RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11898926 \ CV FORM 25-6487
Uitspraakdatum: 18 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
3. [verzoeker 3]
4. [verzoeker 4]
allen wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 september 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Berlijn Brandenburg Airport (Duitsland), met vlucht EJU5288 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het verzoek
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de passagiers in hun verzoek kunnen worden ontvangen. Een verzoek dat is gebaseerd op een overeenkomst van luchtvervoer moet worden ingediend binnen twee jaren na de dag waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
De vlucht had op 21 september 2023 in Berlijn moeten aankomen. De (verval)termijn van twee jaren begon dus de lopen op 22 september 2023. Dit betekent dat het verzoek uiterlijk op 21 september 2025 had moeten worden ingediend. Getuige de stempel op het formulier A is het verzoek op 23 september 2025 ontvangen ter griffie van de rechtbank. De kantonrechter zal de passagiers daarom in hun verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
5. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun verzoek;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open