ECLI:NL:RBNHO:2026:2269

ECLI:NL:RBNHO:2026:2269

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer 11916593 \ CV FORM 25-6876
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden; volgens hem kon de vlucht door vertraging van voorgaande vluchten niet uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten doorwerkte en dat het hierdoor niet mogelijk was om voor het ingaan van het nachtregime te vertrekken. Het verzoek wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11916593 \ CV FORM 25-6876

Uitspraakdatum: 4 maart 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1. [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]

beiden wonende te [plaats]

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden; volgens hem kon de vlucht door vertraging van voorgaande vluchten niet uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten doorwerkte en dat het hierdoor niet mogelijk was om voor het ingaan van het nachtregime te vertrekken. Het verzoek wordt toegewezen.

1. Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

het vorderingsformulier (formulier A);

het verweerschrift.

2. De feiten

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 13 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Kopenhagen, Denemarken, met vlucht EC7939 dan wel EJU7939 (hierna: de vlucht).

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder aanvoert dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat voorgaande vluchten met een dermate lange vertraging uitgevoerd werden dat de vlucht kon vertrekken voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. De passagiers hebben dit bij voorbaat betwist.

Het verweer slaagt niet. De vervoerder heeft namelijk onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre de vertraging van de voorgaande vluchten doorwerkte op de vlucht in kwestie. Bovendien stelt hij dat de verwachte vertrektijd van de vlucht door de vertraging werd verlaat tot 18:56 uur UTC, terwijl hij ook stelt dat het nachtregime op Schiphol pas om 21:00 uur UTC ingaat. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, volgt hieruit dus niet dat de vlucht geannuleerd moest worden door (de doorwerking) van de vertraging van de eerdere vluchten en het nachtregime op Schiphol. Daarom kan in het midden blijven of die eerdere vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verzoek zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.

5. De beslissingDe kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 575,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 144,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt,

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Kleij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand