ECLI:NL:RBNHO:2026:2250

ECLI:NL:RBNHO:2026:2250

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer 374325 HA RK 26-22
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Wrakingskamer. De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking voor zover het betrekking heeft op de hele rechtbank niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot wraking voor zover het betrekking heeft op de rechter af.

Uitspraak

RECHTBANK

beslissing

/

Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: 374325 HA RK 26-22

Beslissing van 16 februari 2026

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te Amstelveen,

hierna te noemen: verzoeker

het verzoek is gericht tegen:

mr. S.K.A. Efstratiades,

hierna te noemen: de rechter

alsmede tegen:

de Rechtbank Noord Holland, locatie Haarlem,

hierna te noemen: de rechtbank.

1. Het procesverloop

Verzoeker heeft op 3 februari 2026 schriftelijk de wraking verzocht van de rechtbank in de bij de rechtbank aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 24/6486, hierna te noemen: de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt nu in verzet behandeld door de rechter. De wederpartij in de hoofdzaak (verweerder) is de ontvanger van de Belastingdienst Den Haag.

De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 3 februari 2026 schriftelijk op het verzoek gereageerd.

De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten het wrakingsverzoek zonder mondelinge behandeling ter zitting af te doen en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De feiten

Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de enkelvoudige kamer van de rechtbank zich in de hoofzaak onbevoegd verklaard. Bij brief van 28 mei 2025 heeft verzoeker hiertegen verzet ingesteld.

Bij bericht van 3 juni 2025 heeft de rechtbank verzoeker medegedeeld dat hij verzet heeft gedaan buiten de daarvoor geldende termijn en hem in de gelegenheid gesteld aan te geven waarom het verzetschrift te laat is ingediend.

Verzoeker heeft de rechtbank op 15 september 2025 medegedeeld dat het procesdossier niet compleet is.

Verzoeker is uitgenodigd voor de zitting van 3 februari 2026 ter behandeling van zijn verzet. Op 26 januari 2026 heeft hij verzocht om uitstel hiervan, vanwege het door hem verwachte voortdurende winterweer. Bij bericht van 30 januari 2026 heeft de rechtbank verzoeker medegedeeld dat dit verzoek is afgewezen en dat zij deze beslissing ter zitting en/of in haar uitspraak zal motiveren.

3. De standpunten

Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek als volgt toegelicht.

Gelet op de ongemotiveerde afwijzing van het verzoek om de zitting te verdagen in verband met de te verwachten weersomstandigheden, de feitelijke weersomstandigheden op 3 februari 2026 (code geel/oranje) die het voor verzoeker onmogelijk maken om de zitting bij te wonen, geïnterpreteerd in samenhang met de eerdere onbevoegdverklaring van de rechtbank op basis van een onvolledig procesdossier en het vervolgens voortzetten van de procedure door de rechtbank na verzoekers verzet op basis van dit nog altijd onvolledige procesdossier, wraakt verzoeker de rechtbank.

Relevant in dit verband is verder dat de rechtbank na het instellen van verzet heeft geprobeerd verzoeker te doen geloven dat het verzet te laat is ingesteld terwijl dit aantoonbaar, op grond van het procesdossier, niet het geval was.

Volgens verzoeker is de door hem geschetste gang van zaken in strijd met het nationale procesrecht, het Unierecht en het EVRM.

Aan de wrakingsgronden heeft verzoeker nog toegevoegd dat de rechtsprekende formatie in de hoofdzaak in strijd met de unierechtelijke eisen, zoals uitgelegd in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 juli 2024 (ECLI:EU:C:2024:594), is samengesteld.

De rechter bestrijdt dat sprake is van (het wekken van de schijn van) partijdigheid en voert aan dat de afwijzing van het uitstelverzoek een procesbeslissing betreft. Volgens de rechter was niet alleen ten tijde van die procesbeslissing, maar ook ten tijde van het (kort voor de zitting gedane) wrakingsverzoek en de paar daarop volgende uren, geen sprake van te verwachten bijzondere weersomstandigheden in (de omgeving van) de woonplaats van verzoeker of in de omgeving van de zittingslocatie van de rechtbank. De rechter voert aan dat zij, rekening houdend met verzoekers persoonlijke omstandigheden, verzoekers eerdere uitstelverzoek voor de zitting van 4 november 2025 heeft toegewezen en met het inplannen van de zitting op 3 februari 2026 rekening heeft gehouden met de door hem doorgegeven verhinderdata. Ook wat verzoeker verder heeft aangevoerd, geeft volgens de rechter geen aanleiding tot toewijzing van het wrakingsverzoek.

4. De beoordeling

Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Alleen de rechter die de zaak behandelt, waarin de verzoeker tot wraking partij is, kan worden gewraakt. Uitgangspunt bij de beoordeling is voorts dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Wraking van een rechter is daarom slechts aan de orde indien, kort samengevat, de rechter (i) jegens een partij een vooringenomenheid koestert of (ii) wanneer de schijn van partijdigheid gewekt is.

Uit het eerste deel van het verzoekschrift begrijpt de wrakingskamer dat verzoeker daarmee heeft bedoeld de hele rechtbank te wraken. Voor zover dat inderdaad het geval is, overweegt de wrakingskamer als volgt. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een wrakingsverzoek betrekking moet hebben op de met de behandeling van de zaak belaste rechter(s). Een rechterlijk college als geheel kan niet worden gewraakt (HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). Verder kunnen andere medewerkers van de rechtbank dan rechters niet worden gewraakt. Gelet op het voorgaande zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek met toepassing van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol kennelijk niet-ontvankelijk verklaren voor zover het betrekking heeft op de hele rechtbank.

Voor zover het wrakingsverzoek moet worden opgevat als ook te zijn gericht tegen de rechter, is het kennelijk ongegrond. De wrakingskamer licht dit als volgt toe. Het wrakingsverzoek benoemt weliswaar meerdere klachten tegen de gang van zaken in de hoofdzaak (onbevoegdverklaring op basis van een onvolledig dossier en het volgens de rechtbank te laat indienen van verzet), maar komt direct voort uit de afwijzing van het uitstelverzoek door de rechter. Die afwijzing betreft een procesbeslissing van de rechter. Het is vaste rechtspraak dat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking kan vormen (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist moet worden geacht, mag niet door de wrakingskamer worden beantwoord. De motivering van een procesbeslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet indien wordt aangevoerd dat die motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier zou zijn of een motivering ontbreekt. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. De wrakingskamer is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Weliswaar heeft de rechter haar beslissing tot afwijzing van het uitstelverzoek niet gemotiveerd in het onder 2.4 aangehaalde bericht van 30 januari 2026, maar dit is gelet op de hiervoor aangehaalde jurisprudentie geen reden om (de schijn van) partijdigheid aan te nemen. De omstandigheid dat de beslissing op een later moment, namelijk ter zitting en/of in de uitspraak, zal worden gemotiveerd leidt evenmin tot het oordeel dat sprake is van (de schijn van) partijdigheid. Gelet op het voorgaande zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking afwijzen voor zover het betrekking heeft op de rechter. Daarbij merkt de wrakingskamer ter informatie van verzoeker nog wel op dat hij zijn klachten over de uitspraak van 11 april 2025 in de hoofdzaak en over het bericht van de rechtbank over het te laat instellen van verzet daartegen, in de verzetszaak als gronden van dat verzet naar voren kan brengen. Dat geldt ook voor zijn oproep aan de rechtbank tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over de gang van zaken in de hoofdzaak, welke volgens verzoeker in strijd is met onder meer het Unierecht. Het is dan aan de rechter in de verzetszaak om te beoordelen of die gronden en de oproep, gelet op de goede procesorde, nog in de beoordeling van het verzet kunnen worden betrokken indien en voor zover die in de hoofdzaak niet al eerder door verzoeker naar voren zijn gebracht.

5. De beslissing

De rechtbank:

verklaart het verzoek tot wraking voor zover het betrekking heeft op de hele rechtbank niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek tot wraking voor zover het betrekking heeft op de rechter af;

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.M. Kos, voorzitter, mr. C.W.M. Giesenen mr. A.K. Korteweg, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van

mr. J.M. Kempers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. Kos

Griffier

  • mr. J.M. Kempers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?