RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11881351 \ CV FORM 25-6113
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
verzoekende partij
verder te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Ryanair DAC
gevestigd te Dublin, Ierland
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
De zaak in het kort AirHelp heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. Zij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een passagier het vorderingsrecht daartoe aan haar heeft overgedragen. Omdat de vervoerder geen ander verweer heeft gevoerd wordt het verzoek van AirHelp (grotendeels) toegewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 28 juni 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Dublin, Ierland, met vlucht FR3007 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan haar heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,-.
De vervoerder voert verweer. Hij betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De vervoerder betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen. Hij voert aan dat het doel van de Verordening is om een hoog niveau van bescherming voor passagiers te bieden. Het eventuele recht op compensatie heeft een hoogstpersoonlijk karakter, namelijk een vergoeding voor het persoonlijk geleden ongemak (tijdverlies). De aard van het vorderingsrecht verzet zich daarom tegen overdracht, waardoor AirHelp niet-ontvankelijk is in haar vordering, aldus de vervoerder.
Dit verweer slaagt niet. De overdraagbaarheid van een vordering op grond van de Verordening is niet in de Verordening uitgesloten, terwijl een dergelijke vordering tot compensatie in het algemeen niet zozeer aan de persoon van de schuldeiser is gebonden dat zij naar haar aard niet voor overdracht vatbaar is. Evenmin is gesteld of gebleken dat partijen de overdraagbaarheid van hun vorderingsrechten bij beding hebben uitgesloten. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan dit verweer van de vervoerder. De kantonrechter ziet vanwege het voorgaande ook geen reden om over deze materie prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, zoals verzocht door de vervoerder.
Het betoog dat het vorderingsrecht niet (geldig) is overgedragen omdat het overdrachtsdocument vermeldt dat het zou moeten gaan om schadevergoeding en de compensatie volgens de rechtspraak van het Hof geen schadevergoeding is, slaagt evenmin. Het overdrachtsdocument vermeldt immers ook dat het recht op ‘compensatie’ wordt overgedragen.
Hetzelfde geldt voor het betoog dat het tekenen op de website van AirHelp haar alleen toestemming zou geven om de handtekening te tonen op het overdrachtsdocument in plaats van het overdrachtsdocument daadwerkelijk te tekenen. Op de website staat immers dat de handtekening op het overdrachtsdocument zal worden geplaatst, waardoor dit feitelijk neerkomt op het tekenen van het document. Al met al heeft de passagier zijn eventuele vorderingsrecht daarmee (geldig) overgedragen aan AirHelp.
De vervoerder heeft voor het overige geen verweer gevoerd. De hoofdsom en daarover verzochte wettelijke rente zullen daarom worden toegewezen.
AirHelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. AirHelp heeft onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
Op verzoek van AirHelp zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan griffierecht en € 43,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open