RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11881459 \ CV FORM 25-6118
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
verzoekende partij
verder te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Ryanair DAC
gevestigd te Dublin, Ierland
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
De zaak in het kort AirHelp heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. Zij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een passagier het vorderingsrecht daartoe aan haar heeft overgedragen. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre de beperkingen van de luchtverkeersleiding van een dag eerder doorwerkten op de vlucht in kwestie en dat hij daarom geen andere mogelijkheden had dan het vertraagd uitvoeren van de vlucht. Het verweer slaagt daarom niet en het verzoek van AirHelp wordt (grotendeels) toegewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 28 juni 2024 vervoeren van Malaga, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht FR2334 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan haar heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,-.
De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De vervoerder heeft verzocht om de procedure samen te voegen met negen andere procedures. Dit verzoek zal worden afgewezen. Daarbij kan in het midden blijven of is voldaan aan de wettelijke eisen voor voeging. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat voeging van de zaken in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Alle zaken staan al voor beschikking, waardoor partijen geen procesbelang meer hebben bij voeging van de zaken (zoals het gezamenlijk kunnen indienen van processtukken). Daarnaast zou het een tussenbeschikking vergen om de zaken te voegen, hetgeen onnodige vertraging zou veroorzaken.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht (geldig) overgedragen aan AirHelp
De vervoerder betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen. Hij voert aan dat het doel van de Verordening is om een hoog niveau van bescherming voor passagiers te bieden. Het eventuele recht op compensatie heeft een hoogstpersoonlijk karakter, namelijk een vergoeding voor het persoonlijk geleden ongemak (tijdverlies). De aard van het vorderingsrecht verzet zich daarom tegen overdracht, waardoor AirHelp niet-ontvankelijk is in haar vordering, aldus de vervoerder.
Dit verweer slaagt niet. De overdraagbaarheid van een vordering op grond van de Verordening is niet in de Verordening uitgesloten, terwijl een dergelijke vordering tot compensatie in het algemeen niet zozeer aan de persoon van de schuldeiser is gebonden dat zij naar haar aard niet voor overdracht vatbaar is. Evenmin is gesteld of gebleken dat partijen de overdraagbaarheid van hun vorderingsrechten bij beding hebben uitgesloten. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan dit verweer van de vervoerder. De kantonrechter ziet vanwege het voorgaande ook geen reden om over deze materie prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, zoals verzocht door de vervoerder.
Het betoog dat het vorderingsrecht niet (geldig) is overgedragen omdat het overdrachtsdocument vermeldt dat het zou moeten gaan om schadevergoeding en de compensatie volgens de rechtspraak van het Hof geen schadevergoeding is, slaagt evenmin. Het overdrachtsdocument vermeldt immers ook dat het recht op ‘compensatie’ wordt overgedragen.
Hetzelfde geldt voor het betoog dat het tekenen op de website van AirHelp haar alleen toestemming zou geven om de handtekening te tonen op het overdrachtsdocument in plaats van het overdrachtsdocument daadwerkelijk te tekenen. Op de website staat immers dat de handtekening op het overdrachtsdocument zal worden geplaatst, waardoor dit feitelijk neerkomt op het tekenen van het document. Al met al heeft de passagier zijn eventuele vorderingsrecht daarmee (geldig) overgedragen aan AirHelp.
De vertraging van de vlucht was niet het gevolg van buitengewone omstandigheden
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat er op de dag voorafgaand aan de vluchtdatum sprake was van een grootschalige verstoring door beperkingen door de luchtverkeersleiding. In totaal waren er 70 vluchten met langdurige vertraging en moesten 94 vluchten worden geannuleerd. Het toestel dat gepland stond om de vlucht in kwestie uit te voeren kreeg op die dag ook steeds latere vertrektijden opgelegd. Als gevolg daarvan kon het niet terugkeren naar Malaga. Omdat er in totaal 16 toestellen niet op de basis waren, heeft de vervoerder het vluchtschema op de dag van de vlucht in kwestie moeten herzien, om zo veel mogelijk vluchten uit te kunnen voeren. Uiteindelijk heeft de vervoerder een ander toestel ingezet voor de vlucht in kwestie. Dit was echter pas beschikbaar na het uitvoeren van een aantal andere vluchten. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar verschillende rapporten.
Het betoog van de vervoerder slaagt niet. Weliswaar heeft hij met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren op de vluchtdatum niet direct in Malaga aanwezig was vanwege beperkingen van de luchtverkeersleiding en kan dit onder omstandigheden als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt, maar hij heeft onvoldoende toegelicht in hoeverre deze beperkingen vervolgens doorwerkten op de vlucht in kwestie. Deze stond immers pas gepland om om 17:25 uur te vertrekken, zodat er tijd was om maatregelen te treffen.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarom onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het onmogelijk was om het toestel alsnog voor die tijd in te vliegen dan wel om een ander toestel in te zetten dat met minder vertraging aan zou komen. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de vertraging van de vlucht in kwestie. Deze was immers (mede) het gevolg van operationele beslissingen van de vervoerder. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom zal de door AirHelp verzochte compensatie worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
AirHelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. AirHelp heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze grotendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
Op verzoek van AirHelp zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan griffierecht en € 87,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open