RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11590454 \ CV EXPL 25-1640
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1]
2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Emirates
gevestigd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een sluiting van de luchthaven vanwege een cycloon. Het verweer slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 19 februari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, naar Port Louis, Mauritius, met vluchtcombinatie EK148 en EK701.
De vervoerder heeft vlucht EK701 van Dubai naar Port Louis (hierna: de vlucht) geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf vanaf de dag van annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder stelt dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege buitengewone omstandigheden, namelijk de sluiting van de luchthaven door een cycloon op Mauritius. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat dit vast staat.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging door) de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering niet kon voorkomen omdat hij geen invloed had op de weersomstandigheden en de sluiting van de luchthaven. De vervoerder heeft de passagiers verzocht om contact op te nemen met hun reisbureau om de mogelijkheden voor alternatieven te bespreken omdat het niet duidelijk was hoe lang de weersomstandigheden aan zouden hadden en wat het effect zou zijn op het eiland. Daarom was het op dat moment ook niet mogelijk om de passagiers om te boeken op een andere vlucht.
De passagiers betwisten dit. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat hij hen de keuze had moeten bieden tussen een alternatieve vlucht en terugbetaling van de ticketkosten. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat hij op de dag van de annulering niet mogelijk was om de passagiers een alternatieve vlucht aan te bieden. De passagiers hadden kunnen kiezen voor vervoer op een later moment maar hebben daar niet voor gekozen. De passagiers hebben in overleg met het reisbureau gekozen voor een andere reis en terugbetaling van de vliegtickets.
De kantonrechter overweegt dat als onbetwist vast staat dat het voor de vervoerder niet mogelijk was om de annulering te voorkomen. Eveneens staat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat het op de dag van de annulering van de vlucht niet mogelijk was om de passagiers om te boeken op een alternatieve vlucht. Daarom valt niet in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Omdat het hier om een pakketreis gaat was de keuze van de vervoerder om te verwijzen naar het reisbureau voor alternatieve mogelijkheden dan ook niet onbegrijpelijk. Daarbij hebben de passagiers zelf gekozen om een andere reis te boeken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee alle redelijke maatregelen getroffen. Daarom zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter