ECLI:NL:RBNHO:2026:2133

ECLI:NL:RBNHO:2026:2133

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer C/15/373633 / JU RK 26-71
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

OTS verlengd voor een jaar. Echtscheidingsproblematiek en zorgen over vader.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/373633 / JU RK 26-71

Datum uitspraak: 11 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Arnhem,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. J.G.M. ter Avest, kantoorhoudende te Utrecht,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] ,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van 9 januari 2026 met bijlagen;

de schriftelijke reactie van de vader met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .

De vader is met bericht van afwezigheid niet verschenen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] woont bij de moeder.

[de minderjarige] is bij beschikking van 23 februari 2024 van de rechtbank Gelderland onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en deze is telkens verlengd, laatstelijk tot 23 februari 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Er bestaan grote zorgen over de veiligheid en het welzijn van [de minderjarige] . Het afgelopen jaar is geen duidelijkheid gekomen over het strafrechtelijk onderzoek tegen de vader en de vraag of, en zo ja, op welke manier omgang met de vader het meest in het belang van [de minderjarige] is. De hulpverlening van Kenter Jeugdhulp en de school van [de minderjarige] hebben zorgen geuit over haar gedrag en uitspraken. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk, omdat de ouders het onderling niet eens worden over de inzet van hulpverlening. Ook is het de verwachting dat, zonder ondertoezichtstelling, veel procedures gestart zullen worden over onder andere de omgang en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] .

De GI heeft ter zitting nog het volgende naar voren gebracht. Voordat eventueel gestart kan worden met begeleide omgang tussen de vader en [de minderjarige] , moet eerst duidelijkheid komen over de strafzaak, inzicht worden verkregen in de persoonlijkheid van de vader middels een persoonlijkheidsonderzoek en moet het raadsonderzoek (naar de mogelijkheden van omgang tussen de vader en [de minderjarige] ) afgerond zijn.

4. De standpunten

Door en namens de moeder is ingestemd met het verzoek. De moeder heeft naar voren gebracht dat de zorgen en problematiek rondom [de minderjarige] nu al lange tijd spelen. Inmiddels is de behandeling van [de minderjarige] gestart, wat voor zowel [de minderjarige] als de moeder heftig is. [de minderjarige] gaat graag naar therapie en de moeder ziet dat zij daar baat bij heeft. De moeder vindt het fijn dat de GI, naast de hulpverlening voor [de minderjarige] , kan helpen bij de communicatie tussen de vader en de moeder.

De vader heeft zijn schriftelijke reactie op het verzoekschrift gestuurd. Daarin is door zijn advocaat gesteld dat de rapportage van de GI structureel eenzijdig, feitelijk onjuist en juridisch onhoudbaar is, waarmee de GI in strijd handelt met de wettelijke verplichtingen en de belangen van [de minderjarige] en haar recht op onbelaste omgang met beide ouders schaadt. Ook heeft de vader zijn reactie op de evaluatie van de ondertoezichtstelling meegestuurd.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Door de zorgen over de (emotionele) veiligheid van [de minderjarige] is bij beschikking van 13 december 2024 van de rechtbank Gelderland de voorlopige, begeleide, zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] geschorst tot duidelijkheid is over de strafzaak tegen de vader, dan wel tot vanuit een persoonlijkheidsonderzoek meer duidelijkheid is over de persoon van de vader. De vader is tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij beschikking van 28 augustus 2025 aan de Raad verzocht om onderzoek te doen naar onder andere de mogelijkheden van omgang tussen [de minderjarige] en de vader. De moeder heeft aangegeven dat haar is verteld dat het raadsonderzoek niet voor de uiterlijke datum van 23 februari 2026 afgerond zal zijn.

Ondertussen is bij beschikking van 21 februari 205 de ondertoezichtstelling verlengd, vanwege de grote zorgen om [de minderjarige] . Ook nu nog wordt de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig bedreigd, omdat de zorgen zoals beschreven in de beschikking van

21 februari 2025 het afgelopen jaar niet zijn afgenomen. Tussen de ouders speelt al jarenlang heftige echtscheidingsproblematiek en hun onderlinge verstandhouding is ernstig verstoord. Daarnaast bestaan zorgen over de situatie en de rol van de vader en loopt een strafrechtelijk onderzoek, waarbij de huidige concrete stand van zaken onduidelijk is. Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat naast het mailbericht van de officier van justitie van 4 november 2024, waarin volgens de GI staat: “Er is sprake van een vermoeden van een ernstig strafbaar feit, dat in onderzoek is. Vanwege het onderzoeksbelang kan geen verdere mededeling worden gedaan. Er zijn zorgen om [de minderjarige] en haar veiligheid of welbevinden.” geen nieuwe of andere informatie bij de GI bekend is. Wel heeft de Raad het Openbaar Ministerie gesproken en zal die informatie naar alle waarschijnlijkheid worden betrokken in het raadsonderzoek.

In november 2025 is Kenter Jeugdhulp gestart met traumabehandeling voor [de minderjarige] en ondersteuning voor de moeder. Zowel de school als de hulpverlening hebben ernstige zorgen geuit over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] . Zij heeft op verschillende momenten zorgelijke uitspraken gedaan over de vader. Daarnaast heeft de school aangegeven dat zij meerdere zorgsignalen zien bij [de minderjarige] , bijvoorbeeld dat zij angstig reageert op momenten die door leeftijdsgenoten als minder spannend worden ervaren en dat zij, meer dan leeftijdsgenoten, een sterke behoefte heeft aan bevestiging.

Het komende jaar is het belangrijk dat de behandeling vanuit Kenter Jeugdhulp wordt voortgezet. Daarnaast moet zicht worden gehouden op de strafzaak van de vader en het lopende raadsonderzoek en de uitkomsten daarvan, zodat aan de hand daarvan gekeken kan worden naar de mogelijkheden van contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] . Omdat op dit moment geen constructieve communicatie tussen de ouders mogelijk is en zij het daarnaast niet eens zijn over hulpverlening voor [de minderjarige] , is hiervoor tussenkomst en regie van de GI nodig.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Gelet op de complexe problematiek, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 23 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 20 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.E. ten Kate als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand