RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11920058 \ CV FORM 25-6915
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
3. [verzoeker 3]
allen wonende te [plaats]verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van de vertraging van een eerdere vlucht. Hierdoor zou de rotatievlucht waar de vlucht in kwestie onderdeel van was het nachtregime van Schiphol schenden. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd in hoeverre de vertraging van de eerdere vlucht doorwerkte op de vlucht in kwestie, wat het nachtregime van Schiphol inhoudt en waarom het vervolgens noodzakelijk was om de vlucht in kwestie te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 13 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Praag, Tsjechië, met vlucht U27929, dan wel EJU7929 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Praag – Amsterdam. Voorafgaand aan deze rotatievlucht moest het toestel dat deze rotatievlucht uit zou voeren, eerst vlucht EZY1754 van Nice naar Amsterdam uitvoeren. Vlucht EZY1754 liep een vertraging van 2 uur en 24 minuten op door een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Door deze vertraging was het niet meer mogelijk om de rotatievlucht Amsterdam – Praag – Amsterdam uit te voeren vóór het nachtregime van Schiphol, dat om 21.00 uur UTC ingaat. Daarom heeft de vervoerder besloten de vlucht in kwestie te annuleren.
Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het midden blijven in hoeverre de vertraging van vlucht EZY1754 van Nice naar Amsterdam het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft namelijk onvoldoende onderbouwd waarom het vervolgens noodzakelijk was om de vlucht in kwestie te annuleren. Volgens de vervoerder stond de vlucht in kwestie immers gepland om om 16:35 uur UTC te vertrekken. Dit betekent dat ook als de vertraging van vlucht EZY1754 van 2 uur en 24 minuten volledig door zou werken op de vlucht in kwestie, de vlucht in kwestie dus niet het nachtregime van Schiphol zou schenden.
Voor zover de vervoerder heeft beoogd aan te voeren dat de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden omdat de daaropvolgende vlucht van Praag naar Amsterdam het nachtregime van Schiphol dreigde te schenden, slaagt dit betoog evenmin. Ook als dit vast zou komen te staan, blijkt daaruit immers niet zonder meer dat ook de vlucht in kwestie geen (vertraagde) doorgang kon vinden. Bovendien heeft de vervoerder in het geheel niet toegelicht wat het nachtregime van Schiphol inhoudt en in hoeverre het onmogelijk zou zijn geweest om na het ingaan daarvan te landen op Schiphol. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering van de vlucht in kwestie en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 862,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 144,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open