RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11550652 \ CV EXPL 25-1155
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestigingAirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen, Duitsland
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. J. Nooij & mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, te weten latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding aan zowel een eerdere vlucht als de vlucht in kwestie. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Frankfurt, Duitsland, naar Beiroet, Libanon, met vluchtcombinatie LH999 en LH1307.
De vervoerder heeft vlucht LH999 van Amsterdam naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Frankfurt – Amsterdam – Frankfurt (vluchtnummers LH998 en LH999). Vlucht LH998 van Frankfurt naar Amsterdam werd met 1 uur en 11 minuten vertraging uitgevoerd. Voor 27 minuten daarvan doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. 40 minuten van de vertraging van vlucht LH998 waren het gevolg van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De overige 4 minuten vertraging liep vlucht LH998 onderweg op.
De vertraging van vlucht LH998 werkte met 45 minuten door op de vlucht in kwestie. Vervolgens kreeg ook de vlucht in kwestie een latere vertrektijd opgelegd. Dit heeft nog eens 20 minuten vertraging opgeleverd. Onderweg is nog enige vertraging ingehaald. Uiteindelijk is de vlucht in kwestie met 48 minuten vertraging uitgevoerd. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht, aldus de vervoerder.
Het betoog van de vervoerder slaagt. De kantonrechter oordeelt dat hij voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht in kwestie, en daarmee het missen van de aansluitende vlucht door de passagiers, het gevolg was van (de doorwerking van) beperkingen van de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De verwijzing van AirHelp naar een eerder vonnis van deze rechtbank maakt dit niet anders omdat daarin – anders dan zij aanvoert – niet is geoordeeld dat de vertraging van de vlucht in kwestie niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarin werd slechts geoordeeld dat de vervoerder in dat geval niet alle redelijke maatregelen had getroffen door de desbetreffende passagiers om te boeken naar een late alternatieve vlucht.
Resteert de vraag of de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij voldoende buffertijd had ingepland en zo veel mogelijk tijd heeft ingehaald. Na het missen van de aansluitende vlucht heeft hij de passagiers omgeboekt naar het eerst beschikbare alternatief.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. AirHelp heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van AirHelp zal worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter