ECLI:NL:RBNHO:2026:1838

ECLI:NL:RBNHO:2026:1838

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 26-01-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 15-205008-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlemmermeer

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door de haren van aangever vast te pakken en hieraan te trekken. Overschrijding redelijke termijn met acht maanden. De rechtbank legt een voorwaardelijke geldboete op van 700 euro, met een proeftijd van één jaar. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15-205008-23 (P)

Uitspraakdatum: 26 januari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[woonadres].

De politierechter heeft ter terechtzitting van 4 september 2025 de zaak naar de Meervoudige strafkamer verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. K. Leyendeckers, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P. Metgod, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 8 maart 2023 te Heemskerk [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] bij zijn haren vast te pakken en hem over de grond te slepen en/of aan zijn haren te trekken.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, met uitzondering van het bestandsdeel ‘hem over de grond te slepen’.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen opzet had op de mishandeling. Subsidiair heeft zij vrijspraak bepleit, omdat de verdachte rechtmatig heeft gehandeld ten behoeve van een burgeraanhouding.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast. Op 8 maart 2023 heeft in de Jumbo supermarkt in Heemskerk een incident plaatsgevonden. De aangever werd ervan verdacht dat hij niet al zijn producten had afgerekend bij de zelfscankassa. Een medewerkster bij de zelfscankassa heeft hierop collega’s opgeroepen ter ondersteuning. Vervolgens kwamen meerdere winkelmedewerkers ter plaatse, waaronder de verdachte. Uit de (beschrijving van de) camerabeelden volgt dat zij met gebaren aan de aangever probeerden duidelijk te maken dat hij mee moest naar achteren. Ter zitting heeft de verdachte hierover verklaard dat hij in het Engels tegen de aangever heeft gezegd dat hij mee moest naar het kantoor, om op de politie te wachten. Uit de camerabeelden volgt dat als dat niet direct lukt de aangever door één van de medewerkers wordt aangeraakt en geduwd. Aangever reageert hier boos en afwerend op. Vervolgens blijkt uit de camerabeelden dat aangever door meerdere medewerkers wordt vastgepakt en door de winkel wordt meegenomen, waarbij de aangever zich bleef verzetten. Op enig moment houdt de aangever zich vast aan een plastic boom in de winkel, waarna een worsteling plaatsvindt tussen meerdere winkelmedewerkers, een klant die te hulp schiet en de aangever, waarna de aangever op de grond terechtkomt. Op het moment dat aangever op de grond ligt, wordt hij vastgehouden door meerdere personen, waaronder de verdachte. Ter zitting zijn de camerabeelden (bestand 20230308-174835) getoond, hebben partijen zich daarover kunnen uitlaten en heeft de rechtbank waargenomen (aanvullend op het proces-verbaal van de politie over de beelden) dat de verdachte de haren van aangever vastpakt en hieraan trekt op het moment dat aangever op de grond ligt.

Opzet op de mishandeling

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verdachte opzet had op het mishandelen van aangever. Niet is komen vast te staan dat de verdachte de aangever pijn of letsel wilde toebrengen. Vol opzet op mishandeling kan daarom niet worden aangenomen.

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het mishandelen van aangever. Daarvoor moet sprake zijn van een bewuste aanvaarding door de verdachte van de aanmerkelijke kans op pijn of letsel. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

De rechtbank stelt op basis van de beelden vast dat de verdachte de lange haren van aangever vastpakt, achteruit loopt terwijl hij de haren vastheeft en op deze manier met enige kracht aan de haren van aangever trekt. Uit de aangifte blijkt dat aangever hiervan pijn heeft ondervonden.

Naar algemene ervaringsregels kan het trekken aan haren, zeker als het met enige kracht gebeurt, pijn doen. Het handelen van verdachte levert naar het oordeel van de rechtbank dan ook een aanmerkelijke kans op mishandeling op. Naar de uiterlijke verschijningsvorm te oordelen heeft de verdachte met de hiervoor omschreven handelingen die aanmerkelijke kans op pijn bij de aangever ook bewust aanvaard.

Dit betekent dat bij de verdachte sprake was van opzet op de mishandeling, in voorwaardelijke vorm.

Burgeraanhouding

Het subsidiair gedane beroep op een rechtmatige burgeraanhouding raakt hier aan de bewijsvraag, omdat met de term ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van strafrecht (Sr) mede de wederrechtelijkheid van de gedraging tot uitdrukking wordt gebracht (HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:BQ6690).

Op grond van artikel 53 Wetboek van Strafvordering (Sv) is het een burger toegestaan om tot aanhouding over te gaan, mits sprake is van een geval van ontdekking op heterdaad en de aanhouding tot doel heeft de verdachte onverwijld over te dragen aan een opsporingsambtenaar. In het geval van een dergelijke 'burgeraanhouding' mogen die handelingen worden verricht die in de gegeven omstandigheden noodzakelijk zijn om de verdachte onder controle te krijgen, waar nodig met gepaste dwang of geweld, teneinde hem (onverwijld) te kunnen overdragen aan een opsporingsambtenaar. De vraag welke handelingen in het geval van een dergelijke 'burgeraanhouding' mogen worden verricht teneinde de verdachte onder controle te krijgen en hem te kunnen overdragen aan een opsporingsambtenaar dient te worden beantwoord aan de hand van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Van de ene persoon mag in dit verband op grond van zijn hoedanigheid of bijzondere vaardigheden meer worden gevergd op het vlak van de proportionaliteit dan van een ander, waarbij de proportionaliteitseis ertoe strekt te beoordelen of het optreden niet in onredelijke verhouding staat tot het te bereiken doel (HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:304).

De rechtbank stelt vast dat de verdachte ter ondersteuning werd gevraagd in verband met een verdenking van winkeldiefstal gepleegd door aangever. Uit de beschrijving van de beelden blijkt dat aangever zich op meerdere plaatsen in de winkel en gedurende enige tijd hevig verzette tegen meerdere personen die hem mee wilden nemen naar het kantoor van de winkel om te wachten op de politie. Echter, op het moment dat de verdachte de haren van aangever vastpakte en daaraan trok, lag aangever al op de grond en werd hij door meerdere personen op de grond en onder controle gehouden. De gedraging van de verdachte, het haren vasthouden en hieraan trekken, voldoet daarmee niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er bestond in de hierboven beschreven situatie geen noodzaak (meer) om aangever onder controle te brengen door zijn haren vast te pakken en daaraan te trekken. Ook stond deze gedraging niet in verhouding tot het te bereiken doel. Aangever lag immers al op de grond en werd vastgehouden totdat de politie kwam. Van een gerechtvaardigd handelen ten behoeve van een burgeraanhouding is naar het oordeel van de rechtbank daarom geen sprake geweest. Het beroep daarop zal worden verworpen.

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte de aangever ook aan zijn haren over de grond heeft gesleept, zodat hij van dit onderdeel in de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 8 maart 2023 te Heemskerk [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] bij zijn haren vast te pakken en aan zijn haren te trekken.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en kwalificatie

Er is geen (andere) omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

Mishandeling.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 50 uren met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte een voorwaardelijke geldboete op te leggen, met een proeftijd van één jaar.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door de haren van aangever vast te pakken en hieraan te trekken. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de aangifte blijkt ook dat het voor aangever een angstige situatie was. De mishandeling vond bovendien plaats in een supermarkt op klaarlichte dag met winkelend publiek eromheen en kon daardoor zorgen voor gevoelens van onveiligheid.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 25 november 2025. Hieruit blijkt dat hij voorafgaand aan het ten laste gelegde feit niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 27 november 2023. De reclassering acht interventies of toezicht niet noodzakelijk en adviseert een afdoening zonder gedragsaanwijzingen of bijzondere voorwaarden.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn geëindigd als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Die termijn bedraagt in beginsel twee jaar. De redelijke termijn in deze zaak is aangevangen op 15 mei 2023; de datum waarop de verdachte voor het eerst door de politie is verhoord en waarop de verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van de verdenking strafvervolging zou worden ingesteld. Op 26 januari 2026, de datum van dit vonnis, is de redelijke termijn met acht maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de verdachte valt toe te rekenen en zal deze overschrijding compenseren in de straftoemeting.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die bij mishandeling bestaande uit een droge klap of schop uitgaan van een geldboete van 700 euro. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn reden om geen onvoorwaardelijke geldboete meer op te leggen.

Alles afwegende is de rechtbank dan ook van oordeel dat een geldboete van 700 euro moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze geldboete vooralsnog niet hoeft te worden voldaan en zal daaraan een proeftijd verbinden van één jaar, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7. Vordering benadeelde partij

Inhoud van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 500,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade geheel voor vergoeding in aanmerking komt.

De verdediging heeft primair verzocht de vordering af te wijzen, gelet op de verzochte vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering te matigen en heeft ter onderbouwing verwezen naar soortgelijke uitspraken.

Oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd, omdat uit het dossier en de vordering niet blijkt van vastgesteld lichamelijk letsel als gevolg van het haren vasthouden en trekken door de verdachte.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij geen gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat hij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij niet met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor hem heeft gehad. Het enkele feit dat de benadeelde partij aan zijn haren is gepakt en eraan is getrokken waardoor hij pijn heeft gehad, is hiervoor onvoldoende, mede gelet op het feit dat er daarvoor reeds een worsteling had plaatsgevonden waarbij meerdere personen betrokken waren. Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.

De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 63, 300 Sr.

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 700,- (zevenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op één jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.E. Voorberg, voorzitter,

mr. A. Buiskool en mr. S. Mac Donald, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.D.C. Schoenmaker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.E. Voorberg
  • mr. A. Buiskool
  • mr. S. Mac Donald

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?