anders) via snapchat en/of TikTok en/of discord en/of skype en/of facebook messenger, althans via een of meerdere platform(s), voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e)) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 1] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "vinger je wel is? probeer het eens" (zie pagina 14 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Laat je kutjeee ziennn" en/of "Lekkere geile kutje van je" (zie pagina 16 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Praat geil tegen hem en zorg dat je straks alleen bent" (zie pagina 56 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "vraag is aan [naam 1] wil je mijn kut zien" (zie pagina 59 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Probeer hem zo geilmogelijk te make. En jezelf ook" en/of "Begin over zijn lui dat maakt hem nog geiler" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Wil je hem plage. Dan moet je zegge dat piemeltje is zo lekker die wil ik wel is proeven" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Je hebt ff lekker over je poenie gewreven enzo en je was best geil" en/of "maar je bent lekker met je kutje bezig geweest je vond het best lekker" (zie pagina 80 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Misschien moet je zeggen ik wil je zuigen" (zie pagina 94 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Geil doen met je tong helpt ook" en/of "Heb je je cam aan? Begin daar mee" (zie pagina 102 van de bijlage van het proces-verbaal),
althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- in die/dat chatgesprek(ken) versturen van (een) afbeelding(en) van een penis naar die [slachtoffer 1];
feit 3
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 oktober 2024 tot en met 10 maart 2025 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten: [slachtoffer 1] (geboren in 2011) was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten:
- foto's en/of
- gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten: een Apple IPhone Pro Max (IBN-code 1707324) en/of een desktop HP Victus (IBN-code 1707327)
waarop te zien is dat: die [slachtoffer 1] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij:
- die [slachtoffer 1] geheel of gedeeltelijk naakt is en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer 1] in beeld worden gebracht; (bestandsnamen: f_00016a en/of f_00016b en/of f_00016c en/of f_00016d
en/of f_00016e en/of f_00017d en/of f_00017e en/of f_00017f en/of f_000160 en/of f 000161 en/of f_OOO162 en/of f_000163 en/of f 000164 en/of f_OOO165 en/of f_000169 en/of f_000170 en/of f_000171 en/of f_OOO172 en/of f_000173 van de toonmap en/of pagina 272 t/m 275 van het proces-verbaal);
feit 4
[slachtoffer 2] geboren in maart 2009
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 tot en met 30 januari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in maart 2009) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door die [slachtoffer 2] een en/of meermalen haar vinger(s) in haar vagina te laten steken en/of die [slachtoffer 2] zichzelf te laten vingeren;
feit 5
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 tot en met 30 januari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in maart 2009)
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het een en/of meermalen:
- met een of meerdere account(s) (waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen en/of [naam 4], althans als iemand anders) via snapchat en/of TikTok en/of skype en/of facebook messenger, althans via een of meerdere platform(s), voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e)) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 2] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "heb je zin om ff te geile?" (op pagina 169 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "doe jij maar ook bloot hihi" en/of "Die zijn lekker schatje" en/of "oke lui voor kut" en/of "Ga dan douche" (op pagina 170 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "of zou een goeie neukbeurt helpe" en/of "Ik kan je meer zin geven hoor hihi" (op pagina 171 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "hij staat recht" en/of "Ik weet dat je zin krijgt" (op pagina 172 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Oke he maar stel we knuffelen. En je ziet dat ik een harde heb wat zou je dan doen" (op pagina 177 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ben in de douche wil je zien" (op pagina 179 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ik heb zin in jou" (op pagina 191 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Oehh stuur is wat leuks" (op pagina 192 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "vind je het dan erg als ik je overal streel" en/of "Ook tieten en kut niet" en/of "Ik heb zin in je" (op pagina 196 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "zou je het lekker vinden als ik sperma in je mond spuit" en/of "Jammer dat ik je kut niet zie" (op pagina 197 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "lekker hard op jou kontje slaan" en/of "Aan je tietjes voele" en/of "Aan je tepels likke" (op pagina 214 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Ga je geil worde voor me bby" (op pagina 342 van de bijlage van het proces-verbaal),
althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking; en/of
- in die/dat chatgesprek(ken) versturen van (een) afbeelding(en) van een penis naar die [slachtoffer 2] (zie pagina 197 van de bijlage van het proces-verbaal);
feit 6
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 januari 2025 tot en met 10 maart 2025 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten: [slachtoffer 2] (geboren in 2009) was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten:
- video's en/of
- een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten: een Apple IPhone Pro Max (IBN-code 1707324)
waarop te zien is dat:
- het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met (een) vinger(s), door die [slachtoffer 2] (toonmap [slachtoffer 2] en/of pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal) en/of
die [slachtoffer 2] het eigen geslachtsdeel met (een) vinger(s) aanraakt (toonmap [slachtoffer 2] en/of pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal) en/of
die [slachtoffer 2] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij:
die [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk naakt is en/of
door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de video's nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of de borsten van die [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht (toonmap [slachtoffer 2] en/of pagina 276 tot en met 285 van het proces-verbaal);
feit 7
[slachtoffer 3] geboren in 2010
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 januari 2025 tot en met 28 januari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 3] (geboren in 2010)
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het een en/of meermalen:
- met een of meerdere account(s) (waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen, althans als iemand anders) via snapchat en/of TikTok en/of facebook messenger, althans via een of meerdere platform(s), voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e)) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 3] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "sexy beertje" (op pagina 353 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "jij bent sexy sexy beertje" (op pagina 354 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "wist jij dat je best lekker bent" en/of "Zo sexy" (op pagina 355 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Kben je vriendje" (op pagina 359 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Nee jij bent lekker en sexy" (op pagina 360 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Je bent zo hot" en/of "same douche" (op pagina 369 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "kun je me afleide" en/of "probeer iets" en/of "je bent hot en sexy genoeg" (op pagina 374 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ik wil jou ook in mijn armpjes hebbe schat" en/of "Of wil je nu al wete hoe goed ik ben" (op pagina 393 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "je zou me gelijk op me bek pakken ofni" (op pagina 395 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Maar je laat ook niet zien dat je wel durft heee daarom zeg ik je moet wel een beetje dingen durven met je vriendje" en/of "Online is ook leuk vooral als het met je vriendje is" (op pagina 398 van de bijlage van het proces-verbaal),
althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 8
[slachtoffer 4] geboren in 2012
hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 16 februari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 4] (geboren in 2012)
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door het een en/of meermalen:
- in (een) chatgesprek(ken) versturen van (een) pornografische- en/of naaktafbeelding(en) van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) naar die [slachtoffer 4];
feit 9
[slachtoffer 5] geboren in 2010
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2025 tot en met 30 januari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 5] (geboren in 2010) of een persoon die zich voordoet als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren,
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door het een en/of meermalen:
- in (een) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 5] versturen van (een) pornografische- en/of naaktafbeelding(en) van [slachtoffer 2], althans van een of meerdere perso(o)n(en);
feit 10
[slachtoffer 6] geboren in 2011
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 04 februari 2025 tot en met 16 februari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 6] (geboren in 2011)
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het een en/of meermalen:
- met een of meerdere account(s) (waarbij verdachte zich voordeed als minderjarige jongen en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 11], althans als iemand anders) via TikTok, althans via een of meerdere platform(s), voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e)) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 6] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "Probeer hem horny te make dan luistert ie miss whahaha" (op pagina 122 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Jongens worden blijer en meer invloedbaar als je ze geil maakt" en/of "gewoon geile prast" en/of "Nee? Begin is over zijn lui en moet je is opletten whahaha" (op pagina 125 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "gewoon geil make wie weet word je zelf ook is best lekker hahaha" (op pagina 126 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ja dan moet je hem wel late kome" en/of "foto's helpen het meest haha" en/of "Nooooit stoppen als je ze geil maakt" (op pagina 127 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ben je geil" en/of "ga ook naar douche dan" en/of "je tietjes zagen er lekker uit" (op pagina 128 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Ik zal je is nat maken" (op pagina 129 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
- in die/dat chatgesprek(ken) versturen van een afbeelding van een penis naar die [slachtoffer 6] (op pagina 126 en/of 128 van de bijlage van het proces-verbaal);
feit 11
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 04 februari 2025 tot en met 16 februari 2025 te Haarlem, althans in Nederland, [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 6] in een of meerdere chatgesprek(ken) met een of meerdere account(s) via TikTok, althans via een of meerdere platform(s), dreigend de woorden toe te voegen: " Dus je kan nu kanker dtoppe of ik kom je kkr dood slaan" en/of "Ik maak je kanker af" en/of "Je bent vanaf nu dood verklaard. Als we je zien ben je dood" en/of "Want vanaf nu ben je dood" en/of "Als ik je op school zie pak ik je. Ik pak je echt. Want je hebt nu je dood getekent" en/of "Dan ben je kanker dood vanaf nu" en/of "Je gaat me negeren? Je wilt echt dood of niet?" en/of "We gaan je neersteken [slachtoffer 6]. Je bent niet meer veilig" althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
feit 12
[slachtoffer 7] geboren in 2008
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2025 tot en met 08 maart 2025 te Haarlem, althans in Nederland, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 7] in een of meerdere chatgesprek(ken) met een of meerdere account(s) via snapchat en/of TikTok en/of facebook messenger, althans via een of meerdere platform(s), dreigend:
- een afbeelding van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te versturen en/of die [slachtoffer 7] daarbij de woorden toe te voegen: "Bek dicht of je krijgt hem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- een afbeelding van een of meerdere vuurwapen(s), althans een op een vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) te versturen en/of die [slachtoffer 7] daarbij de woorden toe te voegen: "Je mag kiezen [slachtoffer 7]. Welke wil je op je lelijke kop gericht hebbe", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- een screenshot van een gesprek te versturen tussen ene [naam 2] en/of ene [naam 1] waarin staat: "Ik snij haar keel zo door. Maar we trappen gewoon die deur in en snijden die keel van die hoer. Komt goed als haar keel doorgesneden is halen we haar hoofd eraf ik weet precies waar ze woont dus geen stress", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- de woorden toe te voegen "Vanaf nu ben je kankerdood want we gaan je kanker hard neersteken. Tot dan", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 13
[slachtoffer 8] geboren in 2013
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2025 tot en met 07 maart 2025 te Haarlem, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten: [slachtoffer 8] (geboren in 2011)
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,
door het een en/of meermalen:
- met een of meerdere account(s) (waarbij verdachte zich voordeed als een minderjarige jongen en/of [naam 3], althans als iemand anders) via Telegram en/of TikTok, althans via een of meerdere platform(s), voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e) chatgesprek(ken) met die [slachtoffer 8] door het - onder meer - versturen van woorden als:
* "Heyyy lekkere meisje" (op pagina 465 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "heb je stiekem beetje zin in lekkere meisje" (op pagina 471 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "jij dan met jou lekkere lichaam" en/of "wil ik wel zien" (op pagina 472 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "kom me proeven dan" en/of "Had je zeker aan alles van mijn lichaam gevoeld" (op pagina 473 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "mijn dick is ook goddelijk" (op pagina 474 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "je bent geil he haha" (op pagina 477 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "stuur me is wat sexy" en/of "maak dan" en/of "anders haal ik me dick eruit hoor" (op pagina 480 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "doe je broek is beetje omlaag laat dan is zien hihi" (op pagina 481 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "durf je met bh uit hihi" en/of "Ik wil zelfs voele lekkertje" (op pagina 484 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Krijg wel zin in jou hoor" en/of "jij wilt me dick of niet" en/of "Ixtje misschien haal ik me pik er dan uit hihi" (op pagina 485 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Krijg je wel pik" (op pagina 486 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ik ga in je tieten knijpen hoor" en/of "kijk hoe lekker dat bhtje is" en/of "ik zou ook aan je tepels likke" (op pagina 487 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Wat zou je met die pik doen" en/of "ik krijg opeens heel veel zin in je" en/of "wat ga je met die pik doen" (op pagina 491 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "ik word geil van je" (op pagina 492 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "word je nat" (op pagina 493 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "sws heb je een lekkere kut" en/of "kga die ete" (op pagina 495 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "jij gaat mijn pik eten he" (op pagina 496 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Heb je hem wel is stijf gezien" (op pagina 504 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Is je kutje nat" (op pagina 516 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Je maakt me zo geil dat ik je gewoon wil nu en dan dwing ik je om te sture maar je hebt zon fk geil lichaam ik heb gwn fk veel zin in je" (op pagina 520 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Ik wil die tiete aanrake" (op pagina 521 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Vooral je clitoris is het lekkerst" en/of "Ik zeg dat je moet proberen te wrijven" (op pagina 522 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
* "Probeer is met je kutje wie weet vind je het wel super lekker" (op pagina 523 van de bijlage van het proces-verbaal) en/of
- in die/dat chatgesprek(ken) met [slachtoffer 8] versturen van (een) afbeelding(en) van een jongen in een onderbroek waarin een stijve penis zichtbaar is;
feit 14
Meerdere handelingen kinderporno algemeen
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2013 tot en met 10 maart 2025 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 01 januari 2013 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of- gegevensdragers (te weten: een Apple Iphone Pro Max (IBN-code 1707324) en/of een desktop HP Victus (IBN-code 1707327), bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 maart 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten:
- foto's en/of video's en/of
- gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten: een Apple IPhone Pro Max (IBN-code 1707324) en/of een desktop HP Victus (IBN-code 1707327) waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd en/of een ander persoon oraal, vaginaal wordt gepenetreerd door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd door die persoon (foto 3 op pagina 249 van het proces-verbaal) en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de billen en van een ander kind/persoon wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten
aanraakt (foto 8 op pagina 249 van het proces-verbaal) en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier (foto 10 op pagina 250 van het proces-verbaal) en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of met sadomasochistische elementen en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (foto 16 op pagina 250 van het proces-verbaal) en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (foto 6 op pagina 250 van het proces-verbaal),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Bijlage 2
De bewijsmiddelen
(..)