ECLI:NL:RBNHO:2026:2009

ECLI:NL:RBNHO:2026:2009

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 15/308976-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlemmermeer

Samenvatting

Invoer van cocaïne en medeplegen van invoer cocaïne. Overweging t.a.v. het medeplegen. Gevangenisstraf van 20 maanden m.a.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/308976-25

Uitspraakdatum: 2 maart 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 februari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] (post- en correspondentieadres),

nu gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.K.M. Thuijs, en van wat door de verdachte en zijn raadsman, mr. E.J. Huizinga, advocaat te Haarlem, naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort gezegd – het volgende ten laste gelegd.

Feit 1: het invoeren van cocaïne op 17 november 2025 op Schiphol;

Feit 2:

Primair: het medeplegen van invoer van cocaïne op 9 november 2025 op Schiphol;

Subsidiair: het voorbereiden van het invoeren van cocaïne in de periode van 24 oktober 2025 tot en met 9 november 2025 te Schiphol en/of Suriname.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 primair, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte als medepleger kan worden gezien. Hij heeft enkel als doorgeefluik gefungeerd en zijn rol daarbij is minimaal geweest.

Het oordeel van de rechtbank

Het bewijs voor feit 1

De rechtbank komt allereerst tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde. Aangezien de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak hiervoor is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot een bewezenverklaring is gekomen.

De hierna te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Feit 1:

De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 16 februari 2026;

Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 19 november 2025 (digitale dossierpagina 103 e.v.);

Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 20 november 2025 (digitale dossierpagina 110 e.v.).

Het bewijs voor feit 2 primair

De rechtbank komt ook tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde feit. De rechtbank grondt deze beslissing op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen (zie bijlage 2) en op de onderstaande motivering.

Inleiding

Op 9 november 2025 wordt op Schiphol aangehouden de Poolse heer [medeverdachte] (hierna: “[medeverdachte]”), komende vanuit Suriname. Bij hem worden 103 slikkersbollen aangetroffen met daarin in totaal netto 991,40 gram cocaïne.

Juridisch kader

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat de verdachte bij de invoer door [medeverdachte] betrokken is geweest als medepleger dan wel (subsidiair) meer op afstand bij de voorbereiding van die invoer.

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, in dit geval [medeverdachte]. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte samen met [medeverdachte] op 27 oktober 2025 is afgezet op Schiphol. Zij lopen vervolgens samen de vertrekhal binnen, zijn veelvuldig met elkaar in gesprek, wachten op elkaar na het inchecken en vervolgen samen hun weg. In de mobiele telefoon van [medeverdachte] is een foto van hem en de verdachte aangetroffen die is gemaakt op 6 november 2025. De rechtbank concludeert daaruit dat zij met elkaar zijn opgetrokken in Suriname. Verder blijkt daaruit dat [medeverdachte] op 9 november 2025 rond 04:17 uur contact heeft met de verdachte en vraagt om het nummer van een persoon, waarop de verdachte reageert: He will call you. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij wel een vermoeden had dat de reis van [medeverdachte] naar Schiphol op 9 november 2025 om verdovende middelen ging. Diezelfde dag om 06:45 uur belt de verdachte drie keer naar [medeverdachte] en stuurt hij, nadat hij geen contact met [medeverdachte] kan krijgen: You can take a taxi to Rotterdam. [adres 2] He pay taxi en Message me when you are outside. Om 07:09 uur en 07:21 uur belt de verdachte wederom naar [medeverdachte]. Diezelfde dag, om 07:11 uur, is [medeverdachte] aangehouden met slikkersbollen met daarin een forse hoeveelheid cocaïne.

Nadat de verdachtes op 17 november 2025 zelf met slikkersbollen is aangehouden op Schiphol, is zijn mobiele telefoon onderzocht. Daarin zijn chatberichten aangetroffen tussen de verdachte en een contact genaamd ‘[naam 1]’, met telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit telefoonnummer is bij het onderzoeksteam ambtshalve bekend als in gebruik bij een persoon genaamd “[naam 2]. De berichten tussen hen begonnen op 14 juli 2025 en eindigden op 16 november 2025. Uit die berichten blijkt dat de verdachte aan [naam 2] doorgeeft dat hij een Poolse man heeft gevonden, vermoedelijk om verdovende middelen te laten slikken. Op 9 november 2025 – de dag dat [medeverdachte] is aangehouden op Schiphol – is er veelvuldig contact tussen de verdachte en [naam 2]. Onder meer vraagt de verdachte: Wie haalt hem op? Is al geland, Die gasten reageren niet en Hem (de rechtbank begrijpt [medeverdachte]) is niks verteld. Ook stuurt de verdachte een screenshot van het gesprek tussen hem en [medeverdachte] door naar [naam 2], waarop [naam 2] vraagt: Heb je die man nog niet gehoord. Wat denk je. Waarop de verdachte antwoord: één streepje nu. Niet goed. Ook heeft de verdachte berichten gewisseld met een persoon opgeslagen als “[naam 3]”. Volgens de verdachte had hij met die persoon ook contact over zijn eigen smokkel op 17 november 2025. Uit die berichten volgt dat de verdachte ook [naam 3] op de hoogte houdt van de reis van [medeverdachte] op 9 november 2025 en een foto van zijn berichten naar [medeverdachte] naar [naam 3] stuurt.

De rechtbank stelt op basis van deze uitvoerige chatberichten vast dat de verdachte wist dat [medeverdachte] op 9 november 2025 cocaïne naar Nederland smokkelde en dat hij hier zelf ook een grote en actieve rol in heeft gespeeld. De verdachte heeft immers contact met personen over ‘een Poolse man’, geeft cruciale instructies van anderen voor de smokkel door aan [medeverdachte], heeft met diverse personen contact over waar [medeverdachte] blijft wanneer hij is geland en probeert daarvoor ook contact met hem te krijgen op het moment van aankomst op Schiphol tot en met het moment dat hij is aangehouden met de cocaïne in zijn lichaam.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij slechts wilde weten of [medeverdachte] ‘er doorheen was’, anderen buiten schot wilden blijven en hij nu met de gebakken peren zit. De rechtbank acht deze verklaring in het licht van alle berichten die de verdachte heeft ontvangen en verstuurd ongeloofwaardig, en gaat hieraan voorbij.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en andere personen, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van de invoer van de drugs waarmee [medeverdachte] reisde op 9 november 2025. De verdachte heeft hieraan een substantiële bijdrage geleverd door te fungeren als cruciaal tussenpersoon. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne op 9 november 2025.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1 hij op 17 november 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht;

Feit 2 hij op 9 november 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2 primair

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht er bij een strafoplegging rekening mee te houden dat de rol van de verdachte bij feit 2 gering is geweest.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich op twee momenten (samen met anderen) schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van respectievelijk 970,20 en 991,40 gram cocaïne. Hij heeft niet alleen zelf cocaïne gesmokkeld, maar enkele dagen daarvoor ook een wezenlijke rol gespeeld in de organisatie van een ander drugstransport. Harddrugs is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheden waren zo groot dat die bestemd moeten zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de met de drugshandel gepaard gaande zware criminaliteit als witwassen, bedreigingen, liquidaties en ander (vuurwapen)geweld. Het is een markt die zeer ontwrichtend is voor de maatschappij. Tegen de invoer van harddrugs wordt daarom streng opgetreden.

De persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het strafblad van de verdachte van 14 januari 2026. Hieruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen voor drugsdelicten. Dit was weliswaar tientallen jaren geleden, waardoor het niet in het nadeel van de verdachte wordt meegenomen, maar de verdachte was hierdoor wel een gewaarschuwd mens en weet dat dit soort feiten streng worden bestraft.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op de hoeveelheid ingevoerde cocaïne en acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). In de onderhavige zaak gaat zij dus niet uit van de – voorlopige – algemene uitgangspunten die deze rechtbank hanteert voor ‘standaard’ drugskoeriers. Dit omdat het bewezenverklaarde in deze zaak verder gaat dan het optreden als koerier en het zwaartepunt van de door de verdachte gepleegde feiten ligt in zijn organiserende rol bij de smokkel door [medeverdachte] op 9 november 2025.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 20 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en onder feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 [twintig] maanden;

bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. Veldheer, voorzitter,

mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. P.A. Hesselink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 maart 2026.

Bijlage 1: de tenlastelegging

Feit 1 hij op of omstreeks 17 november 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer al dan niet opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval aanwezig heeft gehad;

Feit 2 hij op of omstreeks 9 november 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten een hoeveelheid cocaine binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval aanwezig heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 24 oktober 2025 tot en met 9 november 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of elders in Nederland en/of in Suriname tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigenvan een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten een hoeveelheid cocaine- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- (telefonisch) contact te onderhouden en/of afspraken te maken en/of instructies te geven/ontvangen aan/met een of meer medeverdachte(n) omtrent de invoer van een hoeveelheid materiaal bevattende cocaïne en/of- vliegtickets en/of visa te organiseren voor de reis en/of- meermalen (telefonisch) contact te onderhouden met de (mede)verdachte R.M. [medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven personen omtrent de voorbereiding en/of voortgang van de reis van die [medeverdachte] en/of- instructies te geven over hoe te handelen bij aankomst in Nederland en/of de doorreis in Nederland en/of het afleveren van de verdovende middelen en/of een chauffeur te regelen en/of- samen met (mede)verdachte R.M. [medeverdachte] naar Suriname te reizen en/of daar gezamenlijk te verblijven.

Bijlage 2: de bewijsmiddelen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?