RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11920080 \ CV FORM 25-6916
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de buitenlandse vennootschap
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij de passagier na de annulering van de vlucht een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift
2. De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 13 oktober 2023 vervoeren van Kopenhagen, Denemarken, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7940 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten:- de proceskosten.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.
De passagier voert aan dat de vervoerder hem na de annulering geen enkele vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. De vervoerder heeft slechts een link toegestuurd om naar een vlucht te zoeken. Toen de passagier op deze link geklikt had werd echter aangegeven dat er geen vlucht beschikbaar was. Weliswaar heeft de vervoerder daar tegenin gebracht dat er binnen 24 uur geen vluchten van hemzelf beschikbaar waren, maar daaruit blijkt niet dat er ook geen vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen waren. Bovendien zou, ook als vast zou komen te staan dat er geen enkele alternatieve vlucht op de volgende dag beschikbaar was, dit hem alsnog niet ontslaan van zijn verplichting om alternatief vervoer te bieden (bijvoorbeeld naar een andere luchthaven of op een later tijdstip). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarom onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer beschikbaar te stellen. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen.
Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagier moet compenseren. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 87,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open