ECLI:NL:RBNHO:2026:2193

ECLI:NL:RBNHO:2026:2193

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 11550255
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Q-Park 'treintje rijden'

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 11550255 \ CV EXPL 25-529

Vonnis van 15 januari 2026

in de zaak van

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park Operations Netherlands B.V.,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] , [gemeente] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Q-Park is exploitant en beheerder van de parkeeraccommodatie Zaandam-Rozenhof (hierna: de parkeergarage). [gedaagde] heeft op 19 oktober 2024 met de auto gebruik gemaakt van deze parkeergarage.

Op het informatiebord bij de ingang van de parkeergarage worden voorafgaand aan het naar binnen rijden de geldende tarieven vermeld en wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Q-Park. Q-Park heeft de door haar gebruikte algemene voorwaarden recent gewijzigd, namelijk op 22 februari 2024 (versie 2.2024).

In de toepasselijke algemene voorwaarden staan onder meer de volgende bedingen:

5 Gebruikersvoorschriften

(..)

Gebruik parkeerbewijs

Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad €373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.

Verlies parkeerbewijs

In geval van verlies of het ontbreken van het Parkeerbewijs, is de Parkeerder het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd. De Parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de Parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de Parkeerder het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”. Indien de Klant achteraf door middel van de klachtenprocedure aan kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de daadwerkelijke parkeertijd berust bij de Klant.

Treintje rijden

Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde Parkeergeld met het Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.

Het is Q-Park niet toegestaan om bij een beroep op de artikelen 5.5, 5.6 en/of 5.7 voor dezelfde gedraging en/of tegelijkertijd een beroep te doen op artikel 7.5, 8.1 en/of 8.3. Noch is het Q-Park toegestaan verschillende mogelijkheden tot het vorderen van schadevergoeding voor één en dezelfde gedraging te stapelen en/of dubbel te vorderen op grond van enig artikel in deze Voorwaarden.

(…)

7. Aansprakelijkheid

(…)

De Klant is aansprakelijk voor alle schade die door hem is veroorzaakt aan de Parkeerfaciliteit of de daarbij behorende apparatuur en installaties.

(…)

8. Niet-nakoming

Indien de Klant tekortschiet in de nakoming van enige verplichting die ingevolge de wet, de plaatselijke verordeningen en gebruiken en/of de met hem gesloten overeenkomst inclusief de daarop van toepassing zijnde Voorwaarden op hem rusten, pleegt de Klant wanprestatie, zonder dat daartoe enige verdere ingebrekestelling is vereist. Q-Park is alsdan gerechtigd de overeenkomst middels schriftelijk bericht te beëindigen en de Klant de toegang tot de Parkeerfaciliteit te weigeren. De Klant is gehouden om aan Q-Park alle schade te vergoeden, door Q-Park te lijden als gevolg van de in het voorgaande bedoelde fout, nalatigheid en/of enig ander in gebreke blijven, onverminderd de gehoudenheid van beide partijen tot nakoming van die verplichtingen die tot aan de beëindiging van de overeenkomst voor ieder van hen zouden zijn ontstaan of zullen ontstaan.

Indien Q-Park genoodzaakt is een sommatie, ingebrekestelling of ander exploot aan de Klant te doen uitbrengen of in geval van noodzakelijke procedures tegen de Klant, is de Klant verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, waaronder de kosten van rechtskundige bijstand, zowel in als buiten rechte, aan Q-Park te vergoeden. Voor zover incassomaatregelen noodzakelijk zijn, worden de buitengerechtelijke kosten tussen Q-Park en zakelijke klanten bij voorbaat vastgesteld op 15% van de onbetaalde hoofdsom, met een minimum van €250. In afwijking van vorenstaande geldt tussen Q-Park en de consument (een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) de wettelijke regeling van art. 6:96 BW en het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten.

Q-Park is gerechtigd het Motorvoertuig van de Klant onder zich te houden en/of daartoe geëigende maatregelen te treffen, zoals het aanbrengen van een wielklem, zolang de Klant niet al hetgeen hij verschuldigd is aan Q-Park, heeft voldaan, tenzij zulks in deze Voorwaarden en/of wettelijk is uitgesloten.

(…)

Op 19 oktober 2024 om 15:21 uur is [gedaagde] de parkeergarage uitgereden door direct achter een voorganger onder c.q. langs de slagboom te rijden (het zogenoemde ‘treintje rijden’).

3. Het geschil

Q-Park vordert veroordeling van de [gedaagde] tot betaling van € 495,43. Dit bedrag bestaat uit € 57,00 aan tarief verloren kaart, € 373,81 aan schadevergoeding en € 64,62 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.

Q-Park legt aan de vordering ten grondslag dat de [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan het zogenoemde ‘treintje rijden’, door direct achter een voorganger onder c.q. langs de slagboom te rijden, althans door zonder gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs of parkeermiddel de parkeeraccommodatie te verlaten.

Primair stelt Q-Park dat de [gedaagde] hiermee in strijd heeft gehandeld met de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst en de algemene voorwaarden van Q-Park. De [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst (artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW).

Subsidiair stelt Q-Park dat de [gedaagde] hiermee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, waardoor Q-Park schade lijdt welke aan de [gedaagde] kan worden toegerekend (artikel 6:162 BW).

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4. De beoordeling

In geschil tussen partijen is of [gedaagde] de door Q-park gevorderde schadevergoeding en tarief parkeerkaart verschuldigd is vanwege het zogeheten ‘treintje rijden’. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de door Q-Park gevorderde bedragen verschuldigd is en overweegt daartoe als volgt.

Geen ambtshalve toetsing van de informatieplichten

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst is gesloten door middel van een geautomatiseerde handelsruimte als bedoeld in artikel 6:230h lid 2 sub l BW. Dit leidt ertoe dat de overeenkomst is uitgezonderd van de informatieplichten als bedoeld in Afdeling 2B, Titel 5, BW. De kantonrechter zal daarom niet ambtshalve toetsen of aan (pre)contractuele informatieplichten is voldaan.

De overeenkomst

De kantonrechter stelt bij de boordeling van deze zaak voorop dat bij het passeren van de slagboom bij het binnenrijden van de parkeergarage een overeenkomst tot stand is gekomen waar de algemene voorwaarden van Q-Park op van toepassing zijn. Bij het binnenrijden van de parkeergarage heeft [gedaagde] immers een bord gepasseerd waarop verwezen naar de algemene voorwaarden.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

De kantonrechter stelt verder vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden (versie 02.2024) voor wat betreft deze vordering geen bedingen bevatten die afzonderlijk of in samenhang bezien, oneerlijk zijn.

De schadevergoeding en het tarief verloren kaart

[gedaagde] erkent de parkeergarage te hebben verlaten zonder gebruik te maken van een parkeerkaart. Daarmee heeft hij in strijd gehandeld met artikel 5.7 van de algemene voorwaarden en is hij het verloren kaart tarief in dit geval € 57,- en de schadevergoeding van € 373,81 verschuldigd.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij bijna iedere dag boodschappen doet bij de Vomar en dan gebruik maakt van ‘gratis’ parkeren in de betreffende garage. De slagboom functioneert regelmatig niet goed en dan neemt [gedaagde] normaal gesproken contact op met Vomar. Ditmaal had hij echter haast en is hij achter een andere auto onder de slagboom (treintje rijden) aangereden. Hij heeft echter nooit geprobeerd de parkeerkosten te ontlopen en hij is dan ook van mening dat hij de gevorderde boete niet verschuldigd dan wel moet de boete gematigd worden.

De kantonrechter zal aan het verweer van [gedaagde] voorbij gaan. Dat [gedaagde] stelt de parkeergarage op dat moment gratis te mogen uitrijden omdat hij boodschappen heeft gedaan bij de Vomar, maakt niet dat hij de parkeergarage dan direct achter een voorganger mocht verlaten. Dat de slagboom op dat moment niet functioneerde is niet gebleken en bovendien rechtvaardigt dit niet het treintje rijden. Zodra een gebruiker van de parkeergarage zich schuldig maakt aan ‘treintje rijden’ maakt Q-Park kosten, waaronder het opvragen van de camerabeelden en het opvragen van kentekengegevens bij de RDW. Verder heeft Q-Park voldoende duidelijk gemaakt dat ‘treintje rijden’ nooit is toegestaan. [gedaagde] is de verschuldigde boete verschuldigd en de kantonrechter ziet geen aanleiding de boete te matigen. Ook is [gedaagde] het tarief voor een verloren kaart verschuldigd. De vordering van Q-Park zal dan ook worden toegewezen.

Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten

De wettelijke rente zal gelet op de brief van 25 november 2024 worden toegewezen vanaf 10 december 2024.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen als gevorderd.

De proceskosten

[gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

164,00

(2 punt × € 82,00)

Totaal

419,78

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 495,43, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 10 december 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 419,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?