RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11680702 \ CV EXPL 25-2916
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] 2. [eiser 2]3. [eiser 3]4. [eiser 4]5. [eiser 5]allen wonende te [plaats]. eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen, Duitsland
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie en vergoeding van de kosten van maaltijden en verfrissingen van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vordering tot vergoeding van de maaltijdkosten is door de vervoerder erkend en wordt toegewezen. Voor de compensatie doet de vervoerder een beroep op buitengewone omstandigheden. Dat verweer hebben de passagiers niet weersproken. Daarom wordt de gevorderde compensatie afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Frankfurt, Duitsland, naar Ljubljana, Slovenië, met vluchtcombinatie LH987 en LH1462.
De vervoerder heeft vlucht LH987 van Amsterdam naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie en vergoeding van kosten van verzorging van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.577,70, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 236,66 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. Daarnaast vorderen zij vergoeding van de kosten van maaltijden en verfrissingen van € 327,70.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. De vordering tot vergoeding van de kosten van de maaltijden en verfrissingen heeft hij erkend.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Omdat de vervoerder de vordering tot vergoeding van de kosten van de maaltijden en verfrissingen heeft erkend, zal deze worden toegewezen.
De wettelijke rente over deze kosten is niet toewijsbaar vanaf de datum van de vlucht omdat de vervoerder op dat moment nog niet in verzuim was. Voor het intreden van het verzuim is een schriftelijke ingebrekestelling vereist waarin de vervoerder een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. De vervoerder is na afloop van die termijn in verzuim. De passagiers hebben niet gesteld op welk moment de termijn in de ingebrekestelling is verlopen. Daarom wordt de wettelijke rente over dit gedeelte van de hoofdsom toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
Vast staat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, met name een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De passagiers hebben dat niet betwist. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Ook heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De passagiers hebben dit evenmin weersproken. Daarom zal de gevorderde compensatie (en de daarover gevorderde rente) worden afgewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Gelet op de toewijsbare hoofdsom is het gevorderde bedrag hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 59,48 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.
De passagiers zullen grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 387,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 april 2025 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter