ECLI:NL:RBNHO:2026:2282

ECLI:NL:RBNHO:2026:2282

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer 15/031779-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met toepassing van dwang. De medeverdachte heeft tegen de wil van het slachtoffer zeer vergaande seksuele handelingen verricht, terwijl de verdachte het slachtoffer, haar eigen dochter, hiertoe heeft gedwongen en aanwijzingen heeft gegeven.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/031779-25 (P)

Uitspraakdatum: 5 maart 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 februari 2026 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboortedatum],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.G.T. Kramer en van wat de verdachte en haar raadslieden, mr. P. Metgod en mr. J. Karstens, advocaten te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), ten laste gelegd dat:

Primair zij op of omstreeks 20 december 2024, althans een tijdstip gelegen in de maand december 2024, te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met een persoon, te weten [het slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- (tong)zoenen met [het slachtoffer] en/of- betasten en/of strelen en/of likken van de borsten van [het slachtoffer] en/of- betasten van de vagina van [het slachtoffer] en/of- stoppen van zijn, medeverdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van [het slachtoffer] en/of vingeren van [het slachtoffer] en/of- laten vasthouden van zijn, medeverdachtes, penis en (vervolgens) medeverdachte door [het slachtoffer] laten aftrekken/masturberen en/of- brengen en/of houden van zijn, medeverdachtes, penis in de mond van [het slachtoffer] en/of medeverdachte door [het slachtoffer] laten pijpen en/of- stoppen en/of brengen en/of houden van zijn, medeverdachtes, penis in de vagina van [het slachtoffer] en/of- houden van zijn, medeverdachtes, penis tegen de anus van [het slachtoffer]terwijl zij, verdachte en/of haar mededaders, wisten dat bij [het slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- het op (dwingende toon) instrueren van [het slachtoffer] welke seksuele handelingen zij moet verrichten, wat zij moet doen of zeggen en/of- het aannemen van een dwingende en/of agressieve houding waartegen [het slachtoffer] geen weerstand kon bieden en/of- het op (dwingende toon) zeggen dat [het slachtoffer] mee moet werken of mee moet bewegen terwijl er seksuele handelingen worden verricht en/of- het op (dwingende toon) instrueren/zeggen van/tegen [het slachtoffer] in welke houding en/of standje zij moet gaan staan en/of aannemen en/of- het (laten) filmen van de (gedeeltelijk) ontklede [het slachtoffer] en/of het (laten) filmen van de seksuele handelingen die zij bij verdachte moet verrichten en het (laten) filmen van de seksuele handelingen die hij, medeverdachte, bij [het slachtoffer] verrichten en/of- het (aldus) misbruik maken van de kwetsbare positie waarin [het slachtoffer] zich bevond, doordat hij/zij, (mede)verdachte fysiek en/of emotioneel overwicht had op [het slachtoffer] en aldus een voor [het slachtoffer] een ongelijkwaardige en/of bedreigende situatie heeft doen ontstaan waaraan of waardoor [het slachtoffer] zich niet kon verzetten tegen eerdergenoemde seksuele handelingen en/of- een feitelijk overwicht op [het slachtoffer] hebben, gezien de verstandelijke beperking en/of kwetsbaarheid van/bij [het slachtoffer] en/of het feit dat zij, verdachte, de moeder is van [het slachtoffer];

Subsidiair [medeverdachte] op of omstreeks 20 december 2024, althans een tijdstip gelegen in de maand december 2024, te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, met een persoon, te weten [het slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- (tong)zoenen met [het slachtoffer] en/of- betasten en/of strelen en/of likken van de borsten van [het slachtoffer] en/of- betasten van de vagina van [het slachtoffer] en/of- stoppen van zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van [het slachtoffer] en/of vingeren van [het slachtoffer] en/of- laten vasthouden van zijn penis en (vervolgens) medeverdachte door [het slachtoffer] laten aftrekken/masturberen en/of- brengen en/of houden van zijn penis in de mond van [het slachtoffer] en/of zich door [het slachtoffer] laten pijpen en/of- stoppen en/of brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van [het slachtoffer] en/of- houden van zijn penis tegen de anus van [het slachtoffer]terwijl hij wist dat bij [het slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 december 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door- het op (dwingende toon) instrueren van [het slachtoffer] welke seksuele handelingen zij moest verrichten, wat zij moest doen of zeggen en/of- het aannemen van een dwingende en/of agressieve houding waartegen [het slachtoffer] geen weerstand kon bieden en/of- het op (dwingende toon) zeggen dat [het slachtoffer] mee moest werken of mee moest bewegen terwijl er seksuele handelingen werden verricht en/of- het op (dwingende toon) instrueren/zeggen van/tegen [het slachtoffer] in welke houding en/of standje zij moest gaan staan en/of aannemen en/of- het (laten) filmen van de (gedeeltelijk) ontklede [het slachtoffer] en/of het (laten) filmen van de seksuele handelingen die zij bij die [medeverdachte] moest verrichten en het (laten) filmen van de seksuele handelingen die die [medeverdachte] bij [het slachtoffer] verrichtte en/of- het (aldus) misbruik maken van de kwetsbare positie waarin [het slachtoffer] zich bevond, doordat hij/zij, (mede)verdachte, fysiek en/of emotioneel overwicht had op [het slachtoffer] en aldus een voor [het slachtoffer] een ongelijkwaardige en/of bedreigende situatie heeft doen ontstaan waaraan of waardoor [het slachtoffer] zich niet kon verzetten tegen eerdergenoemde seksuele handelingen en/of- een feitelijk overwicht op [het slachtoffer] te hebben, gezien de verstandelijke beperking en/of kwetsbaarheid van/bij [het slachtoffer] en/of het feit dat zij, verdachte de moeder is van [het slachtoffer].

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, met dien verstande dat sprake is van gekwalificeerde opzetverkrachting begaan door twee verenigde personen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

Daartoe heeft de verdediging primair aangevoerd dat de verklaring van de aangeefster, mede omdat deze beïnvloed lijkt te zijn door haar verstandelijke beperking en door de complexe relatie met de verdachte (haar moeder), onbetrouwbaar is en om die reden moet worden uitgesloten van het bewijs.

Subsidiair is betoogd dat wegens het ontbreken van steunbewijs niet tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde kan worden gekomen. In dat kader is de betrouwbaarheid van de verklaring van de medeverdachte betwist en is betoogd dat die verklaring van het bewijs moet worden uitgesloten. Daarnaast is aangevoerd dat het dossier geen objectieve bewijsmiddelen bevat die de kern van de tenlastelegging ondersteunen.

Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de opzetverkrachting, in het bijzonder op de ten laste gelegde dwang. Bij de verdachte is een licht verstandelijke beperking vastgesteld, waardoor zij gedrag van anderen moeilijk kan interpreteren. De verdachte verkeerde in de veronderstelling dat bij het slachtoffer de wil tot seksueel contact bestond.

Meest subsidiair is bepleit dat uit het dossier geenszins blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, zodat om die reden het medeplegen zoals primair is tenlastegelegd niet kan worden bewezen.

Oordeel van de rechtbank

Bewijs

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering

In de onderhavige zaak staat niet ter discussie dat de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte) op 20 december 2024 in Zaandam seksuele handelingen heeft verricht met aangeefster [het slachtoffer] (hierna: [het slachtoffer]). [het slachtoffer] (destijds 27 jaar) heeft een verstandelijke beperking, woont in een begeleid woonvoorziening en heeft een wettelijk vertegenwoordiger. [het slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat de seksuele handelingen tegen haar wil en op initiatief en onder dwang van haar moeder, de verdachte, hebben plaatsgevonden. De verdachte heeft ontkend dat zij [het slachtoffer] heeft gedwongen seks te hebben met de medeverdachte. De verdachte heeft verklaard dat zij seksuele handelingen tussen de medeverdachte en [het slachtoffer] heeft waargenomen, maar op dat moment niet wist dat de wil daartoe bij [het slachtoffer] ontbrak en juist heeft geprobeerd [het slachtoffer] ervan te weerhouden seks te hebben met de medeverdachte.

De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend is bewezen dat de medeverdachte seksuele handelingen heeft verricht met [het slachtoffer] terwijl hij wist dat de wil daartoe bij [het slachtoffer] ontbrak. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, zal de rechtbank vervolgens beoordelen of deze seksuele handelingen zijn voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging. Tot slot moet de vraag worden beantwoord of de verdachte de seksuele handelingen in vereniging met de medeverdachte heeft gepleegd, waarbij moet worden beoordeeld of ook de verdachte wist dat de wil daartoe bij [het slachtoffer] ontbrak, en of ook de verdachte opzet had op de dwang, het geweld en/of de bedreiging.

Betrouwbaarheid van de verklaring van [het slachtoffer]

De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van [het slachtoffer] wegens de onbetrouwbaarheid daarvan niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.

Inhoud van de verklaring van [het slachtoffer] Naar aanleiding van een melding bij de politie door haar wettelijk vertegenwoordiger is [het slachtoffer] op 21 december 2024 telefonisch gehoord door een zedenrechercheur. Daarna heeft zij op 16 januari 2025 in een studioverhoor een verklaring bij de politie afgelegd.

De verklaring van [het slachtoffer] houdt – samengevat – in dat zij van haar moeder (de verdachte) seks moest hebben met een oude man, de medeverdachte. [het slachtoffer] wilde dit niet en heeft dit ook tegen haar moeder gezegd. Haar moeder wilde toch dat zij seks zou hebben met de medeverdachte, omdat zij in ruil hiervoor geld zou krijgen en zij dat nodig had. [het slachtoffer] was die dag samen met haar moeder – en een derde verdachte, [getuige A] (hierna: [getuige A]) bij de medeverdachte thuis. [het slachtoffer] moest zich in de badkamer uitkleden en dingen doen die zij niet fijn vond. De medeverdachte heeft haar ge(tong)zoend op haar mond, haar borsten aangeraakt en aan haar tepels gezogen. Zij heeft steeds gezegd dat zij het niet wilde, maar hij bleef doorgaan. De medeverdachte heeft drie vingers in haar vagina gestopt en deze heen en weer bewogen. Ze heeft daarop een paar keer aangegeven dat dat heel veel pijn deed. De medeverdachte had haar gezegd dat zij niet bang moest zijn. Hij stopte pas nadat zij een paar keer ‘stop maar’ had gezegd. Haar moeder kwam steeds in de badkamer kijken, lachte haar uit dat ze verkeerd stond, deed voor hoe zij (wel) moest gaan staan waarbij zij zei dat [het slachtoffer] dat zo moest doen. De medeverdachte is toen met zijn penis in haar vagina gegaan, wat heel veel pijn deed. [het slachtoffer] heeft toen gezegd dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen, waarop de medeverdachte in eerste instantie stopte maar het daarna opnieuw probeerde. Hij heeft ook geprobeerd met zijn penis in haar anus te gaan. Ook moest zij met haar hand heen en weer bewegen over zijn penis. Vervolgens heeft [het slachtoffer] zich weer aangekleed en is zij naar de woonkamer gegaan. Daar zei haar moeder dat zij weer wat moest doen met de medeverdachte. Zij heeft toen meerdere keren aangegeven dat zij dat niet wilde, maar haar moeder zei dat zij het toch moest doen. De medeverdachte heeft daarop zijn broek losgemaakt, waarna [het slachtoffer] aan de penis van de medeverdachte moest zuigen. De medeverdachte heeft hierbij de hele tijd met zijn hand op haar hoofd geduwd. Zij moest minutenlang doorgaan en vond dit zo vies dat zij moest overgeven. Haar moeder keek toe en lachte haar uit. [het slachtoffer] heeft verklaard dat zij door dit alles verwondingen aan haar vagina heeft opgelopen.

Beoordeling van de verklaring van [het slachtoffer] De rechtbank stelt vast dat [het slachtoffer] op 21 december 2024 en op 16 januari 2025 uitgebreid en gedetailleerd heeft verklaard over de seksuele handelingen die de medeverdachte heeft verricht, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de rol die haar moeder, de verdachte, daarbij heeft vervuld. Haar verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank consistent en komen de rechtbank bovendien authentiek voor. In dat verband acht de rechtbank bovendien van belang dat [getuige B], de wettelijk vertegenwoordiger van [het slachtoffer], heeft verklaard dat [het slachtoffer] moest huilen toen zij vertelde wat er was gebeurd. Daar komt bij dat de verklaring van [het slachtoffer] op specifieke punten wordt bevestigd door de hierna te bespreken verklaring van de medeverdachte. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de verklaring van [het slachtoffer] als betrouwbaar kan worden aangemerkt en om die reden bruikbaar is voor het bewijs. De rechtbank zal haar verklaring dan ook als uitgangspunt nemen in deze zaak. In deze conclusie ligt besloten dat de rechtbank de verklaring van de verdachte – die lijnrecht tegenover de verklaring van [het slachtoffer] staat – als ongeloofwaardig terzijde schuift.

Overig bewijs De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van de medeverdachte wegens de onbetrouwbaarheid daarvan niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.

Inhoud van de verklaring van de medeverdachte De medeverdachte heeft verklaard dat hij seksuele handelingen heeft verricht met [het slachtoffer] en dat [het slachtoffer] tijdens de seks heeft gezegd dat het pijn deed. Hij heeft verklaard dat hij [het slachtoffer] heeft gevingerd, dat de verdachte tijdens de seks meerdere keren in de badkamer kwam kijken en hierbij tegen [het slachtoffer] heeft gezegd dat zij goed bij het toilet moest gaan staan en dat zij zich met haar benen wijd voorover moest buigen over het toilet. De verdachte wilde dat hij [het slachtoffer] zou penetreren. De medeverdachte heeft verder verklaard dat toen hij op de bank zat, de verdachte tegen [het slachtoffer] zei: “je moet hem nog even pijpen”. Daarop is [het slachtoffer] naar hem toegekomen en hem begonnen te pijpen.

Beoordeling van de verklaring van de medeverdachte

De rechtbank stelt vast dat de medeverdachte op 6 februari 2025 een inhoudelijke verklaring bij de politie heeft afgelegd. Ten tijde van het afleggen van die verklaring maakten bepaalde belastende onderzoeksbevindingen nog geen deel uit van het dossier, in het bijzonder het DNA-onderzoek (van 12 februari 2025) en het onderzoek aan de telefoon van de verdachte (van 22 februari 2025). De rechtbank stelt vast dat de medeverdachte desalniettemin consistent en concreet heeft verklaard over de seksuele handelingen die hij heeft verricht, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de rol die de verdachte daarbij heeft vervuld. Hoewel de medeverdachte zijn eigen aandeel op punten kleiner heeft doen voorkomen, heeft hij zichzelf niet ontzien en juist ook belastend over zichzelf verklaard. Bovendien ondersteunen de verklaringen van [het slachtoffer] en de medeverdachte elkaar over en weer op essentiële onderdelen, wat ook bijdraagt aan de betrouwbaarheid daarvan.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verklaring van de medeverdachte (voor zover deze voor het bewijs wordt gebruikt) als betrouwbaar kan worden aangemerkt en dat er geen redenen zijn om die verklaring van het bewijs uit te sluiten.

Verder bevat het dossier de verklaring van de getuige [getuige C] over het letsel dat zij bij [het slachtoffer] heeft waargenomen bij haar schaamlippen en het bloed dat zij heeft aangetroffen in twee onderbroeken van [het slachtoffer]. Deze verklaring steunt de verklaring van [het slachtoffer] en past ook bij de verklaring van de medeverdachte dat hij [het slachtoffer] heeft gevingerd.

Opzetverkrachting Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [het slachtoffer] herhaaldelijk heeft gezegd dat zij het niet wilde, dat het (heel veel) pijn deed en dat de medeverdachte moest stoppen. Desondanks is de medeverdachte doorgegaan met het verrichten van de seksuele handelingen. De verdachte gaf [het slachtoffer] daarbij aanwijzingen hoe zij moest gaan staan en wat zij moest doen, zoals dat zij de verdachte moest pijpen, terwijl [het slachtoffer] meerdere keren had aangegeven dat niet te willen doen. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat de medeverdachte wist dat de wil tot seksueel contact bij [het slachtoffer] ontbrak. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de medeverdachte opzettelijk de ontbrekende wil bij [het slachtoffer] heeft genegeerd en dat dus sprake is van opzetverkrachting.

Dwang De verdediging heeft bepleit dat niet kan worden bewezen dat de verdachte [het slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van de seksuele handelingen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte als moeder van [het slachtoffer] een natuurlijk overwicht had op haar dochter. Met andere woorden: er was geen sprake van een gelijkwaardige relatie. Het is juist de verdachte geweest [het slachtoffer] heeft opgedragen seks te hebben met de medeverdachte, haar heeft geïnstrueerd welke seksuele handelingen zij moest verrichten en haar heeft verteld in welke houding zij moest gaan staan. De verdachte heeft hierbij telkens de weerstand en verbale uitingen van onwil van haar dochter genegeerd, erop gestaan dat [het slachtoffer] wel seks zou hebben met de medeverdachte en haar voorgehouden dat zij geld zou krijgen en haar moeder hierna trots zou zijn op haar dochter. De medeverdachte heeft vervolgens misbruik gemaakt van het overwicht dat de verdachte vanuit haar moederrol op [het slachtoffer] had, waarbij hij telkens is doorgegaan en de aanwijzingen van de verdachte ook heeft opgevolgd, bijvoorbeeld door [het slachtoffer] proberen te penetreren nadat zij op aanwijzingen van de verdachte anders was gaan staan bij het toilet en door zich te laten pijpen. De rechtbank acht op grond hiervan bewezen dat zodanige psychische druk op [het slachtoffer] is uitgeoefend dat zij zich naar redelijke verwachtingen daar niet tegen heeft kunnen verzetten als gevolg waarvan zij de handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat de opzetverkrachting is voorafgegaan door en vergezeld van dwang. Nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt van toepassing van geweld of bedreiging met geweld, zal de verdachte daarvan (partieel) worden vrijgesproken.

Medeplegen

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank tot slot af dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. Beiden hebben een onmisbare bijdrage van voldoende gewicht geleverd aan het delict. De verdachte was de initiator van de seks tussen de medeverdachte en [het slachtoffer], zij was daarbij aanwezig en heeft zich daarmee actief bemoeid door te instrueren dat en welke seksuele handelingen [het slachtoffer] moest verrichten en in welke houding zij moest gaan staan. Vervolgens is de medeverdachte overgegaan tot het daadwerkelijk verrichten van de seksuele handelingen met [het slachtoffer]. Beiden hebben steeds haar (verbale) weerstand genegeerd en zijn doorgegaan met de uitvoering van het delict. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op het gronddelict, te weten opzetverkrachting, alsmede op het uitoefenen van de hiervoor beschreven dwang. De rechtbank acht daarom het medeplegen bewezen.

Conclusie De rechtbank komt tot bewezenverklaring van gekwalificeerde opzetverkrachting, begaan door twee verenigde personen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

Primair zij op 20 december 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, met een persoon, te weten [het slachtoffer], seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- (tong)zoenen met [het slachtoffer] en- betasten en likken van de borsten van [het slachtoffer] en- betasten van de vagina van [het slachtoffer] en- stoppen van zijn, medeverdachtes, vingers in de vagina van [het slachtoffer] en- laten vasthouden van zijn, medeverdachtes, penis en medeverdachte door [het slachtoffer] laten aftrekken en- brengen en houden van zijn, medeverdachtes, penis in de mond van [het slachtoffer] en medeverdachte door [het slachtoffer] laten pijpen en- brengen van zijn, medeverdachtes, penis in de vagina van [het slachtoffer] en- houden van zijn, medeverdachtes, penis tegen de anus van [het slachtoffer],terwijl zij, verdachte, en haar mededader, wisten dat bij [het slachtoffer] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van dwang, door- het instrueren van [het slachtoffer] welke seksuele handelingen zij moet verrichten en wat zij moet doen en- het aannemen van een dwingende houding waartegen [het slachtoffer] geen weerstand kon bieden en- het zeggen dat [het slachtoffer] mee moet werken terwijl er seksuele handelingen worden verricht en- het zeggen tegen [het slachtoffer] in welke houding zij moet gaan staan en- een feitelijk overwicht op [het slachtoffer] te hebben, gezien het feit dat zij, verdachte, de moeder is van [het slachtoffer].

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

gekwalificeerde opzetverkrachting, begaan door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie vordert daarnaast oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van drie jaar, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor de wijk [naam wijk] in Purmerend. Voor iedere overtreding van deze maatregel door de verdachte moet vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen worden toegepast, met een maximum van zes maanden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht in de straftoemeting rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij heeft de verdediging er in het bijzonder op gewezen dat de verdachte een belastende levensloop kent en bij oplegging van een langdurige gevangenisstraf haar sociale huurwoning zal verliezen en dakloos zal raken. De verdediging heeft verder aangevoerd dat het feit de verdachte, gelet op haar beperkingen en kwetsbaarheid, in verminderde mate kan worden toegerekend. De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de duur van het ondergane voorarrest overstijgt. De verdediging verzet zich niet tegen oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel zoals is gevorderd door de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met toepassing van dwang. Opzetverkrachting is een zeer ernstig feit. De medeverdachte heeft tegen de wil van het slachtoffer zeer vergaande seksuele handelingen verricht, terwijl de verdachte het slachtoffer, haar eigen dochter, hiertoe heeft gedwongen en aanwijzingen heeft gegeven. Door zo te handelen heeft de verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer, een kwetsbare vrouw met een verstandelijke beperking, op zeer ingrijpende wijze geschonden. De verdachte heeft zich op geen enkele wijze bekommerd om het welzijn van het slachtoffer. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer zwaar aan.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van verkrachting langdurig psychische klachten kunnen ondervinden. Dat het feit ook een grote impact op [het slachtoffer] heeft gehad en nog steeds heeft, blijkt uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding en de door haar begeleidsters waargenomen en gerapporteerde gedragsveranderingen. [het slachtoffer] ondervindt hevige gevoelens van angst en onveiligheid en is het vertrouwen in anderen verloren. Zij is meerdere keren opgenomen in de crisisopvang in verband met angst- en paniekaanvallen, zelfbeschadigend gedrag en suïcidale uitlatingen. Haar draagkracht is aanzienlijk afgenomen en de fysieke agressie richting haar omgeving is toegenomen. Wegens haar grote gevoel van onveiligheid moesten verschillende interventies worden ingezet, waaronder maandenlange inzet van één-op-één begeleiding en wakkere nachtbegeleiding alsmede een interne verhuizing naar een andere kamer. Daarnaast volgt het slachtoffer voor haar trauma een beeldende therapiebehandeling van een EMDR-therapeut.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte, gedateerd 8 januari 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte weliswaar eerder strafrechtelijk is veroordeeld, maar niet wegens soortgelijke (zeden)feiten.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportage van 29 april 2025, opgesteld door M.L. Sikkens (GZ-psycholoog). De conclusie van de deskundige luidt – zakelijk en samengevat weergegeven – dat het onderzoek belangrijke beperkingen kende, met name doordat er te weinig aanvullende informatie van andere bronnen beschikbaar was (collaterale informatie). Op basis van het huidig onderzoek concludeert de deskundige dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking en een uitgebreide neurocognitieve stoornis. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor antisociale en/of borderline persoonlijkheidsproblematiek, maar die diagnose kon wegens de beperkingen in het onderzoek worden bevestigd noch uitgesloten. De deskundige heeft slechts beperkt inzicht gekregen in de persoonlijkheid en het psychisch functioneren van de verdachte en vrijwel geen zicht op hoe die een rol kunnen hebben gespeeld bij het ten laste gelegde feit. Om die reden ziet de deskundige onvoldoende mogelijkheden om een goed onderbouwd advies te geven over de mate waarin het feit aan de verdachte kan worden toegerekend. Ook kon daarom geen risicotaxatie worden uitgevoerd.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 6 mei 2025, opgemaakt door een reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. Uit dit rapport komt naar voren dat – zakelijk en samengevat weergegeven – de verdachte een bewogen levensloop kent en haar partnerrelaties problematisch waren. De verdachte is arbeidsongeschikt verklaard en haar dagbesteding bestond voornamelijk uit de verzorging van haar dieren. Voorafgaand aan haar voorlopige hechtenis ontving de verdachte ambulante woonbegeleiding en stond zij onder bewind. Omdat de verdachte het ten laste gelegde feit stellig ontkent en niet bespreekbaar maakt, heeft de reclassering geen verband kunnen leggen tussen de verschillende leefgebieden en de verdenking. Om die reden heeft de reclassering het risico op recidive en op gevaar niet kunnen inschatten en evenmin een plan van aanpak kunnen opstellen dat is gericht op het voorkomen van herhaling. Wel vindt de reclassering een contactverbod met het slachtoffer wenselijk.

De rechtbank is op basis van de deskundigenrapportages van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de licht verstandelijke beperking en neurocognitieve stoornis die bij de verdachte zijn vastgesteld, dermate van invloed zijn geweest op de wilsvrijheid van de verdachte, dat dit ertoe zou moeten leiden dat het bewezenverklaarde haar in verminderde mate is aan te rekenen. De rechtbank gaat dan ook uit van volledige toerekeningsvatbaarheid.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur rechtvaardigen.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. In de oriëntatiepunten is voor een verkrachting onder artikel 242 (oud) Sr waarbij sprake is van geweld of een daarmee vergelijkbare mate van dwang, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden als uitgangspunt geformuleerd. De rechtbank acht deze categorie passend bij de mate van dwang die in deze zaak op het slachtoffer is uitgeoefend.

De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat het slachtoffer, een kwetsbare vrouw met een verstandelijke beperking die 32 jaar jonger is dan de medeverdachte, zowel vaginaal als oraal is verkracht. De verkrachting heeft plaatsgevonden in een bijzonder vernederende setting, namelijk (deels) in aanwezigheid van derden, onder wie de verdachte, haar eigen moeder die aanwijzingen heeft gegeven en heeft gezegd wat het slachtoffer moest doen. Daar komt bij dat sprake was van onbeschermde seks, met alle risico’s van dien op het gebied van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschap. Het feit heeft bijzonder schadelijke gevolgen voor het slachtoffer gehad. Gelet op voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak sprake is van een zeer ernstige verkrachting.

De rechtbank rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat het slachtoffer in een directe afhankelijkheidsrelatie tot haar stond, nu zij haar dochter is. Van de verdachte mocht worden verwacht dat zij haar dochter tegen dergelijke situaties zou beschermen. In plaats daarvan heeft zij haar bijzondere positie als moeder en het daarmee samenhangende vertrouwen op ernstige wijze geschonden. Ten nadele van de verdachte weegt de rechtbank verder mee dat zij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar rol in het gebeurde.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank acht geen andere straf op zijn plaats dan één die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.

Tenuitvoerlegging

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr Ter voorkoming van strafbare feiten is de rechtbank – mede gelet op de uitdrukkelijk wens van het slachtoffer – van oordeel dat de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid moet worden opgelegd aan de verdachte voor de duur van drie jaren, inhoudende dat de verdachte

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [het slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] [geboorteplaats 2]; - zich niet zal bevinden in het gebied dat ligt tussen de (water)wegen [beschrijving gebied] (de wijk ‘[naam wijk]’) in Purmerend.

De rechtbank zal daarbij bepalen dat een overtreding van het contact- of locatieverbod 14 dagen vervangende hechtenis tot gevolg heeft, met een totale duur van de vervangende hechtenis van maximaal zes maanden.

De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt en/of zich belastend gedraagt jegens het slachtoffer [het slachtoffer], gelet op hun (zeer) complexe (moeder-dochter)relatie en de concrete aanwijzingen dat zij na de pleegdatum nog contact heeft gehad met het slachtoffer. De rechtbank zal daarom bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Voorlopige hechtenis Het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte is door de rechtbank met ingang van 9 juli 2025 onder voorwaarden geschorst tot aan de einduitspraak. Dit betekent dat de voorlopige hechtenis in beginsel op 5 maart 2026 zal herleven. De officier van justitie en de verdediging hebben zich op de zitting van 19 februari 2026 op het standpunt gesteld dat de schorsing van de voorlopige hechtenis na de uitspraak moet doorlopen.

De rechtbank is van oordeel dat de ernstige bezwaren en de gronden die tot het verlenen van het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid, nog steeds bestaan. Ook de persoonlijke belangen van de verdachte die tot de schorsing hebben geleid zijn onveranderd. Na afweging van de strafvorderlijke belangen bij tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis enerzijds en de persoonlijke belangen van de verdachte anderzijds, acht de rechtbank in dit concrete geval niet aangewezen dat de voorlopige hechtenis zal herleven op de dag van de einduitspraak. De rechtbank zal daarom opnieuw de schorsing van de voorlopige hechtenis bevelen tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is. Deze beslissing wordt afzonderlijk geminuteerd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

38v, 38w, 63, 243, 254 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4 vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex 38v Sr

Legt aan de verdachte op de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 3 (drie) jaren, inhoudende dat de verdachte:

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 (veertien) dagen voor iedere keer dat één van de verboden wordt geschonden, met een maximum van 6 (zes) maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, dadelijk uitvoerbaar is.

Voorlopige hechtenis Schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 5 maart 2026 om 12.45 uur tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is, welke beslissing afzonderlijk is geminuteerd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.S. Neervoort, voorzitter,

mr. J.C. van den Bos en mr. A.H. Tiemens, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. R.M. Beekhuizen en mr. L.S. Rietdijk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

De bewijsmiddelen

(…)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S. Neervoort
  • mr. J.C. van den Bos
  • mr. A.H. Tiemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?