RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/029045-24
Uitspraakdatum: 5 februari 2026
Tegenspraak
Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 en 22 januari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie, mr. R. Funke Küpper en van hetgeen de verdachte en zijn waarnemend raadsvrouw, mr. S.F. Remmers, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 te Den Haag en/of Almere en/of Schiedam en/of Hoogeveen en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of Lelystad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 2.000 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat dat feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)
- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of
- telefonisch en/of via (versleutelde) berichten en/of via e-mailberichten en/of in persoon informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:
• de datum, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne per (privé)vliegtuig op de luchthaven Lelystad zou (kunnen) arriveren en/of
• de betaling(en) en/of de beloning(en) voor het (kunnen en/of mogen) betreden en/of bekijken en/of opnemen en/of gebruiken van een (onderhouds)loods voor (privé)vliegtuigen op (het beveiligde deel van) de luchthaven Lelystad en/of
• het aanschaffen van één of meer voertuigen (Renaults met kentekens [kenteken 1] en
[kenteken 2] ) en/of een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen en/of een trekstang en/of een koppelstuk voor het verslepen van het vliegtuig en/of
• de wijze, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne (onopvallend) van de luchthaven Lelystad zou (moeten) worden vervoerd,
en/of
- voornoemde (onderhouds)loods voor (privé)vliegtuigen op (het beveiligde deel van) de luchthaven Lelystad bezocht en/of aldaar foto’s en/of video-opnamen gemaakt en/of deze foto’s en/of video-opnamen verstuurd naar (een) opdrachtgever(s) en/of (een) investeerder(s) en/of
- een (piloten)uniform aangeschaft en/of
- één of meer voertuigen (twee Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] ) aangekocht en/of voorhanden gehad en/of een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen geregeld en/of
- één of meer betalingen en/of borgstellingen gedaan en/of aangenomen en/of
- meermalen, althans eenmaal, klaar gestaan voor de aankomst van een (privé)vliegtuig met voornoemde hoeveelheid cocaïne en voornoemde hoeveelheid cocaïne uit dat (privé)vliegtuig te halen.
2. Voorvragen
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Op het verweer van de raadsvrouw zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.
Bewijsmotivering
Inleiding
Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen over de medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) is de Koninklijke Marechaussee een onderzoek gestart onder de naam Signet.
Onderzoek Signet bestaat uit twaalf zaaksdossiers. In het onderzoek heeft het openbaar ministerie zeven verdachten aangemerkt.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij medepleger is van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne met een (privé)vliegtuig via de luchthaven Lelystad.
De overige zaaksdossiers in onderzoek Signet zijn niet aan de verdachte ten laste gelegd, maar maken deel uit van zijn dossier.
Voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne via de luchthaven Lelystad
De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting vast dat [naam medeverdachte 1] zich samen met anderen, waaronder [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) in de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 bezighield met het voorbereiden en bevorderen van de invoer van 2.000 kilogram cocaïne met een (privé)vliegtuig via de luchthaven Lelystad. De voorbereidingen bestonden uit, onder meer, besprekingen in persoon, telefonisch en via berichten, over de data waarop de cocaïne zou kunnen arriveren op de luchthaven, over de betalingen voor, onder meer, het gebruiken van een loods op de luchthaven Lelystad, over het aanschaffen van materiaal, en uit het maken van video-opnamen van de loods, het aanschaffen van een pilotenuniform, twee personenauto’s en een trekker om een vliegtuig mee te verslepen en het doen van (borg)betalingen. Op drie verschillende data – te weten 7 oktober 2023, 14 oktober 2023 en 26 november 2023 – stonden vluchten gepland om de cocaïne in te voeren. Deze transporten zijn uiteindelijk niet doorgegaan.
Betrokkenheid van de verdachte
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte op 13 september 2023 in Amsterdam een ontmoeting had met [naam medeverdachte 1] en [naam 1] . Na die ontmoeting vertrokken de verdachte en [naam medeverdachte 1] samen naar het [hotelnaam] Hotel in Lelystad waar zij een ontmoeting hadden met medeverdachten [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ), [naam medeverdachte 3] (hierna: [naam medeverdachte 3] ) en [naam medeverdachte 4] (hierna: [naam medeverdachte 4] ). Na deze ontmoeting ging de verdachte samen met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] naar de loods aan de [adres] bij de luchthaven Lelystad. Deze loods werd gehuurd door [naam medeverdachte 3] . In het beveiligde gebied van de luchthaven werden de verdachte en [naam medeverdachte 1] rondgeleid door [naam medeverdachte 3] , terwijl de verdachte foto’s en video-opnamen maakte. Vervolgens gingen zij gezamenlijk terug naar het [hotelnaam] Hotel waar [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] nog aanwezig waren. De verdachte voerde vervolgens in de auto van [naam medeverdachte 1] een telefoongesprek met een onbekend gebleven man die aangaf dat het gemaakte beeldmateriaal onvoldoende was en dat de verdachte opnieuw naar de luchthaven moest gaan om een video te maken ‘met een papiertje (fon) Ferrari en de datum (fon)’. De verdachte ging daarop samen met [naam medeverdachte 3] terug naar de loods. De verdachte liep vervolgens met een wit papier voor zich uit en maakte ondertussen video-opnamen. Daarna verlieten zij samen het beveiligde gebied van de luchthaven.
De verdachte heeft ter terechtzitting voornoemde feiten en omstandigheden erkend. Hij heeft evenwel ontkend dat hij wist dat deze foto’s en video-opnamen voorbereidingen betroffen voor de invoer van cocaïne. De verdachte heeft verklaard dat hij zijn vliegbrevet wilde halen en dat hij daarom de loods op de luchthaven Lelystad wilde bezichtigen. De piloot zou hem in de loods alles uitleggen over de opleiding. In de auto heeft hij gewoon meegepraat met [naam medeverdachte 1] ook al wist hij niet steeds waar [naam medeverdachte 1] het over had.
De rechtbank overweegt dat [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij geld van [naam 2] had gekregen voor [naam medeverdachte 3] , zodat iemand, naar later bleek de verdachte, de loods op het vliegveld in Lelystad mocht bezichtigen om te zien of het mogelijk was om het plan van [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] om drugs binnen te brengen op die luchthaven, daadwerkelijk uit te voeren. [naam medeverdachte 1] heeft de verdachte daartoe op 13 september 2023 in Amsterdam opgehaald en is met hem naar hotel [hotelnaam] in Lelystad gereden. Vervolgens zijn zij door [naam medeverdachte 3] naar het pand op de luchthaven Lelystad gebracht. [naam medeverdachte 3] heeft de verdachte zijn gegevens, visitekaartje, documenten op A4tjes en een rondleiding gegeven. De verdachte heeft een video gemaakt.
De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] te twijfelen, nu [naam medeverdachte 1] er geen (kenbaar) belang bij heeft om de verdachte te belasten en hij ook zichzelf belast in deze verklaring.
Daarbij komt dat deze verklaring van [naam medeverdachte 1] bevestiging vindt in de bewijsmiddelen. Immers, in OVC-gesprekken tussen [naam medeverdachte 1] en de verdachte op 13 september 2023 in de auto van [naam medeverdachte 1] , waarin [naam medeverdachte 1] en de verdachte de rondleiding en het filmen bespreken, vertelt [naam medeverdachte 1] aan de verdachte dat ‘het van een groot iemand in Colombia’ is. Later zegt een onbekend persoon aan de telefoon tegen de verdachte, die nog in de auto bij [naam medeverdachte 1] zit, dat de verdachte moet teruggaan om een video te maken met ‘die Ferrari met de datum’ en dat het niet voor de onbekende man zelf is, maar ‘het is voor (…) daarboven’. De verdachte zegt dan tegen deze onbekende man: ‘Op video heb ik laten zien (…) ingang naar de buitenkant waar hij gaat landen (…) en waar die geparkeerd wordt, waar hij uithaalt (…)’.
De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat cocaïne (onder meer) afkomstig is uit Colombia en dat de term ‘uithalen’ wordt gebruikt voor de situatie waarbij iemand verdovende middelen uit een vliegtuig of container of iets dergelijks haalt. Uit voornoemde gesprekken leidt de rechtbank verder af dat de verdachte in opdracht van iemand van hogerhand is teruggegaan naar de loods om een nieuwe video te maken.
De rechtbank is van oordeel dat het – mede in het licht van de overige onderzoeksbevindingen – niet anders kan dan dat deze OVC-gesprekken zien op het voorbereiden van een transport waarbij het de bedoeling was om cocaïne in te voeren op de luchthaven Lelystad en dat de handelingen van de verdachte ook daarop gericht waren en dat hij, gelet op zijn uitlatingen in voornoemde OVC-gesprekken, niet enkel meepraatte met [naam medeverdachte 1] , terwijl hij niet wist waar het over ging, zoals hij heeft gesteld.
Daarbij overweegt de rechtbank dat de verdachte, ook desgevraagd, niet heeft geconcretiseerd wat hij met [naam medeverdachte 3] op het vliegveld heeft besproken over de vlieglessen of het behalen van een vliegbrevet. In voornoemde OVC-gesprekken wordt, behoudens de opmerking van [naam medeverdachte 1] dat ‘hij zijn zoontje vliegles gaat geven’ en dat de verdachte antwoordde dat hij dat vroeger ook wilde, ook niet gesproken over vlieglessen of een vliegbrevet voor de verdachte. Bovendien bevond zich in de door [naam medeverdachte 3] gehuurde loods op de luchthaven Lelystad geen vliegschool en blijkt uit de (openbaar toegankelijke) website van het bedrijf van [naam medeverdachte 3] ‘ [bedrijfsnaam] ’ dat dit geen vliegschool betreft. De Koninklijke Marechaussee heeft op grond van onderzoek vastgesteld dat [naam medeverdachte 3] geen piloot is en dat hij ook niet bevoegd is om vliegles te geven (Map E01- p. 415 e.v.). De verklaring van de verdachte dat hij alleen gefilmd zou hebben in de loods om zeker te weten dat alles in orde was met de vlieglessen, wekt bevreemding nu de verdachte desgevraagd ook heeft verklaard verder helemaal geen onderzoek, online of anderszins, te hebben gedaan naar het bestaan van de vliegschool.
De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dan ook niet aannemelijk en acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat hij wist dat hij op 13 september 2023 foto’s en video-opnamen op de luchthaven Schiphol maakte ter voorbereiding en ter bevordering van de invoer van verdovende middelen.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte in de ten laste gelegde periode voorbereidingshandelingen heeft verricht die zagen op de invoer van 2.000 kilogram cocaïne op de luchthaven Lelystad. De verdachte had daarbij een belangrijke rol, omdat hij medeverdachten voorzag van essentiële informatie om het transport via de luchthaven Lelystad voor te bereiden en te bevorderen. De rechtbank acht zijn bijdrage daarmee van voldoende gewicht om de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders bewezen te achten. Nu de verdachte met zijn handelingen op 13 september 2023 als medepleger nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten tot de voorbereiding en bevordering van de invoer van cocaïne in de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 zal de rechtbank die periode bewezen verklaren, en niet enkel 13 september 2023, zoals de officier van justitie heeft voorgesteld.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat
hij op meer tijdstippen in de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 2.000 kilogram cocaïne , zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/ te bevorderen,
- anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en
- zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen en vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten of ernstig redenen hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat dat feit,
immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders
- telefoons voorhanden gehad en
- telefonisch en via (versleutelde) berichten en via e-mailberichten en in persoon informatie uitgewisseld over en afspraken gemaakt over:
• de datum, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne per (privé)vliegtuig op de luchthaven Lelystad zou kunnen arriveren en
• de betalingen en de beloningen voor het mogen betreden en bekijken en opnemen en gebruiken van een loods voor (privé)vliegtuigen op het beveiligde deel van de luchthaven Lelystad en
• het aanschaffen voertuigen (Renaults met kentekens [kenteken 1] en
[kenteken 2] ) en een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen en een trekstang en een koppelstuk voor het verslepen van het vliegtuig en
• de wijze, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne van de luchthaven Lelystad zou worden vervoerd,
en
- voornoemde loods voor (privé)vliegtuigen op het beveiligde deel van de luchthaven Lelystad bezocht en aldaar foto’s en video-opnamen gemaakt en deze foto’s en video-opnamen verstuurd naar opdrachtgevers en investeerders en
- een pilotenuniform aangeschaft en
- twee Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] aangekocht en voorhanden gehad en een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen geregeld en
- één of meer betalingen en borgstellingen gedaan en aangenomen.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, en een ander trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en zich en een ander daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen en gelden voorhanden te hebben waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat die bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
6. Motivering van de sancties
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de periode die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de eventueel op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Een deels voorwaardelijke straf zou zij dan passend vinden.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Door zijn handelingen op 13 september 2023 heeft de verdachte met anderen nauw en bewust samengewerkt aan voorbereidingshandelingen, die zagen op de invoer van cocaïne via de luchthaven van Lelystad en die een periode van zeven maanden besloegen. De verdachte vervulde in de samenwerking met anderen bij het plegen van het feit een belangrijke rol en voorzag andere personen die bij de voorbereiding van de drugstransporten betrokken waren van essentiële informatie door middel van het maken van foto’s en video-opnamen van de loods waar het (privé)vliegtuig zou landen en de cocaïne zou worden uitgehaald. De in het dossier bevindende observaties en tap- en OVC-gesprekken geven een ontluisterende inkijk in de organisatie van grootschalige, internationale drugstransporten en de daarmee gepaard gaande opbrengsten. De rechtbank acht het bewezenverklaarde feit dan ook zeer ernstig. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De verspreiding van en handel in deze verdovende middelen gaat gepaard met vele andere vormen van en ook zeer zware criminaliteit, waaronder levensdelicten en de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. Om de volksgezondheid te beschermen en om de andere vormen van criminaliteit met betrekking tot verdovende middelen te beperken worden dit soort strafbare feiten en ook de voorbereidingshandelingen daarvan met hoge straffen bedreigd.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 12 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder in Nederland voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.
De op te leggen straf
De rechtbank is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, en de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, in beginsel niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank overweegt evenwel dat zij op grond van het dossier niet voldoende zicht heeft gekregen op de precieze rol van de verdachte in het samenwerkingsverband met de medeverdachten, anders dan zijn betrokkenheid op 13 september 2023. De rechtbank ziet daarom, alsmede in het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aanleiding om de verdachte niet te veroordelen tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, die de duur van de reeds door hem in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd overstijgt.
De rechtbank zal de verdachte in plaats daarvan veroordelen tot een forse taakstraf en een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar, zodat de verdachte zich bewust wordt van de ernst van zijn handelen en om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen moet worden opgelegd, waarvan 347 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren.
De rechtbank acht daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren passend en geboden.
7. In beslag genomen en niet teruggegeven goederen
Onder de verdachte is in beslag genomen:
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van de onder 1 en 2 in beslag genomen goederen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft teruggave van de in beslag genomen en niet teruggegeven goederen verzocht.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen, te weten:
dienen te worden verbeurd verklaard nu vast is komen te staan dat het bewezenverklaarde met behulp van deze goederen is begaan en ook overigens aan de voorwaarden van artikel 33a Sr is voldaan.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
33, 33a, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
2, 10 en 10a van de Opiumwet.
9. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 347 (driehonderdzevenenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 240 (tweehonderdveertig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Buiskool, voorzitter,
mr. S.J. Riem en mr. C.M.A.V. van Kleef, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2026.