beschikking van de kantonrechter
in het bewind van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] ,
[adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
van wie thans bewindvoerder is:
[bewindvoerder] ,
[adres] ,
hierna te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
17 februari 2025,
- de brieven van de griffier aan de bewindvoerder, verzonden op 1 april 2025 en
6 oktober 2025;
Op 11 maart 2025 en op 29 september 2025 heeft een onderhoud met de kantonrechter plaatsgevonden. Daarbij was de bewindvoerder aanwezig, samen met een vriend,
[vriend] .
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. [bewindvoerder] is thans de bewindvoerder van betrokkene. Hij is de broer van betrokkene.
Naar aanleiding van de boedelbeschrijving heeft tweemaal een onderhoud met de kantonrechter plaatsgevonden. Het is de kantonrechter gebleken dat het bewind op verschillende onderdelen niet goed verloopt. Betrokkene heeft geen eigen bankrekening en zijn vermogen is gedeeltelijk vermengd met dat van de bewindvoerder, nu inkomsten en uitgaven van betrokkene via de bankrekening van de bewindvoerder worden gedaan. Bij brief van 1 april 2025 is de bewindvoerder opgedragen om voor betrokkene een bankrekening (op eigen naam) te openen. De gegevens van de bankrekening dienen kenbaar te worden gemaakt bij de relevante instanties en de bewindvoerder moet de inkomsten en uitgaven van betrokkene moet gaan bijhouden ten behoeve van de rekening en verantwoording vanaf het moment dat de rekening is geopend. Ook is de bewindvoerder uitgelegd dat er voor grote uitgaven toestemming van de kantonrechter nodig is. Ook is toestemming van de kantonrechter nodig voor de verkoop van de woning van betrokkene. De bewindvoerder is tot 5 mei 2025 in gelegenheid gesteld het nodige te regelen en om de nodige stukken in te dienen bij de kantonrechter. Dit heeft de bewindvoerder, ondanks herinneringen, niet gedaan.
De bewindvoerder is vervolgens opgeroepen voor een tweede onderhoud op 29 september 2025. Ter zitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de bewindvoerder er niet in is geslaagd om de bankrekening voor betrokkene te openen en om het bestaan van die eigen bankrekening kenbaar te maken bij de betreffende instanties, zoals de uitkeringsinstantie, zodat de uitkering van betrokkene nog steeds niet op zijn eigen rekening wordt ontvangen. Ook is het de kantonrechter duidelijk geworden dat het voor de bewindvoerder lastig is om brieven te begrijpen omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig is.
De kantonrechter heeft de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld de nodige stukken uiterlijk 1 december 2025 in te dienen. Hierbij zou de bewindvoerder inzichtelijk moeten maken dat de uitkering van betrokkene op zijn eigen rekening wordt ontvangen en dat alle uitgaven van betrokkene ook via zijn eigen rekening zouden worden gedaan. Van de bewindvoerder is deze informatie niet ontvangen. Wel heeft de bewindvoerder eind november 2025 contact opgenomen met de griffie omdat hij in de veronderstelling was dat er op 1 december 2025 een zitting plaatsvond. Daarvan was echter geen sprake: op voornoemde datum moesten de stukken worden ingediend. Ook hieruit maakt de kantonrechter op dat de bewindvoerder niet goed begrijpt wat er in brieven staat, en wat er van hem als bewindvoerder wordt verwacht.
Na de zitting heeft de bewindvoerder verschillende keren stukken ten aanzien van de woning afgegeven bij de rechtbank. Hoewel aan de bewindvoerder is uitgelegd wat de procedure voor verkoop van de woning is, lijkt de bewindvoerder dit niet te begrijpen. Zo heeft hij op
27 november 2025 een waardebepaling van de woning toegestuurd. Vervolgens heeft hij op 15 december 2025 een factuur van een taxatierapport van een makelaar ingediend, en op 8 januari 2026 een factuur van een taxatierapport van een andere makelaar. Uit deze stukken leidt de kantonrechter af dat de bewindvoerder nog steeds voornemens is de woning van betrokkene te verkopen. Aan de bewindvoerder is meermaals te kennen gegeven dat toestemming van de kantonrechter nodig is voor de verkoop van de woning, en dat een voorwaarde voor toestemming het openen van een bankrekening op naam van betrokkene is. Bij email van 13 januari 2026 is door de griffier aan de bewindvoerder medegedeeld dat er nog geen toestemming is gegeven voor de verkoop van de woning.
De kantonrechter overweegt als volgt. Een bewindvoerder moet zelfstandig te werk kunnen gaan en de financiële belangen van betrokkene op een verantwoorde en passende manier behartigen. Daar is de bewindvoerder in dit dossier niet toe in staat gebleken, waardoor het vermogen van betrokkene thans niet goed beheerd wordt. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de bewindvoerder wegens gewichtige redenen ambtshalve ontslagen dient te worden als bewindvoerder van betrokkene. Hiertoe zal de kantonrechter overgaan.
De kantonrechter heeft betrokkene niet gehoord, omdat uit de stukken voldoende blijkt dat betrokkene, gelet op zijn ziektebeeld, niet in staat is zijn mening kenbaar te maken.
Op 28 januari 2026 heeft Zijper Bewindvoering B.V. zich bereid verklaard tot opvolgend bewindvoerder te worden benoemd. Nu van bezwaren tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder niet is gebleken, zal de kantonrechter de voorgestelde opvolgend bewindvoerder benoemen.
De kantonrechter:
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.